Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-09-28
ECLI:NL:RBROT:2023:11068
Civiel recht; Personen- en familierecht
Beschikking
1,923 tokens
Inleiding
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
Zaaknummer: C/10/664126 / JE RK 23-1994 (B)
Datum uitspraak: 28 september 2023
Beschikking op een verzoek om als belanghebbende te worden aangemerkt
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond
,
gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen de GI,
over
[kind01]
,
geboren op [geboortedatum01] 2017 in [geboorteplaats01] , hierna te noemen [kind01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam01]
,
hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[naam02] en [naam03]
,
hierna te noemen: de bijzondere curatoren, beiden kantoorhoudende te [plaats01] ,
het Landelijk Expertise Team Jeugdbescherming
,
gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: het LET-JB,
namens
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam.
De kinderrechter merkt als informant aan:
[naam04]
,
hierna te noemen de vader, gedetineerd in de [detentieadres01] .
1
Het verloop van de procedure
1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoek van mr. Van Bemmel van 25 september 2023, binnengekomen bij de rechtbank op dezelfde datum.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 september 2023. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- de bijzondere curatoren;
- namens de vader, mr. M.C.F.Y. de Vleesschauwer, waarnemend voor mr. Van Bemmel;
- een vertegenwoordigster van het LET-JB, [naam05] .
Feiten
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [kind01] .
2.2.
Bij beschikking van 28 april 2023 is het ouderlijk gezag van de vader over [kind01] beëindigd.
2.2.
[kind01] woont bij de moeder.
2.3.
De vader is gedetineerd en heeft geen omgangsregeling met [kind01] .
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 juli 2021 [kind01] voorlopig onder toezicht gesteld tot 9 oktober 2021. De ondertoezichtstelling is nadien uitgesproken en verlengd tot 5 oktober 2023.
2.5.
Het LET-JB voert de ondertoezichtstelling uit.
2.6.
Bij beschikking van 4 oktober 2022 zijn mrs. [naam02] en [naam03] herbenoemd tot bijzondere curatoren tot 5 oktober 2023.
2.7.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [kind01] te verlengen voor de duur van zes maanden.
2.8.
De kinderrechter heeft de vader ten aanzien van dit verzoek aangemerkt als informant.
3
Het verzoek
3.1.
De vader verzoekt de rechtbank om hem als belanghebbende aan te merken in de procedure waarin door de GI de verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind01] met zes maanden wordt verzocht (zaaknummer C/10/664126 / JE RK 23-1994 (A)).
3.2.
Namens de vader is het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De vader heeft geen gezag meer, maar de ondertoezichtstelling raakt ook de rechten van de vader. Het is in strijd met artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) om als vader volledig buiten deze beslissing te moeten staan. De vader lijkt uit het leven van [kind01] te verdwijnen. Het doel van de ondertoezichtstelling is onder meer dat wordt gekeken op welke manier [kind01] in de toekomst contact kan hebben met de vader en dat vader over [kind01] wordt geïnformeerd. De vader kan alleen via de jeugdbeschermer informatie krijgen over [kind01] . De vader dient daarom als belanghebbende te worden aangemerkt.
4
De standpunten
4.1.
Het LET-JB voert verweer tegen het verzoek van de vader. De vader blijft de vader van [kind01] en heeft recht op informatie over [kind01] . Hij wordt door het LET-JB elke maand op de hoogte gesteld over hoe het met [kind01] gaat. De vader maakt echter geen deel meer uit van het leven van de moeder en [kind01] . Als de vader als belanghebbende wordt aangemerkt in de procedure waarin de verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind01] wordt verzocht dan voelt de moeder zich niet vrij om te zeggen wat zij wil en maakt de vader weer een inbreuk op haar leven. Gelet op het feit dat de vader op dit moment in voorlopige hechtenis zit, is het niet in het belang van [kind01] en de moeder dat de vader als belanghebbende wordt aangemerkt.
4.2.
De moeder sluit zich aan bij het standpunt van het LET-JB. Het voelt als een gevaar en dreiging als de vader als belanghebbende zou worden aangemerkt, aangezien hij dan dichterbij haar en [kind01] zou komen.
4.3.
De bijzondere curatoren stellen zich op het standpunt dat de vader wel als belanghebbende kan worden aangemerkt. De vader is en blijft de vader van [kind01] en er komt een dag dat [kind01] vragen voor hem zal hebben en deze zullen beantwoord moeten worden. Het is dan makkelijker als de vader informatie heeft over het verloop van de procedures bij de rechtbank.
Beoordeling
5.1.
Ten aanzien van de processuele positie van de vader overweegt de kinderrechter als volgt.
5.2.
In artikel 798, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) is bepaald dat onder belanghebbende wordt verstaan ‘degene op wiens rechten of verplichtingen de zaak rechtstreeks betrekking heeft’.
5.3.
De Hoge Raad – de hoogste rechter in civiele zaken - heeft al meerdere malen bepaald dat het begrip belanghebbende als bedoeld in artikel 798, eerste lid, Rv strikt moet worden uitgelegd. Welke persoon als belanghebbende moet worden aangemerkt, wordt bepaald door het onderwerp van de aan de rechter voorgelegde zaak en door de rechten of verplichtingen waarop deze persoon zich beroept. Slechts indien het onderwerp van de zaak ertoe kan leiden dat de rechten of verplichtingen waarop deze persoon zich beroept, rechtstreeks door de rechterlijke beslissing worden geraakt, is die persoon in die zaak belanghebbende in de zin van art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv (HR 30 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:488).
5.4.
Vaststaat dat de vader sinds 28 april 2023 niet meer het ouderlijk gezag uitoefent over [kind01] . Dit maakt dat de eventuele (verlenging van) de ondertoezichtstelling van [kind01] , als maatregel die ingrijpt op het ouderlijk gezag – niet de rechten en verplichtingen van de vader raakt. Uit vaste jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) volgt dat ook de niet-gezaghebbende ouder aangemerkt dient te worden als belanghebbende, wanneer er sprake is van ‘family life’ zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. De vader heeft echter op dit moment geen contact met [kind01] . Er is daarom geen sprake van ‘family life’ zoals bedoeld in artikel 8 EVRM.
5.5.
De kinderrechter wijst het verzoek van de vader om als belanghebbende te worden aangemerkt daarom af.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
wijst af het verzoek van de vader om als belanghebbende te worden aangemerkt in de procedure, waarin de verlenging van de ondertoezichtstelling van [kind01] wordt verzocht.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 september 2023 door mr. A.L Pöll, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier, en op schrift gesteld op 19 oktober 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.