Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-14
ECLI:NL:RBROT:2023:12427
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,351 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 14 december 2023
[verzoeker]
,
[adres]
[woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 5 oktober 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 6 december 2023.
Feiten
Verzoeker ontvangt inkomsten uit PW-uitkering. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 25.061,09.
Verzoeker heeft vanaf november 2022 schulddienstverlening gekregen van de Kredietbank Rotterdam (KBR). Vanaf 8 november 2022 is verzoeker in budgetbeheer bij KBR gegaan. Verzoeker is kind van erkende slachtoffers van de zogenaamde Toeslagaffaire. Kort voor de start van de schulddienstverlening heeft verzoeker bericht ontvangen dat hij in aanmerking zou gaan komen voor een tegemoetkoming van de belastingdienst in het kader van de zogenaamde Kindregeling. KBR heeft met verzoeker besproken dat verzoeker de tegemoetkoming zou (moeten) reserveren, waarna aan de schuldeisers zou worden voorgesteld om de tegemoetkoming buiten beschouwing te laten.
Verzoeker is tijdens de loop van de schulddienstverlening enkele maanden ‘van de radar’ van KBR geweest. In deze periode heeft verzoeker de tegemoetkoming ontvangen en uitgegeven. Verzoeker zegt bedrag van € 10.000 te hebben besteed aan uitgaven voor zijn kinderen en betalingen aan mensen binnen de familie en sociale omgeving aan wie verzoeker naar zijn zeggen nog geld schuldig was. Deze schulden heeft verzoeker niet opgegeven aan het KBR zo is tijdens de zitting besproken en zo blijkt dat ook uit de schuldenlijst van 15 december 2022 die verzoeker voor juist- en volledigheid heeft ondertekend. Ter zitting heeft verzoeker deze mensen en schulden niet nader gespecificeerde. Het restant zegt verzoeker voor zichzelf te hebben uitgegeven.
KBR heeft vervolgens aan de schuldeisers een minnelijk voorstel gedaan waarin hij aangeeft in aanmerking te komen voor de Kindregeling met het verzoek de tegemoetkoming buiten beschouwing te laten.
Beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. De rechtbank oordeelt dat dit in het voorliggende geval niet aannemelijk is.
De goede trouw is een gedragsmaatstaf waaraan een verzoeker dient te voldoen. Bij de beoordeling daarvan kan de rechter rekening houden met alle omstandigheden, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de verzoeker kan worden verweten dat de schulden zijn ontstaan en/of onbetaald gelaten, het gedrag van verzoeker voor wat betreft zijn inspanningen de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om verhaal door de schuldeisers juist te frustreren en dergelijke.
De rechtbank is van oordeel dat verzoeker niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van het onbetaald laten van de schulden.
Verzoeker was ervan op de hoogte dat de tegemoetkoming diende te worden gereserveerd voor de betaling aan zijn schuldeisers, behalve wanneer deze zouden instemmen met het voorstel om de tegemoetkoming buiten beschouwing te laten. Verzoeker heeft de stemming onder de schuldeisers kennelijk niet willen afwachten en heeft de tegemoetkoming tegen beter weten in onttrokken aan het zicht van en verhaal door zijn schuldeisers. En verder heeft verzoeker kennelijk onbekende schuldeisers voorgetrokken boven zijn bekende schuldeisers.
Verzoeker heeft hiermee geen blijk gegeven van een saneringsgezinde houding. Aldus is verzoeker niet te goeder trouw ten aanzien van het onbetaald laten van zijn schulden.
Feiten
Het overgrote deel van de schuldeisers is weliswaar akkoord gegaan met het buiten beschouwing laten van de tegemoetkoming maar deze schuldeisers zijn niet of onvolledig geïnformeerd. Verzoeker heeft immers in zijn voorstel aan de schuldeisers geen openheid van zaken gegeven over het niet langer beschikbaar zijn van de tegemoetkoming.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van S.R.L.T. Peek, griffier, in het openbaar uitgesproken op 14 december 2023.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.