Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-28
ECLI:NL:RBROT:2023:12520
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,119 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 3
Parketnummers: 71-221171-23, 71-192570-23 (gev. ttz)
Datum uitspraak: 28 december 2023
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:
[verdachte01]
,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 1957,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ,
ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI01] .
Raadsman mr. P.J. Hoogendam, advocaat te 's-Gravenhage.
1
Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 14 december 2023.
2
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en van een doorlopende nummering voorzien.
3
Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. C. Goedegebuure heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest.
4
Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak van het onder 1 ten laste gelegde
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
Bewezen kan worden dat de verdachte samen met [medeverdachte01] (hierna: de medeverdachte) op 24 maart 2023 het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag van bijna één miljoen euro heeft opgehaald. Uit de communicatie tussen de verdachte en de medeverdachte blijkt van een nauwe verbondenheid tussen hen. Daaruit kan ook worden afgeleid dat de verdachte wist dat er op 24 maart 2023 geld opgehaald zou gaan worden. Bewezen kan worden dat de verdachten met opzet het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag hebben verworven, voorhanden hebben gehad en hebben overgedragen.
4.1.2.
Beoordeling
Uit het dossier blijkt dat de medeverdachte op 24 maart 2023 een geldbedrag van
€ 999.200,- heeft opgehaald in Huizen. De verdachte heeft verklaard dat hij die dag in Rijswijk bij de medeverdachte in de auto is gestapt en dat hij met hem is meegereden.
Voor een veroordeling van het medeplegen van witwassen is noodzakelijk dat sprake is van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachte, gericht op het voltooien, het gezamenlijk uitvoeren, van het delict. De officier van justitie heeft gewezen op appberichten die in het verleden tussen de verdachte en de medeverdachte zijn verzonden, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat door hen in codetaal werd gesproken over het ophalen en wegbrengen van geldbedragen. Deze berichten, die dateren van geruime tijd voor het ten laste gelegde feit, leveren echter geen bewijs op voor een nauwe en bewuste samenwerking met betrekking tot het witwassen van het in de tenlastelegging vermelde geldbedrag in de in de tenlastelegging genoemde periode.
Over de rol van de verdachte op 24 maart 2023 kan op basis van het onderzoek en de verklaringen van de medeverdachte en de verdachte niet méér worden vastgesteld dan dat de verdachte bij de medeverdachte in de auto zat toen hij naar Huizen reed om het geldbedrag op te halen en dat hij later weer met de medeverdachte mee terug naar zijn woonplaats is gereden. De aanwezigheid van de verdachte in de auto van de medeverdachte op die momenten levert – zeker tegen de achtergrond van de berichten uit het verleden – een zeer verdachte situatie op, maar is niet voldoende om te kunnen aannemen dat de verdachte een zodanige intellectuele of materiële bijdrage heeft geleverd aan het witwassen dat hij als medepleger moet worden beschouwd, laat staan dat kan worden vastgesteld wat zijn rol of bijdrage zou zijn geweest. Op basis van het dossier kan namelijk niet worden bewezen dat de verdachte op de hoogte is geweest van de op handen zijnde overdracht en evenmin kan worden bewezen dat hij bij de overdracht zelf aanwezig is geweest. Over de eventuele rol van de verdachte voorafgaand aan of bij deze overdracht is niets bekend geworden. De verdachte dient van het onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
4.1.3.
Conclusie
Het onder 1 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
4.2.
Bewezenverklaring zonder nadere motivering van het onder 2 ten laste gelegde
Het onder 2 ten laste gelegde – het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie – is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.
4.3.
Bewezenverklaring
In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:
hij op 1 augustus 2023 te ’s-Gravenhage, een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van een pistool van het merk Beretta type 950-B
en munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die Wet, van de Categorie III te weten 50 kogelpatronen van het merk Browningvoorhanden heeft gehad.
Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.
5
Strafbaarheid feit
Het bewezen feit levert op:
2.
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.
6
Strafbaarheid verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Motivering
7.1.
Algemene overweging
De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
7.2.
Feit waarop de straf is gebaseerd
De verdachte heeft een vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden gehad. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens kent geen ander doel dan het toebrengen van ernstige schade aan anderen of het dreigen daarmee. Het bezit daarvan vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Het is algemeen bekend dat vuurwapenbezit niet zelden leidt tot het (ondeskundig) gebruik daarvan. Vuurwapenbezit brengt een groot en onaanvaardbaar risico met zich dat daardoor slachtoffers vallen. Het enkele bezit van een vuurwapen zorgt voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Gelet op de toename van vuurwapenbezit en het hoge gevaarzettende karakter ervan dient daartegen streng te worden opgetreden. De verklaring van de verdachte dat hij in de veronderstelling was dat het een antiek wapen was doet aan het voorgaande geenszins af.
7.3.
Strafblad
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
30 november 2023, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
7.4.
Conclusie
Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.
Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd.
Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.
8
In beslag genomen voorwerpen
8.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd om het in beslag genomen zakje met geneesmiddelen, het vuurwapen, de patroonhouder en de munitie te onttrekken aan het verkeer en de vier telefoontoestellen verbeurd te verklaren.
8.2.
Standpunt verdediging
De verdediging heeft zich niet uitgelaten over het beslag.
8.3.
Beoordeling
Het in beslag genomen vuurwapen zal samen met de patroonhouder, de munitie en het zakje (vermoedelijk) ketamine worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet of het algemeen belang.
Omdat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, zal ten aanzien van de in beslag genomen telefoons een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.
9
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 36b, 36c en 36d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen
26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
10
Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden
;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Dictum
- verklaart onttrokken aan het verkeer een zakje ketamine ( [beslagnummer01] ), een vuurwapen ( [beslagnummer02] ), een patroonhouder ( [beslagnummer03] ) en een doosje munitie ( [beslagnummer04] );
- gelast de teruggave aan de verdachte van de telefoontoestellen met de nummers [beslagnummer05] (V-phone), [beslagnummer06] (iPhone), [beslagnummer07] (iPhone) en [beslagnummer08] (Google Pixel).
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Wegman, voorzitter,
en mrs. D.F. Smulders en J.L. Luiten, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T.W. Veldhoen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 maart 2023 tot en met 4 april 2023 te Huizen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig hebben/heeft gemaakt aan witwassen, althans aan schuldwitwassen, immers heeft hij verdachte, tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen, van een voorwerp, te weten een contant geldbedrag van in totaal (ongeveer) 999.200 euro, verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of van bovenomschreven geldbedrag gebruik gemaakt, terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijs had kunnen vermoeden, dat dit/deze geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.
2
(71-192570-23)
hij op of omstreeks 1 augustus 2023 te ’s-Gravenhage, althans in Nederland een wapen als bedoeld in art. 2 lid 1 Categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de zin van artikel 1, onder 3° van die wet in de vorm van - een pistool van het merk Beretta type 950-B, kaliber .22 mm
en/of
munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten munitie als bedoeld in artikel 2 lid 2 van die Wet, van de Categorie III te weten 50 kogelpatronen van het merk Browning, kaliber .22 mm
voorhanden heeft gehad.