Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-04-20
ECLI:NL:RBOVE:2026:2183
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
49,994 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2183 text/xml public 2026-04-29T10:47:16 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-20 83.021730.22 (P) Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zwolle Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2183 text/html public 2026-04-21T10:52:47 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2183 Rechtbank Overijssel , 20-04-2026 / 83.021730.22 (P) De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrifte door het opmaken van valse contracten en facturen en het vervalsen van de bedrijfsadministratie. Deze gedragingen vonden plaats in georganiseerd verband. RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 83.021730.22 (P) Datum vonnis: 20 april 2026 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres 1] . Inhoudsopgave 1. Het onderzoek op de terechtzitting 2. De tenlastelegging 3. De voorvragen 3.1 De geldigheid van de dagvaarding 3.2 De bevoegdheid van de rechtbank 3.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie 3.3.1 Inleiding 3.3.2 Het standpunt van de verdediging 3.3.3 Het standpunt van de officier van justitie 3.3.4 Het oordeel van de rechtbank 3.3.4.1 Het juridisch kader 3.3.4.2 Vormverzuim(en)? 3.3.4.3 Rechtsgevolg: niet-ontvankelijkheid van het OM? 3.3.4.4 Rechtsgevolg: bewijsuitsluiting? 3.4 Schorsing van de vervolging 4. De bewijsmotivering 4.1 Inleiding – de verdenking 4.2 Het standpunt van de officier van justitie 4.3 Het standpunt van de verdediging 4.4 Het oordeel van de rechtbank 4.4.1. De redengevende feiten en omstandigheden 4.4.1.1 Betrokken (rechts)personen 4.4.1.2 Inleiding samenwerking [bedrijf 4] en contracten 4.4.1.3 De contracten en facturen per vennootschap 4.4.1.3.1 [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. 4.4.1.3.1.1 [bedrijf 3] : contracten en factuur 2012 4.4.1.3.1.2 [bedrijf 3] : contracten 2013 4.4.1.3.1.3 [bedrijf 3] contracten en factuur 2014 4.4.1.3.2 [bedrijf 2] B.V. 4.4.1.3.2.1 [bedrijf 2] : contracten en factuur 2012 4.4.1.3.2.2 [bedrijf 2] : contracten 2013 4.4.1.3.2.3 [bedrijf 2] : contracten 2014 4.4.1.3.3 [medeverdachte bedrijf] B.V. 4.4.1.3.3.1 [medeverdachte bedrijf] : contracten en factuur 2012 4.4.1.3.3.2 [medeverdachte bedrijf] : contracten en factuur 2013 4.4.2 Het oordeel van de rechtbank over feiten 1 tot en met 3: valsheid in geschrift 4.4.2.1 Valselijk opmaken (lid 1) 4.4.2.2 Gebruik maken van valse documenten (lid 2) 4.4.2.2.1 Aanvullende redengevende feiten en omstandigheden 4.4.2.2.2 Oordeel van de rechtbank 4.4.2.3 Bewijsbestemming 4.4.2.4 Oogmerk 4.4.2.5 Opzet 4.4.2.6 Daderschap [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] 4.4.2.7 Medeplegen 4.4.2.8 Feitelijke leidinggeven en opzet daarop 4.4.2.9 Conclusie met betrekking tot feiten 1 tot en met 3 4.4.3 Het oordeel van de rechtbank over feit 4: deelname aan een criminele organisatie 4.4.3.1 Duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband 4.4.3.2 Oogmerk 4.4.3.3 Deelneming verdachte 4.4.3.4 Deelneming [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] ? 4.4.3.5 Conclusie met betrekking tot feit 4 4.5 De bewezenverklaring 5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 5.1 Het standpunt van de verdediging 5.2 Het standpunt van de officier van justitie 5.3 Het oordeel van de rechtbank 6. De strafbaarheid van verdachte 7. De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie 7.2 Het standpunt van de verdediging 7.3 De gronden voor een straf of maatregel 7.4 De inbeslaggenomen voorwerpen 8. De toegepaste wettelijke voorschriften 9. De beslissing 1 Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9 en 10 maart en 20 april 2026. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna gezamenlijk: de officier van justitie) en van wat door verdachte en zijn raadslieden, mr. A.J.M. de Swart en mr. C. Janssen, beide advocaat in 's-Gravenhage, naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 9 maart 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: feitelijke leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan het door [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 al dan niet samen met (een) ander(en) telkens vervalsen of valselijk opmaken van contracten, facturen en/of de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V.; feit 2: feitelijke leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan het door [medeverdachte