Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-05-07
ECLI:NL:RBOVE:2026:2595
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,339 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2595 text/xml public 2026-05-20T12:42:30 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-07 346637 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Zwolle Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2595 text/html public 2026-05-20T12:41:56 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2595 Rechtbank Overijssel , 07-05-2026 / 346637 Verzoek van de GI om de minderjarige te plaatsen buiten Nederland voor het volgen van een studietraject; artikel 1:306 BW. De kinderrechter wijst het verzoek toe omdat de plaatsing in het belang is van de minderjarige en zal bijdragen aan de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van de minderjarige. RECHTBANK OVERIJSSEL Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/08/346637 / JE RK 26-517 Datum uitspraak: 7 mei 2026 Beschikking plaatsing minderjarige buiten Nederland in het kader van voogdij (art. 1:306 BW) in de zaak van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering , de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de gezinsouders] , hierna te noemen de gezinshuisouders, wonende in [woonplaats]. 1 Het verloop van de procedure 1.1. Op 1 april 2026 heeft de GI een verzoekschrift met bijlagen ingediend bij de griffie. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 mei 2026. Daarbij waren aanwezig: [minderjarige], die apart via Teams is gehoord; [naam] namens de GI; - de gezinshuisouder, via Teams. 2 De feiten 2.1. Bij beschikking van 6 november 2017 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering . 2.2. [minderjarige] verblijft sinds 2016 in een gezinshuis. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt toestemming te verlenen - op grond van artikel 1:306 BW - om [minderjarige] te plaatsen buiten Nederland en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt hier verwezen naar het verzoekschrift met bijlagen. De GI heeft op de mondelinge behandeling nog toegelicht dat het verzoek ziet op de duur van het studietraject dat [minderjarige] in Denemarken zal gaan volgen. 4 De standpunten [minderjarige] 4.1. wil graag het studietraject in Denemarken volgen, omdat hij zich wil verbeteren in de Engelse taal, kennis wil maken met de cultuur van een ander land, nieuwe vrienden wil maken en zijn zelfvertrouwen verder wil uitbouwen. De gezinshuisouders 4.2. De gezinshuisouders zijn van mening dat [minderjarige] een goede ontwikkeling doormaakt binnen het gezinshuis. Zij zien een positieve en mooie groei op meerdere levensgebieden. De gezinshuisouders gunnen [minderjarige] de ervaring van het studietraject. Zij zijn van mening dat zijn wens zodanig sterk is, dat zij mogelijkheden zien in dit studietraject. De gezinshuisouders denken dat deze ervaring zal bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling op het gebied van zelfvertrouwen, zelfredzaamheid, doorzettingsvermogen en het vergroten van eigen waarde. Daarnaast zal dit studietraject [minderjarige] doen groeien in het beheersen van de Engelse taal, kennismaken met de Deense cultuur en het aangaan en onderhouden van sociale contacten. 5 De beoordeling 5.1. Op grond van artikel 1:306, eerste lid BW mag een GI een aan haar toevertrouwde minderjarige niet zonder toestemming van de rechtbank buiten Nederland plaatsen. De rechter verleent deze toestemming slechts indien hij de plaatsing voor de minderjarige wenselijk acht. 5.2. Naar het oordeel van de kinderrechter is het in het belang van de minderjarige [minderjarige] dat hij buiten Nederland wordt geplaatst, te weten in Denemarken. [minderjarige] zal hier via Into Study Exchanges vier maanden naar Halvorsminde High School gaan. Deze school heeft plek voor 150 studenten, waar een volledig programma wordt aangeboden aan de studenten, inclusief maaltijden en begeleiding. [minderjarige] zal verblijven in een setting waarin hij grotendeels intern op school zit. De schoolgang, maaltijden en activiteiten in de middag en avond worden gezamenlijk georganiseerd. Hierdoor is er continu toezicht en begeleiding, wat het risico op uitval of afhaken verkleint. De gezinshuisouders zullen gedurende deze periode dagelijks/wekelijks contact hebben met [minderjarige] via WhatsApp of videobellen. Door dit structurele contact blijven de gezinshuisouders betrokken en kunnen zij op afstand zicht houden op het functioneren van [minderjarige]. De plaatsing bij het gezinshuis zal gedurende dit traject in Denemarken geborgd en beschikbaar blijven voor Tonino. [minderjarige] is van plan om op 9 augustus 2026 te vertrekken en hij zal eind december 2026 terugkeren naar Nederland. 5.3. De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] en de gezinshuisouders het eens zijn met het verzoek van de GI. Ook de gedragswetenschapper heeft groen licht gegeven. De kinderrechter acht de plaatsing van [minderjarige] in Denemarken wenselijk voor de ontwikkeling van [minderjarige]. De kinderrechter is het met de GI eens dat een plaatsing in Denemarken in het belang is van zowel de cognitieve, sociale als emotionele ontwikkeling van [minderjarige]. Daarnaast biedt dit traject hem de kans om nieuwe stappen te zetten in een veilige, begeleide en leerzame omgeving, en draagt het bij aan het versterken van zijn zelfvertrouwen, veerkracht en toekomstgerichtheid. De kinderrechter zal de GI formeel toestemming verlenen om [minderjarige] buiten Nederland in Denemarken te plaatsen voor de duur van het studietraject. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verleent toestemming om de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], buiten Nederland te plaatsen, te weten in Denemarken voor de duur van het studietraject; 6.2. verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026 door mr. T. Hermans, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.R. de la Combé als griffier, en op schrift gesteld op 18 mei 2026. Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: a. door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2595 text/xml public 2026-05-20T12:42:30 2026-05-18 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-07 346637 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig Beschikking NL Zwolle Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2595 text/html public 2026-05-20T12:41:56 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2595 Rechtbank Overijssel , 07-05-2026 / 346637 Verzoek van de GI om de minderjarige te plaatsen buiten Nederland voor het volgen van een studietraject; artikel 1:306 BW. De kinderrechter wijst het verzoek toe omdat de plaatsing in het belang is van de minderjarige en zal bijdragen aan de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van de minderjarige. RECHTBANK OVERIJSSEL Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/08/346637 / JE RK 26-517 Datum uitspraak: 7 mei 2026 Beschikking plaatsing minderjarige buiten Nederland in het kader van voogdij (art. 1:306 BW) in de zaak van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering , de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de gezinsouders] , hierna te noemen de gezinshuisouders, wonende in [woonplaats]. 1 Het verloop van de procedure 1.1. Op 1 april 2026 heeft de GI een verzoekschrift met bijlagen ingediend bij de griffie. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 7 mei 2026. Daarbij waren aanwezig: [minderjarige], die apart via Teams is gehoord; [naam] namens de GI; - de gezinshuisouder, via Teams. 2 De feiten 2.1. Bij beschikking van 6 november 2017 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering . 2.2. [minderjarige] verblijft sinds 2016 in een gezinshuis. 3 Het verzoek 3.1. De GI verzoekt toestemming te verlenen - op grond van artikel 1:306 BW - om [minderjarige] te plaatsen buiten Nederland en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3.2. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt hier verwezen naar het verzoekschrift met bijlagen. De GI heeft op de mondelinge behandeling nog toegelicht dat het verzoek ziet op de duur van het studietraject dat [minderjarige] in Denemarken zal gaan volgen. 4 De standpunten [minderjarige] 4.1. wil graag het studietraject in Denemarken volgen, omdat hij zich wil verbeteren in de Engelse taal, kennis wil maken met de cultuur van een ander land, nieuwe vrienden wil maken en zijn zelfvertrouwen verder wil uitbouwen. De gezinshuisouders 4.2. De gezinshuisouders zijn van mening dat [minderjarige] een goede ontwikkeling doormaakt binnen het gezinshuis. Zij zien een positieve en mooie groei op meerdere levensgebieden. De gezinshuisouders gunnen [minderjarige] de ervaring van het studietraject. Zij zijn van mening dat zijn wens zodanig sterk is, dat zij mogelijkheden zien in dit studietraject. De gezinshuisouders denken dat deze ervaring zal bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling op het gebied van zelfvertrouwen, zelfredzaamheid, doorzettingsvermogen en het vergroten van eigen waarde. Daarnaast zal dit studietraject [minderjarige] doen groeien in het beheersen van de Engelse taal, kennismaken met de Deense cultuur en het aangaan en onderhouden van sociale contacten. 5 De beoordeling 5.1. Op grond van artikel 1:306, eerste lid BW mag een GI een aan haar toevertrouwde minderjarige niet zonder toestemming van de rechtbank buiten Nederland plaatsen. De rechter verleent deze toestemming slechts indien hij de plaatsing voor de minderjarige wenselijk acht. 5.2. Naar het oordeel van de kinderrechter is het in het belang van de minderjarige [minderjarige] dat hij buiten Nederland wordt geplaatst, te weten in Denemarken. [minderjarige] zal hier via Into Study Exchanges vier maanden naar Halvorsminde High School gaan. Deze school heeft plek voor 150 studenten, waar een volledig programma wordt aangeboden aan de studenten, inclusief maaltijden en begeleiding. [minderjarige] zal verblijven in een setting waarin hij grotendeels intern op school zit. De schoolgang, maaltijden en activiteiten in de middag en avond worden gezamenlijk georganiseerd. Hierdoor is er continu toezicht en begeleiding, wat het risico op uitval of afhaken verkleint. De gezinshuisouders zullen gedurende deze periode dagelijks/wekelijks contact hebben met [minderjarige] via WhatsApp of videobellen. Door dit structurele contact blijven de gezinshuisouders betrokken en kunnen zij op afstand zicht houden op het functioneren van [minderjarige]. De plaatsing bij het gezinshuis zal gedurende dit traject in Denemarken geborgd en beschikbaar blijven voor Tonino. [minderjarige] is van plan om op 9 augustus 2026 te vertrekken en hij zal eind december 2026 terugkeren naar Nederland. 5.3. De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] en de gezinshuisouders het eens zijn met het verzoek van de GI. Ook de gedragswetenschapper heeft groen licht gegeven. De kinderrechter acht de plaatsing van [minderjarige] in Denemarken wenselijk voor de ontwikkeling van [minderjarige]. De kinderrechter is het met de GI eens dat een plaatsing in Denemarken in het belang is van zowel de cognitieve, sociale als emotionele ontwikkeling van [minderjarige]. Daarnaast biedt dit traject hem de kans om nieuwe stappen te zetten in een veilige, begeleide en leerzame omgeving, en draagt het bij aan het versterken van zijn zelfvertrouwen, veerkracht en toekomstgerichtheid. De kinderrechter zal de GI formeel toestemming verlenen om [minderjarige] buiten Nederland in Denemarken te plaatsen voor de duur van het studietraject. 6 De beslissing De kinderrechter: 6.1. verleent toestemming om de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 in [geboorteplaats], buiten Nederland te plaatsen, te weten in Denemarken voor de duur van het studietraject; 6.2. verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026 door mr. T. Hermans, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.R. de la Combé als griffier, en op schrift gesteld op 18 mei 2026. Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: a. door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.