Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-28
ECLI:NL:RBROT:2023:10996
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Beschikking
4,841 tokens
Inleiding
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rekestnummer: C/10/659332 / HA RK 23-580
Beschikking van 28 november 2023
in de zaak van
[verzoeker]
,
wonende te Rotterdam,
verzoeker,
advocaat mr. M. van Mourik te Groningen,
tegen
de rechtspersoon naar vreemd recht
QUANTUM LEBEN AG,
gevestigd te Vaduz, Liechtenstein,
in Nederland vertegenwoordigd door TAF B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
verweerster,
advocaat mr. S.B. Weyn te Hilversum.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en TAF worden genoemd.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het verzoekschrift met producties,
het verweerschrift met producties,
de mondelinge behandeling op 3 oktober 2023,
de spreekaantekeningen van [verzoeker], met uitzondering van paragraaf VI.
Feiten
2.1.
Op 1 december 2019 heeft [verzoeker] een Maandlastenbeschermingsverzekering afgesloten bij TAF. Daarmee verzekerde hij zich tegen arbeidsongeschiktheid van 35% of meer voor zijn bruto maandlasten. Het verzekerd beroep is vrachtwagen chauffeur.
2.2.
Op het polisblad van de verzekering staat – voor zover hier van belang – :
''Arbeidsongeschiktheid als gevolg van onderstaande clausule is uitgesloten van dekking.
Arbeidsongeschiktheid welke is ontstaan, bevorderd of verergerd door de ziekte van Addison, alsmede complicaties en/of gevolgen daarvan, is uitgesloten.
Uitgesloten is arbeidsongeschiktheid als gevolg van klachten of aandoeningen van de lumbosacrale
wervelkolom met de omringende structuren (waartoe onder meer te rekenen ischias en lumbago), inclusief complicaties en gevolgen daarvan, voor zover geen direct gevolg van na het sluiten van de verzekering ontstane wervelfracturen en/of tumoren."
2.3.
Op de verzekering zijn de polisvoorwaarden QL MLB 06-2019 (verder: de polisvoorwaarden) van toepassing. Artikel 20.4 van de polisvoorwaarden bevat een zogeheten taakverschuivingsclausule.
2.4.
Op 1 april 2020 heeft [verzoeker] zich ziek gemeld bij zijn werkgever. Op 1 september 2020 heeft [verzoeker] dit ook aan TAF gemeld.
2.5.
Daarna is [verzoeker] door het UWV volledig arbeidsongeschikt verklaard.
2.6.
In opdracht van TAF zijn expertises uitgevoerd door [naam 1], verzekeringsarts, en [naam 2], arbeidsdeskundige. Op grond van de conclusies van deze deskundigen weigert TAF dekking onder de verzekering te verlenen.
3De standpunten van partijen
3.1.
[verzoeker] verzoekt – samengevat – om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad:
een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen,
[naam 3], verzekeringsarts en [naam 4], arbeidsdeskundige, tot deskundigen te benoemen,
de deskundigen op te dragen de in het verzoekschrift geformuleerde vragen, althans door de rechtbank te formuleren vragen, te beantwoorden,
te bepalen dat TAF het voorschot op de kosten van de deskundigen moet voldoen, dan wel dat partijen dat voorschot bij helfte moeten voldoen.
3.2.
[verzoeker] wil door middel van de verzochte deskundigenberichten bewijs vergaren over zijn mate van arbeidsongeschiktheid en kunnen bepalen of hij TAF in rechte moet dagvaarden. Hij stelt dat de conclusies van de door TAF ingeschakelde deskundigen onjuist zijn en dat TAF ten onrechte weigert om dekking onder de verzekering te verlenen, mede omdat zij daarbij uitgaat van een onjuiste uitleg van de taakverschuivingsclausule.
3.3.
TAF verzet zich niet tegen inwilliging van het verzoek om een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen. Zij is het niet eens met het voorstel van [verzoeker] over:
de aan de deskundigen voor te leggen vragen,
de persoon van de te benoemen arbeidsdeskundige,
de bepaling dat TAF het voorschot op de kosten van de deskundigen zou moeten voldoen.
Daarnaast verzoekt TAF de rechtbank om – samengevat –:
te bepalen, als opschortende voorwaarde, dat de bij het verzoekschrift gevoegde medische informatie op overzichtelijke wijze en voorzien van tussenvellen binnen twee weken aan de medisch adviseur van TAF moet worden gezonden;
te bepalen dat in het verweerschrift genoemde ontbrekende medische informatie binnen twee weken door de meest gerede partij aan de verzekeringsarts wordt gezonden;
te bepalen dat [verzoeker] de medische informatie voor de verzekeringsarts dient te actualiseren en uiterlijk één maand voor het onderzoek aan hem dient te verstrekken.