bedrijf] B.V. in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 al dan niet samen met (een) ander(en) telkens vervalsen of valselijk opmaken van contracten, facturen en/of de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] B.V. en/of het gebruik maken daarvan; feit 3: feitelijke leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan het door [bedrijf 2] B.V. in de periode van 1 januari 2012 tot en met 23 oktober 2015 al dan niet samen met (een) ander(en) telkens vervalsen of valselijk opmaken van contracten, facturen en/of de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] B.V.; feit 4: in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2015 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het meermaals (mede)plegen van valsheid in geschrifte. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1. [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. (ontbonden op 31 december 2015) (hierna: [bedrijf 3] ) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 in de gemeente [vestigingsplaats 1] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië, en/of elders ter wereld, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 13 november 2012 met contractnummer [contractnummer 1] (DOC-101; dossier blz 3230-3241); en/of - een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 17 december 2012 (DOC-104; dossier blz 3302-3311); en/of - een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] d.d. 25 november 2013 met kenmerk [factuurnummer 1] (DOC-114; dossier blz 3472); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 22 januari 2013 met contractnummer [contractnummer 2] (DOC-101; dossier blz 3242-3254); en/of - een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 4 februari 2013 (DOC-012; dossier blz 2484-2491); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] en [bedrijf 3] d.d. 21 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 3] (DOC-126; dossier blz 3650-3660); en/of - een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] Inc d.d. 28 februari 2014 (DOC-131; dossier blz 3714-3725); en/of - een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 23 november 2014 met kenmerk [factuurnummer 2] (DOC-127; dossier blz 3667) en/of B.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:2183 text/xml public 2026-04-29T10:47:16 2026-04-20 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-20 83.021730.22 (P) Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Zwolle Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2183 text/html public 2026-04-21T10:52:47 2026-04-21 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:2183 Rechtbank Overijssel , 20-04-2026 / 83.021730.22 (P) De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrifte door het opmaken van valse contracten en facturen en het vervalsen van de bedrijfsadministratie. Deze gedragingen vonden plaats in georganiseerd verband. RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Meervoudige kamer Zittingsplaats Zwolle Parketnummer: 83.021730.22 (P) Datum vonnis: 20 april 2026 Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1970 in [geboorteplaats] , wonende aan [adres 1] . Inhoudsopgave 1. Het onderzoek op de terechtzitting 2. De tenlastelegging 3. De voorvragen 3.1 De geldigheid van de dagvaarding 3.2 De bevoegdheid van de rechtbank 3.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie 3.3.1 Inleiding 3.3.2 Het standpunt van de verdediging 3.3.3 Het standpunt van de officier van justitie 3.3.4 Het oordeel van de rechtbank 3.3.4.1 Het juridisch kader 3.3.4.2 Vormverzuim(en)? 3.3.4.3 Rechtsgevolg: niet-ontvankelijkheid van het OM? 3.3.4.4 Rechtsgevolg: bewijsuitsluiting? 3.4 Schorsing van de vervolging 4. De bewijsmotivering 4.1 Inleiding – de verdenking 4.2 Het standpunt van de officier van justitie 4.3 Het standpunt van de verdediging 4.4 Het oordeel van de rechtbank 4.4.1. De redengevende feiten en omstandigheden 4.4.1.1 Betrokken (rechts)personen 4.4.1.2 Inleiding samenwerking [bedrijf 4] en contracten 4.4.1.3 De contracten en facturen per vennootschap 4.4.1.3.1 [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. 