Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-01-27
ECLI:NL:RBOVE:2026:330
RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 71.253617.22 (P) Datum vonnis: 27 januari 2026 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte door het Openbaar Ministerie gedagvaard als: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1983 in [geboorteplaats] (Eritrea), zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande, nu verblijvende in de P.I. [locatie 1] . 1 Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 3 november 2025, 4 november 2025, 5 november 2025, 17 november 2025, 19 november 2025, 24 november 2025, 26 november 2025 en 27 januari 2026. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna in enkelvoud aangeduid als de officier van justitie) en van wat door verdachte en zijn raadslieden mr. J. L . L 'Homme en mr. S. Plas, advocaten in Amsterdam, (hierna aangeduid als de verdediging) naar voren is gebracht. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de door of namens [getuige 1] , hierna ook te noemen: ‘ [getuige 1] ’ (met getuigennummer [nummer 1] ), [getuige 2] , hierna ook te noemen: ‘ [getuige 2] ’ (met getuigennummer [nummer 2] ), [getuige 3] , hierna ook te noemen: ‘ [getuige 3] ’ (met getuigennummer [nummer 3] ) en [getuige 4] , hierna ook te noemen: ‘ [getuige 4] ’ (met getuigennummer [nummer 4] ) voorgedragen “slachtofferverklaringen” en van wat namens hen door mr. A . Vossenberg en mr. B . van Straaten, advocaten in Amsterdam, is aangevoerd in het kader van de door hen ingediende vorderingen benadeelde partij. 2 De tenlastelegging De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van 13 november 2023 en na wijzigingen van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 313 Sv van 30 november 2023, 15 april 2025 en 22 september 2025, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich in de periode van 1 januari 2015 tot 9 maart 2022 heeft schuldig gemaakt aan: feit 1: deelname aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van mensensmokkel, gijzeling, afpersing, geweldsdelicten, seksuele geweldsdelicten, witwassen en hawala (ondergronds) bankieren, van welke organisatie hij de leider en/of de oprichter en/of bestuurder was; feit 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10, telkens: medeplegen van mensensmokkel, terwijl door dit feit levensgevaar te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, en daar een beroep of gewoonte van heeft gemaakt; feit 4 en 6, telkens: medeplegen van afpersing; feit 11: medeplegen van (schuld)witwassen. De volledige tekst van de versie van de tenlastelegging zoals die bij aanvang van de terechtzitting luidde is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3. De voorvragen 3.1 De preliminaire verweren van de verdediging De verdediging heeft – conform haar op schrift gestelde en overgelegde pleitnota – op de terechtzitting van 3 november 2025 een viertal preliminaire verweren gevoerd. De rechtbank heeft daarop ter terechtzitting van 3 november 2025 beslist. De verdediging heeft – conform haar op schrift gestelde en overgelegde pleitnota – op de terechtzitting van 24 november 2025 deze verweren herhaald en op onderdelen aangevuld. Kort weergegeven omvatten deze verweren het volgende. 1. Partiële nietigheid van de dagvaarding voor de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 De dagvaarding moet partieel nietig worden verklaard voor de onderdelen ‘(in elk geval) ’ en ‘ en/of althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen’ , omdat voor de verdediging onvoldoende duidelijk is waartegen zij zich met betrekking tot deze onderdelen moet verweren. De dagvaarding moet partieel nietig worden verklaard voor het onderdeel ‘uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)’ , omdat dit onderdeel op geen enkele wijze nader wordt geconcretiseerd in de verweten feitelijke gedragingen en daarnaast Het Openbaar Ministerie heeft op de terechtzitting van 26 november 2025 – conform een op schrift gesteld en overgelegde conclusie van repliek – ten aanzien van de rechtsmacht aangevoerd te persisteren bij het eerder geformuleerde standpunt en dat indien de rechtbank van oordeel is dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft op grond van artikel 2 Sr, er alsnog rechtsmacht bestaat op grond van artikel 8c Sr. 3.3 Het oordeel van de rechtbank 3.3.1. Partiële nietigheid van de dagvaarding voor de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 De rechtbank heeft – na beraad in raadkamer – op de terechtzitting van 3 november 2025 de volgende beslissing op de preliminaire verweren genomen. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 261 Sv de dagvaarding een opgave moet behelzen van het feit dat ten laste wordt gelegd met vermelding omstreeks welke tijd en op welke plaats het begaan zou zijn, als ook met vermelding van de omstandigheden waaronder het feit zou zijn begaan. Bij de uitleg van deze bepaling moet voortdurend in het oog worden gehouden dat de vraag centraal staat of de verdediging zich op basis van de tenlastelegging goed kan verdedigen. De opgave van het feit moet duidelijk en begrijpelijk, niet innerlijk tegenstrijdig en voldoende feitelijk zijn. Bij de verdediging mag er – tegen de achtergrond van het strafdossier en het voorbereidend onderzoek – redelijkerwijs geen twijfel over bestaan welke specifieke gedragingen verdachte worden verweten. Ook moet het voor de rechtbank duidelijk en begrijpelijk zijn wat zij concreet, ten aanzien van ieder van de verdachten afzonderlijk, te onderzoeken heeft. De rechtbank is van oordeel dat het verweer van de verdediging slaagt ten aanzien van de onderdelen ‘(in elk geval) ’ en ‘ en/of althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen’ , omdat deze onderdelen van de tenlastelegging onvoldoende duidelijk en gespecificeerd zijn tegen de achtergrond van het omvangrijke dossier en de vele namen die in het dossier naar voren komen. De rechtbank is daarom van oordeel dat deze onderdelen van de dagvaarding niet voldoen aan de eisen van artikel 261 Sv en verklaart deze onderdelen voor de feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 in zoverre partieel nietig. De rechtbank verwerpt het verweer ten aanzien van de onderdelen ‘uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)’ en ‘althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen’. De rechtbank overweegt daartoe dat de dagvaarding ten aanzien van die onderdelen er, tegen de achtergrond van het strafdossier waarin er specifieke gedragingen van verdachte inzake het organiseren van de reis en het vervoer van de migranten zijn beschreven, niet onduidelijk en/of onbegrijpelijk is en voldoet aan de eisen van artikel 261 Sv. Voor de verdediging is voldoende duidelijk waartegen zij zich tijdens het inhoudelijke debat dient te verweren. 3.3.2. De rechtsmacht van de Nederlandse strafrechter 3.3.2.1. De beoordeling van het preliminaire verweer De rechtbank heeft – na beraad in raadkamer – op de terechtzitting van 3 november 2025 het volgende meegedeeld ten aanzien van dit preliminaire verweer. De rechtbank overweegt dat de verdenking ziet op strafbare feiten die zich zouden hebben afgespeeld in Libië (onder meer in [plaats 1] ) jegens niet-Nederlandse personen, gepleegd door een niet-Nederlandse verdachte. De rechtbank overweegt dat er in het dossier aanknopingspunten zijn met Nederland en voorts dat de tenlastelegging luidt dat de mensensmokkelfeiten onder meer in Nederland zijn gepleegd. Zo lijkt het er op dat de meeste migranten die genoemd zijn in de tenlastelegging, na de overtocht van Libië naar Italië, uiteindelijk in Nederland zijn gearriveerd. De vraag of de mensensmokkelfeiten (mede) in Nederland zijn gepleegd en in het verlengde daarvan de vraag of de opzet van verdachte en/of zijn medeverdachten gericht was op Nederland als bestemming van d Op het moment dat gesmokkelde personen (illegaal) in Nederland arriveren wordt het rechtsbelang dat wordt beschermd door artikel 197a Sr in Nederland geschonden. Met schending van het Nederlandse rechtsbelang, treedt het constitutief gevolg in Nederland in. Daarmee wordt het ten laste gelegde delict van artikel 197a Sr in Nederland voltooid. Uit vaste jurisprudentie omtrent de leer van het constitutieve gevolg volgt niet dat verdachte – al dan niet in voorwaardelijke vorm – opzet behoeft te hebben gehad op de plaats waar het constitutieve gevolg zou intreden, in dit geval Nederland. Voldoende is dat het rechtsgevolg (de wederrechtelijke toegang tot Nederland) in Nederland intreedt en dit rechtsgevolg volgens de leer van de redelijke toerekening aan de verdachte kan worden toegerekend. De in de tenlastelegging opgenomen migranten zijn, met uitzondering van getuige [nummer 4] , na de overtocht van Libië naar Italië naar Nederland doorgereisd. De getuige ‘ [getuige 4] ’, met getuigennummer [nummer 4] , heeft verklaard na aankomst in Italië naar Frankrijk te zijn doorgereisd, waarna zij via België en Luxemburg uiteindelijk in Engeland is gearriveerd. Zij is op geen enkel moment na de aankomst in Italië doorgereisd naar en gearriveerd Nederland. De rechtbank overweegt dan ook dat geen constitutief gevolg van de onder feit 5 ten laste gelegde mensensmokkel van ‘ [getuige 4] ’ onder getuigennummer [nummer 4] is ingetreden in Nederland. Daarnaast heeft er ook geen handeling van het ten laste gelegde of doorwerking van het instrument plaatsgevonden in Nederland. De rechtbank is daarom van oordeel dat Nederland in zoverre niet kan worden aangemerkt als locus delicti en dat er geen rechtsmacht bestaat voor de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr ten aanzien van deze migrant en dit onderdeel van de onder 5 ten laste gelegde mensensmokkel. De getuige ‘ [getuige 3] ’, met getuigennummer [nummer 3] , heeft verklaard, nadat de overtocht per boot vanuit Libië was mislukt, uiteindelijk na een periode van detentie in Libië, met behulp van de UNHCR (de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties) en het Rode Kruis per vliegtuig te zijn opgehaald uit Libië, waarna hij naar Niger is gegaan. Vervolgens heeft hij anderhalf jaar in Niger verbleven en is hij vanuit Niger naar Roemenië gevlogen. Vanuit Roemenië is hij tenslotte naar Nederland doorgereisd. De getuige zegt door de UNHCR geholpen te zijn met de reis per vliegtuig naar Europa. De rechtbank overweegt dat de mogelijke mensensmokkel in de zin van artikel 197a Sr van deze getuige (met de mislukte overtocht) is geëindigd in Libië. Het uiteindelijk bereiken van Nederland door deze migrant aangeduid als ‘ [getuige 3] ’, in het onder 5 ten laste gelegde feit, staat in een te ver verwijderd verband en is daardoor geen constitutief gevolg van de behulpzaamheid van verdachte bij de mensensmokkel in de zin van artikel 197a Sr, althans kan hem dat vanwege het onvoldoende sine qua non-verband in redelijkheid niet worden toegerekend. De rechtbank is daarom van oordeel dat Nederland niet kan worden aangemerkt als locus delicti en dat er geen rechtsmacht bestaat voor de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr ten aanzien van deze migrant en dit onderdeel van de onder 5 ten laste gelegde mensensmokkel. Ten aanzien van de overige in de tenlastelegging opgenomen migranten onder de mensensmokkelfeiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 is de rechtbank van oordeel dat de aankomst van deze personen in Nederland kan worden aangemerkt als een redelijkerwijs aan de verdachte toe te rekenen gevolg van diens strafbare handelen in de zin van artikel 197a Sr, indien en voor zover bewezen. Deze migranten zijn allen binnen afzienbare tijd na hun aankomst in Italië, mede dankzij de open grenzen binnen de Europese Unie, doorgereisd naar Nederland, waar zij vervolgens asiel hebben aangevraagd. De rechtbank heeft de binnenkomst van de migranten veelal kunnen vaststellen op basis van hun verklaringen en/of andere dossi De rechtbank overweegt ten aanzien van beide feiten dat uit het dossier blijkt dat de getuigen ‘ [getuige 5] ’, met getuigennummer [nummer 5] , en ‘ [getuige 7] ’, met getuigennummer [nummer 7] , in een kamp in [plaats 1] met geweld werden gedwongen familieleden te bellen om hen te bewegen geld voor de overtocht naar Italië te laten betalen. In beide gevallen is een familielid dat woonachtig was in Nederland opgebeld terwijl de zich in Libië bevindende getuigen werden mishandeld, met de bedoeling de persoon in Nederland te bewegen tot (al dan niet indirect) afgifte van een geldbedrag. Die in Nederland woonachtige familieleden hebben vervolgens andere familieleden benaderd, waarna het geldbedrag is voldaan. De rechtbank is van oordeel dat hiermee een evident causaal verband bestaat tussen de afpersing van de zich in Nederland bevindende familieleden en het door hen, dan wel via hun tussenkomst door derden, te betalen geldbedrag. De vraag wie uiteindelijk het geldbedrag ten behoeve van de overtocht heeft voldaan is niet van doorslaggevend belang. Het (op deze wijze) contacteren van de familieleden in Nederland is in beide feiten een essentieel onderdeel van de afpersing als bedoeld in artikel 317 Sr geweest, waarmee de feiten ook deels in Nederland hebben plaatsgevonden. Dit maakt dat Nederland ten aanzien van de feiten 4 en 6 eveneens mede kan worden aangemerkt als locus delicti en dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr rechtsmacht heeft. De rechtbank overweegt ten aanzien van de onder 1 ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie het volgende. De rechtbank heeft reeds de rechtsmacht van de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr ten aanzien van de ten laste gelegde mensensmokkelfeiten en afpersingen vastgesteld. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat zij daarmee tevens rechtsmacht heeft voor de ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie, althans voor zover die organisatie het oogmerk had op de misdrijven mensensmokkel (eerste gedachtestreepje) en afpersing (derde gedachtestreepje). Voor zover de criminele organisatie volgens de tenlastelegging het oogmerk had op de misdrijven gijzeling (tweede gedachtestreepje), geweldsdelicten (vierde gedachtestreepje) en seksuele delicten (vijfde gedachtestreepje), oordeelt de rechtbank anders. Voor zover het bestaan van het oogmerk op het plegen van deze misdrijven kan worden vastgesteld, hebben deze onderdelen van de tenlastelegging zich afgespeeld buiten Nederland. Evenmin is ten aanzien van die misdrijven enig constitutief gevolg ingetreden in Nederland. De rechtbank is daarom van oordeel dat Nederland in zoverre niet kan worden aangemerkt als locus delicti, zodat ten aanzien daarvan geen rechtsmacht bestaat voor de Nederlandse rechter op grond van artikel 2 Sr. - Artikelen 3 tot en met 8d Sr: extraterritoriale rechtsmacht De rechtbank is ten aanzien van de onderdelen van de ten laste gelegde feiten, waarvan is geoordeeld dat de Nederlandse rechter op grond van het territorialiteitsbeginsel van artikel 2 Sr geen rechtsmacht heeft, nog nagegaan of wellicht op enige andere grondslag genoemd in de artikelen 3 tot en met 8d Sr rechtsmacht kan worden aangenomen. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat dit niet het geval is. Artikel 3 Sr, dat ziet op strafbare feiten gepleegd in Nederlandse (lucht)vaartuigen, is in deze casus in het geheel niet van toepassing. Dat geldt ook voor de artikelen 5 tot en met 8b Sr en artikel 8d Sr. Die artikelen zien ook op situaties die niet aan de orde zijn. De huidige bepaling van artikel 4 Sr biedt naar het oordeel van de rechtbank, anders dan door het Openbaar Ministerie is betoogd, geen ruimte om extraterritoriale rechtsmacht aan te nemen ten aanzien van de smokkel van de getuigen [nummer 3] en [nummer 4] , opgenomen in het ten laste gelegde feit 5. Artikel 197a strafrecht wordt in artikel 4 Sr immers niet genoemd. Dat er een wetsvoorstel in behandeling is dat hierin verandering wil brengen leidt niet In hetgeen bij pleidooi door de verdediging is aangevoerd en herhaald, ziet de rechtbank geen aanleiding nu bij eindvonnis anders te oordelen dan op 3 november 2025 en handhaaft haar beslissing. 3.3.4. Schending van het specialiteitsbeginsel met betrekking tot feit 11, witwassen De rechtbank heeft – na beraad in raadkamer – op de terechtzitting van 3 november 2025 de volgende beslissing op het preliminaire verweer genomen. Op grond van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad ( United Nations Convention against Transnational Organized Crime, UNTOC, New York, 15 november 2000 ), ook wel het Verdrag of de Conventie van Palermo genoemd, kan uitlevering van personen tussen landen geschieden voor een aantal in dat verdrag opgenomen transnationale misdrijven. Nederland is op 12 december 2000 aangesloten bij dit verdrag en heeft het verdrag op 26 mei 2004 geratificeerd. Ethiopië is op 14 december 2000 aangesloten bij dit verdrag en heeft het verdrag op 23 juli 2007 geratificeerd. Het Openbaar Ministerie heeft op 20 januari 2022 middels een uitleveringsverzoek aan de Ethiopische autoriteiten verzocht om de uitlevering van verdachte wegens verdenking van een aantal door het Openbaar Ministerie vermelde strafbare feiten, waaronder mensensmokkel, afpersing en deelname aan een criminele organisatie. Verdachte is naar aanleiding van dit uitleveringsverzoek op 5 oktober 2022 door de Ethiopische autoriteiten uitgeleverd aan Nederland. De rechtbank overweegt dat het specialiteitsbeginsel – zoals bedoeld in onder meer artikel 16 van voornoemd verdrag – inhoudt dat de verzoekende staat, behoudens uitzonderingen waarvan in de onderhavige zaak niet is gebleken, niet mag optreden jegens de opgeëiste persoon met betrekking tot enig ander delict dan dat waarvoor de uitlevering is verzocht en verkregen. Uit de stukken in het dossier die zien op de uitlevering van verdachte, blijkt dat uitlevering door de Federale Democratische Republiek Ethiopië niet ter zake van het onder 11 ten laste gelegde feit, te weten witwassen, is gevraagd of verkregen. Daarnaast is voor enig optreden door het Openbaar Ministerie met betrekking tot witwassen of andersoortige financiële delicten geen aanvullende toestemming gevraagd of verleend. Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van feit 11 (witwassen) en de daarmee samenhangende onderdelen van feit 1 (deelname aan een criminele organisatie) voor zover dit ziet op het zesde (witwassen) en zevende (hawala bankieren) gedachtestreepje. De rechtbank ziet geen aanleiding in dit eindvonnis anders te oordelen en handhaaft haar hiervoor weergegeven beslissing. 