Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-09-08
ECLI:NL:RBROT:2023:12782
Civiel recht; Arbeidsrecht
Kort geding
905 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10626489 VV EXPL 23-362
datum uitspraak: 8 september 2023
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
[eiseres01] ,
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. M.L. Brunia,
tegen
Hofstede Interfleur Groep B.V.,
vestigingsplaats: Barendrecht,
gedaagde,
die niet is verschenen.
De partijen worden ‘ [eiseres01] ’ en ‘Hofstede Interfleur Groep’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 14 augustus 2023, met bijlagen 1 tot en met 12;
de brief van [eiseres01] , met bijlagen 13 en 14.
1.2.
Op 6 september 2023 is de zaak tijdens een zitting met [eiseres01] en mr. Brunia besproken. Hofstede Interfleur Groep is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
Beoordeling
2.1.
Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de eisende partij hierbij zoveel spoed heeft dat die de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten (artikel 254 lid 1 Rv). Uit de stellingen van [eiseres01] volgt dat deze spoed aanwezig is. De eis wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond is (artikel 139 Rv).
2.2.
[eiseres01] krijgt gelijk. Hofstede Interfleur Groep moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van [eiseres01] tot vandaag vast op € 133,13 aan dagvaardingskosten, € 693,- aan griffierecht en € 529,- aan salaris voor de gemachtigde. Dit is totaal € 1.355,13. Voor kosten die [eiseres01] maakt na deze uitspraak moet Hofstede Interfleur Groep een bedrag betalen van € 132,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist (ECLI:NL:HR:2022:853). De wettelijke rente wordt toegewezen.
2.3.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Hofstede Interfleur Groep om aan [eiseres01] te betalen:
€ 9.632,82 bruto aan achterstallig loon over de periode van 1 april 2023 tot en met 30 juni 2023;
€ 2.636,40 bruto aan vakantiegeld over de periode van 1 augustus 2022 tot en met 31 mei 2023;
€ 3.210,94 bruto per maand aan loon, alsmede overige emolumenten, vanaf
1 juli 2023 tot het moment dat rechtsgeldig een einde is gekomen aan het
dienstverband;
de wettelijke verhoging zoals bedoeld in artikel 7:625 BW over de onder a, b en c vermelde bedragen vanaf de data van verzuim tot aan de dag van volledige betaling;
de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over het vermelde onder a, b, c en d, vanaf de data van verzuim tot aan de dag van volledige betaling;
€ 897,69 aan buitengerechtelijke kosten;
3.2.
veroordeelt Hofstede Interfleur Groep om binnen 5 dagen na de betekening van dit vonnis, aan [eiseres01] deugdelijke bruto/netto salarisspecificaties te verstrekken vanaf de maand mei conform artikel 7:626 BW, op straffe van een dwangsom van € 250,- voor iedere dag dat Hofstede Interfleur Groep met de verstrekking van die specificaties in gebreke zal blijven tot een maximum van € 10.000,-;
3.3.
veroordeelt Hofstede Interfleur Groep in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres01] tot vandaag worden vastgesteld op € 1.355,13 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald;
3.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en in het openbaar uitgesproken.
465