Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-14
ECLI:NL:RBROT:2023:11276
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
1,438 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
zaaknummer: 10580764 VZ VERZ 23-7124
uitspraak: 14 november 2023
beschikking van de kantonrechter inzake het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht
in de zaak van
1
[verzoeker01] ,
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
2. [verzoeker02]
,
woonplaats: [woonplaats01] ,
3. [verzoeker03]
,
woonplaats: [woonplaats01] ,
verzoekers,
gemachtigde: mr. F.E. de Neef,
tegen
Kralingsch Beheer I B.V.
,
vestigingsplaats: Rotterdam,
verweerster,
gemachtigde: mr. Z.H. van Dorth tot Medler.
De partijen worden ‘ [verzoeker01] c.s.’ en ‘Kralingsch Beheer’ genoemd.
Procesverloop
Het verzoekschrift is ter griffie binnen gekomen op 28 juni 2023.
Op 10 oktober 2023 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Daarbij waren Sewambar en [verzoeker02] aanwezig, mede namens [verzoeker01] , bijgestaan door hun gemachtigde mr. F.E. de Neef. Namens Kralingsch Beheer was aanwezig de heer [naam01] (technisch directeur), bijgestaan door mr. Z.H. van Dorth tot Medler.
Beoordeling
2.1.
Het verzoekschrift strekt ertoe dat de kantonrechter een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen.
2.2.
[verzoeker01] c.s. stellen dat in de bedrijfsruimtes aan de [straatnaam01] 7 en 9 in Rotterdam, die zij van Kralingsch Beheer huren, sprake is van lekkage- en/of vochtproblemen in de vorm van vochtdoorslag, plasvorming op de vloer, schimmelvorming, ongedierte, loslatend verf- en stucwerk, houtrot en stankoverlast. Volgens het door [verzoeker01] ingeschakelde expertisebureau EMN is de oorzaak van de vochtoverlast een lekkage in de kruipruimte van het naastgelegen pand aan de [straatnaam01] 5 - welk pand eveneens eigendom is van Kralingsch Beheer - en een lekkende hemelwaterafvoer aan de achterzijde van het pand aan de [straatnaam01] 7 . [verzoeker01] wil een deskundig en onpartijdig onderzoek naar de oorzaak van de vochtproblemen in de gehuurde bedrijfsruimtes en wil inzicht verkrijgen in de bouwkundige maatregelen die noodzakelijk zijn om de vochtoverlast op te heffen.
2.3.
Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat een deskundigenonderzoek noodzakelijk is. Na overleg met partijen wordt met deze beschikking de hierna genoemde deskundige benoemd om de vragen te beantwoorden die onder de beslissing staan (artikel 194 Rv).
2.4.
De deskundige, de heer ing. J. Nagtegaal, heeft de kosten voor het onderzoek begroot op € 4.791,60 inclusief btw (24 uren met een uurtarief van € 165,- exclusief btw).
2.5.
De hoogte van het voorschot wordt vastgesteld op het door de deskundige begrote bedrag. [verzoeker01] c.s. moeten het voorschot betalen (artikel 195 Rv).
Dictum
De kantonrechter,
3.1.
beveelt een deskundigenonderzoek om de volgende vragen te beantwoorden:
Doet zich vochtoverlast voor in de bedrijfsruimtes [straatnaam01] 7 en 9 in Rotterdam en zo ja, wat is de aard van deze overlast?
Onderschrijft u de mening van Installatiebedrijf van Gerven BV dat de vochtoverlast is terug te voeren op een lekkende hemelwaterafvoer aan de achterzijde van [straatnaam01] 7 en een lekkage in de kruipruimte van [straatnaam01] 5 ? Zo nee, waarom niet, en wat is volgens u de oorzaak?
Indien u de mening onderschrijft dat de vochtproblemen geheel of gedeeltelijk zijn terug te voeren op een lekkage in de kruipruimte van [straatnaam01] 5 , wat is de oorzaak van die lekkage?
Is er (bouwkundige) gevolgschade en zo ja, wat is de aard daarvan?
Welke bouwkundige maatregelen kunnen of moeten worden uitgevoerd om de vochtproblemen op de adressen [straatnaam01] 7 en [straatnaam01] 9 in Rotterdam structureel te verhelpen?
3.2.
benoemt tot deskundige:
De heer ing. J. Nagtegaal,
NIVR-re, manager bij DEKRA Claims and Expertise B.V.,
DEKRA Claims and Expertise B.V.
Postbus 85107
3009 MC ROTTERDAM
Telefoon: [telefoonnummer01]
E-mail: [e_mail01]
3.3.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 4.791,60 inclusief btw;
3.4.
bepaalt dat [verzoeker01] c.s. het voorschot moeten betalen binnen twee weken na ontvangst van een nota van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR);
3.5.
draagt de griffier op aan de deskundige te melden dat het voorschot is gestort en bepaalt dat de deskundige daarna pas met het onderzoek mag beginnen;
3.6.
bepaalt dat [verzoeker01] c.s. een kopie van de processtukken aan de deskundige sturen;
3.7.
bepaalt dat de deskundige zich houdt aan de Leidraad deskundigen in civiele zaken (hierna: ‘leidraad’) en de gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken (zoals gepubliceerd op www.rechtspraak.nl) en wijst in het bijzonder op de informatie over het beginsel van hoor en wederhoor ten aanzien van het communiceren met en door partijen;
3.8.
bepaalt dat partijen in de gelegenheid moeten worden gesteld om op- en aanmerkingen op het conceptrapport te maken en/of nadere vragen te stellen;
3.9.
bepaalt dat de deskundige het definitieve rapport uiterlijk drie maanden na de start van het onderzoek inlevert en dat als deze termijn niet haalbaar blijkt de deskundige de kantonrechter en partijen dat zo spoedig mogelijk laat weten en ook welke termijn wel haalbaar is;
3.10.
bepaalt dat de deskundige bij de inlevering van het rapport een eindnota voegt die voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de leidraad;
3.11.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek onderbreekt als dreigt dat het voorschot wordt overschreden en in dat geval een schriftelijk verzoek aan de kantonrechter doet om een aanvullend voorschot;
Deze beschikking is gegeven door mr. E.I. Mentink en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
44487