3.3.5. Conclusies De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig voor wat betreft het onderdeel ‘(in elk geval) ’ en ‘ en/of althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen’ in de feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10. De rechtbank oordeelt dat de dagvaarding voor het overige geldig is. De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van de onder 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging voor het onderdeel ‘uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)’ . De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging van de mensensmokkel van de in de tenlastelegging opgenomen migranten ‘ [getuige 4] ’, met getuigennummer [nummer 4] , en ‘ [getuige 3] ’, met getuigennummer [nummer 3] . De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging voor het oogmerk op de onderdelen: ‘- gijzeling , als bedoeld in artikel 282 en/of 282a van het Wetboek van Strafrecht, namelijk een of meer personen wederrechtelijk van de Tijdens deze getuigenverhoren werden met name de volgende drie foto's getoond in een fotomap, die gedurende de loop van het onderzoek is geactualiseerd en aangepast. De eerste foto betreft een foto van een man met patroongordels om, een vuurwapen over zijn schouders en een telefoon in zijn hand. De tweede foto betreft een foto van verdachte gemaakt in een politiebureau in Ethiopië na zijn aanhouding in maart 2020 en de derde foto betreft een man in een witte trui, met een laptop op schoot en een "oortje/koptelefoon" zichtbaar in zijn linkeroor. In de aan de verschillende getuigen getoonde fotomappen zat telkens één van de voornoemde foto’s. Verdachte heeft zichzelf herkend op alle drie de foto’s. Er zijn drie getuigen die verdachte van de eerste foto hebben herkend, er zijn acht getuigen die verdachte van de tweede foto hebben herkend en drie getuigen die verdachte van de derde foto hebben herkend. Ten aanzien van het standpunt van de verdediging dat de getuigen beïnvloed zouden zijn doordat er in een eerder stadium foto’s van verdachte op het internet circuleerden en getuigen hem daarom hebben aangewezen als de verantwoordelijke mensensmokkelaar bekend onder de naam [verdachte] , overweegt de rechtbank dat slechts één van de aan de getuigen getoonde foto’s op internet heeft gecirculeerd, namelijk de foto hiervoor aangeduid als de eerste foto (man met de patroongordels). Bovendien hebben de getuigen in hun verklaringen, voordat de foto’s werden getoond, specifiek onderscheidende uiterlijke kenmerken beschreven van ‘ [verdachte] ’ – de man die de getuigen onder andere in het kamp in [plaats 1] hebben gezien – die overeenkomen met het signalement van verdachte, zoals onder andere de lengte, omvang, haardracht en vermoedelijke leeftijd. Daarbij ondersteunen de verschillende getuigenverklaringen elkaar op deze punten. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat de getuigen niet althans niet zodanig beïnvloed zijn door de op internet circulerende foto van verdachte (met de patroongordels), dat ten aanzien van alle foto’s van voor bewijs onbruikbare herkenningen sprake zou zijn. De rechtbank acht daarbij verder van belang dat uit afgeluisterde telefoongesprekken van verdachte, gevoerd vanuit de Penitentiaire Inrichting te Grave met derden, blijkt dat verdachte getracht heeft getuigen te laten beïnvloeden door hen te laten verklaren dat ze hem niet kennen en dat praten over het verleden geen nut heeft. Deze gesprekken versterken naar het oordeel van de rechtbank de geloofwaardigheid van de getuigenverklaringen omtrent de herkenning van verdachte als [verdachte] . De rechtbank overweegt verder dat de verdachte bij zijn aanhouding in Ethiopië een Eritrees paspoort bij zich had op naam van [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1983 te [geboorteplaats] . In dit paspoort zit een visum voor toegang tot Libië, geldig van 27 september 2017 tot en met 26 september 2018, en een stempel van betaling van leges voor verblijf in Libië. Verdachte heeft tijdens een verhoor bij de Koninklijke Marechaussee verklaard dat het een paspoort van iemand anders betreft, waarop een door hem aangeleverde pasfoto van zichzelf was geplaatst. Hij heeft verder verklaard dat hij dit paspoort in Khartoem (Sudan) heeft gekocht en dat er op het moment dat hij het paspoort kreeg geen stempels of een visum voor Libië in stonden. Verdachte heeft verklaard dat hij met het paspoort naar Dubai is gereisd en daarna naar Ethiopië, maar dat hij nog nooit in Libië is geweest. Verdachte heeft echter geen verklaring gegeven voor het Libische visum en de stempel van betaling van leges voor verblijf in Libië in dat paspoort. Verder heeft de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 1] ’ op 25 november 2018 een foto ontvangen van voornoemd paspoort op naam van [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1983 te [geboorteplaats] , met de foto van verdachte erop. Hij ontving deze foto van voornoemd paspoort van de gebruiker van het Facebook-account ‘ [accountnaam 2] ’. Ev 5 De bewijsmotivering 5.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten als volgt wettig en overtuigend te bewijzen zijn: feit 1: deelname aan een criminele organisatie met het oogmerk tot het plegen van de misdrijven mensensmokkel, gijzeling, afpersing, geweldsdelicten en seksuele delicten, terwijl verdachte leider van deze organisatie was; feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10: mensensmokkel in vereniging met anderen, van de in de tenlastelegging genoemde personen met het toegebrachte letsel zoals genoemd in de tenlastelegging – met uitzondering van de onderdelen ‘en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad’ en de verlamming aan de rechterhand als letsel van ‘ [getuige 2] ’ zoals ten laste gelegd in feit 2 – terwijl levensgevaar te duchten was en verdachte hiervan een beroep en/of gewoonte heeft gemaakt; feiten 4 en 6: afpersing in vereniging met anderen. 5.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich – indien de rechtbank komt tot rechtsmacht van de Nederlandse rechter – op het volgende, verkort weergegeven, standpunt gesteld ten aanzien van de bewijsbaarheid van de ten laste gelegde feiten: feit 1: primair dient verdachte te worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat sprake is geweest (i) van een duurzame en gestructureerde organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr én (ii) van een samenwerkingsverband met het oogmerk op het plegen van de ten laste gelegde misdrijven én (iii) dat verdachte aan een dergelijke organisatie heeft deelgenomen. Subsidiair dient verdachte te worden vrijgesproken van de misdrijven die zich uitsluitend in Libië zouden hebben afgespeeld, in elk geval de gijzeling, geweldsdelicten en seksuele delicten; feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10: primair dient verdachte te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Subsidiair dient verdachte in elk geval te worden vrijgesproken van de onder feit 9 en 10 gesmokkelde migranten, die nadrukkelijk hebben verklaard dat een ander dan verdachte hun smokkelaar was, zodat er ten aanzien van verdachte onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat hij aan deze smokkelfeiten een strafbare bijdrage heeft geleverd; feiten 4 en 6: verdachte dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. 5.3 Inleidende overwegingen Onder leiding van het Landelijk Parket te Zwolle is op 7 november 2017 een opsporingsonderzoek opgestart onder de naam “27Pearce”. Dit onderzoek, dat zich aanvankelijk vooral richtte op een verdachte met de naam “ [medeverdachte 1] ”, is uitgevoerd door de Koninklijke Marechaussee. Dit onderzoek heeft zich gericht op een criminele organisatie onder leiding van deze [medeverdachte 1] die zich bezig zou houden met de smokkel van migranten vanuit Afrika via de Centrale Middellandse Zeeroute naar Europa. De migranten vatten vanuit Noord-Afrika een lange en veelal gevaarlijke reis aan in een poging om via de Middellandse Zee op irreguliere wijze Europa te bereiken. Veel migranten trekken op hun weg naar Europa door Libië, hetgeen de ontwikkeling van netwerken van mensensmokkel en mensenhandel in Libië in de hand heeft gewerkt. Op 5 september 2018 is er een rapport verschenen van het panel van Libië-experts, gericht aan de president van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. In dit rapport wordt onder meer gesproken over een netwerk van mensensmokkelaars dat actief is tussen Eritrea en Libië met een knooppunt in de Libische plaats [plaats 1] . Een man genaamd ‘ [verdachte] ’ zou ook deel uitmaken van dit netwerk. Het panel heeft Ethiopische meisjes geïnterviewd die tussen oktober 2014 en januari 2017 tegen betaling voor een zogenaamde "pakketreis" naar Europa zijn gesmokkeld door deze ‘ [verdachte] ’. Deze meisjes verbleven op een boerderij langs [locatie 2] aan de rand van [plaats 1] . In de loodsen op het terrein van de boerderij verbleven tot 1200 migran Ook wanneer het ten laste gelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering tijdens het begaan van het strafbare feit, kan sprake zijn van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking. De materiële en/of intellectuele bijdrage van de verdachte aan het strafbare feit zal dan van voldoende gewicht moeten zijn. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, kan rekening worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip. De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. De bijdrage kan daarnaast ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. Zeker in dergelijke, in zekere zin afwijkende of bijzondere situaties dient in de bewijsvoering aandacht te worden besteed aan de vraag of wel zo bewust en nauw is samengewerkt bij het strafbare feit dat van medeplegen kan worden gesproken, in het bijzonder dat en waarom de bijdrage van de verdachte van voldoende gewicht is geweest. De rechtbank overweegt dat het dossier, waaronder de getuigenverklaringen en het onderzoek naar de Facebook-accounts van verdachte en [medeverdachte 1] , aanwijzingen bevat dat verdachte en [medeverdachte 1] contact met elkaar hadden. Door het Openbaar Ministerie is naar voren gebracht dat uit het dossier volgt dat verdachte en [medeverdachte 1] een gedeelde loods hadden op hetzelfde perceel en dat werd gezien dat zij op dit perceel vriendelijk met elkaar omgingen. Verder verklaren meerdere getuigen dat zij bij aankomst op het perceel in [plaats 1] werden ondergebracht in een loods die bij helfte was verdeeld in een deel in gebruik bij [medeverdachte 1] en het andere deel bij verdachte. Beide helften waren door een stenen muur van elkaar gescheiden. De migranten “waren” of van [verdachte] of van [medeverdachte 1] . Ook lijkt uit de getuigenverklaringen te volgen dat er in sommige boten migranten zaten uit zowel de loodshelft van verdachte als de loodshelft van [medeverdachte 1] . Daarnaast lijkt er uit de Facebookcontacten tussen verdachte en de gebruiker van het account ‘ [accountnaam 2] ’, waarvan het Openbaar Ministerie stelt dat de gebruiker daarvan [medeverdachte 1] was, te volgen dat verdachte en [medeverdachte 1] “zakelijke” contacten hadden. Ook het contact over het valse paspoort op naam van verdachte en voorzien van diens foto, dat hij bij zich droeg ten tijde van zijn aanhouding, ziet het Openbaar Ministerie als een aanwijzing voor hun samenwerking. De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde omstandigheden weliswaar lijkt te volgen dat er in de ten laste gelegde periode contact en mogelijk enige vorm van samenwerking is geweest tussen verdachte en [medeverdachte 1] , maar dat dit onvoldoende is om wettig en overtuigend bewezen te achten dat [medeverdachte 1] bij het smokkelen van de specifiek in de tenlastelegging genoemde migranten als medepleger betrokken is geweest. Uit de getuigenverklaringen blijkt immers evenzeer dat verdachte, met een groep handlangers, de leiding had over een eigen groep migranten in een afgescheiden deel van de loods. In de getuigenverklaringen maken de migranten nadrukkelijk onderscheid wie bij [verdachte] hoorde en wie bij een andere smokkelaar. De rechtbank overweegt dat het hebben van onderling contact, het maken van een verdeling van de gesmokkelde personen, het onderbrengen van groepen migranten in afgescheiden gedeeltes van dezelfde loods, het nu en dan gebruik maken van dezelfde boten en het mogelijk op enig moment via Facebook communiceren over een vals paspoort voor verdachte, geen handelingen zijn die een materiële en/of intellectuele bijdrage van vo De mensen die voor verdachte werkten, sloegen hen vervolgens met een waterslang op hun rug. Verdachte gaf hiertoe opdracht. De getuige moest 5.000,00 dollar (hierna aangeduid met: $) betalen voor haar reis inclusief de reis van haar kinderen. Zij is een keer flauwgevallen toen ze werd geslagen met een waterslang door een van de handlangers van verdachte. Ze werden elke dag geslagen tijdens het bellen. Ze willen dat je huilt of schreeuwt terwijl je belt, zodat de familieleden waarmee je belt het kunnen horen en sneller betalen. De getuige heeft ook gezien dat twee migranten die wilden ontsnappen hard met een stok zijn geslagen en zijn overleden. Verdachte heeft hiertoe ook opdracht gegeven. Er was geen medische hulp. Veel migranten waren ziek. Het was een krappe ruimte waardoor migranten tegen elkaar aan sliepen. Er was erg weinig eten. Ze kregen één of twee maaltijden per dag, maar vaak maar één. Ze kregen een klein beetje pasta, maar dat was niet voldoende. Ze konden water uit een jerrycan met een kraan halen wat erg vies was. Er was één toilet voor mannen en één toilet voor vrouwen voor in totaal 1500 migranten. Soms mocht je maar één keer per week douchen. Over de zeereis heeft de getuige samengevat als volgt verklaard. Uiteindelijk is er voor de getuige betaald door haar familie. Ze heeft daarna nog ongeveer twee maanden in het kamp gezeten voor ze de overtocht mocht maken. Op een gegeven moment kregen de getuige en een aantal anderen te horen dat ze mochten vertrekken. Ze zijn in een vrachtwagen gestapt en naar een verlaten huis in aanbouw in de buurt van de kust gegaan, waarna ze weer naar een ander huis zijn gegaan. Het heeft een week geduurd tot ze bij de kust waren. Bij de kust lag de boot al klaar. Dit was een kleine houten boot. De getuige is met haar kinderen in de boot gestapt. Er zaten ongeveer 45 migranten op de boot, zij kwamen allemaal van het kamp van verdachte. Een Arabisch sprekende man bestuurde de boot. Er voer een kleinere boot achter hun boot, waar hun bestuurder na drie uur bij instapte en hen midden op zee achterliet. De volgende dag zijn ze door een Italiaans schip gered. De getuige is bang geweest voor haar leven en dat van haar kinderen. Op de houten boot hebben ze geen reddingsvesten gekregen. De getuige en haar kinderen konden niet zwemmen. Deze verklaring komt overeen met de verklaring die getuige op 7 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. De persoon aangeduid als ‘ [getuige 12] ’ in de tenlastelegging onder feit 2 (met getuigennummer [nummer 9] ) is op 2 oktober 2021 en 5 februari 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard in mei 2017 in het kamp van verdachte te zijn aangekomen en dat hij hier ongeveer zeven maanden heeft verbleven. Hij heeft verklaard ten tijde van de verhoren al langere tijd in Nederland te zijn en dat hij liever had gehad dat hij drie jaar eerder was gehoord. Hij heeft in maart 2018 asiel aangevraagd in Nederland. Over het verblijf in het kamp heeft de getuige als volgt verklaard. Hij is in het kamp van verdachte aangekomen. Dit kamp heette ‘ [plaats 3] ’. Verdachte beheerde een loods of magazijn en had twee handlangers genaamd [naam 7] (fonetisch) en [naam 8] (fonetisch). Bij binnenkomst stelde verdachte zichzelf voor als [verdachte] . Verdachte was de baas. De getuige moest eerst $4.000,00 betalen aan [naam 7] , wat hij heeft gedaan en daarna moest hij een extra $2.000,00 aan verdachte betalen. De omstandigheden in het magazijn waren verschrikkelijk. Hij werd mishandeld. Er werd koud water over hem heen gegooid. Er was nog een handlanger, [naam 9] (fonetisch), die migranten mishandelde en vernederde. [naam 9] werkte voor verdachte en hield bij wie er moest betalen. Toen de getuige voor de tweede keer moest betalen werd hij samen met een groep naar de binnenruimte gebracht. De handlanger van verdachte had een stok bij zich. Hij dwong de migranten familie te bellen en sloeg ze. Verdachte gaf hier opdracht toe. Dit gebeurde Er stond een groep klaar om te vertrekken. De zieke mensen in het kamp die betaald hadden, mochten met die groep mee, waaronder getuige. Hij werd geroepen door [naam 10] (fonetisch). Dit was een handlanger van verdachte die de migranten liet bellen en daarnaast bewakerswerk verrichtte. Verdachte was degene die bepaalde wie er mochten vertrekken. De getuige werd met een groep van 58 personen in een afgedekte vrachtwagen gestopt. Verdachte was erbij toen dit gebeurde. De reis met de vrachtwagen duurde ongeveer drie dagen. Ze werden naar een huis bij de kust gebracht waar ze ongeveer een week zijn gebleven onder leiding van Arabieren. Vervolgens moesten ze lopen naar de kust. Er lagen twee boten klaar. Ze moesten tot aan hun heupen het water inlopen om in te stappen. Ze gingen met zijn allen in een boot samen met een paar Arabieren. In de andere boot namen een paar andere Arabieren plaats. De boten voeren naast elkaar. Na ongeveer acht uur varen moesten ze stoppen, koppelden de Arabieren de motor van de boot van getuige los en moest de boot verder zonder motor. De Arabieren lieten de boot met migranten midden op zee achter en voeren met hun eigen boot terug. De boot waar de getuige op zat was van hout. Er was geen ruimte voor 58 mensen. Hij kon normaal gesproken zwemmen, maar door zijn slechte gezondheidstoestand zou dit niet gelukt zijn. Ze hadden geen reddingsvesten. Er was geen eten of drinken aan boord. Niemand kon de boot besturen. Als iemand bewoog dreigde de boot te kantelen. Ze moesten erg voorzichtig zijn. De persoon aangeduid als ‘ [getuige 13] ’ (getuigennummer [nummer 11] ) is op 23 maart 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij is de vader van de getuige hiervoor aangeduid als ‘ [getuige 2] ’ (getuigennummer [nummer 10] ) in de tenlastelegging onder feit 2. Hij is zelf niet in het kamp van verdachte geweest. Hij heeft verklaard dat hij voor de overtocht van zijn zoon heeft moeten betalen toen zijn zoon in Libië zat. Er moest eerst 75.000 Nakfa (Eritrese valuta) betaald worden. Hij werd elke dag gebeld door mensensmokkelaars om dit te betalen. Hij heeft in totaal twee keer betaald. De tweede keer moest er tussen de 170.000 en 180.000 Nakfa betaald worden. Hij moest geld inzamelen om het bedrag bij elkaar te krijgen en heeft dit uiteindelijk betaald. 5.4.2.2. Ten aanzien van de feiten 3 en 4: aankomst 28 december 2017 in Augusta en afpersing Een andere aankomstlijst van migranten die per boot Italië hebben bereikt, die in het kader van het JIT door de Italiaanse autoriteiten te Palermo aan het onderzoeksteam Pearce is verstrekt, betreft de aankomstlijst van 28 december 2017. Op deze lijst staan de namen, met bijbehorende foto's, van driehonderdvijfenzeventig (375) migranten die die dag arriveerden in de haven van Augusta (Sicilië). Uit het reddingsverslag is gebleken dat er op 26 december 2017 een Search and Rescue operatie is gehouden door de schepen met de namen [schip 5] , [schip 6] en [schip 4] . De [schip 6] heeft op 26 december 2017 om 09:00 uur aan een rubberboot met daarop 121 migranten hulp verleend. De [schip 4] heeft op 26 december 2017 na een zogenoemde “Thuraya-oproep” om 09:05 uur een rubberboot met ongeveer 134 migranten onderschept. De [schip 6] heeft om 15:40 uur aan een rubberboot met daarop 120 migranten hulp verleend. De migranten uit de verschillende schepen zijn allen op het schip [schip 1] " gebracht. De [schip 1] " meerde op 28 december 2017 om 10:30 uur aan in de haven Porto di Augusta, waarna de migranten aan land zijn gebracht. De aankomstlijst is geanalyseerd en onderzocht op in Nederland verblijvende migranten. