Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2023-11-06
ECLI:NL:RBROT:2023:10300
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,993 tokens
Inleiding
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 10/750330-20
Uitspraakdatum: 6 november 2023
Tegenspraak
Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] ( [postcode01] ) te [plaats01] ,
bijgestaan door mr. J.N. Hoek, advocaat te Rotterdam.
1
Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 18, 21, 27 en 28 september en 23 oktober 2023.
2
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als
bijlage I
aan dit vonnis gehecht.
3
Eis officier van justitie
De officier van justitie mr. M. Luijpen heeft gevorderd:
bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;
veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van voorarrest.
4
Waardering van het bewijs
4.1.
Vrijspraak
4.1.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen van de invoer van cocaïne (feit 1) en aan deelname aan een criminele organisatie (feit 2). Uit de chatberichten blijkt dat het de bedoeling was om drie containers met ananas vanuit Colombia in Nederland in te voeren, waarbij in een van de containers tevens cocaïne zou zitten. De verdachte heeft daarin een rol gehad: aan het begin van de voorbereidingen van de invoer deed hij zaken en onderhield hij namens [bedrijf01] (V.O.F.) contacten met het crimineel samenwerkingsverband (hierna: het CSV). Later heeft hij zijn dochter, de medeverdachte [medeverdachte01] , voorzien van een EncroChat-telefoon zodat zij het contact met het CSV kon voortzetten. De verdachte wist, mede doordat hij twee jaar hiervoor betrokken was in een soortgelijke zaak en hierover ook is gehoord (onderzoek 26Pekin), dat het ging om verdovende middelen. Hij heeft met zijn handelen een actieve bijdrage geleverd aan het CSV.
4.1.2.
Beoordeling
De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan (het medeplegen van) voorbereidingshandelingen van de invoer van cocaïne (feit 1) en deelname aan een criminele organisatie (feit 2).
De rechtbank stelt vast dat de V.O.F. van de verdachte betrokken is geweest bij het voorbereiden van de invoer van cocaïne in Nederland. De verdachte ontkent enige betrokkenheid daarbij. Het dossier bevat aanwijzingen dat er enig contact is geweest tussen de verdachte en CSV-leden, zij het dat onduidelijk is (tot) wanneer dit contact door de verdachte werd onderhouden. Ook zijn er aanwijzingen dat de verdachte aan zijn dochter, [medeverdachte01] , op verzoek van leden van het CSV een EncroChat telefoon heeft gegeven en dat zij vanaf 3 april 2020 de contacten met het CSV onderhield. Meer dan aanwijzingen zijn het echter niet: er wordt in de chatgesprekken hoogstens ‘over’ de verdachte gesproken. Er zijn geen berichten in het dossier aanwezig die door de verdachte zelf zijn gestuurd. Weliswaar blijkt uit chatberichten van andere EncroChat-accounts dat er mogelijk fysieke afspraken zouden zijn gemaakt tussen de verdachte en andere CSV-leden en dat de verdachte geld zou hebben ontvangen, maar niet is gebleken dat die afspraken daadwerkelijk hebben plaatsgevonden of dat hij daadwerkelijk geld van het CSV heeft ontvangen. Het voorgaande betekent dat de rechtbank niet kan vaststellen wat de daadwerkelijke betrokkenheid van de verdachte is geweest bij de concrete verdenkingen zoals die ten laste zijn gelegd.
4.1.3.
Conclusie
Het onder 1 en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5
In beslag genomen voorwerpen
5.1.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen Rolex Oyster perp en € 2790,- verbeurd te verklaren.
5.2.
Beoordeling
Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat de in beslag genomen goederen worden teruggegeven aan de verdachte omdat hij integraal wordt vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
6
Bijlagen
De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
Dictum
De rechtbank:
verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Dictum
gelast de teruggave aan verdachte:
- RTRAA19510_631292 Horloge Rolex Oyster perp
- Een geldbedrag van € 2790,- ;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A. Boer, voorzitter,
mr. C. Laukens en mr. E. IJspeerd, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Ince en mr. V.J.H. Mooren, griffiers,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 6 november 2023.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
1.
hij,
in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 juni 2020 te
Rotterdam en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen
(telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van
de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken,
vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van grote
hoeveelheden cocaïne,
in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde
cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, en/of
zijnde een ander middel zoals genoemd in lijst I van de Opiumwet, voor te
bereiden en/of te bevorderen, (telkens)
-één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen,
te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te
zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te
verschaffen en/of
-zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot
het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of
-voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere
betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden
had te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van het/de hierboven
bedoelde feit(en),
hebbende verdachte en/of (een of meer van) verdachtes mededader(s) (telkens):
-in persoon, telefonisch en/of via chatberichten contact met één of meer
mededaders(s) onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken
gemaakt over het afleveren en/of opslaan en/of uithalen en/of verstrekken
en/of vervoeren van voornoemde cocaïne en/of
-een telefoon en/of geld verstrekt en/of ontvangen en/of
- transport geregeld en/of
-een (tussen)loods geregeld, al dan niet buiten het haventerrein en/of
-(vervolgens) de pallets met verdovende middelen, al dan niet in een
container en/of voertuig, verwisseld door identieke pallets met fruit en/of
groentewaar verwisseld en/of
- gezorgd voor zogenaamde wisselpallets en/of
-geregeld dat er voertuigen beschikbaar waren om de verdovende middelen te
Vervoeren.
2.
hij,
in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 juni 2020 te
Rotterdam en/of Antwerpen, althans in Nederland en/of België,
heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband
van natuurlijke personen, te weten (onder meer en/of voor zover bekend),
verdachte [medeverdachte02] en/of [medeverdachte03] en/of [medeverdachte01] en/of [medeverdachte04]
en/of [medeverdachte05] en/of [medeverdachte06] ,
die tot oogmerk had het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10
derde, vierde en vijfde lid en artikel 10a eerste lid van de Opiumwet.