Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-05-31
ECLI:NL:RBROT:2023:4657
Civiel recht; Insolventierecht
Voorlopige voorziening
1,536 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: toewijzing
toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk
rekestnummers: [nummer01] – [nummer02]
uitspraakdatum: 31 mei 2023
[verzoekster01]
,
wonende te [adres01]
[postcode01] [plaats01] ,
verzoekster.
Procesverloop
Verzoekster heeft op 30 maart 2023, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad.
In het vonnis van deze rechtbank van 30 maart 2023 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 17 mei 2023.
Ter zitting van 17 mei 2023 zijn verschenen en gehoord:
verzoekster;
de heer mr. D.A. IJpelaar, werkzaam bij JAW advocaten (hierna: advocaat);
de heer T. Dreessen, werkzaam bij MDL Beschermingsbewind (hierna: beschermingsbewindvoerder);
de heer [naam01] , werkzaam bij Stichting Woonplus Schiedam (hierna: verweerster).
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.
2
Het verzoek
Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 2 augustus 2022 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster ten uitvoer te leggen.
Uit het verzoekschrift blijkt dat bedoeld is een verzoek in te dienen om de tenuitvoerlegging van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 2 augustus 2022 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster te verbieden. De rechtbank zal dienovereenkomstig beslissen.
Uit het verzoekschrift blijkt dat verzoekster sinds 2 maart 2023 onder beschermingsbewind is gesteld. Verzoekster heeft op dit moment een Ziektwet-uitkering. De huur van verzoekster bedraagt € 453,96 per maand. Ter zitting heeft de beschermingsbewindvoerder verklaard dat de huur over de maanden maart, april en mei 2023 betaald zijn. De beschermingsbewindvoerder heeft gevraagd aan verweerster om de huur via automatische incasso te laten plaatsvinden vanaf juni 2023. Er worden geen problemen verwacht met de betaling van de lopende termijnen.
3
Het verweer
Ter zitting heeft de heer [naam01] namens verweerster verklaard dat de huurbetalingen over de maanden maart 2023 en april 2023 zijn ontvangen. De betaling van mei 2023 heeft verweerster nog niet ontvangen. De heer [naam01] heeft daarbij aangegeven dat de betaling mogelijk nog niet verwerkt is in het systeem van verweerster. Daarnaast heeft de heer [naam01] verklaard dat hij van mening is dat verzoekster nog een kans verdient om in de woning te blijven wonen.
Beoordeling
Allereerst dient te worden beoordeeld of sprake is van een bedreigende situatie zoals dwingend is voorgeschreven in artikel 287b, tweede lid, Fw. Nu verzoekster een kopie van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 2 augustus 2022 tot ontruiming van de woonruimte van verzoekster en een kopie van het exploot van 21 maart 2023 heeft overgelegd waarin wordt aangekondigd dat verweerster op 6 april 2023 zal overgaan tot ontruiming van de woning van verzoekster, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een bedreigende situatie.
De wetgever heeft met een moratorium beoogd om een schuldenaar bij een – dreigende – executie een adempauze te bieden opdat de schuldenaar in staat wordt gesteld om met zijn schuldeisers een regeling van zijn schulden overeen te komen.
Artikel 287b Fw bevat geen criterium op grond waarvan kan worden beslist of de voorlopige voorziening dient te worden toegewezen dan wel afgewezen. De rechtbank zoekt daarom aansluiting bij de voorziening zoals genoemd in artikel 287, vierde lid, Fw waarbij een afweging dient plaats te vinden tussen het belang van verzoekster enerzijds en de schuldeiser, in dit geval verweerster, anderzijds.
Het belang van verzoekster bestaat erin dat zij in de huurwoning kan blijven wonen en dat het minnelijk schuldhulpverleningstraject door verzoekster kan worden doorlopen.
Het belang van verweerster bestaat erin dat zij het vonnis van 2 augustus 2022 ten uitvoer kan leggen.
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de lopende termijnen kunnen en zullen worden voldaan. Tegen deze achtergrond dient het belang van verzoekster zwaarder te wegen dan het belang van verweerster.
De rechtbank acht termen aanwezig om ter zekerheid van de belangen van verweerster in het dictum een voorwaarde op te nemen. De verzochte voorziening zal onder de in het dictum genoemde voorwaarde worden toegewezen.
Nu het minnelijk traject naar verwachting niet op korte termijn zal zijn afgerond, zal verzoekster gelet op het bepaalde in artikel 285, eerste lid, sub f, in samenhang met artikel 287, tweede lid, Fw, ten aanzien van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, niet-ontvankelijk worden verklaard. Zo nodig kan verzoekster te zijner tijd een nieuw verzoek indienen.
Dictum
De rechtbank:
- schort de tenuitvoerlegging op van het op 2 augustus 2022 op verzoek van verweerster uitgesproken vonnis van deze rechtbank tot ontruiming van de huurwoning van verzoekster gelegen [adres01] , te [plaats01] , voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;
- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt voor de duur van zes maanden;
- bepaalt dat deze voorziening slechts geldt zolang de lopende termijnen gedurende deze periode tijdig worden voldaan;
- bepaalt dat SHV die namens verzoekster de buitengerechtelijke schuldregeling gaat uitvoeren, uiterlijk twee weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b, zesde lid, Fw;
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek ex artikel 284, tweede lid, Fw.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2023.