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de identificatie van drie migranten, te weten: ‘ [getuige 5] ’ geboren op [geboortedatum 5] 2002; ‘ [getuige 13] ’ geboren op [geboortedatum 6] 1991 ; ‘ [getuige 9] ’ geboren op [geboortedatum 7] 1997. De getuige ‘ [getuige 5] ’ (getuigennummer [nummer 5] ) heeft tijdens het verhoor van 24 maart 2024 bij de rechter-commissari De zieke migranten kregen geen medicatie en onvoldoende behandeling. Er waren weinig sanitaire voorzieningen; er waren drie toiletten en drie douches voor 1000 migranten. De sanitaire voorzieningen werden niet of onvoldoende schoongemaakt. Over de afpersing heeft de getuige als volgt verklaard. De handlangers van verdachte mishandelden de migranten in het kamp, om ze te dwingen voor de overtocht naar Europa te betalen. Terwijl de migranten naar hun familie belden werden ze hard geslagen, zodat de familieleden aan de telefoon dit konden horen en zo aangespoord werden te betalen. De getuige moest 3.500,00 (de rechtbank begrijpt $) betalen voor de overtocht. Hij heeft familieleden benaderd om dit geld bij elkaar te krijgen. Zijn vader heeft familie in Israël benaderd om geld te verzamelen en heeft hiermee de overtocht bekostigd. Terwijl hij zijn familieleden belde werd hij geslagen en mishandeld door de handlangers van verdachte. Zij pakten de telefoon van hem af en zeiden dan tegen de familie dat ze het geld moesten betalen. Er werd een code afgesproken waarmee kon worden aangetoond dat het bedrag voldaan was. Over de zeereis heeft de getuige als volgt verklaard. Na de betaling moest hij twee tot drie maanden wachten tot hij met een vrachtwagen naar de kust werd gebracht. Toen de getuige vanuit [plaats 1] naar de vrachtwagen werd gebracht, was verdachte in persoon aanwezig. Er zaten ongeveer zestig migranten in de vrachtwagen. De reis naar de kust heeft ongeveer een week geduurd. Onderweg zijn ze bij meerdere huizen gestopt om te rusten. Sommige dagen kregen ze geen eten. De rubberboten waren al klaargemaakt toen de getuige aankwam bij de kust. De rubberboot was niet zeewaardig en kon makkelijk lek raken. Ze zaten met zestig personen op één boot, terwijl de boot geschikt leek voor ongeveer dertig personen. Ze moesten erg dicht op elkaar zitten. Niemand kreeg een reddingsvest. De getuige kon niet zwemmen. De Libiërs hebben hen tot een bepaalde afstand op zee gebracht, waarna de Libiërs met een andere boot zijn teruggegaan. Hierna bestuurde niemand de boot meer. In december 2017 is hij met de tocht begonnen en hij is op 1 januari 2018 op Sicilië aangekomen. Hij is midden op zee opgepikt en naar Augusta op Sicilië gebracht. Deze verklaringen komen overeen met de verklaring die de getuige op 20 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. De getuige heeft bij de rechter-commissaris nog nader uitgelegd dat hij niet meer wist welke familieleden hij heeft gebeld vanuit het kamp. Hij heeft vier of vijf telefoonnummers van familieleden aan de handlangers van verdachte doorgegeven. Eenmaal in Nederland hoorde hij dat hij zijn zus [getuige 6] ook heeft gebeld. De persoon aangeduid als ‘ [getuige 6] ’ in de tenlastelegging onder feit 4 (getuigennummer [nummer 6] ) is op 27 juli 2020 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Zij is de zus van getuige ‘ [getuige 5] ’ met getuigennummer [nummer 5] . De getuige [getuige 6] heeft niet in het kamp van verdachte verbleven, maar was woonachtig in Nederland toen haar minderjarige broer in het kamp verbleef. Haar broer ‘ [getuige 5] ’ heeft de getuige gebeld. Hij moest twee keer geld betalen aan de smokkelaar waar hij verbleef. ‘ [getuige 5] ’ werd hard geslagen terwijl hij haar belde. De getuige hoorde hem schreeuwen aan de telefoon, waarna er werd opgehangen. Hij zei tegen haar dat hij in Libië zat, werd gemarteld en dat ze moest betalen. De getuige heeft dit aan haar ouders verteld. Haar broer vertelde ook dat hij met de dood werd bedreigd en dat er zo snel mogelijk betaald moest worden. Als er werd betaald mocht ‘ [getuige 5] ’ pas doorreizen en de zee oversteken. Er moest $4.000,00 overgemaakt worden. De getuige had onvoldoende middelen om het bedrag te kunnen betalen. Haar ouders hebben uiteindelijk geregeld dat er werd betaald. Nog voordat haar broer een poging deed voor de oversteek, werd de getuige gebeld dat er nog een keer betaald moest worden. Wederom hebben haar oude De andere twee Libiërs zaten op een andere boot. De boot met migranten werd tot midden op zee getrokken door die boot, waarna ze zijn losgemaakt. De Libiër uit hun boot is op de andere boot gestapt en heeft de boot, waarop de getuige zich bevond, achtergelaten. De migranten op de boot moesten voorzichtig doen, omdat de boot anders misschien zou kapseizen. Er was gevaar, want er kwam water de boot in. Ze hadden het koud. De migranten waren bang. De getuige kon niet zwemmen. Ze hebben geen reddingsvesten of andere attributen gekregen voor de oversteek. Ze hebben ongeveer drie uur op zee gedobberd voordat ze gered werden. Verdachte regelde volgens de getuige alles en gaf ook aanwijzingen, terwijl zij bij de kust waren. Deze verklaringen komen overeen met de verklaring die deze getuige op 17 mei 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. De persoon aangeduid als ‘ [getuige 9] ’ in de tenlastelegging onder feit 3 (getuigennummer [nummer 13] ) is op 31 januari 2022, 21 februari 2022 en 28 februari 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij in 2017 ongeveer zeven maanden in de loods van verdachte heeft verbleven. Hij heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat hij in 2018 in Nederland is aangekomen. Over het verblijf in het kamp heeft de getuige als volgt verklaard. Hij is tijdens zijn reis op een gegeven moment gegijzeld en naar het kamp ‘ [plaats 2] ’ gebracht. Het was een grote locatie met een omheining. Hij werd in het kamp van verdachte geplaatst. Verdachte had een aantal handlangers in het kamp, ook wel ‘kapo’s’ genoemd. De getuige kent drie namen van handlangers, namelijk [naam 15] , [naam 10] en [naam 9] . Zij kregen verschillende taken van verdachte. Zo kregen [naam 15] en [naam 10] de opdracht om migranten te mishandelen en [naam 9] de opdracht om de namen te noteren van wie er wel en niet betaald hadden. Na twee weken in het kamp van verdachte verbleven te hebben, kreeg de getuige te horen dat hij $7.500,00 moest betalen. Er werd telkens een groep naar de binnenruimte geroepen die moesten bellen naar familie. Terwijl zij belden werden ze geslagen. Als je het geld had betaald, kreeg je rust. Zolang je niet had betaald werd je elke dag naar buiten gehaald en mishandeld. De getuige is hard geslagen en geschopt door de handlangers, waaronder [naam 10] . Hierdoor had hij veel last van zijn ribben en zijn de ribben scheef gaan staan. Hij moest gedurende vijf maanden elke dag bellen. De getuige heeft uiteindelijk $5.500,00 aan verdachte betaald via familieleden. Er werd na betaling een code verstrekt waarmee aangetoond kon worden dat er was betaald. Er zaten meer dan 1000 migranten in de loods van verdachte. Er was erg weinig ruimte, waardoor de getuige slecht kon slapen. Het tapijt waar ze op sliepen was erg vies en vol met vlooien. Getuige heeft schurft opgelopen door de onhygiënische situatie. Er waren in totaal vijf toiletten. De getuige mocht één of twee keer per week douchen. Hij heeft dorst en honger geleden. Er was onvoldoende drinkwater en te weinig te eten. Je kreeg twee keer op een dag een beetje macaroni. Verdachte gaf de werknemers opdrachten de migranten te mishandelen en bepaalde tevens dat ze niet naar buiten mochten wanneer er niet werd betaald. Over de zeereis heeft de getuige “ [getuige 9] ” als volgt verklaard. Na betaling werd op een dag door [naam 9] een lijst namen afgeroepen, waaronder die van de getuige. Het was een groep van ongeveer 56 migranten die naar buiten moest, waar verdachte stond te wachten. Ze moesten met de hele groep in één gesloten vrachtwagen stappen. Ze zijn naar een huis dichtbij de kust gebracht waar ze elf of twaalf dagen moesten wachten tot ze lopend naar de kust mochten vertrekken. Eenmaal bij de kust stonden er drie Libiërs met een boot klaar. Het was een houten vissersboot. Er waren ongeveer twaalf mensen die konden zwemmen. Zij moesten de migranten die niet konden zwemmen, op de boot helpen. De getuige werd zelfs nog geslagen ter De migranten in het kamp kregen onvoldoende eten. Het was er heel vies, er was niet voldoende water, er waren onvoldoende wc’s aanwezig en er was geen medische zorg. De getuige heeft het kamp herkend op een foto die haar getoond werd tijdens het verhoor. Over de zeereis heeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Zij werd door Libiërs naar de kust gebracht, waar de rubberboot werd klaargemaakt. Na een maand aan de kust te hebben gezeten, vertrok zij met een groep van 98 personen in een rubberboot richting Italië. Deze boot was geschikt voor [nummer 18] personen en niet zeewaardig. Doordat er een gat in de boot zat, kwam er water in de boot. Een medepassagier had de leiding op de boot. Deze medepassagier had slechts een kompas meegekregen om te weten welke koers gevaren moest worden. Ze kregen wel een reddingsvest, maar getuige voelde toen ze aan het zwemmen was dat haar lichaam ondanks het reddingsvest naar beneden zakte en het vest juist naar boven ging. Tijdens de bootreis hadden ze een telefoon, waarmee ze verdachte belden. Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die getuige op 21 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. De tweede persoon aangeduid als ‘ [getuige 7] ’ in de tenlastelegging onder feit 5 (getuigennummer [nummer 7] ) is op 29 maart 2021 en 6 april 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij vanaf november 2017 ongeveer zes maanden in het kamp van verdachte in [plaats 1] heeft verbleven. Getuige is via Italië in Nederland aangekomen. Over het verblijf in het kamp heeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Hij en de andere vluchtelingen werden elke dag geslagen met een houten stok of een plastic waterslang door handlangers van verdachte. Verder moesten ze over de grond rollen terwijl er water op hen werd gegooid. De getuige heeft verklaard dat hij heel vaak geslagen is, en dat er smoesjes werden gezocht om te slaan, bijvoorbeeld als iemand toevallig opstond. Verder werd hij vaak geslagen tijdens het bellen met familieleden. De handlangers van verdachte gaven aan dat zij niet vrijwillig sloegen, maar dit moesten doen van verdachte. De getuige en de andere migranten in het kamp kregen niet voldoende eten en er was weinig water. Bovendien was het water van slechte kwaliteit. De toiletten waren in hele slechte staat en er was geen medische zorg in de loods. De familie van de getuige heeft $5.500,00 moeten betalen aan verdachte zodat de getuige de overtocht kon maken naar Italië. Over het aan hem toegebrachte letsel heeft de getuige onder meer verklaard dat hij aan de mishandelingen door de handlangers van verdachte een litteken op zijn handen en een litteken op zijn bovenbenen heeft overgehouden. Hij heeft verklaard dat het litteken op zijn handen ontstaan is omdat hij met een houten stok op zijn handen werd geslagen. Over de zeereis heeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Nadat er betaald was voor hem, werd hij naar een kamp gebracht in de buurt van de kust. Hij heeft hier ongeveer twee maanden verbleven. Het kamp werd gerund en bewaakt door Libiërs en er zaten ongeveer 700 migranten in dit kamp. Ook hier werden de migranten geslagen. Op een gegeven moment moesten ze naar de kust lopen en met 90 personen in een rubberboot stappen. De rubberboot werd bestuurd door een Afrikaan. Ze hadden wel zwemvesten, maar de getuige weet niet of het goede zwemvesten waren. Ze zijn vanuit Libië richting Italië gevaren. Op 24 april 2018 zijn ze gered door een Italiaanse reddingsboot en naar Italië gebracht. Over de afpersing heeft de getuige onder meer het volgende verklaard. De migranten in het kamp moesten uren in de rij staan om te bellen met familieleden zodat zij zouden betalen aan verdachte. Als ze weigerden te bellen werden ze geslagen. De getuige belde naar zijn broer in Nederland en smeekte zijn broer of hij het geld voor hem kon regelen. Hij werd geslagen terwijl hij met zijn broer aan he De getuige is via Italië, Frankrijk en België in Nederland aangekomen. Uit het uittreksel BRP blijkt dat hij in ieder geval sinds 10 november 2020 in Nederland is ingeschreven. Over het verblijf in het kamp heeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Als migranten het reisgeld niet konden betalen werden ze mishandeld door handlangers van verdachte in diens opdracht. Verdachte wilde dat de getuige $1.600,00 zou betalen voor de zeereis, maar nadat de getuige aangaf daartoe niet de middelen te hebben, zei verdachte dat hij dan $1.300,00 moest betalen. De getuige heeft zijn broer gebeld in Soedan en die heeft vervolgens $1.300,00 voor hem betaald. [naam 20] was een medewerker van verdachte die heel veel misdrijven heeft gepleegd in de loods. In het begin was zijn rol het mishandelen van migranten. Later ging hij de codes beheren en bijhouden of migranten betaald hadden. Een handlanger genaamd [naam 21] sloeg migranten in het kamp met een stok. Er waren twee tot drie toiletten voor 800 migranten en de wc’s waren steeds verstopt. De migranten konden één keer per week douchen. Ze kregen niet fatsoenlijk te eten, waardoor ze een tekort hadden aan vitaminen en proteïne. Over de zeereis heeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Eind december 2017 of begin januari 2018 ging hij met andere migranten richting de kust. Na enkele maanden werd hij naar een boot gebracht. Een Libiër die bij hen in de boot zat, ging met hen varen tot ongeveer 200 à 300 meter in de zee. Die is vervolgens van de boot gesprongen en terug gezwommen naar de kust. Op een gegeven moment werden ze opgepikt door een Duitse boot. Ze moesten toen de reddingsvesten die ze aan hadden weggooien en ze kregen andere reddingsvesten van de Duitsers. Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die deze getuige op 13 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. 5.4.2.4. Ten aanzien van feit 7: aankomst op 1 augustus 2015 in Lampedusa Een andere aankomstlijst van migranten die per boot Italië hebben bereikt, die in het kader van het JIT aan het onderzoeksteam Pearce door de Italiaanse autoriteiten te Palermo is verstrekt, betreft de aankomstlijst van 1 augustus 2015. Op deze lijst staan de namen, met bijbehorende foto’s, van migranten die op die dag arriveerden in Lampedusa (Italië). De aankomstlijst is in onderzoek Pearce geanalyseerd en onderzocht op in Nederland verblijvende migranten. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de identificatie van vijf migranten, te weten: 1. [getuige 12] ’ (getuige [nummer 19] ), vrouw, geboren op [geboortedatum 12] 1992; 2. ‘ [getuige 9] ’ (getuige [nummer 20] ), man, geboren op [geboortedatum 13] 1991; 3. ‘ [getuige 15] ’ (getuige [nummer 21] ), man, geboren op [geboortedatum 14] 1989; 4. ‘ [getuige 13] ’ (getuige [nummer 22] ), man, geboren op [geboortedatum 15] 1987; 5. ‘ [getuige 1] ’ (getuige [nummer 1] ), man, geboren op [geboortedatum 16] 1987. Naar aanleiding van het verhoor van de getuige ‘ [getuige 1] ’ is de getuige ‘ [getuige 2] ’ geïdentificeerd als medereiziger van deze overtocht. Nadien is ‘ [getuige 2] ’ als zesde persoon aan de tenlastelegging toegevoegd, als de persoon aangeduid als: 6. ‘ [getuige 2] ’ (getuige [nummer 2] ), man, geboren op [geboortedatum 17] 1987. ‘ [getuige 12] ’ heeft tijdens zijn getuigenverhoor op 15 december 2021 verdachte herkend als de persoon op het fotoblad met het nummer 18. De persoon aangeduid als ‘ [getuige 12] ’ in de tenlastelegging onder feit 7 (getuigennummer [nummer 19] ) is op 10 november 2021, 29 november 2021, 13 december 2021 en 15 december 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee en op 9 januari 2025 door de rechter-commissaris in strafzaken. De getuige heeft verklaard dat zij ongeveer twee weken in het kamp van verdachte in de buurt van Tripoli heeft verbleven. Ze heeft bij de rechter-commissaris verklaard dat zij eind augustus 2015 in Nederland is gekomen. Over het verblijf in het kamp heeft deze ge Omdat het daar heel benauwd was, maakte getuige een gaatje in de tent aan de bovenkant om adem te halen. Hij kreeg vervolgens een klap op zijn hoofd van een Libiër. Hieraan heeft de getuige een litteken overgehouden. Ook andere reizigers kregen klappen. Bij de kust moest de getuige een week wachten. Daarna werden ze met een gesloten auto naar een houten boot gebracht. Er zaten ongeveer 150 migranten op de boot. Er waren geen veiligheidsvoorzieningen op de boot en er was geen eten en drinken. Er waren veel migranten aan boord die nog nooit hadden gezwommen. Nadat ze dertien uur hadden gevaren, ging hun boot stuk. Twee uur later werden ze door Britten opgepikt en naar Lampedusa gebracht. Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 25 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. De persoon aangeduid als ‘ [getuige 15] ’ in de tenlastelegging onder feit 7 (getuigennummer [nummer 21] ) is op 4 januari 2022 en 13 januari 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee en op 22 januari 2025 door de rechter-commissaris in strafzaken. De getuige heeft verklaard dat hij in juli 2015 ongeveer een maand in het kamp van verdachte in de buurt van Tripoli heeft verbleven. Hij heeft verklaard dat hij in augustus 2015 aankwam in Italië en vervolgens is doorgereisd naar Nederland. Tijdens zijn verhoor in januari 2022 was hij al zes jaar woonachtig in Nederland. Over het verblijf in het kamp heeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. Hij moest aan verdachte $2.000,00 betalen voor de zeereis. Zijn neef die in Israël woont heeft dit bedrag betaald. In de loods waar de getuige zat, werden de migranten vaak zonder reden geslagen. De migranten kregen alleen natte, papperige rijst of linzensoep met veel water. Aan het drinkwater was zout toegevoegd. Er waren te weinig wc’s en de wc’s waren bovendien heel vies. Over de zeereis heeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. Na twee tot vier weken in de loods bij verdachte te zijn geweest, werd hij met een vrachtauto richting een loods in de buurt van de zee gebracht. De dag erna werd hij naar een houten boot gebracht. De migranten werden geslagen om in de boot te gaan en ook in de boot werden ze geslagen. De migranten kregen geen reddingsvesten en er was geen eten en drinken aan boord. Er zaten 200 tot 350 migranten op de boot en de boot werd getrokken door een andere boot. De boot ging op een gegeven moment kapot. Ze werden gered door een Italiaans schip en naar Italië gebracht. Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 22 januari 2025 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. Aanvullend heeft de getuige bij de rechter-commissaris nog verklaard dat verdachte hun reis heeft geregeld nadat zij geld aan verdachte hadden betaald en dat “de onderdanen van verdachte” hen naar de kust hebben gebracht. De persoon aangeduid als ‘ [getuige 13] ’ in de tenlastelegging onder feit 7 (getuigennummer [nummer 22] ) is op 6 januari 2022 en 31 januari 2022 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Hij heeft verklaard dat hij in juli 2015 vijf dagen in een loods van verdachte heeft gezeten in de buurt van Tripoli. De getuige heeft aangegeven in 2015 in Nederland te zijn aangekomen. Over het verblijf in het kamp heeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Toen hij op het terrein van verdachte arriveerde, stond verdachte hen al op te wachten. De getuige moest $2.200,00 betalen voor de zeereis naar Europa. Dit geld is betaald in Israël door een vriend van de getuige. De getuige heeft gezien dat verdachte, de migranten sloeg. Hij sloeg ook migranten die uit wanhoop buiten water gingen drinken, omdat ze dorst hadden. Migranten moesten dan op de grond gaan liggen, waarna verdachte water over die personen gooide en hen vervolgens ging slaan. Tussen de vluchtelingen zaten artsen, maar er waren geen medicijnen op het kamp. Over de zeereis heef Uit het uittreksel BRP blijkt dat hij in ieder geval sinds 24 februari 2016 in Nederland is ingeschreven. Over het verblijf in het kamp heeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Toen ze in de loods van verdachte zaten, gaf verdachte opdracht dat de migranten moesten bellen naar familieleden om de betaling voor de reis te regelen. De getuige moest $4.000,00 betalen aan verdachte voor de reis over zee. Een vriend van de getuige in Israël heeft het geld aan een contactpersoon van verdachte gegeven die in Israël geld voor verdachte verzamelde. Als de migranten belden voor geld, werden ze altijd onder druk gezet. Er waren vijf mannen die het telefoonwerk deden voor verdachte. Alleen als het echt nodig was of als iemand het geld niet kon of wilde betalen, kwam verdachte langs. Verdachte bedreigde de migranten en schold hen uit. De getuige is een paar keer geslagen door verdachte met een waterslang op zijn rug. Hij sloeg zo hard, dat de huid van getuige ervan open lag en bloedde. Verdachte heeft een pistool tegen zijn hoofd gezet en gezegd dat hij de getuige zou doodschieten. De migranten in de loods kregen maar twee keer per dag eten. Soms kregen ze pasta en soms saus met brood. Er was weinig doucheruimte. Verdachte was degene die ervoor zorgde dat de migranten werden vervoerd van land naar land, dat ze verbleven in een land waar ze niet mochten zijn en uiteindelijk in Europa aankwamen. Over de zeereis heeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. Op een gegeven moment ging de getuige aan boord van een boot. Toen het licht begon te worden, zagen ze dat hun boot geen motor had, maar werd voortgetrokken door een andere boot. Midden op de zee werden ze gered door de Italiaanse kustwacht. 5.4.2.5. Ten aanzien van feit 8: aankomst op 4 februari 2018 in Messina Een andere aankomstlijst van migranten die per boot Italië hebben bereikt, die in het kader van het JIT door de Italiaanse autoriteiten te Palermo aan het onderzoeksteam Pearce is verstrekt, betreft de aankomstlijst van 4 februari 2018. Op deze lijst staan de nationaliteiten van honderdzevenenvijftig (157) migranten die op die dag arriveerden in de haven van Messina (Sicilië). Uit het reddingsverslag is gebleken dat er op 1 februari 2018 om 11:53 uur, na signalering vanuit het operatiecentrum te Rome, werd doorgegeven aan het schip [schip 7] 3 dat er op coördinaten 33°18.6' N - 011°53' E 13 mn (zeemijl) ten noorden van de Libische kust en 135 mn ten zuiden van Lampedusa een boot zou varen met migranten aan boord. Door de [schip 7] 3 werd een houten blauwe boot met ongeveer 157 migranten aan boord onderschept. De [schip 7] 3 heeft op 4 februari 2018 om 07:30 uur aangemeerd in de haven van Messina om de migranten te ontschepen. De aankomstlijst is in onderzoek Pearce geanalyseerd en onderzocht op in Nederland verblijvende migranten. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de identificatie van de volgende personen: ‘ [getuige 16] ’ geboren op [geboortedatum 18] 2002; ‘ [getuige 9] ’ geboren op [geboortedatum 19] 1994; ‘ [getuige 17] ’ geboren op [geboortedatum 20] 2001. De persoon aangeduid als ‘ [getuige 16] ’ in de tenlastelegging onder feit 8 (getuigennummer [nummer 23] ) is op 12 april 2021, 27 juni 2021 en 13 maart 2023 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Zij heeft verklaard in 2017 in het kamp van verdachte te zijn aangekomen en dat ze hier zes of zeven maanden heeft verbleven. Zij heeft verklaard sinds 2018 in Nederland te zijn. Blijkens documentatie in het dossier is de ingangsdatum van de verblijfstitel van getuige in Nederland 19 april 2018. Over het verblijf in het kamp heeft de getuige als volgt verklaard. Ze kwam na een reis vanuit Khartoem aan op een groot terrein met meerdere loodsen in Libië. Deze plek heette ‘ [plaats 2] ’. De getuige kreeg van ‘kapo’s’ te horen dat ze moest betalen als ze verder naar de zee wilde reizen. Migranten mochten de loods niet verlaten voor het geld betaald was. De migranten moesten familieleden bellen om te De getuige heeft verklaard dat ze omstreeks januari 2018 richting de kust is vertrokken. Bij de kust waren ook andere reizigers. Haar is verteld dat zij onder andere uit het kamp van verdachte kwamen. De boot waar ze op moesten, lag al klaar in het water. Het was een houten of metalen boot. Ze zijn rond negen uur in de avond begonnen met de bootreis. De volgende ochtend zijn ze door de Italianen gered. Deze getuige heeft tijdens het verhoor door de rechter-commissaris op 27 mei 2025 verklaard dat ze verdachte één keer persoonlijk heeft gezien. Ze wist dat dit verdachte was, omdat de Libiërs hem riepen en zijn naam noemden. Hij vroeg bij welke smokkelaar ze zat en lachte haar uit. Verdachte had mensen die anderen voor hem mishandelden. Ze heeft gehoord dat migranten, die bij verdachte zaten en niet op tijd betaalden, werden mishandeld. Ze moesten bellen. De personen die in de loods van verdachte verbleven, werden door verdachte naar de zee gestuurd. De smokkelaar bij wie je zat is ook de persoon die je naar de zee stuurde. De geïdentificeerde in Nederland verblijvende persoon hiervoor aangeduid als ‘ [getuige 17] ’ (getuigennummer [nummer 25] ) is op 10 mei 2021 en 28 mei 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Uit de analyse van de aankomstlijst is gebleken dat zij op dezelfde aankomstlijst stond als de hiervoor aangeduide en op de tenlastelegging opgenomen getuige ‘ [getuige 16] ’. De getuige ‘ [getuige 17] ’ heeft verklaard niet in de loods van verdachte te hebben verbleven, maar wel in een magazijn van een andere smokkelaar op hetzelfde terrein. Dit was in 2017 gedurende ongeveer acht maanden. Het terrein bevond zich in de plaats ‘ [plaats 4] ’ (fonetisch). De getuige heeft verklaard dat er naast de loods waar zij zat nog twee loodsen waren, waaronder een van verdachte. Ze heeft migranten horen bespreken dat verdachte hun smokkelaar was. Zij heeft verklaard dat zij, nadat haar broer voor haar betaald had, samen met de anderen die betaald hadden, is vertrokken naar de kust. Onderweg moesten ze twee keer overnachten in een loods. Ze heeft onderweg naar de kust twee meisjes gesproken die in het kamp van verdachte hadden gezeten. Toen de getuige bij de kust aankwam stonden daar al de migranten die in het kamp van verdachte hadden verbleven. Ze werden samen op de boot naar Italië gezet. Ze zijn rond tien uur in de avond de zee op gegaan. Vroeg in de ochtend zijn ze door het grote schip gered. 5.4.2.6. Ten aanzien van feit 9: aankomst op 12 maart 2018 in Pozzallo Een andere aankomstlijst van migranten die per boot Italië hebben bereikt, die in het kader van het JIT door de Italiaanse autoriteiten te Palermo aan het onderzoeksteam Pearce is verstrekt, betreft de aankomstlijst van 12 maart 2018. Op deze lijst staan de namen, met bijbehorende foto’s, van eenennegentig (91) migranten die op die dag arriveerden in Pozzallo (Italië). Uit het reddingsverslag is gebleken dat er op 11 maart 2018 een reddingsoperatie plaatsvond op de Middellandse Zee. Op 11 maart 2018 om 00:10 uur is het schip [schip 4] naar een locatie gevaren waar een vaartuig dat in de problemen verkeerde, was gesignaleerd. Het ging om een witte rubberboot met een buitenboordmotor met aan boord 93 migranten. De migranten vertelden dat ze op 10 maart 2018 vanuit het kustgebied van [locatie 4] waren vertrokken. Het schip [schip 4] droeg vanwege gezondheidsredenen twee van de migranten over aan een andere patrouilleboot in de buurt van het eiland Lampedusa. De aankomstlijst is in onderzoek Pearce geanalyseerd en onderzocht op in Nederland verblijvende migranten. Dit onderzoek heeft geresulteerd in de identificatie van onder meer twee in Nederland verblijvende migranten van deze aankomstlijst, te weten: (…) 5. ‘ [getuige 15] ’, ( [getuige 13] ), geboren op [geboortedatum 21] 1996 en (…) 7. ‘ [getuige 18] ’, ( [getuige 4] ), geboren op [geboortedatum 22] 2002. Getuige ‘ [getuige 15] ’ heeft tijdens het verhoor van 4 maart 2021 verdachte herkend van een fot De bestuurder van de boot was een Eritrese vluchteling. Op het moment dat ze gered werden, was de brandstof bijna op. Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 14 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. De persoon aangeduid als ‘S’ in de tenlastelegging onder feit 9 (getuigennummer [nummer 32] ) is op 22 september 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee en op 18 maart 2024 door de rechter-commissaris in strafzaken. Zij heeft verklaard dat zij vanaf januari 2017 een jaar in de loods van verdachte in [plaats 1] heeft verbleven. De getuige is vanuit Italië naar Nederland gegaan. Ze is in 2018 in Nederland aangekomen. Over het verblijf in het kamp heeft de getuige onder meer het volgende verklaard. De getuige is door verdachte ontvoerd toen zij aankwam in Libië. Zij werd meegenomen door Libiërs die voor verdachte werkten. De omstandigheden in de loods waren moeilijk. De getuige en de andere migranten in de loods werden geslagen en mishandeld en ze kregen te weinig eten. Ze werden mishandeld door een Ethiopiër genaamd [naam 9] , een Ethiopiër genaamd [naam 22] en een Somaliër. Als migranten mishandeld werden, zat verdachte toe te kijken. Migranten die niet konden betalen, werden met koud water overgoten, moesten over de grond rollen en werden constant mishandeld en uitgehongerd. De getuige is heel vaak mishandeld. Er was geen medische hulp in de loods van verdachte. Alleen als verdachte zin had, werd iemand vervoerd voor een medische behandeling. Getuige moest 6000 (de rechtbank begrijpt $) aan verdachte betalen. Het geld is betaald door een oom van de getuige in Israël. Over de zeereis heeft de getuige onder meer het volgende verklaard. Vier maanden nadat het geld betaald was, werd zij naar de kust gebracht. Daar verbleef zij in een magazijn van verdachte. Nadat zij daar twee weken had verbleven, werd zij, samen met andere migranten, door Libiërs, die samenwerkten met verdachte, naar zee gebracht. Ze werden door de Libiërs geholpen om aan boord te gaan van een rubberboot. Praktisch gezien was het niet mogelijk om met die boot Italië te bereiken. De getuige was heel ziek en zwak toen ze gered werd. Deze verklaringen afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee komen overeen met de verklaring die de getuige op 18 maart 2024 bij de rechter-commissaris heeft afgelegd. De persoon aangeduid als ‘ [getuige 2] ’ in de tenlastelegging onder feit 9 (getuigennummer [nummer 27] ) is op 10 maart 2021 als getuige gehoord door de Koninklijke Marechaussee. Over het verblijf in het kamp heeft de getuige verklaard dat hij hoorde dat de migranten in de loods van verdachte ’s ochtends werden geslagen met een slang. Hij hoorde de kapo’s dan zeggen “Sta op, sta op, anders ga ik je nog eens doodslaan”. Over de zeereis heeft deze getuige onder meer het volgende verklaard. De getuige werd door de Libiërs begeleid tot aan de kust, waar hij en de andere migranten in een boot moesten stappen. Het was een rubberboot met een motor op de achterkant van de boot. Het was geen zeewaardige boot. Ze zaten met teveel migranten opgepropt in de boot. De bodem van de boot ging op een gegeven moment kapot, waardoor er water in de boot kwam. 5.4.2.7. Ten aanzien van feit 1: deelname aan een criminele organisatie De deelname aan een criminele organisatie is, naar aanleiding van de genomen beslissingen onder hoofdstuk 3, reeds toegespitst op het plegen van de misdrijven mensensmokkel en afpersing. De hiervoor beschreven bewijsmiddelen onder 5.4.2.1. tot en met 5.4.2.6. zijn derhalve ook redengevend voor het onder 1 ten laste gelegde feit. 5.4.3. De bewijsoverwegingen 5.4.3.1. Ten aanzien van de mensensmokkelfeiten ten laste gelegd onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 5.4.3.1.1. Het beoordelingskader van artikel 197a Sr Voor een bewezenverklaring van artikel 197a lid 1 Sr is vereist dat de verdachte behulpzaam is geweest een persoon toegang tot of doorreis te verschaffen door Nederland of De verklaringen vinden bovendien bevestiging in vastgestelde concrete feiten, zoals de satellietbeelden en foto’s van de kampen en zelfs foto’s van de bewakers met stukken tuinslang als wapenstok in hun hand. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat er sprake is geweest van een herkenbaar en gelijksoortig patroon – een kenmerkende modus operandi – te herkennen in de aan verdachte verweten mensensmokkelfeiten. De bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de respectievelijk als 2, 3, 5, 7, 8 en 9 ten laste gelegde mensensmokkelfeiten zullen dan ook gebruikt worden als steunbewijs in de vorm schakelbewijs voor de andere mensensmokkelfeiten. 5.4.3.1.3. Behulpzaam bij het verschaffen van toegang en/of doorreis? De rechtbank is op grond van de onder 5.4.2. uiteengezette bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk meerdere personen behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot en/of doorreis door meerdere landen van de Europese Unie. De rechtbank stelt vast dat door getuigen is verklaard dat zij in het kamp / de loods van verdachte verbleven, dat verdachte opdrachten gaf met betrekking tot het (laten) voldoen van de te betalen reissom en dat verdachte bepaalde wie op de vrachtwagen mocht om richting de kust gebracht te worden. Verdachte is door getuigen telkens aangewezen als ‘de baas’ op het kamp ten behoeve van wie ze het bedrag voor de overtocht moesten betalen, waarna de gesmokkelde getuigen pas hun reis mochten vervolgen. Door de getuigen is ook verklaard dat verdachte zich zodanig gedroeg en jegens hen uitliet dat zij daaruit afleidden dat hij verantwoordelijk was voor de gehele reis, waaronder de zeereis. De rechtbank overweegt dat het bestanddeel 'behulpzaam zijn bij' als bedoeld in artikel 197a Sr, zoals ook uit de wetsgeschiedenis blijkt, in overeenkomstige zin moet worden uitgelegd als in artikel 48 Sr. Het gaat er dus om of verdachte de gesmokkelde persoon, voor zover hier van belang, de toegang tot of de doorreis door een of meer Europese landen in enigerlei opzicht heeft bevorderd of gemakkelijk heeft gemaakt. Voor een bewezenverklaring van behulpzaamheid in de zin van artikel 197a lid 1 Sr is voldoende dat sprake is van behulpzaamheid bij een deel van het mensensmokkeltraject. Het land van aankomst of de (beoogde) eindbestemming of de plaats waar de handelingen van verdachte met betrekking tot de behulpzaamheid zich feitelijk hebben voltrokken, zijn elk op zichzelf beschouwd derhalve niet doorslaggevend. De rechtbank is samenvattend van oordeel dat verdachte de onder de feiten 2, 3, 5, 7, 8, en 9 in de bewezenverklaring vermelde personen behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot Nederland, en/of doorreis door verschillende Europese landen, door daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, al dan niet via een tussenpersoon, door hen: te vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp nabij de kust in Libië, en te voorzien van een boot, al dan niet met buitenboordmotor en/of kapitein/stuurman/ begeleider, en per boot te vervoeren van Libië naar Italië, en instructies te geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan. 5.4.3.1.4. Opzet op (eind)bestemming Nederland? De rechtbank stelt vast dat, voor zover hier van belang, de in de tenlastelegging opgenomen gesmokkelde getuigen tijdens de tocht over de Middellandse Zee zijn gered door Non Gouvernementele Organisaties (NGO’s) en/of de Italiaanse autoriteiten, waarna ze in Italië aan land zijn gebracht. Zoals reeds eerder is geconcludeerd onder onderdeel 3.3.2. is de rechtbank van oordeel dat deze getuigen als direct gevolg van het strafbare handelen van verdachte in de zin van artikel 197a Sr zijn doorgereisd naar Nederland. Zij zijn binnen afzienbare tijd na de aankomst in Italië doorgereisd en in Nederland aangekomen om asiel aan te vragen, en daarmee is in Nederland het rechtsbelang, dat wordt beschermd door arti De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte tezamen en in vereniging met anderen de mensensmokkelfeiten ten laste gelegd onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 heeft gepleegd. 5.4.3.1.6. Wetenschap? De rechtbank is van oordeel dat op basis van de in paragraaf 5.4.2. opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte steeds wist dat de onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 opgenomen personen wederrechtelijk naar of door een of meer van de in artikel 197a Sr opgenomen landen wilden reizen, terwijl die toegang en/of doorreis wederrechtelijk waren. De migranten werden immers gesmokkeld en in niet zeewaardige vaartuigen de Middellandse Zee opgestuurd, in de hoop en onzekere verwachting dat zij zouden worden gered en overgebracht naar het Europese vasteland, juist omdat zij geen geldige reispapieren hadden voor een reguliere inreis in de Europese Unie. 5.4.3.1.7. Levensgevaar te duchten? In artikel 197a lid 5 Sr is ‘levensgevaar voor een ander te duchten’ als strafverzwarende omstandigheid opgenomen. Voor de invulling van het begrip ‘levensgevaar’ in het kader van dit artikel, wordt in de jurisprudentie aansluiting gezocht bij de jurisprudentie die ziet op ‘levensgevaar’ zoals bedoeld in artikel 157 Sr. De Hoge Raad vult het te duchten gevaar in aan de hand van het vereiste van voorzienbaarheid. Daarbij wordt uitgegaan van voorzienbaarheid ten tijde van het handelen van de verdachte. Om het levensgevaar voor een ander als vaststaand te kunnen aannemen is in algemene zin vereist dat uit de inhoud van wettige bewijsmiddelen volgt dat dat levensgevaar concreet te duchten was. Dit betekent dat het levensgevaar ten tijde van het behulpzaam zijn bij de toegang tot en/of doorreis naar de Europese Unie naar algemene ervaringsregels voorzienbaar moet zijn geweest. Dat de verdachte zelf dat gevaar wellicht niet heeft voorzien, is in dat verband niet van belang. Door de verdediging is deze strafverzwarende omstandigheid van de ten laste gelegde mensensmokkelfeiten niet betwist. De rechtbank is – gelet op het proces-verbaal dat ten behoeve van dit onderdeel door de Koninklijke Marechaussee is opgesteld, de inhoud van de getuigenverklaringen, alsmede hetgeen algemeen bekend is over de Centrale Middellandse Zeeroute – van oordeel dat bij de mensensmokkelfeiten onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 telkens levensgevaar voor een ander te duchten was, zowel in de kampen als tijdens de reis naar de zee, als de zeereis zelf. 5.4.3.1.8. Een beroep of gewoonte maken? Gelet op de ten laste gelegde periodes, het aantal ten laste gelegde feiten en het aantal gesmokkelde personen die verdachte behulpzaam is geweest bij het verschaffen van toegang tot of doorreis door de in de bewezenverklaring opgenomen landen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte van het plegen van mensensmokkel, als onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 bewezen verklaard, een beroep of gewoonte heeft gemaakt. 5.4.3.1.9. Conclusie De rechtbank is resumerend van oordeel dat hiermee wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 2, 3, 5, 7, 8 en 9 ten laste gelegde mensensmokkelfeiten, zoals hierna in de bewezenverklaring in paragraaf 5.5. omschreven. 