Beoordeling
Het deskundigenbericht
4.1.
De rechtbank zal het verzoek om een voorlopig deskundigenonderzoek te bevelen toewijzen omdat het op de wet is gegrond en het op zichzelf niet is weersproken.
4.2.
De rechtbank zal overgaan tot benoeming van de hierna te noemen deskundigen. Aan deze deskundigen zullen de in de beslissing vermelde vragen worden voorgelegd. Hierbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.
4.3.
Voor de keuze tussen de door partijen voorgestelde deskundigen en vragen is niet van belang wie van hen het verzoek heeft ingediend of wie het voorschot op het loon en de kosten van de deskundigen moet deponeren. Met het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht is de regiefunctie van de rechtbank ingeroepen. Die regiefunctie brengt mee dat de rechtbank rekening houdt met wat bruikbaar zal zijn om het bestaande geschil tussen partijen op te helderen.
4.4.
Benoeming van een deskundige die voor beide partijen aanvaardbaar is, bevordert de acceptatie van het door de deskundige uit te brengen deskundigenbericht door partijen.
4.5.
Tussen partijen bestaat overeenstemming over de benoeming van [naam 3] (hierna ook: [naam 3]), verzekeringsarts en de rechtbank benoemt deze persoon dan ook tot deskundige.
4.6.
TAF heeft gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen de benoeming van [naam 4] van het bureau [naam bureau]. Zij heeft namelijk aangevoerd dat zij de ervaring heeft dat [naam bureau] teveel leunt op de anamnese en in haar adviezen soms tegen de bevindingen van de verzekeringsarts in adviseert. Een dergelijke ervaring heeft een kantoorgenoot van mr. Weyn ook ten aanzien van de heer [naam 4].
4.7.
[verzoeker] heeft geen bezwaren aangevoerd tegen de door TAF voorgestelde arbeidsdeskundigen. Van deze deskundigen gaf [verzoeker] de voorkeur aan [naam 5]. De rechtbank heeft deze deskundige benaderd, maar die heeft de rechtbank voorgesteld om zijn compagnon [naam 6] (hierna ook: [naam 6]) te benoemen. De rechtbank volgt dit voorstel omdat deze arbeidsdeskundige ook een gerechtelijke deskundige is, gespecialiseerd is in arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, geen relatie heeft met partijen en beschikbaar is en door een minder volle agenda het onderzoek sneller zal kunnen uitvoeren. Deze deskundige wordt daarom door de rechtbank benoemd.
4.8.
De door beide partijen voorgestelde eerste vraag aan de verzekeringsarts betreft de anamnese. Het is niet bedoeling dat de verzekeringsarts bij de anamnese al beoordeelt welke klachten aan de twee uitgesloten aandoeningen zijn te relateren. Dat dient de verzekeringarts, zoals TAF stelt en [verzoeker] niet weerspreekt, mede aan de hand van zijn bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek te beoordelen en wordt daarom opgenomen bij de tweede vraag aan de verzekeringsarts.
4.9.
De door TAF voorgestelde vraag (3a) of de stoornissen al vóór 1 december 2019 aanwezig waren neemt de rechtbank niet over omdat het niet leidt tot opheldering van het bestaande geschil tussen partijen. Dat geschil betreft namelijk de vraag of er polisdekking is en niet de vraag of [verzoeker] zijn mededelingsplicht heeft geschonden. TAF weerspreekt niet dat eerder onderzoek van haar medisch adviseur geen aanknopingspunten voor schending van de mededelingsplicht heeft opgeleverd. De mededelingsplicht is geen onderwerp van het eerdere rapport van [naam 1] en is ook geen onderdeel van de discussie die partijen na de expertises van [naam 1] en [naam 2] hebben gevoerd. Indien TAF de mogelijkheid wil onderzoeken of nieuwe medische informatie aanknopingspunten voor schending van de mededelingsplicht oplevert, staat het haar vrij om dat door haar medisch adviseur te laten onderzoeken. Ter zitting heeft TAF toegelicht dat nog niet is gebeurd vanwege de onoverzichtelijke wijze waarop de medische informatie bij het verzoekschrift was gevoegd (zie hierover ook r.o. 4.11). Dit alles laat onverlet dat op dit moment de mededelingsplicht van [verzoeker] geen geschilpunt tussen partijen is dat door middel van een onafhankelijk deskundigenonderzoek dient te worden opgehelderd.
4.10.
