Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-07-21
ECLI:NL:RBROT:2023:6545
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Kort geding
1,898 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10518652 VV EXPL 23-237
datum uitspraak: 21 juli 2023
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01]
,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. S.A. Chedie,
tegen
Stichting Woonbron
,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. N.J. Glen-Boedhram.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘Woonbron’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 26 mei 2023, met bijlagen;
het antwoord met eis in reconventie (tegeneis), met bijlagen;
de e-mail van de gemachtigde van Woonbron van 28 juni 2023, met bijlagen;
de e-mail van de gemachtigde van [eiseres01] van 10 juli 2023, met bijlagen.
1.2.
Op 5 juni 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren aanwezig [eiseres01] en haar gemachtigde. Namens Woonbron waren aanwezig [naam01] (technisch opzichter) en [naam02] (complexbeheerder), bijgestaan door de gemachtigde.
1.3.
Op verzoek van partijen is het kort geding aangehouden, aanvankelijk tot 29 juni 2023. De voortzetting van de mondelinge behandeling heeft na een uitstel plaatsgevonden op 12 juli 2023. Bij de voortzetting van de mondelinge behandeling waren (enkel) de gemachtigden van partijen aanwezig.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
[eiseres01] huurt woonruimte van Woonbron. Volgens [eiseres01] is sprake van gebreken aan het gehuurde, waardoor er sprake is van schimmelvorming. Zij vordert in dit kort geding een veroordeling van Woonbron om de gebreken te herstellen, de huurprijs te verlagen zolang zij in het gehuurde verblijft en de gebreken niet zijn hersteld en een vergoeding voor tijdelijk verblijf elders als zij het gehuurde verlaat. Woonbron heeft weersproken dat sprake is van gebreken.
2.2.
Woonbron heeft een tegeneis ingesteld. Zij eist dat [eiseres01] een kist bij de voordeur van het gehuurde verwijdert en dat het haar wordt verboden om haar scootmobiel bij de voordeur van het gehuurde te stallen, op straffe van een dwangsom.
Het beoordelingskader
2.3.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat [eiseres01] heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor Woonbron als deze uitspraak later wordt teruggedraaid.
Vorderingen van [eiseres01] niet toewijsbaar
2.4.
De kantonrechter zal de vorderingen van [eiseres01] afwijzen, omdat onvoldoende aannemelijk is dat deze in een gewone procedure zullen worden toegewezen. [eiseres01] heeft in deze procedure een rapportage overgelegd van [naam03] . Na een onderzoek in het gehuurde, uitgevoerd op 5 april 2023, heeft [naam03] geconcludeerd dat het gehuurde door schimmelvorming en vochtbelasting niet geschikt is voor [eiseres01] om in te wonen. [naam03] adviseert om het gehuurde tijdelijk te verlaten totdat deze gebreken zullen zijn verholpen. Woonbron heeft vervolgens onderzoeken laten uitvoeren door [bedrijf01] (op 9 juni 2023) en [bedrijf02] (op 12 juni 2023). Uit deze onderzoeken volgt dat géén sprake is van gebreken. De vochthuishouding is in orde bevonden en de aangetroffen schimmels zijn niet meer actief. [eiseres01] heeft vervolgens aanvullend onderzoek laten uitvoeren door [naam03] , op 28 juni 2023. [naam03] concludeert, kort samengevat, dat er geen verslechtering van de situatie is opgetreden en dat de relatieve luchtvochtigheid normaal is.
2.5.
Een kort geding leent zich niet voor uitgebreide bewijsvoering. Om de vorderingen van [eiseres01] te kunnen toewijzen, moet klip en klaar zijn dat sprake is van gebreken aan het gehuurde en dat zij een spoedeisend belang heeft bij het herstel daarvan. Alleen al vanwege het feit dat de bevindingen van [naam03] van het onderzoek van 5 april 2023 en die van met name [bedrijf02] op 12 juni 2023 zo verschillend zijn, kan niet (eenvoudig) worden vastgesteld dat er inderdaad sprake is van gebreken aan het gehuurde. Dat maakt dat de vorderingen van [eiseres01] , die gebaseerd zijn op de stelling dat sprake is van gebreken, niet in kort geding kunnen worden toegewezen.
Vorderingen van Woonbron deels toewijsbaar
2.6.
Bij de voortzetting van de mondelinge behandeling op 12 juli 2023 hebben partijen bevestigd dat de kist bij de voordeur door [eiseres01] is verwijderd. Woonbron heeft daarom geen belang meer bij toewijzing van die vordering. Deze wordt daarom afgewezen.
2.7.
De vordering om [eiseres01] te verbieden de scootmobiel bij de voordeur van het gehuurde te stallen is toewijsbaar. Woonbron heeft voldoende gesteld waaruit blijkt dat hierdoor een situatie ontstaat die in strijd is met de geldende regelgeving voor vluchtwegen en dat dit in de praktijk ook voor problemen zorgt. Het spoedeisend belang van Woonbron bij haar vordering is daarmee ook gegeven. De kantonrechter ziet in de (financiële) positie van [eiseres01] , een huurster van een sociale huurwoning, wel reden om de gevorderde dwangsom te matigen tot een bedrag van € 50,- per dag, met een maximum van € 1.000,-.
Proceskosten
2.8.
[eiseres01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten in conventie en in reconventie aan de kant van Woonbron tot vandaag vast op € 793,- aan salaris voor de gemachtigde. Voor kosten die Woonbron maakt na deze uitspraak moet [eiseres01] een bedrag betalen van € 132,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853).
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.9.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
in conventie
3.1.
wijst de vorderingen af;
in reconventie
3.2.
verbiedt [eiseres01] om de scootmobiel bij de voordeur van het gehuurde te stallen, op straffe van een dwangsom van € 50,- per dag met een maximum van € 1.000,-;
in conventie en in reconventie
3.3.
veroordeelt [eiseres01] in de proceskosten, die aan de kant van Woonbron tot vandaag worden vastgesteld op € 793,-;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken.
51909