Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-10-26
ECLI:NL:RBROT:2023:11135
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,046 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 26 oktober 2023
[verzoekster]
,
[adres],
[woonplaats],
verzoekster.
Procesverloop
Verzoekster heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Verzoekster is gehoord ter zitting van 19 oktober 2023.
De uitspraak is bepaald op heden.
Beoordeling
Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekster verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden. Er is geen, althans onvoldoende grond gebleken voor afwijzing van het verzoek.
De rechtbank heeft ter zitting met verzoekster gesproken over de verplichtingen die gedurende de wettelijke schuldsaneringsregeling gelden, waaronder de inspanningsverplichting. Verzoekster heeft nog geen ontheffing van de sollicitatieplicht gekregen en wacht nog op een belastbaarheidsonderzoek vanuit de gemeente vanwege haar medische klachten. Na dit onderzoek is verzoekster voornemens om een opleiding te volgen bij de gemeente. Verzoekster heeft verklaard graag in de beveiliging te willen werken. Met verzoekster is besproken dat zij in beginsel fulltime moet werken, tenzij verzoekster is ontheven van de sollicitatieverplichting wegens medische omstandigheden. Als verzoekster niet fulltime werkt, moet zij (aanvullend) solliciteren. Voor zover de opleiding die verzoekster wil gaan volgen, heeft de rechtbank uitgelegd dat daar in de schuldsaneringsregeling in beginsel geen ruimte voor is en dat de regeling dan mogelijk verlengd wordt. Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat zij hiervoor open staat.
Verzoekster zal dan ook worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoekster in Nederland ligt.
Dictum
De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoekster]
,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [adres], [woonplaats];
- stelt de termijn van de regeling vast op 18 maanden, te rekenen vanaf
26 oktober 2023, waardoor deze termijn eindigt op 26 april 2025;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M.C. Snel-van den Hout
en tot bewindvoerder mr. J. Perez Herrera,
gevestigd te [postadres]
;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/19e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen;
- bepaalt dat schuldenares zich tijdens de schuldsaneringsregeling onder beschermingsbewind houdt.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Snel-van den Hout, rechter, en in aanwezigheid van A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2023.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.