Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-22
ECLI:NL:RBROT:2023:13092
Civiel recht
Beschikking
1,546 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/669139 / KG RK 23-1193
Beschikking van de voorzieningenrechter van 22 december 2023
in de zaak van
1de naamloze vennootschap ING BANK N.V., (als rechtsopvolgster van de naamloze vennootschap POSTBANK N.V.),
2. de stichtingSTICHTING INGSPAARHYPOTHEEK, als rechtsopvolgster van de stichting STICHTING POSTBANKSPAARHYPOTHEEK), beiden gevestigd te Amsterdam,
verzoeksters,
advocaat mr. J. Voskamp te Amsterdam,
tegen
[verweerder],
wonende te Rotterdam,
verweerder,
niet verschenen,
alsmede
1
[belanghebbende 1],
2. [belanghebbende 2]belanghebbenden,
advocaat van belanghebbenden 1 en 2 mr. I. Car te Rotterdam,
3. [belanghebbende 3]
,
belanghebbende.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift van 21 november 2023;
de mondelinge behandeling van 13 december 2023.
1.2.
Ter zitting zijn verschenen:
- mr. J. Voskamp namens verzoeksters;
- mr. I. Car namens belanghebbenden 1 en 2.
2Het verzoek
2.1.
Verzoeksters hebben de executie aangezegd van de aan hun bij notariële akte verstrekte hypotheek op de onroerende zaak [adres]. In de hypotheekakte is een huur- en ontruimingsbeding opgenomen. Ten tijde van het verlijden van de hypotheekakte was de onroerende zaak niet verhuurd, maar op dit moment
kunnen verzoeksters niet uitsluiten dat deze is verhuurd aan [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders c.q. onderhuurders. Het verzoekschrift strekt tot het inroepen van het huurbeding tegen [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders c.q. onderhuurders wonende aan de [adres], omdat de executiewaarde van de onroerende zaak in onverhuurde staat hoger ligt dan in verhuurde staat.
2.2.
In reactie op het verweer verklaren verzoeksters dat zij pas in het kader van het executietraject voor het eerst toegang kregen tot de Basisadministratie Personen. Zij wisten dus niet (eerder) dat verweerder niet op het adres van de woning ingeschreven staat. Zij geven verder aan geen bezwaar te hebben tegen een langere ontruimingstermijn van drie maanden voor [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2], nu gebleken is dat zij twee kleine kinderen hebben en we nu net voor de feestdagen zitten. Een langere termijn zal een negatief effect hebben op de opbrengst bij een onderhandse verkoop of executieveiling.
3Het verweer
3.1.
[belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] geven aan verweerder al langer te kennen en al eens eerder een woning van hem te hebben gehuurd. Door deze lange relatie met verweerder hebben zij geen onderzoek gedaan naar een mogelijk huurbeding.
3.2.
De bank had kunnen weten dat verweerder verhuurde, omdat hij niet ingeschreven staat op dit adres. Hierdoor heeft de bank stilzwijgend ingestemd met verhuur.
3.3.
[belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] vragen om een langere ontruimingstermijn van 6 maanden. Een urgentie verklaring bij de gemeente aanvragen duurt lang, ongeveer acht weken.
Beoordeling
4.1.
Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan. Het verzoek wordt dan ook toegewezen.
4.2.
De bank kan pas onderzoek doen naar persoonsgegevens van verweerder op het moment dat zij een executietraject start. Van stilzwijgend instemmen van de bank voor verhuur is dan ook geen sprake.
4.3.
Nu gebleken is dat [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] samen met hun twee minderjarige kinderen in de woning verblijven bepaalt de Voorzieningenrechter voor hen een ontruimingstermijn van 3 maanden. Daarbij is rekening gehouden met zowel hun belangen als het effect op de opbrengst op de executieveiling.
4.4.
De termijn als bedoeld in artikel 3:264 lid 6 BW wordt voor de onbekende huurders c.q. onderhuurders gesteld op 14 (veertien) dagen.
4.5.
De voorzieningenrechter wijst de door verzoeksters verzochte machtiging sterke arm af, gelet op het bepaalde in artikel 444 Rv in samenhang met artikel 557 Rv.
4.6.
De voorzieningenrechter wijst de door verzoeksters verzochte kostenveroordeling af, nu het verzoek wordt aangemerkt als een eenzijdig verzoek, waarbij belanghebbende(n) gehoord kunnen worden. Hierdoor bestaat er voor een proceskostenveroordeling geen aanleiding (artikel 289 Rv).
Dictum
De voorzieningenrechter,
5.1.
verleent toestemming aan verzoeksters om het in het verzoekschrift bedoelde, in de hypotheekakte opgenomen huurbeding in te roepen tegen [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders c.q. onderhuurders wonende aan de [adres];
5.2.
veroordeelt [belanghebbende 1], [belanghebbende 2] en de onbekende huurders c.q. onderhuurders wonende aan de [adres] om die onroerende zaak met al het hunne en de hunnen te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van verzoeksters te stellen;
5.3.
stelt de termijn waarbinnen geen ontruiming mag plaatsvinden voor de onbekende huurders c.q. onderhuurders op 14 (veertien) dagen en voor [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] op 3 (drie) maanden na betekening van deze beschikking;
5.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beslissing is gegeven door mr. P. de Bruin, voorzieningenrechter en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2023.
1426/2009