Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-20
ECLI:NL:RBROT:2023:12471
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,249 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
weigering tussentijdse beëindiging en wijziging termijn
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 20 december 2023
Bij vonnis van deze rechtbank van 3 oktober 2022 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[schuldenaar]
,
[adres]
[woonplaats],
schuldenaar,
bewindvoerder: M. den Uil.
Procesverloop
De bewindvoerder heeft op 6 september 2023 de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 7 september 2023 met dit verzoek ingestemd. De zaak is gepland voor de zitting van 2 november 2023 maar op verzoek van schuldenaar aangehouden tot (uiteindelijk) 13 december 2023.
De bewindvoerder heeft op 5 december 2023 een laatste stand van zaken aan de rechtbank doen toekomen.
Ter zitting van 13 december 2023 zijn verschenen en gehoord:
Schuldenaar;
Bewindvoerder;
[naam 1], vader van schuldenaar;
[naam 2], nicht van schuldenaar;
N.J. Eckhardt, beschermingsbewindvoerder.
De uitspraak is bepaald op heden.
2De standpunten
Voor de standpunten van de rechter-commissaris, de bewindvoerder en schuldenaar verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting.
Standpunt bewindvoerder
De bewindvoerder heeft aan haar voordracht tot tussentijdse beëindiging ten grondslag gelegd dat schuldenaar de verplichtingen die voortvloeien uit de wettelijke schuldsaneringsregeling niet naar behoren is nagekomen. Schuldenaar heeft de bewindvoerder onvoldoende geïnformeerd over zijn arbeidssituatie, heeft nagelaten om gegevens die de bewindvoerder nodig heeft, toe te zenden, draagt al maanden niet meer af aan de boedel en heeft nieuwe schulden laten ontstaan. Hiernaast is tijdens een eerder verhoor met schuldenaar afgesproken dat hij een afspraak zou maken bij de huisarts om hulp in te schakelen voor zijn gokverslaving. Schuldenaar heeft de bewindvoerder nog niet geïnformeerd over de status van deze aanvraag. Door het vorenstaande stelt de bewindvoerder zich op het standpunt dat de regeling beëindigd dient te worden zonder schone lei.
Bij brief van 5 december 2012 heeft de bewindvoerder de laatste stand van zaken bericht. Schuldenaar heeft nu hulp van zijn moeder en stiefvader bij het nakomen van de verplichtingen en er is veel gedaan. Daarnaast is er samen met betrokkene hulp gezocht voor zijn gokverslaving en hij staat nu aangemeld bij Antes en zal binnen vier weken een oproep voor een eerste intake afspraak kunnen verwachten. Ook is er contact geweest met een beschermingsbewindvoerder, mevrouw Eckhardt van CKN Bewindvoering. Zij is bereid [naam 1] in bewind te nemen indien de WSNP regeling wordt voortgezet.
De informatieplicht wordt nu grotendeels nagekomen, schuldenaar kan nu werken en dient te solliciteren. Voor de nieuwe schulden zijn regelingen getroffen en verzocht wordt om de giften van de moeder van schuldenaar buiten beschouwing te laten. Er is een achterstand in de afdrachtsverplichting ontstaan van € 48.739,75 vanwege de ontvangsten van gokwinsten. De schuldenlast bedraagt actueel € 12.020,46. Met de maximale verlenging moet schuldenaar in staat worden geacht de gehele schuldenlast te voldoen nadat hij werk zal hebben gevonden en zijn verslaving onder controle krijgt.
