Rechtspraak Rechtbank Rotterdam 2015-03-10
ECLI:NL:RBROT:2015:1690
Bestuursrecht
Rechtbank Rotterdam Team Bestuursrecht 3 zaaknummer: ROT 14/3024 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2015 in de zaak tussen [naam], te [plaats], eiser, gemachtigde: mr. J.T.F. van Berkel, en de Staatssecretaris van Economische Zaken, verweerder, gemachtigde: mr.ing. H.D. Strookman. Bij besluit van 20 september 2013 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser een boete van € 2500,- opgelegd wegens overtreding van bij of krachtens de Wet dieren en het Besluit Diergeneesmiddelen gestelde voorschriften. Bij besluit van 25 maart 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2015. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Voorts zijn verschenen O. Kreuzberg, dierenarts, en A.T.T. Schroeder, inspecteur. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.F. Frankruijter, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Wierink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2015. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. 1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. 1.1. Volgens een op 30 juli 2013 op ambtsbelofte opgemaakt en ondertekend boeterapport heeft een bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) werkzame toezichthouder op 20 juni 2013 een melding Nationaal Plan ontvangen. De melding betreft een zeug met oormerknummer [nummer] en slachtnummer 44754, afkomstig van het bedrijf van eiser te [plaats]. Het varken is ter slacht aangeboden op 5 februari 2013 bij slachtplaats [naam slachtplaats] GmbH te [plaats], Duitsland. 1.2. Uit de bij de melding als bijlage opgenomen analyse van testresultaten Prüfbericht Probenummer 2013OWL001079 blijkt dat het gehalte van de stof ampicilline dat in de nier van de zeug is aangetroffen 976µ per kilogram (976µ/kg) bedraagt. Na correctie met de betrouwbaarheidsinterval van 195,2 µ/kg is het gehalte vastgesteld op 780,8µ/kg, hetgeen de vastgestelde maximum residulimiet van 50 µ/kg overstijgt. Voorts is in de spier een gehalte aangetroffen van de stof ampicilline van 58,5 µ/kg. Na aftrek van de betrouwbaarheidsinterval van 11,7 µ/kg is het gehalte vastgesteld op 46,8µ/kg en daarmee blijft dit onder de vastgestelde maximum residulimiet van 50µ/kg. 1.3. Tijdens controle op 17 juli 2013 omstreeks 09.50 uur bij de varkenshouderij van eiser is uit de administratie gebleken dat diergeneesmiddelen zijn afgeleverd door de dierenarts. Het middel Albipen LA is afgeleverd op 5 november 2012 (drie keer 200 ml), 20 december 2012 (2 keer 200 ml) en 17 januari 2013 (vier keer 200 ml). Het middel Ampicillin 20% pro inj is afgeleverd op 20 december 2012 (12 keer 100 ml), 26 maart 2013 (12 keer 100 ml), een dag in april 2013 (24 keer 100 ml) en 25 mei 2013 (12 keer 100 ml). Bij de controle waren meerdere (on)aangebroken flacons van beide geneesmiddelen aanwezig. 1.4. Verweerder heeft eiser in kennis gesteld van het voornemen een bestuurlijke boete op te leggen van € 2500,- wegens overtreding van artikel 2.7, tweede lid, aanhef en onder f, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 8A.13 van het Besluit diergeneesmiddelen. 2.1. Op grond van artikel 2.7, eerste lid, van de Wet Dieren worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld voor de uitvoering van bindende onderdelen van EU-rechtshandelingen over het verkopen, het ten verkoop in voorraad hebben, het ten verkoop aanbieden, het kopen, het verhuren, het afleveren, het in de handel brengen en het in of buiten Nederland brengen van dieren behorende tot bij die maatregel aangewezen diersoorten of diercategorieën. Op grond van het tweede lid, aanhef en onder f, van dit artikel kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur voor het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, regels worden gesteld die betrekking hebben op onder meer degene die de dieren in de handel brengt, verkoopt, voor de verkoop in voorraad heeft, voor de verkoop aanbiedt, koopt, verhuurt of aflevert. 