Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-07-21
ECLI:NL:RBROT:2023:6842
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,959 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10229819 / CV EXPL 22-37277
datum uitspraak: 21 juli 2023 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Infomedics B.V.
,
gevestigd in Almere,
oorspronkelijk eiseres,
gedaagde in verzet,
gemachtigde: Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders te Amersfoort,
tegen
[persoon01]
,
wonende in [woonplaats01] ,
oorspronkelijk gedaagde,
eiseres in verzet,
gemachtigde: mr. L.A. Alderlieste te Rotterdam.
De partijen worden ‘Infomedics’ en ‘ [persoon01] ’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 22 augustus 2022, met bijlagen;
het verstekvonnis van deze rechtbank van 28 september 2022 met zaaknummer 10090696 \ CV EXPL 22-27801;
de verzetdagvaarding van 7 november 2022, met bijlagen;
het antwoord in verzet, met een bijlage;
de akte overlegging stukken van Infomedics, met een bijlage;
het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 24 maart 2023, waarin een bewijsopdracht is gegeven aan [persoon01] ;
de akte houdende opgeven getuigen van [persoon01] ;
het proces-verbaal van het op 28 juni 2023 aan de zijde van [persoon01] gehouden getuigenverhoor;
de akte uitlaten van [persoon01] .
Beoordeling
Waar gaat de zaak over?
2.1.
[persoon01] heeft op 2 februari 2022 bij Apollo Tandheelkunde (‘de zorgverlener’) een tandartsbehandeling ondergaan. [persoon01] is daarvoor een bedrag van € 222,20 verschuldigd. De zorgverlener heeft aan Infomedics de opdracht verstrekt om dit bedrag administratief te verwerken en betaald te krijgen. Daarom heeft Infomedics een op 14 februari 2022 gedateerde rekening naar [persoon01] gestuurd. De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of [persoon01] dit bedrag wel of niet al heeft betaald. Infomedics heeft in haar dagvaarding gesteld dat dit niet het geval is en daarom eiste zij dat [persoon01] werd veroordeeld om de rekening ten bedrage van € 222,20 (met rente en kosten) aan Infomedics te betalen. In het verstekvonnis is de eis van Infomedics toegewezen. [persoon01] is het hier niet mee eens en daarom is zij deze zaak begonnen. Volgens [persoon01] heeft zij de kosten van de tandartsbehandeling direct contant bij de zorgverlener betaald. [persoon01] is daarom van mening dat het verstekvonnis moet worden vernietigd en dat de eis van Infomedics alsnog moet worden afgewezen. De kantonrechter bekrachtigd het verstekvonnis, omdat Infomedics gelijk krijgt. Hierna wordt uitgelegd waarom.
De mondelinge uitspraak van 24 maart 2023.
2.2.
In de mondelinge uitspraak van 24 maart 2023 is - samengevat weergegeven - overwogen dat op dat moment nog niet was komen vast te staan dat [persoon01] de kosten voor de tandartsbehandeling al (contant) heeft betaald. [persoon01] beschikte niet over een kwitantie of andersoortig bewijs waaruit dit kon worden afgeleid. Dat [persoon01] andere tandartsbehandelingen wel direct contant heeft betaald, zoals zij stelde, kon op zichzelf niet tot een ander oordeel leiden ten aanzien van deze specifieke tandartsbehandeling. Infomedics had bovendien een aannemelijke verklaring gegeven voor het feit dat [persoon01] tijdens een andere tandartsbehandeling niet op de openstaande rekening is aangesproken. Omdat op [persoon01] de bewijslast rust van haar stelling dat zij de kosten voor het tandartsbehandeling van 2 februari 2022 direct na die behandeling contant heeft betaald bij de zorgverlener, is [persoon01] in de mondelinge uitspraak toegelaten tot het leveren van bewijs op dit punt.
[persoon01] is niet geslaagd in haar bewijsopdracht.
2.3.
