Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-01
ECLI:NL:RBROT:2023:10685
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,080 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
toepassing schuldsaneringsregeling
insolventienummer: [nummer01]
uitspraakdatum: 1 november 2023
[verzoeker01]
,
[adres01] ,
[postcode01] [woonplaats01] ,
verzoeker.
Procesverloop
Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Ter terechtzitting van 25 oktober 2023 zijn verschenen en gehoord:
verzoeker;
Mevrouw [naam01] , werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
De uitspraak is bepaald op heden.
Beoordeling
Toelating tot de schuldsaneringsregeling
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden. Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt slechts toegewezen als voldoende aannemelijk is dat verzoeker de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. Deze laatste verplichting houdt in dat verzoeker in beginsel fulltime moet werken in de schuldsaneringsregeling.
Verzoeker is bezig met een opleiding tot ervaringsdeskundig, die hij naar verwachting in mei 2024 zal afronden. In die tijd kan hij de inspanningsverplichting niet nakomen. Het volgen van een opleiding gaat in beginsel niet samen met de schuldsaneringsregeling, vanwege de inspanningsverplichting. Verzoeker heeft er, zoals ter zitting is toegelicht, evenwel belang bij om nu te worden toegelaten. Toelating tot de schuldsaneringsregeling levert verzoeker rust en stabiliteit op en daar is grote behoefte aan. Met verzoeker is om die reden ter zitting besproken dat hij voor langere tijd kan worden toegelaten. Gelet op het voorgaande zal verzoeker worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling voor de duur van twee jaar (zie artikel 349a lid 1 van de Faillissementswet). De rechtbank neemt bij het voorgaande tot uitgangspunt dat verzoeker in mei 2024 klaar is met zijn opleiding. Voor zover verzoeker dan nog niet klaar is met zijn opleiding, zal opnieuw moeten worden bezien of een nadere verlenging van de regeling nodig is. Verzoeker heeft ter terechtzitting met deze verlengde duur van de regeling ingestemd.
Gelet op voorgaande zal verzoeker worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Bevoegdheid rechtbank
De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verzoeker in Nederland ligt.
Dictum
De rechtbank:
- spreekt per de datum van dit vonnis de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker01]
,
geboren op [geboortedatum01] te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ),
wonende te [adres01] , [postcode01] [woonplaats01] ;
- stelt de termijn van de regeling vast op 24 maanden, te rekenen vanaf 1 november 2023, waardoor deze termijn eindigt op 1 november 2025;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.G.E. Prenger
en tot bewindvoerder R. de Geus,
gevestigd te Postbus 187,
3330 AD Zwijndrecht;
- kent toe, voor zover de boedel dit toelaat, een voorschot op de vergoeding van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag. Dit bedrag is gelijk aan 1/25e deel van de overeenkomstig artikel 2 van het Besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2013, 308) te berekenen vergoeding, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenares gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Tideman, rechter, en in aanwezigheid van mr. T.M.M. de Laat, griffier, in het openbaar uitgesproken op 1 november 2023.
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.