4.4.1.3.1.1 [bedrijf 3] : contracten en factuur 2012 4.4.1.3.1.2 [bedrijf 3] : contracten 2013 4.4.1.3.1.3 [bedrijf 3] contracten en factuur 2014 4.4.1.3.2 [bedrijf 2] B.V. 4.4.1.3.2.1 [bedrijf 2] : contracten en factuur 2012 4.4.1.3.2.2 [bedrijf 2] : contracten 2013 4.4.1.3.2.3 [bedrijf 2] : contracten 2014 4.4.1.3.3 [medeverdachte bedrijf] B.V. 4.4.1.3.3.1 [medeverdachte bedrijf] : contracten en factuur 2012 4.4.1.3.3.2 [medeverdachte bedrijf] : contracten en factuur 2013 4.4.2 Het oordeel van de rechtbank over feiten 1 tot en met 3: valsheid in geschrift 4.4.2.1 Valselijk opmaken (lid 1) 4.4.2.2 Gebruik maken van valse documenten (lid 2) 4.4.2.2.1 Aanvullende redengevende feiten en omstandigheden 4.4.2.2.2 Oordeel van de rechtbank 4.4.2.3 Bewijsbestemming 4.4.2.4 Oogmerk 4.4.2.5 Opzet 4.4.2.6 Daderschap [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] 4.4.2.7 Medeplegen 4.4.2.8 Feitelijke leidinggeven en opzet daarop 4.4.2.9 Conclusie met betrekking tot feiten 1 tot en met 3 4.4.3 Het oordeel van de rechtbank over feit 4: deelname aan een criminele organisatie 4.4.3.1 Duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband 4.4.3.2 Oogmerk 4.4.3.3 Deelneming verdachte 4.4.3.4 Deelneming [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] ? 4.4.3.5 Conclusie met betrekking tot feit 4 4.5 De bewezenverklaring 5. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde 5.1 Het standpunt van de verdediging 5.2 Het standpunt van de officier van justitie 5.3 Het oordeel van de rechtbank 6. De strafbaarheid van verdachte 7. De op te leggen straf of maatregel 7.1 De vordering van de officier van justitie 7.2 Het standpunt van de verdediging 7.3 De gronden voor een straf of maatregel 7.4 De inbeslaggenomen voorwerpen 8. De toegepaste wettelijke voorschriften 9. De beslissing 1 Het onderzoek op de terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9 en 10 maart en 20 april 2026. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna gezamenlijk: de officier van justitie) en van wat door verdachte en zijn raadslieden, mr. A.J.M. de Swart en mr. C. Janssen, beide advocaat in 's-Gravenhage, naar voren is gebracht. 2 De tenlastelegging De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 9 maart 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte: feit 1: feitelijke leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan het door [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 al dan niet samen met (een) ander(en) telkens vervalsen of valselijk opmaken van contracten, facturen en/of de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V.; feit 2: feitelijke leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan het door [medeverdachte bedrijf] B.V. in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 al dan niet samen met (een) ander(en) telkens vervalsen of valselijk opmaken van contracten, facturen en/of de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] B.V. en/of het gebruik maken daarvan; feit 3: feitelijke leiding dan wel opdracht heeft gegeven aan het door [bedrijf 2] B.V. in de periode van 1 januari 2012 tot en met 23 oktober 2015 al dan niet samen met (een) ander(en) telkens vervalsen of valselijk opmaken van contracten, facturen en/of de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] B.V.; feit 4: in de periode van 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2015 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het meermaals (mede)plegen van valsheid in geschrifte. Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat: 1. [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. (ontbonden op 31 december 2015) (hierna: [bedrijf 3] ) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 in de gemeente [vestigingsplaats 1] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië, en/of elders ter wereld, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 13 november 2012 met contractnummer [contractnummer 1] (DOC-101; dossier blz 3230-3241); en/of - een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 17 december 2012 (DOC-104; dossier blz 3302-3311); en/of - een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] d.d. 25 november 2013 met kenmerk [factuurnummer 1] (DOC-114; dossier blz 3472); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 22 januari 2013 met contractnummer [contractnummer 2] (DOC-101; dossier blz 3242-3254); en/of - een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 4 februari 2013 (DOC-012; dossier blz 2484-2491); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] en [bedrijf 3] d.d. 21 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 3] (DOC-126; dossier blz 3650-3660); en/of - een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] Inc d.d. 28 februari 2014 (DOC-131; dossier blz 3714-3725); en/of - een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 23 november 2014 met kenmerk [factuurnummer 2] (DOC-127; dossier blz 3667) en/of B.
