Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-15
ECLI:NL:RBROT:2023:10667
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
899 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 23/7429
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 november 2023 als bedoeld in artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht in de zaak tussen
[Naam] en [Naam], uit [Plaats], verzoekers
(gemachtigde: mr. G. Grijs),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam (het college), verweerder
(gemachtigde: mr. S.B.H. Fijneman).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Netwerk Exploitatiemaatschappij B.V. (de exploitant) uit Amersfoort.
Verzoekers en het college hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Voorts is namens het college verschenen E.A. Terstege-Burgers. Namens de exploitant is niemand verschenen.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 15 november 2023 heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.
Dictum
De voorzieningenrechter bepaalt dat de op 10 november 2023 getroffen voorlopige voorziening tot schorsing van het besluit van 14 september 2023, waarbij door het college instemming is verleend voor het leggen van een duct en een mantelbuis en voor het rijzen van mantelbuizen in de Cranendonckweg en de Koninginneweg te Rotterdam (het instemmingsbesluit), onmiddellijk wordt opgeheven.
Overwegingen
Verzoekers hebben hun gronden tijdens de zitting beperkt tot het aangevoerde over de bodemkwaliteit en over de bewonersbrief.
Het instemmingsbesluit is gebaseerd op artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet (Tw) en de Telecommunicatieverordening Rotterdam 2015 (de verordening). Het betoog van verzoekers dat niet is voldaan aan de instemmingsvoorwaarden, omdat een rapportage over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ontbreekt of niet is overgelegd, slaagt niet. Het overleggen van een dergelijke rapportage is geen voorwaarde voor het verlenen van instemming, omdat het overleggen van zo’n rapportage niet is vereist op grond van de Tw of de verordening. De status van de zinsnede in het instemmingsbesluit ‘dat er inzicht dient te zijn in de milieuhygiënische bodemkwaliteit’ is niet helemaal duidelijk. Maar zelfs als aangenomen moet worden dat dit een aan de instemming verbonden voorschrift is, is de naleving daarvan geen voorwaarde voor verlening van instemming maar een handhavingskwestie die niet raakt aan de rechtmatigheid van de verleende instemming.
Verzoekers beklagen zich er terecht over dat de bewonersbrief niet in overeenstemming met de in paragraaf 7.3.2 van het Handboek Beheer Ondergrond Rotterdam 2022 voor verzending aan omwonenden ter goedkeuring is voorgelegd aan het gebiedskantoor, terwijl zij zich er voorts terecht over beklagen dat de exploitant in strijd met die brief eerder is begonnen met de werkzaamheden. Deze gebreken in de uitvoering raken echter evenmin aan de rechtmatigheid van het instemmingsbesluit, maar zijn uitvoeringskwesties die tot verzoeken om handhaving zouden kunnen leiden.
Deze uitspraak is op 15 november 2023 in het openbaar gedaan door mr. A.C. Rop, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R. Stijnen, griffier.
griffier voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.