Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-08-18
ECLI:NL:RBROT:2023:7385
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,496 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10514970 CV EXPL 23-14279
datum uitspraak: 18 augustus 2023
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
vestigingsplaats: Utrecht,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: [woonplaats],
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 4 mei 2023, met bijlagen;
het antwoord van [gedaagde];
de brief van GGN van 5 juli 2023, met bijlagen.
1.2.
Op 20 juli 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig [naam] van GGN namens Zilveren Kruis en [gedaagde].
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[gedaagde] heeft een zorgverzekering bij Zilveren Kruis. Hij heeft vanaf 2015 tot en met 2022 niet alle premies voor de basisverzekering en niet alle facturen voor zorgkosten en het eigen risico betaald. Zilveren Kruis eist in deze zaak dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de onbetaalde premies en facturen te betalen met rente en kosten. [gedaagde] voert verweer, maar dat verweer slaagt niet. De kantonrechter wijst de eisen van Zilveren Kruis toe. Het oordeel wordt hierna verder toegelicht.
Betalingsachterstand zorgverzekering
2.2.
[gedaagde] heeft vanaf 2015 tot en met 2022 een achterstand laten ontstaan van in totaal € 6.976,85. In productie 1 bij de dagvaarding staat welke premies en facturen niet zijn betaald. [gedaagde] moet de achterstand betalen aan Zilveren Kruis.
Dat het betalen van de zorgverzekering (en de achterstand) onoverzichtelijk is omdat zowel Zilveren Kruis als GGN en het CAK en het CJIB erbij zijn betrokken en die partijen niet goed met elkaar samenwerken, is vervelend en verwarrend, maar geen goede reden om de premies en de facturen niet (op tijd) te betalen.
Rente
2.3.
Zilveren Kruis eist rente over de betalingsachterstand. Dit wordt toegewezen, omdat Zilveren Kruis genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat de rente moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente tot 4 mei 2023 is € 26,08.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.4.
Zilveren Kruis vraagt € 703,58 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw. Dit wordt toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW).
Betalingen
2.5.
[gedaagde] heeft betalingen gedaan. Dat blijkt uit de dagvaarding. De betalingen moeten worden afgetrokken van de betalingsachterstand, buitengerechtelijke incassokosten en rente. Nadat Zilveren Kruis de incasso van de betalingsachterstand uit handen heeft gegeven aan GGN, heeft [gedaagde] aan Zilveren Kruis € 1.199,00 in totaal betaald. Aan GGN heeft hij € 1.585,27 in totaal betaald. In dat laatste bedrag is ook meegenomen de betaling van € 70,00 aan GGN die [gedaagde] na de dagvaarding heeft gedaan.
Samengevat
2.6.
Rekening houdend met de betalingen, zal de kantonrechter [gedaagde] veroordelen om een bedrag van € 4.921,74 te betalen aan Zilveren Kruis. Dat bedrag is opgebouwd op deze manier:
betalingsachterstand € 6.976,85
buitengerechtelijke incassokosten incl. btw € 703,58 +
rente tot 4 mei 2023 € 26,08 +
subtotaal € 7.706,51
betalingen aan Zilveren Kruis € 1.199,50 –
betalingen aan GGN € 1.585,27 –
totaal € 4.921,74
De rente vanaf 4 mei 2023 wordt toegewezen over € 4.991,74 omdat de betaling van € 70,00 na die datum is gedaan.
Proceskosten
2.7.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen, omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Zilveren Kruis tot vandaag vast op € 130,49 aan dagvaardingskosten, € 487,00 aan griffierecht en € 528,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 264,00 tarief). Dit is totaal € 1.145,49. Voor kosten die Zilveren Kruis maakt na deze uitspraak moet [gedaagde] ook een bedrag betalen van € 132,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen € 4.921,74 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 4.991,74 vanaf 4 mei 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Zilveren Kruis tot vandaag worden vastgesteld op € 1.145,49;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en in het openbaar uitgesproken.
34286