Ter uitvoering van haar bewijsopdracht heeft [persoon01] zichzelf en mevrouw [naam01] (‘ [naam01] ’) als getuigen laten horen. Infomedics heeft na afloop van het getuigenverhoor aan de kantonrechter verzocht om vonnis te wijzen. [persoon01] heeft dit in haar akte uitlaten ook verzocht. De kantonrechter zal daarom nu beoordelen of [persoon01] in haar bewijsopdracht is geslaagd.
2.4.
[naam01] heeft als getuige - voor zover van belang - het volgende verklaard. Op 2 februari 2022 is [naam01] met [persoon01] meegegaan naar de zorgverlener. [naam01] heeft in de wachtruimte op [persoon01] gewacht. [naam01] zag dat [persoon01] na haar afspraak naar de balie ging. [naam01] is toen in de wachtruimte gebleven. Zij heeft wat handelingen bij de balie gezien en zij zag dat er een gesprek plaatsvond bij de balie, maar zij heeft dat gesprek niet kunnen horen. [naam01] zag ook dat [persoon01] iets uit haar tas pakte en aan de mevrouw achter de balie overhandigde, maar zij heeft niet exact kunnen zien wat [persoon01] uit haar tas pakte, omdat zij op een afstand zat en het al lang geleden is.
2.5.
De kantonrechter constateert dat [naam01] weliswaar heeft verklaard dat zij zag dat [persoon01] iets uit haar tas pakte en aan de mevrouw achter de balie overhandigde, maar dat [naam01] niet exact heeft kunnen zien wat [persoon01] precies uit haar tas pakte. [naam01] heeft wel verklaard dat wat [persoon01] pakte “
ongetwijfeld het geld [zal] zijn
”, maar dat is niet doorslaggevend in het licht van haar eigen verklaring dat zij niet exact kon zien wat [persoon01] uit haar tas pakte. De door [naam01] afgelegde verklaring kan dan ook niet bijdragen aan het door [persoon01] te leveren bewijs dat zij het tandartsbezoek van 2 februari 2022 direct daarna contant heeft betaald bij de tandarts.
2.6.
Dan resteert nog de door [persoon01] zelf als getuige afgelegde verklaring. Uit artikel 164 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering volgt dat die verklaring geen bewijs in het voordeel van [persoon01] kan opleveren, tenzij die verklaring strekt ter aanvulling van onvolledig bewijs. Daar is echter geen sprake van, aangezien er geen enkel ander bewijs voorhanden is dat [persoon01] het tandartsbezoek direct contant heeft betaald. [persoon01] beschikt immers niet over een kwitantie of andersoortig bewijs waaruit de door haar gestelde contante betaling kan worden afgeleid en de verklaring van [naam01] kan, zoals hiervoor is overwogen, niet aan het door [persoon01] te leveren bewijs bijdragen. De getuigenverklaring van [persoon01] kan gelet op het voorgaande dan ook geen bewijs in het voordeel van [persoon01] opleveren en om die reden ook niet bijdragen aan het door haar te leveren bewijs.
2.7.
De conclusie luidt dat [persoon01] niet in haar bewijsopdracht is geslaagd. Dit leidt ertoe dat de eis van Infomedics terecht was en die eis is in het verstekvonnis dan ook terecht toegewezen. De kantonrechter zal het verstekvonnis bekrachtigen.
[persoon01] moet de proceskosten van Infomedics betalen.
2.8.
[persoon01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Infomedics tot vandaag vast op € 240,00 aan salaris voor de gemachtigde (drie punten x € 80,00). Voor kosten die Infomedics maakt na deze uitspraak moet [persoon01] een bedrag betalen van € 40,00. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
Uitvoerbaarheid bij voorraad.
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
bekrachtigt het op 28 september 2022 tussen partijen gewezen verstekvonnis met zaaknummer 10090696 \ CV EXPL 22-27801;
3.2.
veroordeelt [persoon01] in de kosten van de verzetprocedure, die aan de kant van Infomedics tot vandaag worden vastgesteld op € 240,00;
3.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Kolk en in het openbaar uitgesproken.
38671