Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-02-24
ECLI:NL:RBOVE:2026:967
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,033 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBOVE:2026:967 text/xml public 2026-02-27T12:00:28 2026-02-25 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-02-24 11858353 \ CV EXPL 25-2480 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Enschede Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:967 text/html public 2026-02-25T10:40:21 2026-02-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:967 Rechtbank Overijssel , 24-02-2026 / 11858353 \ CV EXPL 25-2480 Gedaagde heeft diverse leaseovereenkomsten gesloten met eiser. Gedaagde is zijn verplichtingen uit twee van deze leaseovereenkomsten niet nagekomen. Volgens eiser heeft gedaagde deze overeenkomsten gesloten namens zijn eenmanszaak, terwijl deze volgens gedaagde door zijn B.V. zijn gesloten. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de twee leaseovereenkomsten waar het in deze zaak over gaat, beiden zijn gesloten door gedaagde handelend namens zijn eenmanszaak. Gedaagde moet de hoofdsom en het grootste deel van de bijkomende kosten betalen. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 11858353 \ CV EXPL 25-2480 Vonnis van 24 februari 2026 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, [eiser] B.V. , gevestigd te [vestigingsplaats], eisende partij, hierna te noemen: [eiser], gemachtigde: mr. J. Rietman, werkzaam bij VD&P juristen, tegen [gedaagde] , voorheen handelend onder de naam [bedrijf], wonende te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding; - de conclusie van antwoord; - de akte wijziging van eis, tevens aanvullende producties; - de mondelinge behandeling van 27 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De zaak in het kort [gedaagde] heeft diverse leaseovereenkomsten gesloten met [eiser]. [gedaagde] is zijn verplichtingen uit twee van deze leaseovereenkomsten niet nagekomen. Volgens [eiser] heeft [gedaagde] deze overeenkomsten gesloten namens zijn eenmanszaak, terwijl deze volgens [gedaagde] door zijn B.V. zijn gesloten. De kantonrechter komt tot de conclusie dat de twee leaseovereenkomsten waar het in deze zaak over gaat, beiden zijn gesloten door [gedaagde] handelend namens zijn eenmanszaak. [gedaagde] moet de hoofdsom en het grootste deel van de bijkomende kosten betalen. 3 De feiten 3.1. [eiser] heeft op 8 november 2021 een huurkoopovereenkomst gesloten met [gedaagde] met betrekking tot een Mercedes-Benz Citan (hierna te noemen: Mercedes Citan). 3.2. [eiser] heeft op 19 oktober 2023 een huurkoopovereenkomst gesloten met [gedaagde] met betrekking tot een Mercedes-Benz E 200 D (hierna te noemen: Mercedes E-klasse). 3.3. Op de tussen partijen gesloten overeenkomsten zijn de algemene voorwaarden van [eiser] van toepassing. 3.4. Op 12 maart 2024 is bij de Kamer van Koophandel geregistreerd dat de eenmanszaak van [gedaagde] is opgeheven met ingang van 1 maart 2023. [gedaagde] heeft zijn werkzaamheden voortgezet in een B.V. Deze B.V. is op enig moment failliet verklaard. 3.5. [gedaagde] is op enig moment opgehouden met het betalen van de leasetermijnen. In reactie daarop heeft [eiser] aan [gedaagde] medegedeeld de leaseovereenkomsten te ontbinden en de Mercedes Citan en de Mercedes E-klasse verkocht tegen een totaalbedrag van € 24.088,34. 4 Het geschil De vordering 4.1. [eiser] vordert – na wijziging van eis – de verklaring voor recht dat de financial lease overeenkomsten tussen partijen zijn ontbonden, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 26.644,55 vermeerderd met rente en veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten en incassokosten. 4.2. [eiser] legt aan het gevorderde ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de leaseovereenkomsten. Op grond daarvan heeft [eiser] de overeenkomsten ontbonden, de auto’s verkocht en de verkoopopbrengst in mindering gebracht op hetgeen [gedaagde] nog was verschuldigd. Na aftrek resteert nog een bedrag van € 23.835,21, waarover [gedaagde] rente moet betalen. Er zijn ook incassowerkzaamheden verricht en daarom moet [gedaagde] daarvoor een bedrag van € 2.383,52 betalen. Het verweer 4.