2.2. Op grond van artikel 8A.13, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit diergeneesmiddelen, zoals dat gold ten tijde van belang, is het verboden een dier te verkopen, voor de verkoop aan te bieden, in de handel te brengen of af te leveren voor de slacht als voedselproducerend dier als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PbEU 2009, L 152), indien het vlees van het dier een farmacologisch actieve werkzame stof bevat dat een maximum residulimiet overschrijdt als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van deze verordening. 2.3. Op grond van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van Verordening 470/2009 omvat met het oog op het waarborgen van de voedselveiligheid deze verordening voorschriften en procedures voor het vaststellen van het maximumgehalte aan residuen van een farmacologisch werkzame stof dat toelaatbaar is in levensmiddelen van dierlijke oorsprong (maximumwaarde voor residuen). 2.4. Op grond van artikel 1 van de Verordening 37/2010 van de Commissie van 22 december 2009 betreffende farmacologsch werkzame stoffen en de indeling daarvan op basis van maximumwaarden voor residuen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, zijn farmacologisch werkzame stoffen met hun indeling op basis van maximumwaarden voor residuen in de bijlage opgenomen. In de bijlage is opgenomen dat voor ampiciline een maximum residulimiet van 50 µ/kg geldt. 3. Uit informatie van het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) blijkt dat Albipen LA en Ampicillin 20% pro inj de werkzame stoffen ampicilline en ampicilline-trihydraat bevatten. De wachttijd voor vlees van varkens is vastgesteld op 28 dagen voor Albipen LA en op 14 dagen voor Ampicillin 20% pro inj, aldus artikel 1.1. eerste lid, van het Besluit diergeneesmiddelen. 4. De beroepsgrond dat de gedraging niet te herleiden is tot eiser, faalt. Uit het Prüfbericht van de Landrat des Kreises Gütersloh Abteilung Veterinärwesen und Lebesmittelüberwachung van 8 februari 2013 blijkt dat op 5 februari 2013 een monster is afgenomen van het varken met Tierkennzeichenung [nummer] en slachtnummer 44754. Blijkens het bericht van aanlevering door [naam bedrijf] Varkenshandel zijn op 5 februari 2013 twee varkens afkomstig van eiser aangeleverd, herleidbaar door eisers bedrijfsidentificatienummer [nummer], aan [naam slachtsplaats] GmbH te [plaats] (Duitsland). Op de overdrachts- en aanleverbonnen is eisers volledige bedrijfsidentificatienummer weergegeven. Op het rapport Meldebogen “Positiver Rückstandbefund” van 6 maart 2013 is zowel het dierkenmerk [nummer] als het slachtnummer 44754 weergegeven. Ter zitting heeft Schroeder desgevraagd de Duitse werkwijze toegelicht, die erop neerkomt dat de laatste vijf cijfers van het bedrijfsidentificatienummer als kenmerk aan het slachtvarken worden toegekend en niet het volledige nummer. Dit maakt niet dat het varken niet herleidbaar is tot eiser, nu met de afleververklaring de koppeling naar eisers bedrijfsidentificatienummer te maken is. Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat het onderzochte dier afkomstig is van eiser. 5. De beroepsgrond dat een wettelijke grondslag ontbreekt aan verweerders bevoegdheid in dit geval een boete op te leggen, faalt. Het bestreden besluit verwijst eerst naar de algemene norm van artikel 2.7, eerste lid, van de Wet Dieren en daarna naar de specifieke norm van artikel 2.7, tweede lid, aanhef en onder f, van de Wet Dieren, gelezen in samenhang met artikel 8A.13 van het Besluit diergeneesmiddelen. De verweten gedraging is dan ook gebaseerd op artikel 2.7, eerste lid, van de Wet Dieren. Het tweede lid van dit artikel stelt dat voor het onderwerp bedoeld in het eerste lid regels gesteld kunnen worden die betrekking hebben op (onder f) degene die de dieren in de handel brengt, verkoopt, voor de verkoop op voorraad heeft, voor de verkoop aanbiedt, koopt, verhuurt of aflevert. De koppeling naar het Besluit diergeneesmiddelen bevindt zich derhalve in de tekst van het tweede lid van artikel 2.7 van de Wet Dieren, nu dat verwijst naar het eerste lid. 6. De beroepsgrond dat het monster onbevoegd is afgenomen, faalt. Nu eiser zijn varken ter slacht heeft aangeboden in Duitsland, heeft eiser gebruik gemaakt van de interne markt.