Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-11
ECLI:NL:RBROT:2023:13085
Civiel recht; Personen- en familierecht
Mondelinge uitspraak
2,025 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/668591 / FA RK 23-8207
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 11 december 2023 betreffende de beslissing op het verzoek tot schorsing van de beslissing waartegen de klacht op grond van artikel 10:7 lid 1 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) is gericht
op verzoek van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats],
hierna: verzoekster,
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. L.C. Baars te Schiedam.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:
zorgaanbieder GGZ Delfland te Schiedam (hierna: verweerder);
[naam 1], psychiater en zorgverantwoordelijke van verzoekster (hierna: zorgverantwoordelijke).
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van verzoekster met bijlagen, ontvangen op 9 november 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 december 2023. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
verzoekster met haar hiervoor genoemde advocaat;
[naam 1], psychiater, en [naam 2], geneesheer-directeur, beiden verbonden aan GGZ Delfland.
1.3.
Het verzoek is tegelijk behandeld met de klacht als bedoeld in artikel 10:7 lid 1 van de Wvggz en het verzoek tot schadevergoeding als bedoeld in artikel 10:11 lid 2 Wvggz, eveneens bekend onder zaak- en rekestnummer: C/10/668591 / FA RK 23-8207.
2De vaststaande feiten
2.1.
Bij beschikking van 8 augustus 2023 heeft deze rechtbank ten aanzien van verzoekster een zorgmachtiging verleend, waarin het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het opnemen in een accommodatie (voor zover ernstig nadeel niet ambulant kan worden afgewend), en tijdens opname het beperken van de bewegingsvrijheid en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, namelijk het accepteren en nakomen van ambulante behandelafspraken, als vormen van verplichte zorg zijn opgenomen. De zorgmachtiging geldt tot en met 8 februari 2024.
2.2.
Op 13 september 2023 heeft de zorgverantwoordelijke besloten tot het verlenen van verplichte zorg middels een artikel 8:9 Wvggz beslissing.
2.3.
Verzoekster heeft op 22 september 2023 klachten ingediend bij de Klachtencommissie Cliënten GGZ Delfland (hierna: de klachtencommissie) tegen de beslissing van de zorgverantwoordelijke om verplichte zorg te gaan verlenen. Deze klachten zagen op de wilsbekwaamheid, de verplichte medicatie en de opname en het beperken van de bewegingsvrijheid.
2.4.
De klachtencommissie heeft op 13 oktober 2023 de beslissing op de klachten van verzoekster gegeven en op 23 oktober 2023 aan verzoekster toegezonden. De klachtencommissie heeft de klachten van verzoekster inzake de beslissing tot het verlenen van verplichte zorg in de vorm van opname in de accommodatie en beperking van de bewegingsvrijheid gedeeltelijk gegrond verklaard, de klachten tegen de verplicht zorg in de vorm van medicatie en de beslissing om klaagster wilsonbekwaam te achten ongegrond verklaard. Aan verzoekster is een schadevergoeding toegekend van € 200,- vanwege het ontbreken van het vormvereiste van de schriftelijke aanzegging voor verplichte zorg van opname in de accommodatie en beperking van de bewegingsvrijheid in de periode van 7 tot en met 13 september 2023.
3Verzoek en verweer
3.1.
Kort en zakelijk weergegeven verzoekt verzoekster haar klachten alsnog gegrond te verklaren en de uitspraak van de klachtencommissie voor zover deze ziet op het ongegrond verklaren van klachten te vernietigen.
3.2.
Daarbij verzoekt verzoekster de rechtbank de beslissing om dwangmedicatie toe te dienen te schorsen.
3.3.
Gelet op de spoedeisendheid van het schorsingsverzoek ziet de rechtbank aanleiding om hierover apart mondeling uitspraak te doen. Voor het overige zal de rechtbank het verzoek aanhouden en hierin afzonderlijk schriftelijk uitspraak doen.
Beoordeling
Ontvankelijkheid
4.1.
Op grond van artikel 10:7 Wvggz kan een betrokkene, binnen zes weken na de dag waarop de beslissing van de klachtencommissie aan de verzoekster is meegedeeld, een schriftelijk en gemotiveerd verzoekschrift indienen bij de rechter ter verkrijging van een beslissing over de klachten.
4.2.
Aangezien het verzoekschrift op 9 november 2023 door de rechtbank is ontvangen, is het verzoekschrift tijdig gediend.
4.3.
Voor het overige verklaart de rechtbank verzoekster ook ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot schorsing.
Schorsing
4.4.
Op grond van het bepaalde in artikel 10:9 lid 1 Wvggz kan de rechtbank de beslissing waartegen de klacht is gericht, schorsen.
4.5.
Het volgende depot van betrokkene staat op de dag na de mondelinge behandeling gepland. Uit de verklaring van de zorgverantwoordelijke tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat het niet wenselijk is het besluit tot het toedienen van dwangmedicatie te schorsen. Op dit moment wordt verzoekster ingesteld op Abilify en wordt er gewerkt naar een consequente spiegel waarbij verzoekster stabiel functioneert. Het schorsen van het besluit tot het toedienen van dwangmedicatie zal de behandeling doorkruisen en de continuïteit van zorg verstoren. Daarbij neemt de rechtbank in overweging dat verzoekster weer bij haar partner en dochter in huis woont, en de thuissituatie nog precair is.
4.6.
De rechtbank is daarnaast van oordeel dat er op dit moment onvoldoende aanleiding is om te kunnen concluderen dat sprake is van een onjuiste beoordeling door de zorgverantwoordelijke. In het verlengde daarvan ziet de rechtbank geen reden om gebruik te maken van haar bevoegdheid tot schorsing van het besluit tot het verlenen van de vorm van verplichte zorg “toedienen van medicatie”, in afwachting van de beslissing op het klachtverzoek van verzoeker door de rechtbank.
4.7.
Gelet op het voorgaande zal het schorsingsverzoek worden afgewezen.
Dictum
De rechtbank:
5.1.
wijst het verzoek tot schorsing van de beslissing om dwangmedicatie toe te dienen af;
5.2.
houdt het verzoek voor het overige aan tot 21 december 2023.
Deze beschikking is op 11 december 2023 mondeling gegeven door mr. E.M. Moerman, rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Stoel, griffier, en op 21 december 2023 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.