Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2017-10-20
ECLI:NL:RBROT:2017:7889
RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 5874465 \ CV EXPL 17-11989 uitspraak: 20 oktober 2017 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam, in de zaak van de vereniging Bouwvereniging Onze Woning , gevestigd te Rotterdam, eiseres bij exploot van dagvaarding van 30 maart 2017, gemachtigde: mr. M.A. van Kleef te ‘s-Gravenhage, tegen [gedaagde] , wonende te [plaatsnaam] , gedaagde, die niet heeft gereageerd. 1 Het verloop van de procedure Eiseres heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: de huurovereenkomsten tussen partijen met betrekking tot de woonruimte aan het [straat- en plaatsnaam] respectievelijk de parkeerplaats aan [straat- en plaatsnaam] te ontbinden en gedaagde te veroordelen tot ontruiming van de gehuurde woonruimte respectievelijk parkeerplaats; gedaagde te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan eiseres: a) € 3.177,15 aan huurachterstand met betrekking tot de gehuurde woonruimte, berekend tot en met 31 maart 2017, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de respectievelijke vervaldata tot aan de dag van algehele voldoening; b) € 197,55 aan huurachterstand met betrekking tot de gehuurde parkeerplaats, berekend tot en met 31 maart 2017, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de respectievelijke vervaldata tot aan de dag van algehele voldoening; c) € 710,68 per maand respectievelijk € 39,51 per maand aan huur vanaf 1 april 2017 tot de datum van ontbinding van de huurovereenkomst ten aanzien van de woonruimte respectievelijk de parkeerplaats; d) een gebruiksvergoeding ter hoogte van de laatst geldende huurprijs ad € 710,68 respectievelijk € 39,51 ten aanzien van de woonruimte respectievelijk de parkeerplaats per maand, zolang gedaagde de woonruimte respectievelijk de parkeerplaats na de ontbinding nog in gebruik heeft; e) € 1.400,00 (28 dagen onderverhuur à € 50,00 per dag betreffende de onderverhuur / het in gebruik geven aan [G.]) aan contractuele boete ex artikel 6.6 van de Algemene huurvoorwaarden; f) € 2.500,00 aan contractuele boete ex artikel 6.6 van de Algemene huurvoorwaarden in verband met de onderverhuur/het in gebruik geven aan [G.]; g) € 800,00 aan schadevergoeding ex artikel 6:104 BW jo 6.6 van de Algemene huurvoorwaarden te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot die der algehele betaling; h) de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot de dag der algehele voldoening; i) de proceskosten, met wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na het wijzen van het vonnis, met nakosten, een en ander zoals in de dagvaarding omschreven. Bij rolbeslissing van 12 mei 2017 is eiseres in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van het boetebeding in het licht van Richtlijn 93/113 EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen (verder Richtlijn 93/113). Op 21 juni 2017 heeft eiseres hieraan voldaan door middel van haar “Akte uitlaten tevens akte overleggen nadere producties, tevens akte wijziging/vermeerdering van eis”, overigens zonder deze wijziging/vermeerdering van eis ex artikel 130 lid 3 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering aan gedaagde te doen betekenen. Vervolgens is eiseres bij rolbeslissing van 21 juli 2017 in de gelegenheid gesteld om haar akte met deze wijziging/vermeerdering van eis aan gedaagde te betekenen. Bij exploot van 2 augustus 2017 heeft eiseres hieraan voldaan. De gewijzigde/vermeerderde eis betreft veroordeling van gedaagde tot betaling aan eiseres van: € 4.250,00 (85 dagen onderverhuur aan [N.] en [B.] à € 50,00 per dag) aan contractuele boete ex artikel 6.6 van de Algemene huurvoorwaarden; € 1.950,00 aan schadevergoeding (winstafdracht € 650,00 huur en € 1.300,00 borg) ex artikel 6:104 BW jo 6.6 van de Algemene huurvoorwaarden te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot die der algehele betaling; met als nadere specificatie van het hiervoor