Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-01
ECLI:NL:RBROT:2023:10527
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,442 tokens
Inleiding
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/617498 / HA ZA 21-384
Vonnis van 1 november 2023
in de zaak van
de onderlinge waarborgmaatschappij
ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CZ GROEP U.A.
,
gevestigd te Tilburg,
eiseres,
advocaat thans mr. H.A. Bravenboer,
tegen
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde01] .
,
gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
gedaagde,
niet verschenen,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde02] .
,
gevestigd te [vestigingsplaats01] ,
gedaagde,
niet verschenen,
3 [gedaagde03] ,
wonende te [woonplaats01] ,
gedaagde,
advocaat mr. J. de Haan,
4 [gedaagde04] ,
wonende te [woonplaats02] ,
gedaagde,
advocaat mr. R.W. de Pater.
Partijen zullen hierna respectievelijk CZ, [gedaagde01] , [gedaagde02] , [gedaagde03] en [gedaagde04] genoemd worden.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 2 februari 2022 en de daarin genoemde stukken,
de akte na tussenvonnis tevens akte vermeerdering van eis van CZ, met producties 30 tot en met 32,
de antwoordakte na tussenvonnis van [gedaagde04] , met productie 12,
de akte na tussenvonnis van [gedaagde03] , met producties 21 tot en met 33,
de akte uitlaten producties tevens verzoek ex artikel 22 Rv, (voorwaardelijke) vordering ex artikel 843aRv en akte tot rectificatie aan de zijde van CZ,
de antwoordakte in incident ex artikel 22 Rv/843a Rv aan de zijde van [gedaagde03] ,
de brief van 14 september 2023 aan de zijde van CZ, met producties 33 tot en met 44,
de brief van 21 september 2023 aan de zijde van [gedaagde03] , met producties 34 tot en met 42,
de mondelinge behandeling op 2 oktober 2023,
de spreekaantekeningen van mr. Bravenboer,
de spreekaantekeningen van mr. De Haan,
de spreekaantekeningen van mr. De Pater.
Beoordeling
Het tussenvonnis en de daarna genomen aktes
2.1.
In het tussenvonnis is CZ overeenkomstig haar aanbod in de gelegenheid gesteld om alle relevante informatie van CZ-verzekerden in kwestie op individueel declaratieniveau bij de curator (in het faillissement van [gedaagde01] ) op te vragen en te onderzoeken. De zaak is daartoe naar de rolzitting verwezen.
2.2.
CZ heeft vervolgens bij akte na tussenvonnis te kennen gegeven dat zij bij de curator de voormelde informatie heeft opgevraagd, maar omdat de gegevensdragers waarover de curator beschikte ook gegevens bevatten van verzekerden van andere zorgverzekeraars, had CZ om privacyredenen niet zelf toegang tot de gegevensdragers. Omdat daarnaast ook de curator niet over de benodigde technische kennis beschikte (in het bijzonder ten aanzien van het Nedap-systeem waarmee [gedaagde01] werkte), heeft CZ een externe deskundige, te weten de heer [naam01] van Bij Ons Advies, ingeschakeld om in de gegevensdragers de gegevens van CZ-verzekerden te achterhalen. CZ heeft vervolgens op 15 april 2023 van [naam01] 1.314 bestanden ontvangen. CZ heeft deze bestanden onderzocht en daarvan op 20 juli 2022 rapport uitgebracht. Dit onderzoekrapport alsmede een usb-stick met onderliggende berekeningen en bevindingen heeft CZ met de akte na tussenvonnis in het geding gebracht (producties 31 en 32).
2.3.
Uit het onderzoek blijkt volgens CZ het volgende:
in geen enkel patiëntendossier is een indicatiestelling aangetroffen voor de periode 1 januari 2018 tot en met 31 maart 2019,
in het overgrote deel van de dossiers is geen zorgplan aangetroffen,
voor zover er wel zorgplannen zijn aangetroffen, waren die niet geldig voor de hele periode en bevatten deze onvoldoende indicaties voor de benodigde zorgactiviteiten.
2.4.
Volgens CZ blijkt hieruit dat door [gedaagde01] op grote schaal fraude is gepleegd. Er is in geen enkel dossier sprake van een rechtmatige grondslag voor vergoeding van wijkverpleging en daarmee zijn alle door CZ ingediende declaraties onrechtmatig. Bovendien heeft [gedaagde01] op grote schaal valse facturen ingediend, omdat veel meer is gefactureerd dan is geleverd. Volgens CZ zijn daarmee alle in de onderzoeksperiode door CZ aan [gedaagde01] betaalde bedragen onverschuldigd betaald.
2.5.
Zowel [gedaagde04] als [gedaagde03] hebben vervolgens een antwoordakte ingediend.
2.6.