5.4.3.2. Ten aanzien van de afpersingsfeiten ten laste gelegd onder 4 en 6 5.4.3.2.1. Het beoordelingskader van artikel 317 Sr Voor een bewezenverklaring van afpersing in de zin van artikel 317 lid 1 Sr moet vast komen te staan dat de verdachte, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld, iemand heeft bewogen tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort. Er moet een causaal verband zijn tussen het geweld of de bedreiging met geweld enerzijds en de afgifte van het goed anderzijds. Afgifte is in het algemeen de daad van hem op wie de dwang wordt uitgeoefend. Dat behoeft echter niet specifiek diens fysieke handeling te zijn, ook het doen afgeven kan er onder vallen. 5.4.3.2.2. Ten aanzien van feit 4 - De betrou De omstandigheid dat niet de getuige ‘ [getuige 5] ’ of de getuige ‘ [getuige 6] ’, maar hun ouders het geld hebben betaald aan een handlanger van verdachte maakt dit niet anders, nu ook doen afgeven valt onder afpersing. Voorts heeft de rechtbank in paragraaf 3.3.2.2. reeds het causaal verband vastgesteld tussen het geweld en het bedreigen met geweld en het afgeven van het geld door de ouders van de getuigen. De omstandigheid dat niet de ouders zelf zijn gebeld door hun zoon ‘ [getuige 5] ’, maar op de hoogte raakten via zijn zus, de getuige ‘ [getuige 6] ’, doet niet af aan het vereiste causaal verband. Naar het oordeel van de rechtbank is derhalve wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld, de getuige ‘ [getuige 5] ’ en de getuige ‘ [getuige 6] ’ en/of hun familieleden heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag dat aan (een van) de getuigen en/of aan een derde toebehoort. 5.4.3.2.3. Ten aanzien van feit 6 - Het gebruik van de verklaring van de getuige ‘ [getuige 7] ’ in het licht van artikel 6 EVRM Door de verdediging is aangevoerd dat getuige ‘ [getuige 7] , met getuigennummer [nummer 7] , niet door de rechter-commissaris is gehoord en dat de verdediging daarom niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om ten aanzien van die getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, terwijl deze getuige een Keskin-getuige is wiens verklaring als “ sole or decisive ” moet worden aangemerkt. Indien deze verklaring gebezigd wordt voor het bewijs zou volgens de verdediging geen sprake zijn van een eerlijk proces ex artikel 6 EVRM en daarom moet de verklaring worden uitgesloten van het bewijs. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er bij uitsluiting van de verklaring van deze getuige geen steunbewijs is voor de verklaring van getuige ‘ [getuige 3] ’, met getuigennummer [nummer 17] . Er dient daarom vrijspraak te volgen van het onder 6 ten laste gelegde feit. Door de Hoge Raad is bepaald dat in gevallen waarin de rechter voor het bewijs gebruik wil maken van een door een getuige afgelegde verklaring, terwijl de verdediging – ondanks het nodige initiatief – niet een behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om ten aanzien van die getuige het ondervragingsrecht uit te oefenen, de rechter moet nagaan of het proces als geheel eerlijk is verlopen. Hierbij zijn – met het oog op de beoordeling of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces – van belang (i) de reden dat het ondervragingsrecht niet kan worden uitgeoefend met betrekking tot een getuige van wie de verklaring voor het bewijs wordt gebruikt, (ii) het gewicht van de verklaring van de getuige, binnen het geheel van de resultaten van het strafvorderlijke onderzoek, voor de bewezenverklaring van het feit, en (iii) het bestaan van compenserende factoren, waaronder ook procedurele waarborgen, die compensatie bieden voor het ontbreken van een ondervragingsgelegenheid. In dit verband is van belang dat in geval een behoorlijke en effectieve mogelijkheid om een getuige te ondervragen heeft ontbroken, het aan de rechtbank is om te beoordelen of een bewezenverklaring in beslissende mate op een door een getuige afgelegde verklaring wordt gebaseerd, in die zin dat die verklaring daarvoor " the sole or decisive basis " is. De rechtbank stelt vast dat de verdediging geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om het ondervragingsrecht uit te oefenen ten aanzien van de getuige ‘ [getuige 7] ’, aangezien de rechter-commissaris heeft beslist af te zien van het horen van deze getuige na diverse vergeefse pogingen hiertoe. De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of de procedure in haar geheel voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. De rechtbank overweegt dat de verklaringen van de getuige ‘ [getuige 7] ’ niet het enige of doorslaggeven uiteengezette bewijsmiddelen dat getuigen een handlanger (fonetisch) genaamd ‘ [naam 9] ’ hebben aangewezen als de persoon die zich bezig hield met onder meer het financiële deel van de mensensmokkel. [naam 9] regelde de codes en hield een lijst bij met namen van migranten waarvoor de overtocht was betaald. Voorts volgt uit de bewijsmiddelen uiteengezet in paragraven 5.4.2.2. en 5.4.2.3. dat de getuige ‘ [getuige 5] ’ en ‘ [getuige 7] ’, terwijl zij moesten bellen met familieleden, werden geslagen en mishandeld door handlangers van verdachte. De rechtbank is op basis daarvan van oordeel dat er sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn hiervoor genoemde handlangers, waarbij sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering van de afpersingsfeiten en van een intensieve samenwerking. De genoemde handlangers van verdachte hebben daarmee een materiële en/of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht aan de afpersingsfeiten geleverd. 5.4.3.2.5. Conclusie De rechtbank is van oordeel dat hiermee wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich, tezamen en in vereniging met anderen, schuldig heeft gemaakt aan de onder 4 en 6 ten laste gelegde afpersingsfeiten, zoals hierna in de bewezenverklaring in paragraaf 5.5. omschreven. 5.4.3.3. Ten aanzien van deelname aan een criminele organisatie ten laste gelegd onder 1 5.4.3.3.1. Het beoordelingskader van artikel 140 Sr Voor een veroordeling voor deelneming aan een organisatie in de zin van artikel 140 Sr moet worden vastgesteld dat sprake is van een organisatie, die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, en dat de verdachte aan die organisatie heeft deelgenomen. Er dient sprake te zijn van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één ander. Niet is vereist dat daarbij komt vast te staan dat iemand, om als deelnemer aan die organisatie te kunnen worden aangemerkt, moet hebben samengewerkt of bekend moet zijn geweest met alle anderen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is geweest. Voor duurzaamheid of bestendigheid is een zeker tijdsverloop van het samenwerkingsverband een aanwijzing. Het samenwerkingsverband moet in ieder geval een meer dan incidenteel karakter hebben. Voor deelneming aan de criminele organisatie is voldoende dat de verdachte in zijn algemeenheid weet, in de zin van onvoorwaardelijk opzet (voorwaardelijk opzet is dus niet voldoende), dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Het opzet van verdachte moet gericht zijn op het deelnemen aan de criminele organisatie. Volgt uit de bewijsvoering dat verdachte een aan de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie bijdragende of ondersteunende handeling heeft verricht, dan ligt daarin zijn wetenschap met betrekking tot dat oogmerk besloten. Indien daarentegen uit de bewijsvoering slechts volgt dat verdachte voor deelnemers van een criminele organisatie hand- en spandiensten heeft verricht zonder dat daaruit kan worden afgeleid dat hij daarbij handelde in de wetenschap dat de organisatie het plegen van bovengenoemde misdrijven tot oogmerk had, dan staat daarmee niet vast dat de verdachte in zijn algemeenheid wist dat die organisatie bedoeld oogmerk had en levert het handelen van een verdachte geen deelneming aan die criminele organisatie op. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 140 Sr en de vaste jurisprudentie omtrent het begrip ‘leider’ volgt dat dit duidt op een bijzondere kwaliteit van de dader, als degene die een centrale rol speelt binnen de organisatie. De leider hoeft niet de hoogste leider te zijn of het meest te verdienen. Doorslaggevend is uiteindelijk of de betrokkene binnen de organisatie een bepaalde macht heeft of een bepaald gezag bezit. De leider onderscheidt zich van de overige deelnemers door gedragingen als het nemen van initiatieven, het verdelen van taken, het geven van opdrachten, het (eventueel) sanctione Binnen de organisatie was sprake van een hiërarchie, waarbinnen de handlangers werden aangestuurd door verdachte en aan hem ook verantwoording aflegden. In deze langere periode is sprake geweest van een repeterend patroon. De rechtbank is op basis daarvan van oordeel dat er tussen verdachte en zijn handlangers, waaronder de drie met name genoemde, een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband heeft bestaan. 5.4.3.3.3. Het oogmerk van de organisatie De rechtbank overweegt dat door vrijwel alle getuigen is verklaard dat handlangers van verdachte – in opdracht van verdachte – orde moesten houden in het kamp waar de migranten in het kader van mensensmokkel van Libië naar Europa verbleven. Daarnaast moesten de handlangers de migranten in het kamp mishandelen terwijl zij telefoneerden met familieleden, om zo te bewerkstelligen dat er betaald werd voor de smokkel van de migranten. De rechtbank stelt op basis van die verklaringen vast dat de samenwerking van verdachte met zijn handlangers was gericht op het runnen van het kamp van waaruit zij opereerden ten behoeve van de mensensmokkel naar Europa en het afpersen van (familieleden van) de migranten. De rechtbank is op basis van de in paragraaf 5.4.2. uiteengezette bewijsmiddelen van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de organisatie (bestaande uit verdachte en zijn handlangers in het kamp / de loods) het oogmerk heeft gehad om de misdrijven mensensmokkel en afpersing te plegen. 5.4.3.3.4. De rol en deelname van verdachte Verdachte maakte deel uit van de kern van het samenwerkingsverband en heeft binnen de criminele organisatie een zeer actieve en leidende rol vervuld. De rechtbank stelt op basis van de in paragraaf 5.4.2. uiteengezette bewijsmiddelen vast dat het verdachte is geweest die opdrachten heeft gegeven aan anderen, die betrekking hadden op het bewaken, mishandelen en afpersen van de migranten (en hun familieleden). Ook nam verdachte zelf deel aan de mishandelingen. Verdachte gaf daarnaast het bevel voor de (minder dan) minimale hoeveelheden voedsel die de migranten in het kamp/de loods te eten kregen. Ook bepaalde verdachte wie uiteindelijk op een vrachtwagen werd gezet om naar de kust te worden gebracht, voor de overtocht naar Europa. Veel getuigen kregen bij aankomst in het kamp te horen dat verdachte hun mensensmokkelaar was en dat ze zich in zijn loods bevonden. Hij was de centrale persoon aan wie iedereen binnen het kamp / in de loods verantwoording moest afleggen en die uiteindelijk bepaalde wat er gebeurde. Dat verdachte op de hoogte was van het criminele oogmerk van de organisatie is, mede gelet op zijn coördinerende rol, evident. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat verdachte wist dat hij deelnam aan een organisatie en is van oordeel dat hij handelingen heeft verricht die hebben bijgedragen aan de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie, zodat daarin zijn wetenschap met betrekking tot dat oogmerk besloten ligt. Alle hiervoor genoemde vaststellingen leiden de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich in de gehele ten laste gelegde periode binnen de organisatie bezig heeft gehouden met de georganiseerde smokkel van migranten van Libië over de Middellandse Zee naar Europa en dat hij daarin een actieve, bepalende en sturende rol heeft gehad, waardoor het strafverzwarende element van artikel 140, derde lid, Sr van toepassing is. 5.4.3.3.5. Conclusie De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte als leider heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van de misdrijven mensensmokkel (artikel 197a Sr) en afpersing (artikel 317 Sr). 5.5 De bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat: Feit 1 - criminele organisatie hij op (een of meer) [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum 25] 2002 (getuige [nummer 10] ), en/of - behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of Italië en /of Nederland en /of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en /of voornoemde persoon/ personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde persoon/ personen, al dan niet via een tussenpersoon, - tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of - te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp op of (nabij de kust) van Libië, en /of - te voorzien van ( een of meerdere) bo ( o ) t (en), al dan niet met ( een of meerdere) buitenboordmotor (en) en/of kapitein (s) /stuurman (nen) /begeleider (s), en /of - per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en /of - instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan, althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen, terwijl hij, verdachte en /of zijn medeverdachte ( n ) wist ( en ) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en /of doorrei ( s )z(en) telkens wederrechtelijk was/ waren, en /of terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon /personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5) , omdat (verblijf in het kamp) - het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat ging met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of ( een) stok (ken), en /of - er onvoldoende voedsel en /of schoon drinkwater/drinken en /of medische verzorging aanwezig is was in het kamp, en /of (letsel) - voornoemde [getuige 2] littekens aan zijn benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en /of - voornoemde [getuige 2] voor enige tijd verlamd is geweest aan zijn rechterhand ten gevolge van de mishandelingen, en/of (zeereis) - de reis over zee plaatsvindt plaatsvond met ( een of meerder) kleine houten en/ of rubberbo ( o ) t (en) via de Middellandse Zee-route, waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute is met ( een hoog risico op ) (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en /of - de gebruikte boten niet geschikt zijn waren om de Middellandse Zee over te steken, en /of - de gebruikte boten gevuld/beladen worden werden met meer mensen dan waarvoor deze boten geschikt zijn waren, en/of - de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn was of lek raken raakte tijdens de overtocht en/of - er geen reddingsvesten worden werden verstrekt, en /of - de boten met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en /of buitenboordmotor (en) achtergelaten worden werden op zee, en /of - de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben hadden,terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt; Feit 3 - ZAAKDOSSIER 004 / aankomst 28-12-2017 Augusta hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 28 december 2017 31 december 2018, althans in de periode van 1 mei 2017 tot en met 31 januari 2022, te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een of meer anderen , althans alleen, (telkens) een ander of anderen, te weten, de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),1. [getuige 5] ( m ), geboren op [geboortedatum 26] 2002 (getuige [nummer 5] ), en /of 2. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum 27] 1991 (getuige [ n elk geval aan een derde toebehoorde( n ), door- die [getuige 5] vanuit Libië te laten bellen met zijn in Nederland woonachtige zus [getuige 6] en/of (andere) familieleden, en /of - die [getuige 5] ten tijde van dat/ die telefoongesprek ( ken ) te slaan en/of te martelen en/of te mishandelen, waarbij die [getuige 5] schreeuwde van de pijn en/of angst, en /of - waarbij die [getuige 5] schreeuwde, en/of - die [getuige 5] te bedreigen met de dood, als zijn familie en/of vrienden en/of kennissen niet (snel genoeg) een of meer geldbedrag(en) zou(den) betalen; Feit 5 - ZAAKSDOSSIER 008 / aankomst 24-04-2018 Messina hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 24 april 2018, althans in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 21 juli 2021,te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een ander of anderen, te weten , de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),l . [getuige 14] (v), geboren op [geboortedatum 29] 2000 (getuige [nummer 14] ), en /of 2. [getuige 7] ( m ), geboren op [geboortedatum 30] 1994 (getuige [nummer 7] ), en /of 3. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum 31] 1994 (getuige [nummer 15] ), en /of 4. [getuige 12] ( m ), geboren op [geboortedatum 32] 1990 (getuige [nummer 16] ), en/of - behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of Italië en /of Nederland en /of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië , en /of voornoemde persoon/ personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde persoon/ personen, al dan niet via een tussenpersoon, - tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of - te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp op of (nabij de kust) in Libië, en /of - te voorzien van ( een of meerdere) bo ( o ) t (en) , al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor (en) en/of kapitein (s) /stuurman (nen) /begeleider (s) , en /of - per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en /of - instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan, althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen, terwijl hij, verdachte en /of zijn medeverdachte ( n ) wist ( en ) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en /of doorrei ( s )z(en) wederrechtelijk was/ waren, en /of terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/ personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5) , omdat (verblijf in het kamp) - het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat ging met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of andere voorwerpen, en /of - er onvoldoende voedsel en /of schoon drinkwater/drinken en /of medische verzorging en /of sanitaire voorzieningen aanwezig is waren in het kamp, en /of (letsel) - voornoemde [getuige 11] [getuige 7] littekens aan zijn handen en /of bovenbenen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/ of - voornoemde [getuige 4] open wonden en/of ontvelde huid heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen, en/of (zeereis) - de reis over zee plaatsv indt ond met ( een of meerder) rubberbo ( o ) t (en) via de Middellandse Zee-route, waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute is met ( een hoog risico op ) (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risi [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 2] / procesverbaalnr 3627), en/of - behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1) , en/of Italië en /of Nederland en /of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en /of voornoemde persoon/ personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde persoon/ personen, al dan niet via een tussenpersoon, - tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of - te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp op of (nabij de kust) in Libië, en /of - te voorzien van ( een of meerdere) bo ( o ) t (en) , al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor (en) en/of kapitein (s) /stuurman (nen) /begeleider (s) , en /of - per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en /of - instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan, althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen, terwijl hij, verdachte en /of zijn medeverdachte ( n ) wist ( en ) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en /of doorrei ( s )z(en) telkens wederrechtelijk was/ waren, en /of terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/ personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5) , omdat (verblijf in het kamp) - het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat ging met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en /of stokken en/of andere (scherpe) voorwerpen,- er onvoldoende voedsel en /of schoon drinkwater/drinken en /of medische verzorging aanwezig is was op het kamp, en /of (letsel) - voornoemde [getuige 13] [getuige 9] een bloedende hoofdwond heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen en /of blijvende littekens op zijn achterhoofd en /of kuit, en /of (zeereis) - de reis over zee plaats vindt vond met (een of meerdere) twee kleine houten en/of rubber bo (o) t ( en ) via de Middellandse Zee-route, waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute met ( een hoog risico op ) (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en /of - de gebruikte bo (o) t ( en ) niet geschikt zijn was/ waren om de Middellandse Zee over te steken, en /of - de gebruikte bo (o) t ( en ) gevuld/beladen worden werden met meer mensen dan waarvoor deze bo (o) [getuige 11] ( en ) geschikt zijn waren, en /of - de gebruikte bo (o) t ( en ) lek zijn waren of lek raken raakten tijdens de overtocht en /of - er geen reddingsvesten worden werden verstrekt, en /of - de bo (o) t ( en ) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor (en) achtergelaten worden werden op zee, en /of - de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hadden, en /of - er geen voedsel en/of drinkwater op de bo (o) t ( en ) aanwezig is was, en/of terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4) ; Feit 8 - ZAAKSDOSSIER 006 / aankomst 04-02-2018 Messina hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2017 tot en met 4 februari 2018 19 april 2018, althans in de periode van januari 2017 tot en met 12 april 2021, te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een ander of anderen, te weten , de minderjarige persoon die gebruik maakt van de navolgende personalia,1. [getuige 16] (v), geboren op [geboortedatum] 2 [getuige 1] (V), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 30] ), en/of 5. [getuige 15] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1996 (getuige [nummer 26] ), en /of 6. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2003 (getuige [nummer 31] ), en/of 7. [getuige 8] (v), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 32] ), en/of - behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1) , en/of Italië en /of Nederland en /of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en /of voornoemde persoon/ personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde persoon/ personen, al dan niet via een tussenpersoon, - tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of - te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op/in een plek/kamp op of (nabij de kust) in Libië, en /of - te voorzien van ( een of meerdere) bo ( o ) t (en) , al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor (en) en/of kapitein (s) /stuurman (nen) /begeleider (s) , en /of - per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en /of - instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan, althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen, terwijl hij, verdachte en /of zijn medeverdachte ( n ) wist ( en ) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en /of doorrei ( s )z(en) telkens wederrechtelijk was /waren , en /of terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/ personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5) , omdat (verblijf in het kamp) - het verblijf in een kamp van verdachte gepaard ging aat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, te weten door (onder meer):- het slaan van een of meerdere migranten, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen, waarin al dan niet een stuk metaal zat en/of andere voorwerpen, en /of - het druppelen van gesmolten plastic over de blote rug van een persoon, en/of - het ondersteboven ophangen van voornoemde [getuige 13] [getuige 15] met zijn handen op zijn rug en benen bij elkaar gebonden en /of daarbij al dan niet met een stok werd geslagen en /of met water werd overgoten, en /of - er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en /of medische verzorging en /of sanitaire voorzieningen aanwezig is was in het kamp, en /of (letsel) - voornoemde [getuige 13] [getuige 15] littekens op zijn armen en /of benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en /of (zeereis) - de reis over zee plaats vindt vond met ( een of meerder) kleine houten en/of rubberbo ( o ) t (en) via de Middellandse Zee-route, waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijke smokkelroute met ( een hoog risico op ) (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en /of - de gebruikte bo ( o ) t (en) niet geschikt zijn was om de Middellandse Zee over te steken, en /of - de gebruikte bo ( o ) t (en) gevuld/beladen worden werd met meer mensen dan waarvoor deze bo ( o ) t (en) geschikt was, en /of - de gebruikte bo ( o ) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen volliep met water tijdens de overtocht en /of - er geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en /of - de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of - er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/of terwijl hij, verda Verdachte heeft misbruik gemaakt van de kwetsbare positie waarin de migranten zich bevonden. Zij waren bereid grote risico’s te nemen en moesten – onder dreiging en dwang – forse bedragen betalen voor de overtocht. Daarnaast werd er op inhumane wijze met hen omgegaan. Migranten werden, in het kamp waar verdachte de leiding had, en tijdens de levensgevaarlijke overtocht naar Europa, blootgesteld aan erbarmelijke en levensgevaarlijke omstandigheden. Grote groepen migranten werden zonder reddingsvesten op overbeladen en vaak lekke en ondeugdelijke boten op de Middellandse Zee aan hun lot overgelaten. Voordat zij deze afschuwelijke zeereis moesten doorstaan, werden zij ondergebracht in een kamp, een loods en/of een magazijn in Libië, waar grote aantallen migranten in een voor dat aantal mensen te kleine loods verbleven. Hier werden zij onderworpen aan (dagelijkse) mishandelingen, afpersing en uithongering. De migranten in het kamp stonden doodsangsten uit. De getuigen hebben uitgesproken dat ze dachten dat ze het verblijf in het kamp dan wel de zeereis niet zouden overleven. Door een aantal van hen – waaronder twee spreekgerechtigden ter terechtzitting – is indringend verklaard over hun persoonlijke ervaringen en over hetgeen andere migranten, met wie zij in het kamp hebben verbleven, is overkomen. Sommige anderen hebben hun wens voor vrijheid en veiligheid met de dood moeten bekopen. Uit de verklaringen van de migranten is gebleken dat zij jaren later nog steeds veel last en (mentale) pijn ondervinden van wat zij toen hebben meegemaakt. Voor verdachte was dit alles kennelijk ondergeschikt aan zijn financiële gewin. Door mensensmokkel wordt het overheidsbeleid inzake de bestrijding van het verschaffen van illegale toegang en verblijf in Nederland, alsmede de illegale doorreis door landen van de Europese Unie. De handelwijze van de verdachte heeft het beleid van de Nederlandse overheid om een gereguleerd asielbeleid te voeren, en het daarvoor benodigde maatschappelijk draagvlak, ernstig ondermijnd. Een criminele organisatie als de onderhavige vormt – gelet op de macht die zij uitoefent op haar leden en op delen van de (internationale) samenleving in het algemeen – mede een bedreiging voor de veiligheid van de Nederlandse samenleving. Verdachte heeft hierin een leidende rol gehad. Ook zijn er aanwijzingen dat verdachte zich vanuit detentie heeft ingespannen om valse documenten te verkrijgen en getuigen te (laten) beïnvloeden, hetgeen de rechtbank zeer kwalijk en verontrustend vindt. Het illustreert de gevaren voor de Nederlandse samenleving van criminele samenwerkingsverbanden met internationale vertakkingen en contacten, zoals hier aan de orde. 8.3.2. De persoonlijke omstandigheden van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 28 augustus 2025. Hieruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Verdachte is – zoals reeds benoemd in onderdeel 3.3.3. van dit vonnis – op 14 juni 2021 bij Ethiopisch vonnis veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien jaren en een geldboete van 200.000,00 Birr voor meerdere mensensmokkelfeiten. Verdachte is, naar aanleiding van het trajectconsult van 14 maart 2023, zes weken door het Pieter Baan Centrum (hierna: het PBC) geobserveerd. Het PBC heeft in het rapport van 4 januari 2024, op basis van gegevens die door verdachte zijn verstrekt, de levensloop van verdachte geschetst. Verdachte heeft in het PBC verteld dat hij door zijn moeder is opgevoed en dat zijn vader Ethiopisch militair was. Vanaf zijn zevende levensjaar is verdachte bij een boer gaan werken. Hij moest als kind vroeg zelfstandig zijn. Toen hij achttien jaar oud was moest hij het leger in. In 2004 werd hij vader van een dochter en in 2006 vader van een zoon. In het leger heeft hij heftige dingen gezien en meegemaakt. Hij besloot in 2014 samen met een vriend te vluchten tijdens een patrouille en is richting De rechtbank laat hiermee de vraag nadrukkelijk onbeantwoord of zij daarmee rekening zou hebben gehouden indien de straf wél zou zijn overgenomen. Mocht de straf in de toekomst wel worden overgenomen door Nederland, dan staat voor de verdachte een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang open. De rechtbank zal daarom een gevangenisstraf voor de duur van twintig (20) jaren aan verdachte opleggen, met aftrek van de reeds ondergane tijd in voorarrest. Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting. 9 De schade van benadeelden 9.1 De vordering van de benadeelde partijen 9.1.1. De vordering van benadeelde partij ‘ [getuige 1] ’ met getuigennummer [nummer 1] Slachtoffer ‘ [getuige 1] ’ heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen tot betaling van schadevergoeding ter hoogte van een totaalbedrag van €22.506,02 (tweeëntwintigduizend vijfhonderd en zes euro en twee eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post: - restitutie “reisgeld” betaald aan verdachte voor een bedrag van €2.006,02. Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van €10.500,00 gevorderd. De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten: - omstandigheden in het kamp voor een bedrag van €1.500,00; - mishandelingen, martelingen en bedreigingen in het kamp voor een bedrag van €1.500,00; - zeereis/te duchten levensgevaar voor een bedrag van €7.500,00. Verder wordt een bedrag van €10.000,00 gevorderd voor toekomstige schade. 9.1.2. De vordering van benadeelde partij ‘ [getuige 3] ’ met getuigennummer [nummer 3] Slachtoffer ‘ [getuige 3] ’ heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen tot betaling van schadevergoeding ter hoogte van een totaalbedrag van €35.956,40 (vijfendertigduizend negenhonderdzesenvijftig euro en veertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post: - restitutie “reisgeld” betaald aan verdachte voor een bedrag van €2.456,40. Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van €22.500,00 gevorderd. De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten: - omstandigheden in het kamp voor een bedrag van €5.000,00; - mishandelingen, martelingen en bedreigingen in het kamp voor een bedrag van €10.000,00; - zeereis/te duchten levensgevaar voor een bedrag van €7.500,00. Verder wordt een bedrag van €10.000,00 gevorderd voor toekomstige schade. 9.1.3. De vordering van benadeelde partij ‘ [getuige 2] ’ met getuigennummer [nummer 2] Slachtoffer ‘ [getuige 2] ’ heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen tot betaling van schadevergoeding ter hoogte van een totaalbedrag van €27.647,31 (zevenentwintigduizend zeshonderdenzevenenveertig euro en eenendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post: - restitutie “reisgeld” betaald aan verdachte voor een bedrag van €3.647,31. Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van €14.000,00 gevorderd. De gevorderde immateriële schade bestaat uit de volgende posten: - omstandigheden in het kamp voor een bedrag van €1.500,00; - mishandelingen, martelingen en bedreigingen in het kamp voor een bedrag van €5.000,00; - zeereis/te duchten levensgevaar voor een bedrag van €7.500,00. Verder wordt een bedrag van €10.000,00 gevorderd voor toekomstige schade. 9.1.4. De vordering van benadeelde partij ‘ [getuige 4] ’ met getuigennummer [nummer 4] Slachtoffer ‘ [getuige 4] ’ heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te ver De verdediging heeft daarnaast de juistheid en volledigheid van het door de advocaten van de benadeelde partijen geschetste kader betwist bij gebrek aan wetenschap. 9.4.2.1. De deskundigheid inzake Libisch burgerlijk recht van [naam 23] en [naam 24] De rechtbank heeft, naar aanleiding van het voorgaande en de pro-formazitting van 22 september 2025, op 1 oktober 2025 de zaak naar de rechter-commissaris verwezen voor de benoeming van [naam 23] en [naam 24] als deskundigen met betrekking tot het vraagstuk van de toepassing van Libisch recht op de civiele vorderingen van de benadeelde partijen. De rechtbank heeft dit deskundigenbericht op 27 oktober 2025 ontvangen. De deskundigen Otto en Ibrahim hebben een aantal door de rechtbank, verdediging en advocaten van de benadeelde partijen, geformuleerde vragen over hun academische achtergrond en (de toepassing van) het Libisch recht beantwoord. Zij hebben onder meer gerapporteerd dat de weergave van het Libisch recht, als uiteengezet door de advocaten van de benadeelde partijen, juist is en hebben aangevuld hoe de vaststelling van de aansprakelijkheid en de vaststelling van de schade naar Libisch recht moet plaatsvinden. De verdediging heeft de expertise van de door de rechtbank aangewezen deskundigen Otto en Ibrahim betwist en aangevoerd dat niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het door hen geschetste Libisch civiel aansprakelijkheidskader daadwerkelijk correspondeert met de Libische wetgeving en rechtspraktijk. Dit zou tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen in de vorderingen moeten leiden. De rechtbank is – op basis van de curricula vitae, hetgeen op de terechtzitting naar voren is gebracht én de inhoud van het uitgebrachte rapport – van oordeel dat de deskundigen [naam 23] en [naam 24] als duo over voldoende deskundigheid beschikken om op te treden in de onderhavige zaak. De rechtbank heeft op de zittingen van 22 september 2025 en 1 oktober 2025 reeds geoordeeld dat zij de deskundigen als duo voldoende deskundig acht inzake het Libisch burgerlijk recht om een deskundigenbericht hierover uit te brengen. De deskundigen hebben als duo gerapporteerd en hebben hetgeen door de advocaten van de benadeelde partijen uiteen is gezet, bevestigd en nader toegelicht. Dit correspondeert tevens met wat er in openbare bronnen gevonden kan worden over de Libische civiele aansprakelijkheidswetgeving en rechtspraktijk. De rechtbank heeft dan ook geen reden te twijfelen aan de deskundigheid van [naam 23] en [naam 24] op de punten waarover zij een deskundigenbericht hebben uitgebracht. De rechtbank zal het deskundigenbericht en hetgeen is ingebracht door de advocaten van de benadeelde partijen gebruiken bij de beoordeling van de vorderingen van de benadeelde partijen. 9.4.2.2. Het op de vorderingen toepasselijk recht De vraag naar het toepasselijke recht op de vorderingen (uit onrechtmatige daad) van de benadeelde partijen in de onderhavige zaak dient, op grond van artikel 10:159 Burgerlijk Wetboek, te worden beantwoord aan de hand van de regels uit de zogenoemde Rome II-verordening. De Rome II-verordening (Verordening EG nr. 864/2007, hierna: Rome II) is vanaf 11 januari 2009 van toepassing in alle lidstaten van de Europese Unie (met uitzondering van Denemarken) en dus ook in Nederland. De vorderingen van de benadeelde partijen betreffen immers niet-contractuele vorderingen in de betekenis van artikel 1 Rome II. Rome II heeft op grond van artikel 3 een universeel formeel toepassingsgebied. Dit betekent dat deze verordening ook van toepassing is op zaken die aan de Nederlandse rechter worden voorgelegd, waarin een onrechtmatige daad aan de orde is die buiten de Europese Unie is gepleegd. Artikel 4 lid 1 van Rome II geeft de algemene regel voor de vaststelling van het toepasselijke recht. Het recht van het land waar de schade zich voordoet ( lex loci damni ) is het recht dat van toepassing is op een onrechtmatige daad. Dit is ongeacht in welk land de schadeveroorzakende ge Er moet sprake zijn van: een fout door inbreuk op een juridische verplichting ofwel door afwijking van het gedrag dat normalerwijze wordt verwacht van een normaal persoon; schade , dit kan zowel bestaan uit materiele schade, bestaande uit een aantasting van het lichaam of eigendom van de gelaedeerde, als morele schade, bestaande uit schade betreffende gevoelens en emoties; causaliteit , in die zin dat een direct verband bestaat tussen de fout begaan door de aansprakelijke persoon en de schade geleden door het slachtoffer. 9.4.2.4.2. Aansprakelijkheid Het Libische Hooggerechtshof heeft geoordeeld dat elke fout die schade veroorzaakt bij een ander, een verplichting tot schadevergoeding oplegt aan de persoon door wie de fout is begaan. De maatstaf van de “ordinary person” naar Libisch aansprakelijkheidsrecht is vergelijkbaar met die van de gemiddelde, redelijk handelend persoon naar Nederlands civielrecht, en naar Libisch recht geldt net als in Nederland de leer van de redelijke toerekening. Voor aansprakelijkheid is vereist dat sprake is van een toerekenbare gedraging ( “fault” ). Naar Libisch recht kan een “fault” bestaan uit een doen ( “act” ) of nalaten ( “omission” ). Onderscheidingsvermogen (“ discretion ”) is een essentieel element van een fout onder Libisch recht en is een moreel onderdeel van de fout, zonder welke de fout niet bestaat, en de fout is de basis van aansprakelijkheid van een persoon voor zijn of haar handelingen. Artikel 167 lid 1 LBW geeft aan dat iemand slechts dan aansprakelijk is uit onrechtmatige daad als die over “discretion” beschikt, oftewel in staat is om te onderscheiden tussen goed en fout. De toerekenbare gedraging moet schade bij een ander ( “causes injury to another” ) hebben veroorzaakt, hetgeen inhoudt dat de geleden schade in causaal verband moet staan met de verweten handeling. Wanneer de elementen van een fout zijn vastgesteld en de schade die daaruit voortvloeit, dan ontstaat aansprakelijkheid van de persoon, tenzij er een uitzonderingsgrond van toepassing is. De uitzonderingsgronden zijn: overmacht (artikel 168 LBW), een rechtvaardigingsgrond (artikel 169 LBW), handelen in de hoedanigheid van een overheidsfunctionaris (artikel 170 LBW) of indien er is gehandeld uit noodzaak (artikel 171 LBW). Indien aan voornoemde vereisten is voldaan en er geen sprake is van een uitzonderingsgrond, is degene die de handeling pleegt schadeplichtig jegens de ander ( “obligation to make reparation” ). Artikel 172 LBW bepaalt dat, als meerdere partijen verantwoordelijk zijn voor dezelfde schade ( “injury” ), zij individueel én gezamenlijk aansprakelijk zijn voor de vergoeding van de totale schade. Hiervoor is wel vereist dat eerst de aansprakelijkheid wordt vastgesteld door fout, schade en causaliteit te bewijzen. 