Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-17
ECLI:NL:RBROT:2023:11342
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,328 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
locatie Rotterdam
zaaknummer: 10336561 CV EXPL 23-4821
datum uitspraak: 17 november 2023 (bij vervroeging)
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Stichting Woonbron
,
vestigingsplaats: Rotterdam,
eiseres,
gemachtigde: [naam01] ,
tegen
Foodservice Express International B.V.
,
vestigingsplaats: Rotterdam,
gedaagde,
gemachtigde: mr. R.F. van Leeuwen.
De partijen worden hierna ‘Woonbron’ en ‘Foodservice’ genoemd.
Procesverloop
1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
de dagvaarding van 8 februari 2023, met bijlagen;
het antwoord, met bijlagen.
1.2.
Op 3 november 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Namens Woonbron waren [naam02] (beheerder bedrijfshuisvesting) en de gemachtigde aanwezig en namens Foodservice [naam03] en mr. E. de Jong (namens de gemachtigde).
Beoordeling
Wat is de kern?
2.1.
Foodservice huurt een bedrijfsruimte van Woonbron. In die bedrijfsruimte staat een koelcel. Volgens Woonbron zorgt die koelcel voor vochtoverlast bij de buren. Zij eist dat Foodservice wordt veroordeeld om de muur en de vloer op zo’n manier te isoleren, dat er geen vochtoverlast meer is. Ze eist verder een machtiging om dit zelf te (laten) doen op kosten van Foodservice, als Foodservice nalaat om de werkzaamheden uit te voeren. Volgens Woonbron heeft Foodservice in het verleden deze werkzaamheden ook geweigerd en moet zij daarom op grond van de algemene voorwaarden € 1.250,- aan boetes betalen en € 187,50 aan buitengerechtelijke kosten.
2.2.
Foodservice is het niet eens met de eisen. Volgens haar blijkt nergens uit dat de vochtoverlast door de koelcel komt. Ook vindt zij de eisen van Foodservice te onbepaald. De boete moet ook worden afgewezen vindt zij, omdat de algemene voorwaarden vernietigd moeten worden.
2.3.
De kantonrechter wijst alle eisen van Woonbron af. In dit vonnis licht zij dat toe.
Het staat niet vast dat de koelcel zorgt voor vochtoverlast
2.4.
De centrale vraag in deze procedure is of de vochtoverlast bij de buren wordt veroorzaakt door de koelcel van Foodservice. De kantonrechter oordeelt dat Woonbron haar stelling dat dit het geval is, tegenover de gemotiveerde betwisting van Foodservice, onvoldoende heeft onderbouwd. In de dagvaarding heeft Woonbron alleen in het algemeen gesteld dat zij en de opzichter ‘hebben geconstateerd’ dat de vochtoverlast door de koelcel komt. Waar deze constateringen op zijn gebaseerd, heeft zij daarbij niet concreet gemaakt. Foodservice heeft in haar antwoord aangevoerd dat de koelcel niet de oorzaak kan zijn en heeft een verklaring van de leverancier van de koelcel aangeleverd, die dit bevestigt. Woonbron heeft vervolgens haar stelling niet verder onderbouwd. Zij heeft tijdens de zitting alleen verwezen naar een mail van een vastgoedbeheerder van Woonbron aan Foodservice van 28 juli 2022. De kantonrechter vindt dat die mail geen onderbouwing kan vormen. Er staat daarin namelijk alleen dat de vloer en muur vochtig zijn en onvoldoende zijn geïsoleerd. De vastgoedbeheerder schrijft verder ‘
Op de manier hoe de situatie nu is, is de aard van de vochtige muur niet te achterhalen
’. Dat de vochtigheid te wijten is aan de koelcel van Foodservice en dat Foodservice dus ook verantwoordelijk is voor de isolatie, blijkt dus niet uit de mail. Afgezien van deze mail heeft Foodservice haar standpunt dat de koelcel de vochtoverlast veroorzaakt niet onderbouwd. Dit staat daarom niet vast.
De eisen met betrekking tot isolatie worden afgewezen
2.5.
De eis om Foodservice te veroordelen om de vloer en muur te isoleren wordt alleen al om deze reden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de daarmee samenhangende vordering om Woonbron te machtigen om de vloer en muur te isoleren op kosten van Foodservice.
Foodservice hoeft geen boete te betalen
2.6.
Volgens Woonbron moet Foodservice een boete betalen omdat zij heeft geweigerd de gevraagde isolatiewerkzaamheden uit te voeren. Zoals hiervoor is geoordeeld staat niet vast dat Foodservice dat verplicht is. De boete wordt daarom alleen al om die reden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de daarop gebaseerde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten.
Woonbron moet de proceskosten betalen
2.7.
Woonbron krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen (artikel 237 Rv). De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Foodservice tot vandaag vast op € 398,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 199,-). Voor kosten die Foodservice maakt na deze uitspraak moet Woonbron ook een bedrag betalen van € 99,50 (1/2 punt x € 199,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen als de uitspraak wordt betekend. In dit vonnis hoeft hierover niet apart te worden beslist.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
2.8.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 233 Rv).
Dictum
De kantonrechter:
3.1.
wijst de eisen van Woonbron af;
3.2.
veroordeelt Woonbron in de proceskosten, die aan de kant van Foodservice tot vandaag worden vastgesteld op € 398,-;
3.3.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en in het openbaar uitgesproken.
33394
Hoge Raad 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853