In haar antwoordakte voert [gedaagde03] specifiek ten aanzien van het door CZ in het geding gebrachte onderzoeksrapport het volgende aan. CZ heeft met haar akte geen enkele declaratie, akte van cessie, zorgplan of urenlijst overgelegd, alleen de analyse per budgethouder is door middel van een usb-stick ingediend. [gedaagde03] betwist de juistheid van de overzichten met geleverde eenheden conform de urenlijsten per verzekerden zoals opgenomen in het (door CZ ingebrachte) excel-overzicht. Ook betwist zij dat er geen enkele indicatie en geen enkel zorgplan is. Bij de inval van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) bij [gedaagde01] zijn alle actuele zorgplannen (ook ten aanzien van de periode juni 2018 tot en met januari 2019) als één document met de bestandsnaam
“ [bestandsnaam] ”
aan de NZa gestuurd. Al deze informatie is op de server opgeslagen. Ook is er een datadump van Nedap op de server opgeslagen waaruit zal blijken dat de stelling van CZ dat geldige indicaties en zorgplannen ontbreken onjuist is. Deze datadump kan [gedaagde03] nu niet overleggen, omdat dit ruwe data betreft die eerst leesbaar moeten worden gemaakt door een IT-deskundige, maar zij biedt aan – indien de rechtbank oordeelt dat op haar de bewijslast rust – om van alle CZ-verzekerden (die daarvoor toestemming hebben verleend) de relevante stukken en de in de Nedap-datadump opgeslagen relevante informatie over te leggen.
De (voorwaardelijke) incidentele vordering van CZ
2.7.
Hetgeen [gedaagde03] heeft aangevoerd, is voor CZ aanleiding geweest om een (voorwaardelijke) incidentele vordering in te stellen. CZ vordert dat gedaagden op de voet van artikel 22 Rv althans artikel 843a Rv wordt bevolen het SQL datadumpbestand en het document
“ [bestandsnaam] ”
in rechte over te leggen.
2.8.
CZ heeft ter zitting haar vordering verduidelijkt. Zo ziet de incidentele vordering niet op [gedaagde04] . Verder heeft CZ verklaard dat zij het verstrekken van de datadump en het betreffende bestand alleen subsidiair vordert en dat zij zich primair op het standpunt stelt dat [gedaagde03] alle tijd en gelegenheid heeft gehad om de complete indicatiestellingen en zorgplannen ter inzage te verstrekken. Nu zij dat niet heeft gedaan (zo begrijpt de rechtbank het standpunt van CZ), heeft [gedaagde03] niet voldaan heeft aan de op haar rustende verzwaarde stelplicht.
2.9.
De rechtbank verwerpt bij de huidige stand van zaken het primaire standpunt van CZ. Voor een goed begrip van de zaak acht de rechtbank het noodzakelijk dat alle ter zake beschikbare gegevens (dus inclusief de datadump en het betreffende bestand) zoveel mogelijk deel uitmaken van het procesdossier, zodat de zaak vervolgens daadwerkelijk op basis van een compleet beeld ten gronde kan worden beoordeeld. Nu [gedaagde03] zich ook bereid en in staat heeft verklaard om de datadump en het bestand
“ [bestandsnaam] ”
te (doen) verstrekken, zal de rechtbank gebruik maken van haar bevoegdheid om [gedaagde03] op grond van artikel 22 Rv te bevelen de datadump en het bestand in het geding te brengen. De rechtbank verwerpt dus het standpunt van [gedaagde03] dat het verzoek van CZ op grond van artikel 22 Rv te laat is gedaan.
2.10.
In die zin wordt de incidentele vordering van CZ toegewezen, zij het met inachtneming van het hierna volgende. Omdat een bevel op basis van artikel 22 Rv wordt gegeven, kan in het midden blijven of (ook) voldaan is aan de vereisten van artikel 843a Rv.
Het leesbaar maken van de datadump en de persoon/kosten van de IT-deskundige
2.11.
Partijen zijn het er – terecht – over eens dat om privacyredenen alleen de gegevens en bestanden van CZ-verzekerden aan CZ ter beschikking mogen worden gesteld, onder de voorwaarde dat de CZ-verzekerden in kwestie daarvoor ook toestemming hebben verleend. Voor het leesbaar maken van deze gegevens zal een IT-deskundige moeten worden ingeschakeld. De IT-deskundige dient de dan leesbaar gemaakte gegevens vervolgens aan beide partijen te verstrekken, waarna CZ in de gelegenheid zal worden gesteld om die gegevens te onderzoeken en de uitkomsten daarvan te presenteren in een door haar te nemen akte. [gedaagde03] en [gedaagde04] mogen daar vervolgens bij antwoordakte op reageren.
2.12.
Wat betreft de persoon van de in te schakelen IT-deskundige zijn partijen het er over eens dat de aangewezen persoon daarvoor de eerder door CZ ingeschakelde IT-deskundige, te weten de heer [naam01] van Bij Ons Advies, zal zijn. Mocht de heer [naam01] hiervoor niet beschikbaar zijn, dan ligt het voor de hand dat partijen in onderling overleg een andere IT-deskundige aanwijzen. Zij hoeven de rechtbank daarover alleen te berichten indien zij het niet eens kunnen worden.
2.13.
Dictum
De rechtbank
3.1.
beveelt [gedaagde03] om op de rol van
29 november 2023
bij akte de in 2.6 en 2.9 bedoelde SQL datadump van Nedap en het bestand
“ [bestandsnaam] ”
over te leggen dan wel te deponeren, waarna vervolgens:
CZ op de rolzitting van acht weken later in de gelegenheid zal worden gesteld zich bij akte uit te laten zoals vermeld in 2.11, en
[gedaagde03] en [gedaagde04] op de rolzitting van weer acht weken later in de gelegenheid zullen worden gesteld om bij akte te reageren,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling en in het openbaar uitgesproken op 1 november 2023.
2438/1980