Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-06-15
ECLI:NL:RBROT:2023:7695
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,796 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10/026775-22
Datum uitspraak: 15 juni 2023
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01],
raadsman mr. D. Fontein, advocaat te Koog aan de Zaan.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 15 juni 2023.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. R.E.I. Steen heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het ten laste gelegde;
aan de verdachte overeenkomstig artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) geen straf of maatregel op te leggen.
4. Vrijspraak
4.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zich in de periode van 16 november 2020 tot en met 2 februari 2022 schuldig heeft gemaakt aan het onttrekken van zijn minderjarige dochter [naam01] aan het wettig over haar gestelde gezag. De verdachte heeft [naam01] in strijd met de afspraken en zonder toestemming van de moeder van [naam01] ([naam02], verder te noemen aangeefster) niet terug naar Nederland gebracht.
De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat de verdachte [naam01] met toestemming van de aangeefster naar Angola heeft meegenomen in februari 2020 om haar daar kennis te laten maken met de ouders van de aangeefster. Uit het dossier volgt dat [naam01] een bepaalde periode bij de ouders van de aangeefster in Angola heeft gewoond. Vervolgens is er onduidelijkheid ontstaan of [naam01] al dan niet terug naar Nederland zou komen. Op 16 november 2020 moet het de verdachte echter voldoende duidelijk zijn geworden dat de aangeefster wilde dat [naam01] terug naar Nederland kwam en dat is desalniettemin niet gebeurd. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij heel boos was en niet meer met de aangeefster wilde praten. Door aldus te handelen heeft de verdachte [naam01] aan het gezag van haar moeder onttrokken. Op 28 juni 2022 heeft de verdachte toestemming gegeven aan de aangeefster, zodat [naam01] naar Nederland kon reizen. In augustus 2022 is [naam01] uiteindelijk teruggekeerd naar Nederland.
4.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat het in deze zaak lastig is om de feiten boven tafel te krijgen, nu er twee verschillende juridische procedures hebben gelopen in Nederland en Angola. De raadsman heeft bepleit dat de verdachte in eerste instantie toestemming had van de aangeefster om met zijn dochter naar Angola te gaan. Vervolgens heeft [naam01] afwisselend bij de familie van de verdachte en bij de ouders van de aangeefster verbleven. Dat het daarna niet goed is verlopen heeft te maken met onmacht; de verdachte heeft bepaalde zaken niet (goed) begrepen. De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de bewezenverklaring en verzocht om een schuldigverklaring zonder oplegging van een straf of maatregel. De verdediging heeft het voorwaardelijke verzoek gedaan de eerder ingediende onderzoekswensen, daterend van 9 juni 2023, toe te wijzen, indien de rechtbank niet tot een rechterlijk pardon beslist.
4.3.
Beoordeling
De rechtbank overweegt dat op basis van dit dossier niet kan worden vastgesteld wat er feitelijk heeft plaatsgevonden in de ten laste gelegde periode. De inhoud van de gemaakte afspraken tussen de verdachte en de aangeefster over [naam01] en haar verblijf in Angola blijkt niet uit het dossier. Of enige gemaakte afspraken in de ten laste gelegde periode zijn veranderd, blijkt evenmin uit het dossier. Uit het dossier volgt dat [naam01] bij aanvang van haar verblijf in Angola met toestemming van de aangeefster bij de ouders van de aangeefster heeft verbleven. Die situatie is op enig moment veranderd, waarbij onduidelijk is gebleven bij wie [naam01] precies heeft verbleven in Angola en welke afspraken daarover tussen de aangeefster en de verdachte gemaakt waren. Onduidelijk is ook of de aangeefster tijdens de (gehele) ten laste gelegde periode daadwerkelijk geen gezag kon uitoefenen over [naam01]; immers is niet komen vast te staan dat de aangeefster geen toegang had tot Angola en daarmee tot haar dochter. Naar het oordeel van de rechtbank kan bij deze stand van zaken niet worden vastgesteld dat de verdachte zijn dochter op enig moment opzettelijk heeft onttrokken aan het gezag van de aangeefster. Het ten laste gelegde is daardoor niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4.4.
Conclusie
Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5. Bijlage
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. van Althuis, voorzitter,
en mrs. F. van Buchem en H.J. de Kraker, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.A.M. van der Vleuten, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter en de jongste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot en met 2 februari 2022 te Papendrecht en/of Dordrecht, althans in Nederland en/of in Angola, (telkens) opzettelijk een minderjarige, [naam01], geboren [geboortedatum02] 2018, heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag, en/of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd (mede) over die minderjarige uitoefende, (te weten: het gezag van de moeder van de minderjarige, genaamd [naam02]), immers heeft verdachte met toestemming van die [naam02] die minderjarige meegenomen naar Angola en/of (vervolgens) in strijd met de afspraken en/of zonder medeweten en/of toestemming van genoemde [naam02]) die minderjarige niet teruggebracht en/of in Angola achtergelaten, (en aldus voornoemde minderjarige buiten het bereik en/of de invloedssfeer van die [naam02] gebracht en/of gehouden), terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was.