Volledig
de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] B.V., elk zijnde (een) geschrift(en) en/of samenstel van geschriften dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, althans heeft vervalst, immers heeft [bedrijf 3] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – - in dit (deze) contract(en) en/of die factu(u)r(en) voornoemd (telkens) werkzaamheden en/of (een) levering(en) en/of (een) dienst(en) vermeld, althans doen of laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [bedrijf 3] is/ zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en/of - - die contract(en) voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans dat/die geschrift(en) geantedateerd, en (vervolgens) voornoemde contract(en) en/of factu(u)r(en) opgenomen en/of laten opnemen en of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] , zulks (telkens) met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); 2. [medeverdachte bedrijf] B.V. (hierna: [medeverdachte bedrijf] ) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 in de gemeente Noordwijk en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië en/of elders ter wereld, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. - een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] Inc. d.d. 14 juni 2012 (DOC-147; dossier blz 3831-3832); en/of - een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 9] LTD d.d. 5 juli 2012 (DOC-144; dossier blz 3802-3816); en/of - een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 16 december 2013 met kenmerk [factuurnummer 3] (DOC-147; dossier blz 3830); en/of - een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013 (DOC-254; dossier blz 5262-5263); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] (DOC-255; dossier blz 5296-5315); en/of - - een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A. d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] (DOC-258; dossier blz 5327); en/of B. de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] B.V., elk zijnde (een) geschrift(en) en/of samenstel van geschriften dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, althans heeft vervalst, immers heeft [medeverdachte bedrijf] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – - in dit (deze) contract(en) en/of die factu(u)r(en) voornoemd (telkens) werkzaamheden en/of (een) levering(en) en/of (een) dienst(en) vermeld, althans doen of laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [medeverdachte bedrijf] is/ zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en/of - die contract(en) voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans dat/die geschrift(en) geantedateerd, en (vervolgens) voornoemde contract(en) en/of factu(u)r(en) opgenomen en/of laten opnemen en of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] , zulks (telkens) met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); En/of [medeverdachte bedrijf] B.V. in of omstreeks de periode van 5 februari 2018 tot en met 1 november 2018 in de gemeente [vestigingsplaats 1] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of heeft doen maken van genoemd(e) vals(e) of valselijk opgemaakt(e) geschrift(en) te weten, - een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013 (DOC-254; dossier blz 5262-5263); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] (DOC-255; dossier blz 5296-5315); en/of - een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A.d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] (DOC-258; dossier blz 5327), terwijl [medeverdachte bedrijf] , en/of haar medeverdachte(n), wist(en) en/of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren om als echt en onvervalst te gebruiken, en bestaande dat gebruikmaken of gebruik doen maken (telkens) hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), dit/deze geschrift(en) heeft/hebben verzonden en/of ingediend, althans doen toekomen aan (een) medewerker(s) van de [bedrijf 11] N.V. (DOC-149; DOC-150), hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); 3. [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) (ontbonden op 23-10-2015), op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 23 oktober 2015 in de gemeente [vestigingsplaats 2] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië en/of elders ter wereld, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. - een contract tussen [bedrijf 9] LTD en [bedrijf 2] d.d. 20 februari 2012 (DOC-164; dossier blz 4000-4013); en/of - - een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 5 maart 2012 (DOC-156; dossier blz 3903-3911); en/of - een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 6 december 2012 met kenmerk [factuurnummer 5] (DOC-178; dossier blz 4444); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 18 juni 2013 met contractnummer [contractnummer 5] (DOC-193; dossier blz 4568-4575); en/of - een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. d.d. 1 juli 2013 (DOC-192; dossier blz 4544-4553) - een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 6] (DOC-192; dossier blz 4566); en/of - een factuur van [bedrijf 12] S.A. aan [bedrijf 2] d.d. 27 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 7] (DOC-192; dossier blz 4563); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 17 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 6] (DOC-196; dossier blz 4629-4633); en/of - een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] S.A. d.d. 24 februari 2014 (DOC-224; dossier blz 4879-4886); en/of - een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 april 2014 met kenmerk [factuurnummer 16] (DOC-225; dossier blz 4891); en/of - een factuur van [bedrijf 13] S.A aan [bedrijf 2] d.d. 6 mei 2014 met kenmerk [factuurnummer 8] (DOC-222; dossier blz 4856), en/of B.
Volledig
de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] B.V., elk zijnde (een) geschrift(en) en/of samenstel van geschriften dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, althans heeft vervalst, immers heeft [bedrijf 3] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – - in dit (deze) contract(en) en/of die factu(u)r(en) voornoemd (telkens) werkzaamheden en/of (een) levering(en) en/of (een) dienst(en) vermeld, althans doen of laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [bedrijf 3] is/ zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en/of - - die contract(en) voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans dat/die geschrift(en) geantedateerd, en (vervolgens) voornoemde contract(en) en/of factu(u)r(en) opgenomen en/of laten opnemen en of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] , zulks (telkens) met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); 2. [medeverdachte bedrijf] B.V. (hierna: [medeverdachte bedrijf] ) op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015 