Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-07-27
ECLI:NL:RBROT:2023:7469
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,487 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummer: 10/095168-23
Datum uitspraak: 27 juli 2023
Tegenspraak (art. 279 Sv.)
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
niet ingeschreven in de basisregistratie personen,
verblijvende op het adres:
[adres01],
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [detentieadres01],
raadsman mr. R. van den Boogert, advocaat te Rotterdam.
1. Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 13 juli 2023.
2. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
3. Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. J. Spaans heeft gevorderd:
partiële vrijspraak van het ten laste gelegde voor zover dat ziet op het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en bewezenverklaring van het ten laste gelegde medeplegen van het aanwezig hebben van cocaïne;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek van voorarrest;
- het onttrekken aan het verkeer van het in beslag genomen voertuig.
4. Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak zonder nadere motivering
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde, voor zover dat ziet op het verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
4.2.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu geen bewijsverweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak voor het aanwezig hebben van cocaïne. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 6 april 2023 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 14.184 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
De rechtbank merkt hierbij op dat de ander degene betreft die de tassen cocaïne heeft afgegeven en niet de persoon die in de bus met verdachte aanwezig was.
5. Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6. Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van ongeveer 14 kg. cocaïne. Het betreft een dusdanige hoeveelheid cocaïne, die onmiskenbaar bestemd is voor de handel. De handel in harddrugs leidt tot veel problemen in de maatschappij. Zo gaat dit vaak gepaard met diverse vormen van zware en georganiseerde criminaliteit, zoals geweldsfeiten en het witwassen van geld dat met de handel wordt verdiend. Ook zijn de gezondheidsrisico’s voor gebruikers van cocaïne groot. Deze drugs zijn namelijk erg verslavend en kunnen bij regelmatig gebruik schadelijke lichamelijke, psychische en sociale gevolgen met zich brengen. De verdachte heeft door zijn handelen hieraan bijgedragen. Hij heeft kennelijk geen enkele boodschap gehad aan al deze gevolgen, maar is er alleen op uit geweest om er zelf financieel beter van te worden. Ook heeft verdachte geen enkele uitleg willen geven omtrent zijn handelen. Dit alles wordt de verdachte aangerekend.
7.2.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
7.2.1.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 27 juni 2023, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.
7.2.2.
Verblijfsstatus
Verder wordt in aanmerking genomen dat de verdachte geen verblijfsstatus in Nederland heeft. Hij heeft de Marokkaanse nationaliteit en was voor zijn detentie woonachtig in België. Verdachte heeft dan geen recht op voorwaardelijke invrijheidstelling.
7.3.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd en is aansluiting gezocht bij de LOVS oriëntatiepunten. De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de leeftijd van de verdachte, het feit dat hij een blanco strafblad heeft en in [detentieadres01] gedetineerd zit.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
8. In beslag genomen voorwerpen
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd het in beslag genomen voertuig te onttrekken aan het verkeer.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat het onttrekken van de Mercedes Benz bus disproportioneel is gelet op de waarde daarvan en omdat de bus weer bruikbaar is als de verborgen ruimte is verwijderd.
8.3.
Beoordeling
De Mercedes Benz Vito van de verdachte is in beslag genomen en deze bevatte een verborgen ruimte. Het is gebleken dat het voertuig, voorzien van een verborgen ruimte, werd gebruikt om cocaïne in deze afgeschermde ruimte aan het zicht te onttrekken. Het ongecontroleerde bezit van voertuigen met een dergelijke verborgen ruimte doet dan ook afbreuk aan een effectieve voorkoming en bestrijding van criminele doeleinden en is daarom in strijd met de wet of met het algemeen belang in de zin van artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht. Het voertuig hoort in de huidige staat niet thuis in het verkeer en de rechtbank ziet dan ook geen andere mogelijkheid dan de vordering tot onttrekking aan het verkeer toe te wijzen.
9. Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36b, 36c en 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
10. Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor onder 5 vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Dictum
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 6 april 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,ongeveer 14.184 gram, in elk geval een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.