Het is niet aan de arbeidsdeskundige om te bepalen hoe de taakverschuivingsclausule moet worden uitgelegd. Indien partijen daarover geen overeenstemming bereiken zal dat in een door één van partijen aanhangig te maken bodemprocedure door de rechtbank moeten worden beslist. Naar het oordeel van de rechtbank wordt de opheldering van het geschil tussen partijen daarom het meest bevorderd indien de arbeidsdeskundige wordt gevraagd om bij de toepassing van de taakverschuivingsclausule beide visies van partijen te volgen. Dit wordt met de door TAF voorgestelde vraag 3 aan de arbeidsdeskundige beoogd. Sub a van die vraag bevat de visie van TAF en [verzoeker] heeft ter zitting bevestigd dat sub b van die vraag zijn visie correct weergeeft.
4.11.
TAF heeft aangevoerd dat de bij het verzoek gevoegde medische informatie
door het ontbreken van tabbladen onoverzichtelijk is,
onvolledig is omdat de volgende informatie ontbreekt:
o [naam 7], huisarts, d.d. 5-7-2021,
o [naam 8], sportarts, d.d. 26-7-2021 en 19-7-2022,
tot aan het onderzoek van de verzekeringsarts moet worden geactualiseerd.
[verzoeker] heeft dat niet weersproken en heeft verklaard dat hij, althans zijn advocaat, al een begin heeft gemaakt met het actualiseren van de medische informatie. Ook heeft hij, althans zijn advocaat, zich bereid verklaard om er voor te zorgen dat de bij het verzoekschrift gevoegde medische informatie netjes voorzien van tabbladen aan de verzekeringsarts en de medisch adviseur van TAF wordt toegestuurd. TAF heeft daarop door haar gevraagde opschortende voorwaarde ingetrokken. Dit alles leidt tot de in de beslissing vermelde bepalingen over de te verstrekken medische informatie.
Het voorschot
4.12.
De deskundigen hebben ieder de aan het onderzoek verbonden honorering en kosten begroot en gespecificeerd aan de hand van het geschatte aantal uren en het door de deskundige gehanteerde uurtarief. [naam 3] begroot deze op € 6.050,-- (inclusief btw) en [naam 6] op € 7.623,-- (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over die begrotingen. Partijen hebben aangegeven bezwaar te hebben tegen deze begrotingen omdat de kosten voor [naam 1] en [naam 2] veel lager waren. Zij maken geen bezwaar tegen het uurtarief van [naam 3] en [naam 6] maar wel tegen het door hen geschatte aantal uren. Volgens partijen zou [naam 3] zijn werkzaamheden in 15 tot 16 uur moeten kunnen verrichten in plaats van de opgegeven 20 uur. Daarnaast zou [naam 6] zijn werk in 20 uur moeten kunnen verrichten in plaats van de opgegeven 30 uur. De rechtbank gaat aan deze bezwaren voorbij. De werkzaamheden van [naam 3] en [naam 6] zullen meer omvatten dan de eerder door [naam 1] en [naam 2] verrichtte werkzaamheden. Inmiddels is er meer informatie voor handen, zowel medisch als juridisch, die door de deskundigen moeten worden gelezen en meegenomen in het onderzoek. Ook zal er een concept moeten worden gemaakt, dat door beide partijen van commentaar kan worden voorzien en waar de deskundigen dan weer op kunnen reageren in hun definitieve rapporten. Dit maakt dat het logisch is dat [naam 3] en [naam 6] meer tijd zullen besteden aan hun opdracht dan dat [naam 1] en [naam 2] hebben gedaan. Die tijdsbesteding hebben zowel [naam 3] als [naam 6] keurig onderbouwd en toegelicht. De enkele inschatting van partijen dat er wel wat uurtjes vanaf kunnen is onvoldoende om het bezwaar tegen de begrotingen gegrond te achten. Het bezwaar van partijen tegen de begrotingen wordt dan ook verworpen. Wellicht ten overvloede merkt de rechtbank hierbij op dat de begrotingen van de deskundigen hen geen recht geeft op uitbetaling van het begrote bedrag.
Dictum
De rechtbank
5.1.
beveelt een onderzoek door een verzekeringsarts ter beantwoording van de volgende vragen:
Hoe luidt de door u opgenomen anamnese voor wat betreft de aard en ernst van de gezondheidsklachten, het verloop daarvan en de toegepaste behandelingen?
Wat zijn uw bevindingen bij onderzoek en eventueel hulponderzoek? Wilt u daarbij expliciet aangeven:
welke eventuele gezondheidsklachten zijn ontstaan, worden bevorderd en/of verergerd door de ziekte van Addison — alsmede complicaties en/of gevolgen daarvan;
welke eventuele gezondheidsklachten en/of aandoeningen verband houden met de lumbosacrale wervelkolom met de omringende structuren (waartoe onder meer te rekenen ischias en lumbago) — inclusief complicaties en/of gevolgen daarvan — voor zover de klachten géén direct gevolg zijn van ná 1 december 2019 ontstane wervelfracturen en/of tumoren;
3. Is er sprake van medisch objectief vast te stellen stoornissen in relatie tot ziekte, letsel en/of een klachtenpatroon, en zo ja welke?
