Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-10-19
ECLI:NL:RBROT:2023:11062
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
713 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling
rekestnummer: [nummer]
uitspraakdatum: 19 oktober 2023
[verzoeker]
,
[adres]
[woonplaats],
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft op 15 augustus 2023 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp). Verzoeker is gehoord ter terechtzitting van 12 oktober 2023.
Feiten
Verzoeker ontvangt inkomsten uit arbeid. De schuldenlast bedraagt volgens de verklaring als bedoeld in artikel 285 Faillissementswet € 76.228,13.
Beoordeling
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als, onder andere, voldoende aannemelijk is dat verzoeker ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoekschrift is ingediend, te goeder trouw is geweest. De rechtbank oordeelt dat hieraan niet is voldaan. Verzoeker zal dus niet worden toegelaten tot de wsnp.
De redenen hiervoor zijn als volgt. Verzoeker heeft redelijk recent betrokkenheid bij een hennepplantage gehad. In verband hiermee is medio 2022 een ontnemingsmaatregel opgelegd. Er is derhalve een recente schuld aan het CJIB van € 30.000,00. Schuldhulpverlening heeft bovendien verklaard dat de schuld aan de Belastingdienst van
€ 34.376,00 (gedateerd begin 2023) eveneens verband houdt met de hennepplantage. Schuldhulpverlening heeft in verband met deze schulden ook het minnelijk traject beëindigd.
De strafrechtelijke schuld staat op grond van artikel 288 lid 2 onder c Fw aan toelating in de weg. De schuld aan de Belastingdienst is eveneens niet te goeder trouw ontstaan en valt binnen de driejaarstermijn van artikel 288 lid 1 onder b Fw. Ook die schuld staat aan toelating in de weg.
Feiten
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal daarom worden afgewezen.
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat dit niet betekent dat er geen andere feiten of omstandigheden zijn die eveneens tot afwijzing van het verzoek dienen te leiden.
Dictum
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van
A.B.T. Fernandes Pedra, griffier, in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2023.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.