Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-22
ECLI:NL:RBROT:2023:13019
Civiel recht
Kort geding
1,528 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Handel
zaaknummer / rolnummer: C/10/668830 / KG ZA 23-1014
Vonnis in kort geding van 22 december 2023
in de zaak van
[eiseres]
,
woonplaats: Rotterdam,
eiseres,
advocaat mr. I. van Baaren,
tegen
[gedaagde]
,
woonplaats: Rotterdam,
gedaagde,
verschenen in persoon.
Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de dagvaarding van 23 november 2023, met producties 1 tot en met 4.
1.2.
Op 8 december 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. [eiseres] is daarbij in persoon verschenen, bijgestaan door haar advocaat en twee begeleiders. [gedaagde] is ook in persoon verschenen.
Feiten
2.1.
Partijen hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2.
[eiseres] heeft op 14 juli 2023 en 10 augustus 2023 aangifte gedaan tegen [gedaagde] voor stalking en eenvoudige mishandeling. De politie heeft allebei de aangiftes nog in behandeling.
Geschil
3.1.
[eiseres] vordert om bij vonnis in kort geding, uitvoerbaar bij voorraad:
[gedaagde] te verbieden contact op te nemen met [eiseres] ;
[gedaagde] te verbieden te verschijnen bij de woning van [eiseres] aan de [adres] in Rotterdam, danwel in een straal van 250 meter van dit adres zich te begeven voor een periode van vijf jaar;
[gedaagde] te veroordelen tot betaling van een dwangsom van € 500,00 voor iedere keer dat hij het verbod overtreedt met een maximum van € 50.000,00;
[eiseres] verlof te verlenen om het gegeven verbod bij overtreding daarvan vanaf één dag na betekening van dit vonnis aan [gedaagde] ten uitvoer te leggen bij lijfsdwang en deswege [gedaagde] in gijzeling te doen stellen voor de duur van zeven dagen voor iedere overtreding van het verbod en gebod;
[gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Een vordering die in deze procedure is ingesteld, is naar zijn aard spoedeisend, zodat [eiseres] ontvankelijk is in haar vordering.
4.2.
De voorzieningenrechter wijst de vordering van [eiseres] over het straat- en contactverbod af en daarmee samenhangend ook de vordering over de dwangsom en de lijfsdwang. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom.
4.3.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat een straat- en contactverbod een ingrijpend middel is dat met terughoudendheid moet worden toegepast. Zo’n verbod vormt namelijk een inbreuk op iemands recht om zich vrijelijk te verplaatsen en op de persoonlijke vrijheid van een individu (hier [gedaagde] ). Voor het toewijzen van zo’n ingrijpende maatregel moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo’n inbreuk kunnen rechtvaardigen. Van belang is daarom of het door [eiseres] gestelde voldoende aannemelijk is geworden en aangemerkt moet worden als onrechtmatig handelen van [gedaagde] tegen haar. De vraag is of dit de conclusie rechtvaardigt dat sprake is van een dreiging van onrechtmatig handelen.
4.4.
[eiseres] stelt dat zij last heeft van het contact dat [gedaagde] met haar zoekt. De incidenten, waar zij stelt last van te hebben, blijven volgens haar plaatsvinden. Op dit moment is [gedaagde] opgenomen in een kliniek. [eiseres] vreest voor het moment dat [gedaagde] ontslagen wordt uit de kliniek en hij weer contact met haar gaat opzoeken. Stichting Arosa is bij [eiseres] betrokken en [eiseres] heeft een alarmknop waarmee zij direct de politie in kan schakelen.
4.5.
[gedaagde] erkent dat partijen in het verleden problemen hebben gehad, maar betwist dat er sprake is van stalking of bedreiging. Voor [gedaagde] was tot vandaag niet duidelijk dat zijn relatie met [eiseres] over was, zodat hij niet wist dat hij geen contact meer met haar mocht zoeken. [gedaagde] heeft toegezegd, nu tijdens de mondelinge behandeling over en weer duidelijk is geworden dat de relatie voorbij is, dat hij [eiseres] met rust zal laten. Hij zal geen contact meer met [eiseres] opnemen en niet meer bij haar woning komen. Omdat de dochter van [gedaagde] in de buurt van [eiseres] woont, zal hij wel in het gebied rondom de woning van [eiseres] komen.
4.6.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat gelet op bovenstaande het door [eiseres] gevorderde straat- en contactverbod moet worden afgewezen. De gestelde feiten en omstandigheden rechtvaardigen op dit moment niet de inbreuk dat een dergelijke verbod maakt op de rechten van [gedaagde] . De voorzieningenrechter weegt daarbij mee dat [gedaagde] zich bereid heeft verklaard om geen contact meer met [eiseres] op te nemen en heeft toegezegd dat hij niet meer bij haar woning zal verschijnen. De voorzieningenrechter vertrouwt erop dat partijen elkaar met rust laten en geeft [eiseres] mee dat zij ook geen contact meer met [gedaagde] mag opnemen.
4.7.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen af,
5.2.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt
Dit vonnis is gewezen door mr. J. Mendlik en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2023.
3489/3577