Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-06
ECLI:NL:RBROT:2023:11778
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,557 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/662753 / HA ZA 23-645
Vonnis in incident van 6 december 2023
in de zaak van
1 [persoon 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
2. [persoon 2],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisers in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
advocaat [naam advocaat] te Rotterdam,
tegen
[persoon 3]
,
wonende te [woonplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. T.A. Vermeulen te Rotterdam.
Partijen worden hierna [persoon 1] c.s. en [persoon 3] genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 12 juli 2023, met producties 1 t/m 17;
de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring;
de incidentele conclusie van antwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.
2De vorderingen in de hoofdzaak
2.1.
[persoon 1] c.s. vorderen – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover en zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
i) voor recht verklaart dat de woning gelegen aan de [adres] te ( [postcode] )
Rotterdam (hierna: ‘de woning’) niet beantwoordt aan de tussen partijen gesloten
koopovereenkomst (hierna: ‘de koopovereenkomst’) en dat [persoon 3]
aansprakelijk is voor de schade van [persoon 1] c.s.;
ii) [persoon 3] veroordeelt tot betaling aan [persoon 1] c.s. voor de schade bestaande uit:
a) het herstellen van de lekkage, nader te begroten door een expert, nadat de kelderbak volledig is blootgelegd, opdat kan worden vastgesteld op
welke plekken de lekkage zit en op welke wijze deze dient te worden
hersteld; en
b) betaling van € 75.342,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf
21 april 2023;
iii) [persoon 3] veroordeelt tot betaling van € 1.849,38 aan buitengerechtelijke
kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de
dagvaarding;
iv) [persoon 3] veroordeelt in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na het vonnis.
2.2.
[persoon 1] c.s. gronden hun vorderingen op een koopovereenkomst met [persoon 3] . Op grond van die overeenkomst moest [persoon 3] de woning aan [persoon 1] c.s. verkopen en moest deze bij de eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen bezitten die nodig zijn voor een normaal gebruik als woning. Aangezien na de overdracht meerdere lekkages hebben plaatsgevonden in het souterrain van de woning, beantwoordt de woning niet aan de koopovereenkomst. [persoon 3] is, ook na de door [persoon 1] c.s. geboden herstelmogelijkheid, tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichting uit deze overeenkomst. [persoon 1] c.s. lijden bovendien schade als gevolg van de tekortkoming, die [persoon 3] moet vergoeden.
2.3.
[persoon 3] heeft nog niet voor antwoord geconcludeerd.
Geschil
3.1.
[persoon 3] vordert dat haar wordt toegestaan [bedrijf] (hierna: ‘ [bedrijf] ’) in vrijwaring op te roepen.
3.2.
[persoon 3] stelt daartoe – samengevat – het volgende. Indien de vorderingen van [persoon 1] c.s. tegen [persoon 3] in de hoofdzaak voor toewijzing vatbaar zouden zijn, heeft [persoon 3] een vordering op [bedrijf] . Volgens een deskundigenrapport van ONE Expertise B.V. is de primaire oorzaak van de in de hoofdzaak gestelde gebreken gelegen in een gebrekkige kelderbak of niet waterdichte kelderconstructie. [bedrijf] heeft de feitelijke werkzaamheden aan de kelderbak verricht. [bedrijf] is daarom aansprakelijk voor de schade die [persoon 1] c.s. dientengevolge lijden, zodat zij de nadelige gevolgen van een ongunstige afloop in de hoofdzaak moet dragen.
3.3.
[persoon 1] c.s. refereren zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
4.1.
De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. Ingevolge artikel 210 lid 1 Rv kan de gedaagde iemand in vrijwaring oproepen indien hij meent hiertoe gronden te hebben. Voldoende is dat de gedaagde in de hoofdzaak genoegzaam stelt dat tussen hem en de derde een rechtsverhouding bestaat krachtens welke de derde verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van gedaagde in de hoofdzaak te dragen.
4.2.
[persoon 3] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat tussen haar en [bedrijf] een rechtsverhouding bestaat die tot vrijwaring door [bedrijf] verplicht, zodat aan de vereisten voor oproeping in vrijwaring is voldaan.
4.3.
Nu [persoon 1] c.s. zich daarnaast hebben gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, zal de incidentele vordering worden toegewezen.
4.4.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dictum
De rechtbank
in het incident
5.1.
staat toe dat [bedrijf] door [persoon 3] wordt gedagvaard tegen de rolzitting van 17 januari 2024,
5.2.
compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 17 januari 2024 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2023.
[3758/3070/3455]