Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-05-13
ECLI:NL:RBOVE:2026:2560
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,368 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2560 text/xml public 2026-05-20T18:00:17 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-13 ak_25_1668 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2560 text/html public 2026-05-13T11:34:38 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2560 Rechtbank Overijssel , 13-05-2026 / ak_25_1668 Naheffingsaanslag parkeerbelasting. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1668 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen [belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende en De heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 17 juni 2025. 1.1. De heffingsambtenaar heeft op 16 juni 2025 aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd. 1.2. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd. 1.3. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2026 ter zitting behandeld. Belanghebbende is zonder afmelding niet verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich vooraf afgemeld voor de zitting. Feiten 2. Op 16 juni 2025 om 10.03 uur stond de auto met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de Dahliastraat te Zwolle. Tijdens een controle op voornoemde datum en tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen geldig parkeerrecht bestond. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag van € 80,10 opgelegd, bestaande uit € 1,30 aan tariefkosten en € 78,80 aan kosten voor de naheffingsaanslag. Het voertuig is om 11.02 uur aangemeld op de bezoekersvergunning. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 5. Belanghebbende voert aan dat hij in het weekend van 13 tot en met 15 juni 2025 een vervangend voertuig had en dat hij zijn eigen auto op 16 juni 2025 rond 17.00 uur weer kon ophalen. Op 15 juni 2025 heeft belanghebbende de bezoekersvergunning daarom aangemeld tot en met 16 juni 2025 18.00 uur. Na ontvangst van de bekeuring is belanghebbende gebleken dat hij de vervangende auto abusievelijk niet had aangemeld in het bezoekerssysteem. Hij heeft het systeem direct weer aangezet. Ook in de dagen ervoor heeft belanghebbende zijn auto aangemeld. Normaliter hoeft hij dit niet te doen, omdat hij voor zijn eigen auto een bewonersvergunning heeft. Belanghebbende verzoekt de rechtbank of de bekeuring kan worden ingetrokken, omdat het systeem in zijn ogen niet de juiste datum heeft gebruikt. Of het nu een systeemfout betreft of dat het niet goed is doorgekomen, het is onschuldig gegaan zonder enige opzet. 6. De heffingsambtenaar stelt dat belanghebbende zijn vervangende auto niet heeft aangemeld voor het parkeren op 15 juni 2025 om 10:03 uur en daarmee niet heeft voldaan aan de aangifteplicht. Van een geldig gebruik van een bezoekersvergunning is alleen sprake als het voertuig op de juiste wijze, overeenkomstig de handleiding telefonisch of via de webpagina, voor het parkeren is aangemeld. Daarvan was geen sprake en ook heeft belanghebbende geen parkeerautomaat in werking gesteld. De naheffingsaanslag is daarom terecht uitgeschreven. 7. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de vervangende auto van belanghebbende op het moment van controle op 15 juni 2025 om 10.03 uur niet was aangemeld op de bezoekersvergunning. Daarmee staat vast dat grond bestaat voor een naheffingsaanslag. Dat belanghebbende naar eigen zeggen zijn auto de dagen ervoor wel heeft aangemeld en niet met opzet in afwijking van de geldende parkeerregels heeft geparkeerd en heeft willen parkeren, leidt niet tot een ander oordeel. Parkeerbelasting is geen boete, maar een objectieve belasting. Dat betekent dat intenties, schuld of opzet en persoonlijke omstandigheden geen rol spelen. Slechts in bijzondere gevallen kan strikte naleving van de parkeerregels niet van de parkeerder worden gevergd: bij overmacht of een acute (medische) noodsituatie die maakt dat niet in redelijkheid kan worden gevergd dat tijdig parkeerbelasting wordt voldaan. Gesteld noch gebleken is dat hiervan sprake is. Dat sprake is geweest van een systeemfout heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt of onderbouwd. Hierbij acht de rechtbank van belang dat belanghebbende niet met stukken of anderszins heeft onderbouwd dat er een technisch mankement (systeemfout) was waardoor de bezoekersvergunning niet geactiveerd kon worden. Gelet op het voorgaande slagen de beroepsgronden niet. 8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht en tot de juiste hoogte aan belanghebbende opgelegd. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van P.P. van Essen - van 't Ende, griffier. griffier rechter Uitgesproken op De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1535.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2560 text/xml public 2026-05-20T18:00:17 2026-05-13 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-05-13 ak_25_1668 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2560 text/html public 2026-05-13T11:34:38 2026-05-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2560 Rechtbank Overijssel , 13-05-2026 / ak_25_1668 Naheffingsaanslag parkeerbelasting. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1668 uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer in de zaak tussen [belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende en De heffingsambtenaar van de gemeente Zwolle. Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 17 juni 2025. 1.1. De heffingsambtenaar heeft op 16 juni 2025 aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd. 1.2. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag gehandhaafd. 1.3. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2026 ter zitting behandeld. Belanghebbende is zonder afmelding niet verschenen. De heffingsambtenaar heeft zich vooraf afgemeld voor de zitting. Feiten 2. Op 16 juni 2025 om 10.03 uur stond de auto met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de Dahliastraat te Zwolle. Tijdens een controle op voornoemde datum en tijdstip is geconstateerd dat voor de auto geen geldig parkeerrecht bestond. Aan belanghebbende is een naheffingsaanslag van € 80,10 opgelegd, bestaande uit € 1,30 aan tariefkosten en € 78,80 aan kosten voor de naheffingsaanslag. Het voertuig is om 11.02 uur aangemeld op de bezoekersvergunning. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt of de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht aan belanghebbende is opgelegd. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van belanghebbende. 4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is . Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. 5. Belanghebbende voert aan dat hij in het weekend van 13 tot en met 15 juni 2025 een vervangend voertuig had en dat hij zijn eigen auto op 16 juni 2025 rond 17.00 uur weer kon ophalen. Op 15 juni 2025 heeft belanghebbende de bezoekersvergunning daarom aangemeld tot en met 16 juni 2025 18.00 uur. Na ontvangst van de bekeuring is belanghebbende gebleken dat hij de vervangende auto abusievelijk niet had aangemeld in het bezoekerssysteem. Hij heeft het systeem direct weer aangezet. Ook in de dagen ervoor heeft belanghebbende zijn auto aangemeld. Normaliter hoeft hij dit niet te doen, omdat hij voor zijn eigen auto een bewonersvergunning heeft. Belanghebbende verzoekt de rechtbank of de bekeuring kan worden ingetrokken, omdat het systeem in zijn ogen niet de juiste datum heeft gebruikt. Of het nu een systeemfout betreft of dat het niet goed is doorgekomen, het is onschuldig gegaan zonder enige opzet. 6. De heffingsambtenaar stelt dat belanghebbende zijn vervangende auto niet heeft aangemeld voor het parkeren op 15 juni 2025 om 10:03 uur en daarmee niet heeft voldaan aan de aangifteplicht. Van een geldig gebruik van een bezoekersvergunning is alleen sprake als het voertuig op de juiste wijze, overeenkomstig de handleiding telefonisch of via de webpagina, voor het parkeren is aangemeld. Daarvan was geen sprake en ook heeft belanghebbende geen parkeerautomaat in werking gesteld. De naheffingsaanslag is daarom terecht uitgeschreven. 7. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat de vervangende auto van belanghebbende op het moment van controle op 15 juni 2025 om 10.03 uur niet was aangemeld op de bezoekersvergunning. Daarmee staat vast dat grond bestaat voor een naheffingsaanslag. Dat belanghebbende naar eigen zeggen zijn auto de dagen ervoor wel heeft aangemeld en niet met opzet in afwijking van de geldende parkeerregels heeft geparkeerd en heeft willen parkeren, leidt niet tot een ander oordeel. Parkeerbelasting is geen boete, maar een objectieve belasting. Dat betekent dat intenties, schuld of opzet en persoonlijke omstandigheden geen rol spelen. Slechts in bijzondere gevallen kan strikte naleving van de parkeerregels niet van de parkeerder worden gevergd: bij overmacht of een acute (medische) noodsituatie die maakt dat niet in redelijkheid kan worden gevergd dat tijdig parkeerbelasting wordt voldaan. Gesteld noch gebleken is dat hiervan sprake is. Dat sprake is geweest van een systeemfout heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt of onderbouwd. Hierbij acht de rechtbank van belang dat belanghebbende niet met stukken of anderszins heeft onderbouwd dat er een technisch mankement (systeemfout) was waardoor de bezoekersvergunning niet geactiveerd kon worden. Gelet op het voorgaande slagen de beroepsgronden niet. 8. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht en tot de juiste hoogte aan belanghebbende opgelegd. Conclusie en gevolgen 9. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat belanghebbende geen gelijk krijgt en dat de naheffingsaanslag in stand blijft. Belanghebbende krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Rijksen, rechter, in aanwezigheid van P.P. van Essen - van 't Ende, griffier. griffier rechter Uitgesproken op De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Zie bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad van 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1535.