9.4.2.4.3. Schade Schade kan in twee typen bestaan naar Libisch aansprakelijkheidsrecht. Ten eerste kan de schade ‘materieel’ van aard zijn, in de zin van financieel verlies bij de gelaedeerde. De compensatie van materiële schade is afhankelijk van het plaatsvinden van een aantasting van een financieel belang van de getroffen partij. De schade moet reëel zijn en daadwerkelijk hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden in de toekomst. Ten tweede kan de schade ‘moreel’ van aard zijn, in de zin van immateriële schade, hetgeen niet valt onder financieel verlies. De locus van immateriële schade met het oog op schadevergoeding ligt in emoties, gevoel, en affectie. Indien aan de wettelijke eisen is voldaan, kunnen zowel vorderingen van materiële als morele aard leiden tot een gegronde eis tot schadevergoeding. Artikel 173 LBW bepaalt de schadebegroting door de rechter. De rechter heeft veel vrijheid bij de begroting van de schade en mag alle omstandigheden van het geval meewegen. De wettelijke rente wordt naar Libisch recht berekend vanaf de datum waarop de vordering is ingesteld. 9.4.2.4.4. De beoordeling De rechtbank is van oordeel dat door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzi Als door verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met respectievelijk: 97 (zevenennegentig) dagen gijzeling ten aanzien van de vordering van ‘ [getuige 1] ’; 123 (honderddrieëntwintig) dagen gijzeling ten aanzien van de vordering van ‘ [getuige 2] ’; waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft. 10 De toegepaste wettelijke voorschriften De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. 11 De beslissing De rechtbank: nietigheid van de dagvaarding - verklaart de dagvaarding nietig voor wat betreft het onderdeel ‘(in elk geval) ’ en ‘ en/of althans een of meer (andere) onbekend gebleven personen’ in de feiten 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10; niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie - verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van de onder 2, 3, 5, 7, 8, 9 en 10 ten laste gelegde feiten, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging voor het onderdeel ‘uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)’ ; - verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging van de mensensmokkel van de in de tenlastelegging opgenomen personen ‘ [getuige 4] ’ met getuigennummer [nummer 4] en ‘ [getuige 3] ’ met getuigennummer [nummer 3] ; - verklaart het Openbaar Ministerie ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, wegens het ontbreken van rechtsmacht, niet-ontvankelijk in de vervolging voor het oogmerk op de onderdelen: ‘- gijzeling , als bedoeld in artikel 282 en/of 282a van het Wetboek van Strafrecht, namelijk een of meer personen wederrechtelijk van de vrijheid beroven en/of beroofd houden, al dan niet met het oogmerk de familie van die persoon/personen te dwingen om te betalen voor de overtocht naar Europa, en/of (..) - geweldsdelicten , als bedoeld in artikel 285 en/of artikel 300 en/of artikel 302 en/of artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht, namelijk bedreiging met (dodelijk) geweld en/of mishandeling(en), al dan niet met zwaar lichamelijk letsel en/of de dood ten gevolg en/of doodslag, begaan jegens voornoemde persoon/personen en/of - seksuele geweldsdelicten , als bedoeld in artikel 242 en/of 246 van het Wetboek van Strafrecht, te weten verkrachting en/of aanranding van een of meerdere migranten, en/of’ ; - verklaart het Openbaar Ministerie, wegens schending van het specialiteitsbeginsel, niet-ontvankelijk in de vervolging ten aanzien van feit 11 (witwassen) en de daarmee samenhangende onderdelen van feit 1 (deelname aan een criminele organisatie) voor zover dit ziet op de onderdelen: ‘- witwassen , als bedoeld in artikel 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht, namelijk grote geldbedragen van familieleden in Nederland in contanten ophalen en die opbrengsten over te dragen, te verplaatsen, om te zetten, te verwerven, voorhanden te hebben, te verbergen en te verhullen en ze hierdoor veilig te stellen, en/of - hawala (ondergronds) bankieren door het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener zonder vergunning als bedoeld in artikel 2:3a wet op het financieel toezicht, terwijl hij, verdachte, leider en/of oprichter en/of bestuurder van voormelde organisatie is/was/is geweest;’; vrijspraak - verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 10 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij; bewezenverklaring - verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 tot en met 9 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven; - verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 tot en met 9 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij; strafbaarheid feiten - verklaart het bewezen verklaarde strafbaar; - verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: het misdrijf: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; feit 2, 3, 5, 7, 8, 9, telkens : het misdrijf: m Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet; - bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; - bepaalt dat de benadeelde partij ‘ [getuige 1] ’ ten aanzien van de gevorderde toekomstige schade van €10.000,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen; - wijst de vordering van de benadeelde partij [getuige 2] ‘ [getuige 2] ’ (getuigennummer [nummer 2] ) toe tot een bedrag van €17.647,31 (zeventienduizend zeshonderdenzevenenveertig euro en eenendertig eurocent), bestaande uit €3.647,31 aan materiële schade en €14.000,00 immateriële schade); - veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij ‘ [getuige 2] ’ van een bedrag van €17.647,31, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025; - veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering; - legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van €17.647,31 (zeventienduizend zeshonderdenzevenenveertig euro en eenendertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 123 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet; - bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen; - bepaalt dat de benadeelde partij ‘ [getuige 2] ’ ten aanzien van de gevorderde toekomstige schade van €10.000,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Dit vonnis is gewezen door mr. M . Melaard, voorzitter, mr. M .J. A . L . Beljaars en mr. A .J. de Loor, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C . C . van Druten en mr. K . Drenth, griffiers, en is in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026. Leeswijzer Deze bijlagen maken deel uit van het vonnis en bevatten een opgave van de oorspronkelijke tenlastelegging en een opgave van de tenlastelegging na de beslissingen op de voorvragen zoals uiteengezet in hoofdstuk 3 van dit vonnis. Bijlage I – de oorspronkelijke tenlastelegging Feit 1 - criminele organisatie hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 juli 2018, te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten medeverdachte [medeverdachte 1] en/of medeverdachte [medeverdachte 4] [medeverdachte 1] en/of medeverdachte [medeverdachte 5] en/of medeverdachte [medeverdachte 6] en/of medeverdachte [medeverdachte 7] en/of medeverdachte [medeverdachte 8] en/of medeverdachte [medeverdachte 9] en/of medeverdachte [medeverdachte 1 [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 10] ), en/ofeen of meer (andere) onbekend gebleven personen,- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2)Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/ofvoornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,door die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/ofterwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat(verblijf op het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of (een) stok(ken), en/of- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging aanwezig is op het kamp, en/of(letsel)- voornoemde [getuige 2] littekens aan zijn benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of- voornoemde [getuige 2] voor enige tijd verlamd is geweest aan zijn rechterhand ten gevolge van de mishandelingen, en/of (zeereis)- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn of lek raken tijdens de overtocht en/of- er geen reddingsvesten worden verstrekt, en/of- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben,terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4); Feit 3 - ZAAKDOSSIER 004 / aankomst 28-12-2017 Augusta hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 28 december 2017, althans in de periode van 1 mei 2017 tot en met 31 januari 2022,te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens)een ander of anderen, te weten (in elk geval), de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),1. [getuige 5] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 5] ), en/of2. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1991 (getuige [nummer 12] ) en/of3. [getuige 9] zijn in Nederland woonachtige zus [getuige 6] en/of (andere) familieleden, en/of- die [getuige 5] ten tijde van dat/die telefoongesprek(ken) te slaan en/of te martelen en/of te mishandelen, waarbij die [getuige 5] schreeuwde van de pijn en/of angst, en/of- waarbij die [getuige 5] schreeuwde, en/of- die I te bedreigen met de dood, als zijn familie en/of vrienden en/of kennissen niet (snel genoeg) een of meer geldbedrag(en) zou(den) betalen; Feit 5 - ZAAKSDOSSIER 008 / aankomst 24-04-2018 Messina hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 24 april 2018, althans in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 21 juli 2021,te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(telkens)een ander of anderen, te weten (in elk geval), de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),l . [getuige 14] (v), geboren op [geboortedatum] 2000 (getuige [nummer 14] ), en/of2. [getuige 7] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1994 (getuige [nummer 7] ), en/of3. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1994 (getuige [nummer 15] ), en/of4. [getuige 12] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1990 (getuige [nummer 16] ), en/of5. [getuige 4] (v), geboren op [geboortedatum] 1993 (getuige [nummer 4] ) en/of6. [getuige 3] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 3] ), en/ofalthans een of meer (andere) onbekend gebleven personen,- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2) Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, totaanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/ofvoornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, doordie voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat(verblijf op het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of andere voorwerpen, en/of- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of(letsel)- voornoemde [getuige 11] littekens aan zijn handen en/of bovenbenen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of- voornoemde [getuige 4] open wonden en/of ontvelde huid heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen, en/of(zeereis)- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijk [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (procesverbaalnr 3627), en/ofeen of meer (andere) onbekend gebleven personen,- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2) Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/ofvoornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, doordie voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/ofterwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat(verblijf op het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of stokken en/of andere (scherpe) voorwerpen,- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging aanwezig is op het kamp, en/of(letsel)- voornoemde [getuige 13] een bloedende hoofdwond heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen en/of blijvende littekens op zijn achterhoofd en/of kuit, en/of(zeereis)- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerdere) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn of lek raken tijdens de overtocht en/of- er geen reddingsvesten worden verstrekt, en/of- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben, en/of- er geen voedsel en/of drinkwater op de bo(o) t (en) aanwezig is, en/ofterwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4); Feit 8 - ZAAKSDOSSIER 006 / aankomst 04-02-2018 Messina hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2017 tot en met 4 februari 2018, althans in de periode van januari 2017 tot en met 12 april 2021,te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(telkens)een ander of anderen, te weten (in elk geval), de minderjarige persoon die gebruik maakt van de navolgende personalia,1. [getuige 16] (v), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 23] ), en/ofalthans een of meer (andere) onbekend gebleven personen,- behulpzaam is geweest bij het z [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2003 (getuige [nummer 31] ), en/of7. [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 32] ), en/ofalthans een of meer (andere) onbekend gebleven personen,- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/of- uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in (lid 2) Italië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, totaanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/ofvoornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, doordie voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/ofterwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat(verblijf op het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, te weten door (onder meer):x. het slaan van een of meerdere migranten, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen, waarin al dan niet een stuk metaal in (water/tuin)slang zit en/of andere voorwerpen, en/ofx. het druppelen van gesmolten plastic over de blote rug van een persoon genaamd S, en/ofx. het ondersteboven ophangen van voornoemde [getuige 13] met zijn handen op zijn rug en benen bij elkaar gebonden en/of daarbij al dan niet met een stok werd geslagen en/of met water werd overgoten, en/of- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of(letsel)- voornoemde [getuige 13] littekens op zijn armen en/of benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of(zeereis)- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of- er geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonderkapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/ofterwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4); Feit 10 — ZAAKSDOSSIER 009 / aankomst 14 mei 2018 Augusta hij op (een of meer) tijds het slaan van een of meerdere migranten, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen, waarin al dan niet een stuk metaal in (water/tuin)slang zit en/of andere voorwerpen, en/of- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of(letsel)- voornoemde [getuige 7] blijvend letsel aan zijn hand(en) heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of - voornoemde [getuige 8] open wonden en/of ontvelde huid heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen, en/of(zeereis)- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerdere) kleine rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of- er onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/ofen/ofterwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4); Feit 11 — ZAAKSDOSSIER 013 / financieel hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 juli 2018 in Nederland en in Libië en/of Soedan en/of Eritrea,tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,(telkens) van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen immers heeft hij, verdachte (telkens) (een) voorwerp(en), te weten- een of meerdere contante geldbedragen zoals verwoord in zaaksdossier 13 / pagina 471 / tabel 2 betalingen voor migranten aan [verdachte] die blijken uit ZD-001 t / m ZD-012,tot een totaal van ongeveer 76.600 dollar althans enig geldbedrag, althans enig goed, verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/ofvan (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere contante geldbedragen zoals verwoord in zaaksdossier 13 / pagina 471 / tabel 2 betalingen voor migranten aan [verdachte] die blijken uit ZD-001 t / m ZD-012, tot een totaal van ongeveer 76.600 dollar, gebruik gemaakt en/ofde werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/ofverborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of wie dit/deze voorwerp(en) voorhanden had,terwijl hij/zij wist dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig was/ waren uit enig misdrijf. subsidiair schuldwitwassen hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2015 tot en met 1 juli 2018 in Nederland en in Libië en/of Soedan en/of Eritrea,tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,(telkens) zich schuldig heeft gemaakt aan schuldwitwassen, immers heeft hij, verdachte (telkens) (een) voorwerp(en), te weten:- een of meerdere contante geldbedragen zoals verwoord in zaaksdossier 13 / pagina 471 / tabel 2 betalingen voor migranten aan [verdachte] die blijken uit ZD-001 t / m ZD-012, tot een totaalbedrag van 76.600 dollar althans enig geldbedrag, althans enig goed, verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van (een) voorwerp(en), te weten een of meerdere contante geldbedragen zoals verwoord in zaaksdossier 13 / pagina 471 / tabel 2 betalingen voor migranten aan [verdachte] die blijken uit ZD-001 t / m ZD-012, tot een totaal van ongeveer 76.600 dollar), gebruik gemaakt en/ofde werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/ofverborgen en/of verhuld wie de rechthebbende was en/of wie dit/deze voorwerp(en) voorhanden had, terwijl hij redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk -( [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 10] ), en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/ofItalië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/ofvoornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,door die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/ofterwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat(verblijf op het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of (een) stok(ken), en/of- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging aanwezig is op het kamp, en/of(letsel)- voornoemde [getuige 2] littekens aan zijn benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of- voornoemde [getuige 2] voor enige tijd verlamd is geweest aan zijn rechterhand ten gevolge van de mishandelingen, en/of (zeereis)- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn of lek raken tijdens de overtocht en/of- er geen reddingsvesten worden verstrekt, en/of- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben,terwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4); Feit 3 - ZAAKDOSSIER 004 / aankomst 28-12-2017 Augusta hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2017 tot en met 28 december 2017, althans in de periode van 1 mei 2017 tot en met 31 januari 2022,te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens)een ander of anderen, te weten, de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),1. [getuige 5] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 5] ), en/of2. