Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-12-04
ECLI:NL:RBROT:2023:11389
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,276 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
verzet niet-ontvankelijk
insolventienummer [nummer]
uitspraakdatum: 4 december 2023
Vonnis op het verzetschrift van:
[opposant],
wonende aan [adres]
,
handelend onder de naam:
[naam],
kantoorhoudende te [adres],
[adres],
hierna: opposant,
advocaat: mr. P.A. Loeff,
strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van 14 november 2023, waarbij opposant in staat van faillissement is verklaard, met benoeming van mr. M.C. Snel-van den Hout tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. J. van Tilborgh tot curator.
Procesverloop
Het verzetschrift is op 28 november 2023 ter griffie ontvangen.
De uitspraak is bepaald op vandaag.
Beoordeling
De rechtbank oordeelt dat opposant niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn verzet en overweegt daartoe als volgt.
Beoordeling
De schuldenaar die in staat van faillissement is verklaard heeft, nadat hij op de aanvraag tot faillietverklaring is gehoord, gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak recht van hoger beroep (artikel 8, eerste lid, Fw). De schuldenaar die niet op de aanvraag tot faillietverklaring is gehoord, heeft gedurende veertien dagen na de dag van de uitspraak recht van verzet (artikel 8, tweede lid, Fw).
Onder ‘gehoord zijn’ moet worden verstaan de schuldenaar die, in persoon of vertegenwoordigd door een advocaat, op de behandeling van het faillissementsverzoek is verschenen en/of schriftelijk verweer heeft gevoerd. Verder moet onder ‘gehoord zijn’ worden verstaan de schuldenaar die bij de eerste behandeling van het faillissementsverzoek is verschenen, maar bij de voortgezette behandeling van dat verzoek niet meer is verschenen (ECLI:NL:HR:1992:ZC0811).
Standpunt opposant ten aanzien van ‘gehoord zijn’
Opposant heeft in zijn verzetschrift gesteld dat voornoemde rechtsregel van de Hoge Raad niet op hem van toepassing is. Daarbij heeft hij onder meer aangevoerd dat hij niet van de voortgezette behandeling af wist, althans dat hij er op goede gronden op mocht vertrouwen dat de voortgezette behandeling geen doorgang zou vinden. De betalingsregeling van
€ 1.000,00 die ter zitting van 31 oktober 2023 was afgesproken, is hij nagekomen. Opposant ging er dan ook van uit dat de voortgezette behandeling geen doorgang zou vinden.
Beoordeling
De eerste behandeling van het faillissementsverzoek heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2023. Daarbij is opposant verschenen en gehoord. Opposant heeft bij zijn verschijnen ter zitting inhoudelijk verweer gevoerd. Zo heeft opposant zich onder andere op het standpunt gesteld dat hij de steunvordering reeds in 2022 betaald heeft en daar betalingsbewijzen van heeft. Verder heeft hij aangegeven binnen een week € 1.000,00 te kunnen betalen. De behandelend rechter heeft daarna de behandeling van het faillissementsverzoek aangehouden tot 14 november 2023 en heeft deze aanhouding (dag en tijd) meteen mondeling aan opposant aangezegd. De voortgezette behandeling van het faillissementsverzoek heeft vervolgens plaatsgevonden op 14 november 2023. Daarbij is opposant niet verschenen. Ook heeft opposant de betalingsbewijzen van de steunvordering niet toegezonden.
Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat opposant op de aanvraag tot faillietverklaring is gehoord in de zin van artikel 8, tweede lid, Fw. Opposant is tijdens de eerste behandeling van het faillissementsverzoek verschenen en heeft bij zijn verschijnen inhoudelijk verweer gevoerd. De datum van de voortgezette behandeling op 14 november 2023 is aan hem mondeling meegedeeld. Hij wist er dus vanaf. Verder is hem niet gezegd dat deze voortgezette behandeling geen doorgang zou vinden als hij € 1.000,00 zou betalen. De rechtbank gaat dan ook niet mee in zijn standpunt dat hij er op goede gronden op mocht vertrouwen dat die voortgezette behandeling onder die omstandigheid niet zou doorgaan.
De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat aan opposant geen recht van verzet toekomt, slechts dat van hoger beroep.
Opposant heeft, zo heeft hij meegedeeld, overigens ook hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Den Haag. De behandeling van het hoger beroep zal plaatsvinden op 12 december 2023.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart opposant niet-ontvankelijk in zijn verzet.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van
mr. C. Hulsegge, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 december 2023.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.