Waren deze stoornissen volgens u ook aanwezig op 1 april 2021 (ziekmelding + 365 wachttijd)?
Zo nee, vanaf welke datum waren deze stoornissen dan wel aanwezig?
4. Bestaan bij betrokkene naar uw oordeel beperkingen op grond van de door u gevonden objectief medisch vast te stellen stoornissen in directe relatie tot ziekte, letsel en/of een klachtenpatroon? Zo ja, kunt u deze beperkingen zo uitgebreid mogelijk omschrijven en beargumenteren? U dient nadrukkelijk buiten beschouw te laten:
de beperkingen als gevolg van de gezondheidsklachten die zijn ontstaan, worden bevorderd en/of verergerd door de ziekte van Addison — alsmede complicaties en/of gevolgen daarvan;
de beperkingen als gevolg van gezondheidsklachten en/of aandoeningen verband houdend met de lumbosacrale wervelkolom met de omringende structuren (waartoe onder meer te rekenen ischias en lumbago) — inclusief complicaties en/of gevolgen daarvan — voorzover de klachten géén direct gevolg zijn van ná 1 december 2019 ontstane wervelfracturen en/of tumoren.
5. Kunt u aangeven wat de in vraag 4 geduide beperkingen zijn voor arbeid middels het opstellen van een FML?
6. Heeft u nog andere opmerkingen die van belang zijn voor dit onderzoek?
5.2.
beveelt een onderzoek door een arbeidsdeskundige ter beantwoording van de volgende vragen:
Bent u van oordeel dat betrokkene - op grond van de door de verzekeringsarts geduide beperkingen en de vervaardigde FML - (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt is voor het verrichten van werkzaamheden in het verzekerde beroep van vrachtwagenchauffeur, zoals dat in de regel en redelijkerwijs kan worden verlangd? Zo ja, waar baseert u dat op?
Indien u betrokkene (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt acht voor het verzekerde beroep van vrachtwagenchauffeur, wilt u dan aangeven vanaf wanneer er sprake is van arbeidsongeschiktheid en in welke mate? Indien er sprake is geweest van een wisselend arbeidsongeschiktheidspercentage wilt u het verloop daarvan dan omschrijven en onderbouwen in uw rapportage?
Wilt u bij uw antwoord op vraag 1 en 2 rekening houden met de taakverschuivingsclausule zoals opgenomen in art. 1 (in de definitie van “eigen werkzaamheden”) en art. 20.4 van de Polisvoorwaarden.
Wilt u hierbij een duidelijk onderscheid maken tussen:
de situatie waarin rekening wordt gehouden met theoretische mogelijkheden voor aanpassing in werk en van werkzaamheden en werkomstandigheden en daarnaast met taakverschuivingen bij de eigen (ex-) werkgever;
de situatie waarin rekening wordt gehouden met aanpassing in werk en van werkzaamheden, werkomstandigheden en taakverschuivingen uitsluitend bij de eigen (ex-) werkgever.
5.3.
benoemt tot deskundigen:
1) [naam 3], verzekeringsarts,
correspondentieadres: [postadres 1],
telefoon: [telefoonnummer 1],
emailadres: [e-mail 1],
2) [naam 6], registerarbeidsdeskundige,
correspondentieadres: [postadres 2],
telefoon: [telefoonnummer 2],
emailadres: [e-mail 2].
het voorschot
5.4.
stelt de hoogte van de voorschotten op de kosten van de deskundigen vast op het door [naam 3] begrote bedrag van € 6.050,-- en het door [naam 6] begrote bedrag van € 7.623,--, in totaal € 13.673,--,
5.5.
bepaalt dat [verzoeker] de voorschotten dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
5.6.
draagt de griffier op om de deskundigen ieder onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het hem betreffende voorschot,
het onderzoek
5.7.
bepaalt dat [verzoeker] zijn procesdossier in afschrift aan de deskundigen dient te doen toekomen en na gereedkoming van het deskundigenbericht van verzekeringsarts [naam 3] ook een afschrift daarvan aan [naam 6] dient toe te zenden,
5.8.
bepaalt dat [verzoeker] binnen twee weken na deze beschikking:
a. de bij het verzoekschrift gevoegde medische informatie, voorzien van tabbladen, aan verzekeringsarts [naam 3] en de medisch adviseur van TAF zal toesturen,
b. aan verzekeringsarts [naam 3] ook zal toesturen de medische informatie van:
[naam 7], huisarts, d.d. 5-7-2021,
[naam 8], sportarts, d.d.