Standpunt schuldenaar
Schuldenaar heeft ter zitting verklaard dat hij de stap heeft genomen om hulp voor zijn gokverslaving te zoeken. Hij heeft hiervoor contact gehad met Antes en staat momenteel op de wachtlijst. Ten aanzien van de arbeidssituatie van schuldenaar heeft hij ter zitting verklaard dat hij zichzelf niet bereid acht om fulltime te gaan werken. Hij slaapt slecht en kan zijn problemen niet opzij zetten, aldus schuldenaar. Schuldenaar wil eerst zijn problemen oplossen om vervolgens te gaan werken.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen, aangezien schuldenaar de bewindvoerder onvoldoende informeert, niet solliciteert naar behoren en zijn gokverslaving een goed verloop van de schuldsaneringsregeling belemmert. De rechtbank is van oordeel dat deze tekortkoming toerekenbaar is en in beginsel de beëindiging van de regeling zou rechtvaardigen nu schuldenaar de verslaving niet heeft genoemd bij de toelatingszitting.
Door schuldenaar zijn echter omstandigheden aangevoerd waardoor de rechtbank van oordeel is dat de regeling niettemin met succes zal kunnen worden afgemaakt. Schuldenaar heeft aangetoond dat hij zich bij Antes heeft gemeld voor behandeling van zijn gokverslaving. De rechtbank acht dit een goede ontwikkeling en gaat er vanuit dat schuldenaar deze behandeling zal volgen. Schuldenaar heeft ter zitting, bevestigd door zijn beoogde beschermingsbewindvoerder, zijn vader en zijn nicht, verklaard dat hij aan zijn problemen gaat werken en er alles aan zal doen om zijn schuldeisers volledig te betalen.
Bovendien heeft de beschermingsbewindvoerder zich op het standpunt gesteld dat een volledige aflossing van de schuldenlast een realistisch streven is met een verlenging van de schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat zij dit ook reëel acht indien schuldenaar een beschermingsbewindvoerder krijgt en hierdoor meer rust krijgt. Zij is het dan ook eens met een verlenging.
De rechtbank stelt vast dat de bewindvoerder, samen met de beschermingsbewindvoerder, een voorstel tot verlenging van de schuldsaneringsregeling heeft gedaan om deze regeling met een 100% uitdeling te kunnen afronden. De bewindvoerder heeft desgevraagd verklaard dat de voorgestelde verlenging, van 24 maanden, afdoende is om de volledige schuldenlast af te lossen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar daarom in de gelegenheid moet worden gesteld om dit resultaat te bewerkstelligen. Schuldenaar zal de lopende regeling voortzetten.
Het beschermingsbewind is nog niet uitgesproken en de rechtbank heeft schuldenaar in de gelegenheid gesteld via een verkorte route, nogmaals, op korte termijn een verzoek te doen. De rechtbank gaat ervan uit dat het verzoek tot beschermingsbewind zal worden doorgezet en na uitspreken gedurende de regeling zal blijven bestaan. Zo niet dan staat de weg voor een hernieuwde tussentijdse beëindiging weer open.
De rechtbank ziet gelet op het voorgaande geen aanleiding om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen en zal de termijn van de schuldsaneringsregeling verlengen met 24 maanden om schuldenaar in de gelegenheid te stellen de ontstane tekortkomingen in de nakoming van de verplichtingen te compenseren en de volledige schuldenlast af te lossen. Gedurende de verlenging zullen alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onverkort van kracht zijn. Door schuldenaar is met deze verlenging ingestemd.
Benadrukt wordt dat op grond van de wet (artikel 295 Faillissementswet) ook vermogensbestanddelen die schuldenaar tijdens de verlenging verkrijgt in de boedel vallen.
Door de rechtbank wordt aan schuldenaar thans een laatste kans geboden om de schuldsaneringsregeling tot een goed einde te brengen. Alle uit de regeling voortvloeiende verplichtingen moeten in het vervolg door schuldenaar stipt worden nagekomen, om een (tussentijdse) beëindiging van de schuldsaneringsregeling zonder schone lei te voorkomen.
Dictum
De rechtbank:
- weigert de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen;
- wijzigt de termijn van de schuldsaneringsregeling, in die zin dat deze vijf jaar bedraagt en daarmee eindigt op 3 oktober 2027;
- bepaalt dat gedurende de verlenging alle uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen onverkort van kracht blijven.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van
A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 december 2023.
Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.