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1991 (getuige [nummer 12] ) en/of3. [getuige 9] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (getuige [nummer 13] ), en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door n/of- die I te bedreigen met de dood, als zijn familie en/of vrienden en/of kennissen niet (snel genoeg) een of meer geldbedrag(en) zou(den) betalen; Feit 5 - ZAAKSDOSSIER 008 / aankomst 24-04-2018 Messina hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 24 april 2018, althans in of omstreeks de periode van 1 juli 2017 tot en met 21 juli 2021,te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(telkens)een ander of anderen, te weten, de personen die gebruik maken van de navolgende personalia, (waaronder een kind/minderjarige),l . [getuige 14] (v), geboren op [geboortedatum] 2000 (getuige [nummer 14] ), en/of2. [getuige 7] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1994 (getuige [nummer 7] ), en/of3. [getuige 13] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1994 (getuige [nummer 15] ), en/of4. [getuige 12] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1990 (getuige [nummer 16] ), en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/ofItalië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, totaanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/ofvoornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, door die voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/of terwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat(verblijf op het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of andere voorwerpen, en/of- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of(letsel)- voornoemde [getuige 11] littekens aan zijn handen en/of bovenbenen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of- voornoemde [getuige 4] open wonden en/of ontvelde huid heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen, en/of(zeereis)- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of- er geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of bui [getuige 2] ( m ), geboren op [geboortedatum] 1987 (procesverbaalnr 3627), en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/ofItalië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/ofvoornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, doordie voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/ofterwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat(verblijf op het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse mishandelingen, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen en/of stokken en/of andere (scherpe) voorwerpen,- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging aanwezig is op het kamp, en/of(letsel)- voornoemde [getuige 13] een bloedende hoofdwond heeft bekomen ten gevolge van de mishandelingen en/of blijvende littekens op zijn achterhoofd en/of kuit, en/of(zeereis)- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerdere) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn of lek raken tijdens de overtocht en/of- er geen reddingsvesten worden verstrekt, en/of- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonder kapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of- de opvarenden onvoldoende vaar- en/of zwemvaardigheden hebben, en/of- er geen voedsel en/of drinkwater op de bo(o) t (en) aanwezig is, en/ofterwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4); Feit 8 - ZAAKSDOSSIER 006 / aankomst 04-02-2018 Messina hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2017 tot en met 4 februari 2018, althans in de periode van januari 2017 tot en met 12 april 2021,te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,(telkens)een ander of anderen, te weten, de minderjarige persoon die gebruik maakt van de navolgende personalia,1. [getuige 16] (v), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 23] ), en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/ofItalië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het o [getuige 8] ( m ), geboren op [geboortedatum] 2002 (getuige [nummer 32] ), en/of- behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door (lid 1), en/ofItalië en/of Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie en/of IJsland en/of Noorwegen en/of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, totaanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, te weten Libië, en/ofvoornoemde persoon/personen (telkens) daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, doordie voornoemde persoon/personen, al dan niet via een tussenpersoon,- tijdens de reis te begeleiden en/of mee te reizen, en/of- te (laten) vervoeren naar en/of begeleiden naar en/of verzamelen op een plek/kamp op of nabij de kust van Libië, en/of- te voorzien van (een of meerdere) bo(o) t (en), al dan niet met (een of meerdere) buitenboordmotor(en) en/of kapitein(s)/stuurman(nen)/begeleider(s), en/of- per boot te (laten) vervoeren van Libië naar Italië, en/of- instructies te (laten) geven over de te betalen reissom en/of over de wijze van betaling daarvan,althans enige andere handeling gericht op het organiseren van de reis en/of het vervoer van die voornoemde persoon/personen,terwijl hij, verdachte en/of zijn medeverdachte( n ) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die toegang en/of doorrei(s)z(en) wederrechtelijk was/waren, en/ofterwijl door dit feit (telkens) levensgevaar voor die voornoemde persoon/personen te duchten was en/of zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft gehad (lid 5), omdat(verblijf op het kamp)- het verblijf in een kamp van verdachte gepaard gaat met vele en/of dagelijkse (zware) mishandelingen, te weten door (onder meer):x. het slaan van een of meerdere migranten, al dan niet met gebruik van (water/tuin)slangen, waarin al dan niet een stuk metaal in (water/tuin)slang zit en/of andere voorwerpen, en/ofx. het druppelen van gesmolten plastic over de blote rug van een persoon genaamd S, en/ofx. het ondersteboven ophangen van voornoemde [getuige 13] met zijn handen op zijn rug en benen bij elkaar gebonden en/of daarbij al dan niet met een stok werd geslagen en/of met water werd overgoten, en/of- er onvoldoende voedsel en/of schoon drinkwater/drinken en/of medische verzorging en/of sanitaire voorzieningen aanwezig is op het kamp, en/of(letsel)- voornoemde [getuige 13] littekens op zijn armen en/of benen heeft overgehouden ten gevolge van de mishandelingen, en/of(zeereis)- de reis over zee plaatsvindt met (een of meerder) kleine houten en/of rubberbo(o) t (en) via de Middellandse Zee-route waarvan algemeen bekend is dat dit een gevaarlijk smokkelroute met (vele) (dodelijke) ongevallen en/of verdrinkingen, althans een hoog risico daarop, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) niet geschikt zijn om de Middellandse Zee over te steken, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) gevuld/beladen worden met meer mensen dan waarvoor deze bo(o) t (en) geschikt zijn, en/of- de gebruikte bo(o) t (en) lek zijn en/of lek raken en/of vollopen met water tijdens de overtocht en/of- er geen, althans onvoldoende reddingsvesten worden verstrekt, althans reddingsvesten van onvoldoende kwaliteit worden verstrekt, en/of- de bo(o) t (en) met opvarenden op enig moment zonderkapitein/stuurman/begeleider en/of buitenboordmotor(en) achtergelaten worden op zee, en/of- er geen voedsel en/of drinkwater aanwezig is tijdens de overtocht, en/ofterwijl hij, verdachte, van het plegen van dit feit (al dan niet) een beroep of gewoonte heeft gemaakt (lid 4); Feit 10 — ZAAKSDOSSIER 009 / aankomst 14 mei 2018 Augusta hij op (een of meer) tijdstippen in of omstreeks de periode van januari 2017 tot en met 14 mei 2018, althans in de periode van januari 2017 tot en met 19 november 2020,te Nederland en te Italië en te Libië,tezamen en in vereniging met een of meer andere Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal. PHR 18 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:413 (concl. [naam 26] ) en HR 2 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK6328, NJ 2010/89 en HR 27 oktober 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1413, NJ 1999/221. PHR 27 februari 2024, ECLI:NL:PHR:2024:261 (concl. [naam 27] ) en PHR 18 april 2023, ECLI:NL:PHR:2023:413 (concl. [naam 26] ) en HR 7 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:AB9821, NJ 1997/7 en HR 25 november 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0868, NJ 1998/261. Kamerstukken II 2003/04, 29291, nr. 3, pagina 6 en 7. Zie hoofdstuk 5.4.2. voor de nadere uitwerking van de verklaringen van de migranten. Het proces-verbaal van verhoor getuige 79 door de rechter-commissaris d . d . 23 oktober 2025, pagina 10. Map E .13, document 7, pagina 6430. Het proces-verbaal van verhoor getuige 78 door de rechter-commissaris d . d . 15 mei 2024, pagina 8. Dit betreffen de getuigen [getuigen] . Het proces-verbaal van verhoor getuige 45 door de rechter-commissaris d . d . 20 maart 2024, pagina 8 en 9. Map E .08, document 9, pagina 4079 en 4080. Map E .11, document 13, pagina 5495 en 5496. Proces-verbaal van verhoor getuige [nummer 17] , proces-verbaalnummer 202311080930.27288990.GET, pagina 2, 4. Kamerstukken II 2022/23, 36414, nr. 3. Kamerstukken II 2012/13, 33572, nr. 3, pagina 6 en 7. HR 14 november 2023, ECLI:NL:HR:2023:1559, r.o. 2.5. Map E .48, document 24, pagina 21207 en map E .29, document 15 (AMB-486A), pagina 1 t / m 3 en AMB-486 (bijlage bij map E .29, document 15 pagina 9 t / m 16). Map E .24, document 5, pagina 11517. Map E .48, document 15, pagina 21024 t / m 21026. Map E .23, document 4, pagina 11013 t / m 11014 en map E .23, document 6 pagina 11065 t / m 11070 en map E .23, document 7, pagina 11182. Map E .33, document 1, pagina 15571 t / m 15576. Map E .33, document 1, pagina 15580. Map E .26, document 2, pagina 12326. Map E .35, document 5, inclusief bijlagen. Map E .26, document 2, pagina 12325 t / m 12334. Map E .35, document 5, pagina 16195 t / m 16196. Map E .24, document 5, pagina 11486 t / m 11562 en map E .29, document 3, pagina 13670 t / m 13688. Map E .24, document 5, pagina 11486 t / m 11562 en map E .29, document 3, pagina 13670 t / m 13688. Map E .32, document 20, pagina 15148. Map E .36, document 14, pagina 16756. Onder nummer S/201 8/812. Map E .28, document 24, pagina 13656 t / m 13660. Map E .31, document 3, pagina 14697 t / m 14721 en map E .31, document 4, pagina 14722 t / m 14735. Map E .33, document 6, pagina 15678 t / m 15690 en map E .31, document 45 pagina 14736 t / m 14754. Map E .31, document 20, pagina 15149. Map E .36, document 2, pagina 16572. HR 2 februari 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474, NJ 2015/39 (overzichtsarrest). Map E .46, document 7, pagina 20292 t / m 20298. Map E .33, document 10, pagina 15716. Organisation Non Gouvernementale. Map E .33, document 10, pagina 15714, 15715. Map E .32, document 11, pagina 15102 t / m 15106. Map E .15, document 3, pagina 7347. Map E .18, document 7, pagina 8910, 8919. Map E .14, document 14, pagina 7123 en 7127. Map E .14, document 14, pagina 7114. Map E .14, document 14, pagina 7117, 7118, 7120. Map E .14, document 14, pagina 7135. Map E .14, document 14, pagina 7121. Map E .14, document 14, pagina 7128. Waar in het dossier gesproken wordt over ‘dollar’ begrijpt de rechtbank dat dit ziet op United States Dollar (USD). Map E .14, document 14, pagina 7123, 7124. Map E .14, document 14, pagina 7126. Map E .14, document 14, pagina 7123, 7124. Map E .14, document 14, pagina 7127, 7128. Map E .14, document 14, pagina 7133, 7136. Map E .14, document 14, pagina 7137. Map E .14, document 14, pagina 7138, 7139. Map E .14, document 14, pagina 7140. Map E .15, document 2, pagina 7323. Map E .15, document 2, pagina 7323 en map E .15, document 3, pagina 7341. Map E .32, document 11, pagina 15104. Map E .15, document 2, pagina 7324, 7325, 7327. Map E .15, document 3, Map E .09, document 7, pagina 4518. Map E .09, document 5, pagina 4484 t / m 4485. Map E .09, document 5, pagina 4483. Map E .09, document 7, pagina 4522. Map E .09, document 5, pagina 4487 t / m 4488. Map E .09, document 5, pagina 4483 t / m 4484. Map E .09, document 6, pagina 4504 t / m 4505. Map E .09, document 7, pagina 4520. Map E .09, document 7, pagina 4528. Map E .09, document 7, pagina 4528 t / m 4529. Map E .09, document 7, pagina 4530 t / m 4531. Map E .11, document 13, pagina 5494 en 5496. Map E .11, document 13, pagina 5497. Map E .11, document 13, pagina 5496. Map E .11, document 14, pagina 5520. Map E .11, document 14, pagina 5521. Map E .11, document 14, pagina 5506 t / m 5508 en map E .11, document 14, pagina 5513. Map E .11, document 14, pagina 5513. Map E .11, document 14, pagina 5514 en 5519. Map E .11, document 13, pagina 5496. Map E .11, document 13, pagina 5496 en map E .11, document 14, pagina 5521 t / m 5522. Map E .11, document 14, pagina 5525 t / m 5526. Map E .11, document 14, pagina 5527. Map E .11, document 13, pagina 5497 en map E .11, document 14, pagina 5528. Map E .11, document 14, pagina 5515 t / m 5517. Proces-verbaal van verhoor getuige [nummer 17] , documentcode [code] , proces-verbaalnummer 202311080930.27288990.GET, pagina 2 en 6. Proces-verbaal van verhoor getuige [nummer 17] , documentcode [code] , proces-verbaalnummer 202311080930.27288990.GET, pagina 3, 4 en 6. Map E .11, document 7, pagina 5414. Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 12 maart 2024, pagina 2. Map E .11, document 7, pagina 5414 t / m 5415 en pagina 5420 en pagina 5423. Map E .11, document 8, pagina 5445. Map E .11, document 7, pagina 5416 t / m 5418. Map E .11, document 7, pagina 5418 t / m 5419. Map E .11, document 7, pagina 5420 t / m 5421. Map E .11, document 7, pagina 5432. Map E .11, document 7, pagina 5431 en pagina 5434 t / m 5436. Map E .11, document 28, pagina 5700 en pagina 5708 t / m 5710. Map E .11, document 28, pagina 5708 t / m 5711. Map E .10, document 09, pagina 4932 en map E .10, document 10, pagina 4944. Map E .10, document 09, pagina 4924. Het schriftelijk bescheid: registratie GBA-V, pagina 11. Map E .10, document 10, pagina 4951 t / m 4952. Map E .10, document 10, pagina 4954. Map E .10, document 11, pagina 4986 t / m 4987. Map E .10, document 09, pagina 4928 en map E .10, document 10, pagina 4951 en pagina 4955 en map E .10, document 11, pagina 4994. Map E .10, document 10, pagina 4953 en 4965. Map E .10, document 10, pagina 4959 t / m 4963. Map E .10, document 09, pagina 4929. Map E .35, document 10, pagina 16300. Map E .36, document 26, pagina 16829 t / m 16830. Map E .15, document 10, pagina 7513. Map E .15, document 8, pagina 7423 en map E .15, document 9, pagina 7437 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 22 januari 2025, pagina 4. Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 9 januari 2025, pagina 2. Map E .15, document 9, pagina 7431 t / m 7432 en pagina 7442. Map E .15, document 9, pagina 7435 t / m 7536. Map E .15, document 9, pagina 7437 t / m 7439. Map E .15, document 10, pagina 7447. Map E .15, document 10, pagina 7448 t / m 7452. Map E .16, document 2, pagina 7811 en 7814. Map E .16, document 2, pagina 7866. Map E .16, document 1, pagina 7806. Map E .16, document 2, pagina 7818 en pagina 7822 t / m 7824. Map E .16, document 1, pagina 7807 en map E .16, document 2, pagina 7811. Map E .16, document 2, pagina 7818. Map E .16, document 2, pagina 7811 en 7819. Map E .16, document 3, pagina 7833. Map E .16, document 2, pagina 7818. Map E .16, document 3, pagina 7835 t / m 7837. Map E .16, document 1, pagina 7806 t / m 7808 en map E .16, document 2, pagina 7823. Map E .16, document 16, pagina 8141 en 8145 en Map E16, document 17, pagina 8124 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 22 januari 2025, pagina 4. Map E .16, document 16, pagina 8148 t / m 8149. Map E .16, Map E .12, document 13, pagina 6206. Map E .12, document 13, pagina 6247, 6248, 6251, 6252 Map E .12, document 13, pagina 6206, 6207. Het proces-verbaal van verhoor getuige op 27 mei 2025, pagina 3, 4, 6. Het proces-verbaal van verhoor getuige op 27 mei 2025, pagina 7. Map E .31, document 18, pagina 14898 t / m 14900. Map E .11, document 30, pagina 5723, 5731 en map E .11, document 31, pagina 5749. Map E .11, document 31, pagina 5762. Map E .11, document 31, pagina 5749. Map E .11, document 31, pagina 5755. Map E .11, document 30, pagina 5731. Map E .11, document 31, pagina 5761, 5762. Map E .11, document 30, pagina 5731. Map E .30, document 18, pagina 14529 t / m 14531 en map E .32, document 18, pagina 15131 t / m 15140. Map E .27, document 18, pagina 13187 t / m 13196. Map E .30, document 18, pagina 14530 t / m 14531 en map E .35, document 25, pagina 16532 t / m 16533 en map E .35, document 26, pagina 16534 t / m 16535. Map E .12, document 11, pagina 5976 en 5990 en map E .27, document 15, pagina 13119 en loopproces-verbaal zaaksdossier 007 pagina 21. Map E .12, document 7, pagina 5875 en 5877, map E .12, document 8, pagina 5908 en map E .12, document 10, pagina 5950. Proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 14 maart 2024, pagina 3, 8 en 11. Map E .12, document 10, pagina 5943. Map E .12, document 6, pagina 5904. Het schriftelijk bescheid: registratie GBA-V, pagina 34. Map E .12, document 8, pagina 5911 t / m 5913 en map E .12, document 9, pagina 5924. Map E .12, document 7, pagina 5884. Map E .12, document 10, pagina 5952. Map E .12, document 9, pagina 5926 t / m 5929. Map E .12, document 9, pagina 5931. Map E .12, document 8, pagina 5911 t / m 5913 en map E .12, document 9, pagina 5924. Map E .12, document 11, fotomap pagina 6162 t / m 6168. Map E .12, document 8, pagina 5914 en 5917 t / m 5918 en map E .12, document 11, pagina 5965 en pagina 5982. Map E .12, document 8, pagina 5916. Map E .12, document 7, pagina 5894 t / m 5896 en map E .12, document 9, pagina 5942. Map E .12, document 8, pagina 5919. Map E .12, document 7, pagina 5891. Map E .12, document 11, pagina 5965. Map E .12, document 11, pagina 5967 t / m 5970. Map E .14, document 18, pagina 7167 t / m 7168 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 18 maart 2024, pagina 4. Map E .14, document 18, pagina 7166 en proces-verbaal van verhoor getuige door de rechter-commissaris d . d . 18 maart 2024, pagina 3. Map E .14, document 18, pagina 7166 t / m 7169. Map E .14, document 18, pagina 7170. Map E .14, document 18, pagina 7170. Map E .10, document 18, pagina 5227. Map E .10, document 18, pagina 5230 t / m 5235. HR 7 april 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZD1001, NJ 1998/558 en HR 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL3537, LJN AL3537 en HR 1 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1348, NJ 2020/332. Kamerstukken II 2003/04, 29291, 3, pagina 16. Kamerstukken II 1991/92, 22142, 3, pagina 11, 12. HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1455. HR 26 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1303. Zie onder meer: map E .18, document 7, pagina 8962 en map E .17, document 6, pagina 8556 en 8558. Zie onder meer: map E .18, document 6, pagina 8876 en map E .11, document 19, pagina 5608, 5610 en map E .15, document 2, pagina 7324, 7325, 7327. Zie onder meer map E .15, document 16, pagina 7714 en map E .17, document 3, pagina 8430 t / m 8433 en map E .17, document 6, pagina 8554 t / m 8556 en 8558. Dit betreffen de getuigen [getuigen] . Zie onder meer: map E .08, document 5, pagina 4011 t / m 4013, 4018, 4019, 4025, 4026, 4028, 4030 en map E .17, document 2, pagina 8399, 8400 en map E .11, document 19, pagina 5611. Zie onder meer: map E .15, document 3, pagina 7337, 7341 en map E .11, document 20, pagina 5644 en map E .12, document 10, pagina 5952. Zie onder meer: map E .15, document 3, pagina 7337, 7341 en map E .17, document 2, pagina 8399, 8400 en map E .12, document 9, pagina 5926 t / m 5929 en 5931. HR 17 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG1653, LJN