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert in zijn conclusie van antwoord aan dat voor beide overeenkomsten geldt dat deze zijn afgesloten door zijn inmiddels gefailleerde B.V. Dit betekent dat [eiser] haar vorderingen moet indienen bij de curator. 5 De beoordeling De overeenkomsten zijn beide gesloten tussen de eenmanszaak van [gedaagde] en [eiser] 5.1. De kantonrechter moet in deze zaak beoordelen wie de contractspartij is met betrekking tot de overeenkomsten. 5.2. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat voor de Mercedes Citan geldt dat de leaseovereenkomst is afgesloten door de eenmanszaak en dat de boekhouder heeft nagelaten deze overeenkomst over te hevelen naar de B.V. Voor de andere leaseovereenkomst geldt volgens [gedaagde] dat deze is aangegaan op het moment dat de B.V. al was opgericht en de eenmanszaak was opgeheven. Deze overeenkomst is dus met de B.V. gesloten. Als al tot de conclusie gekomen zou worden dat ook de overeenkomst uit 2023 met de eenmanszaak is gesloten, is het contract overgenomen door de B.V. De B.V. betaalde immers de leasetermijnen met betrekking tot de Mercedes E-klasse. 5.3. Volgens [eiser] zijn beide contracten afgesloten met de eenmanszaak van [gedaagde]. Voor de Mercedes E-klasse geldt dat het contract is getekend door [gedaagde], handelend namens zijn eenmanszaak. Ook was ten tijde van het afsluiten van het contract niet duidelijk voor [eiser] dat [gedaagde] inmiddels namens zijn B.V. handelde; de opheffing van de eenmanszaak van [gedaagde] is namelijk pas in 2024 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 5.4. De kantonrechter overweegt als volgt. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat de leaseovereenkomst die betrekking heeft op de Mercedes Citan, door zijn eenmanszaak is gesloten en dat deze niet is overgenomen door de B.V. Er bestaat dus nog slechts een geschil over de vraag of de leaseovereenkomst met betrekking tot de Mercedes E-klasse is overgenomen door de B.V. 5.5. Voor een rechtsgeldige overdracht van een overeenkomst is een akte tussen de eenmanszaak en de B.V. van [gedaagde] nodig én dient [eiser] (vormvrije) medewerking te verlenen aan de overdracht (artikel 6:159 BW). Dat [eiser] heeft meegewerkt aan de overname – of überhaupt op de hoogte was van de oprichting van de B.V. – is nergens uit gebleken. Dat [gedaagde] betalingen verrichte vanuit zijn B.V., was voor [eiser] onduidelijk en is onvoldoende om stilzwijgende toestemming aan de overdracht aan te nemen. 5.6. De conclusie is dan ook dat de tussen [gedaagde] en [eiser] gesloten leaseovereenkomsten niet zijn overgedragen aan de B.V. [eiser] mocht de overeenkomsten ontbinden 5.7. De gevorderde verklaring voor recht dat de huurkoopovereenkomsten tussen partijen zijn ontbonden, wordt toegewezen. [gedaagde] erkent immers dat hij de leasetermijnen niet op tijd heeft betaald. Op grond van artikel 43 van de algemene voorwaarden had [eiser] daarom het recht om de overeenkomsten buitengerechtelijk te ontbinden. 5.8. [eiser] eist betaling € 23.835,21 aan hoofdsom. [eiser] heeft deze vordering voldoende toegelicht en niet is door [gedaagde] betwist dat hij dit bedrag nog is verschuldigd. [gedaagde] zal daarom worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag. Incassokosten 5.9. [eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er incassowerkzaamheden zijn verricht. Partijen zijn een vergoeding overeengekomen die van de wettelijke regeling afwijkt. Omdat [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf, mag van de wettelijke regeling worden afgeweken. In artikel 53 van de algemene voorwaarden staat dat de buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op tien procent (10%). Het bedrag van € 2.383,52 is 10% van de toegewezen hoofdsom en wordt daarom toegewezen.