in de gemeente Noordwijk en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië en/of elders ter wereld, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. - een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] Inc. d.d. 14 juni 2012 (DOC-147; dossier blz 3831-3832); en/of - een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 9] LTD d.d. 5 juli 2012 (DOC-144; dossier blz 3802-3816); en/of - een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 16 december 2013 met kenmerk [factuurnummer 3] (DOC-147; dossier blz 3830); en/of - een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013 (DOC-254; dossier blz 5262-5263); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] (DOC-255; dossier blz 5296-5315); en/of - - een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A. d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] (DOC-258; dossier blz 5327); en/of B. de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] B.V., elk zijnde (een) geschrift(en) en/of samenstel van geschriften dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, althans heeft vervalst, immers heeft [medeverdachte bedrijf] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – - in dit (deze) contract(en) en/of die factu(u)r(en) voornoemd (telkens) werkzaamheden en/of (een) levering(en) en/of (een) dienst(en) vermeld, althans doen of laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [medeverdachte bedrijf] is/ zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en/of - die contract(en) voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans dat/die geschrift(en) geantedateerd, en (vervolgens) voornoemde contract(en) en/of factu(u)r(en) opgenomen en/of laten opnemen en of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [medeverdachte bedrijf] , zulks (telkens) met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); En/of [medeverdachte bedrijf] B.V. in of omstreeks de periode van 5 februari 2018 tot en met 1 november 2018 in de gemeente [vestigingsplaats 1] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt of heeft doen maken van genoemd(e) vals(e) of valselijk opgemaakt(e) geschrift(en) te weten, - een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 10] S.A. d.d. 17 juni 2013 (DOC-254; dossier blz 5262-5263); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [medeverdachte bedrijf] d.d. 1 juli 2013 met contractnummer [contractnummer 4] (DOC-255; dossier blz 5296-5315); en/of - een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 4] S.A.d.d. 16 oktober 2014 met kenmerk [factuurnummer 4] (DOC-258; dossier blz 5327), terwijl [medeverdachte bedrijf] , en/of haar medeverdachte(n), wist(en) en/of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/deze geschrift(en) bestemd was/waren om als echt en onvervalst te gebruiken, en bestaande dat gebruikmaken of gebruik doen maken (telkens) hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), dit/deze geschrift(en) heeft/hebben verzonden en/of ingediend, althans doen toekomen aan (een) medewerker(s) van de [bedrijf 11] N.V. (DOC-149; DOC-150), hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); 3. [bedrijf 2] B.V. (hierna: [bedrijf 2] ) (ontbonden op 23-10-2015), op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2012 tot en met 23 oktober 2015 in de gemeente [vestigingsplaats 2] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië en/of elders ter wereld, (telkens) tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. - een contract tussen [bedrijf 9] LTD en [bedrijf 2] d.d. 20 februari 2012 (DOC-164; dossier blz 4000-4013); en/of - - een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 5 maart 2012 (DOC-156; dossier blz 3903-3911); en/of - een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 6 december 2012 met kenmerk [factuurnummer 5] (DOC-178; dossier blz 4444); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 18 juni 2013 met contractnummer [contractnummer 5] (DOC-193; dossier blz 4568-4575); en/of - een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. d.d. 1 juli 2013 (DOC-192; dossier blz 4544-4553) - een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 6] (DOC-192; dossier blz 4566); en/of - een factuur van [bedrijf 12] S.A. aan [bedrijf 2] d.d. 27 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 7] (DOC-192; dossier blz 4563); en/of - een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 17 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 6] (DOC-196; dossier blz 4629-4633); en/of - een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] S.A. d.d. 24 februari 2014 (DOC-224; dossier blz 4879-4886); en/of - een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 april 2014 met kenmerk [factuurnummer 16] (DOC-225; dossier blz 4891); en/of - een factuur van [bedrijf 13] S.A aan [bedrijf 2] d.d. 6 mei 2014 met kenmerk [factuurnummer 8] (DOC-222; dossier blz 4856), en/of B.
Volledig
de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] B.V., elk zijnde (een) geschrift(en) en/of samenstel van geschriften dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, althans heeft vervalst, immers heeft [bedrijf 2] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – - in dit (deze) contract(en) en/of die factu(u)r(en) voornoemd (telkens) werkzaamheden en/of (een) levering(en) en/of (een) dienst(en) vermeld, althans doen of laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [bedrijf 2] is/ zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en/of - die contract(en) voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans dat/die geschrift(en) geantedateerd, en (vervolgens) voornoemde contract(en) en/of factu(u)r(en) opgenomen en/of laten opnemen en of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] , zulks (telkens) met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); 4. Hij in of omstreeks de periode vanaf 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2015 gemeente [vestigingsplaats 1] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië en/of elders ter wereld, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten hij, verdachte, en/of [medeverdachte] en/of [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of de (rechts)perso(o)n(en) [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. en/of [medeverdachte bedrijf] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V., welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten - het meermaals (mede)plegen van valsheid in geschrift op meerdere tijdstippen. Ten behoeve van de leesbaarheid zullen verdachte en de medeverdachten hierna worden aangeduid als volgt: [bedrijf 2] B.V.: [bedrijf 2] ; [medeverdachte bedrijf] B.V.: [medeverdachte bedrijf] ; [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V.: [bedrijf 3] ; [verdachte] : [verdachte] , en; [medeverdachte] : [medeverdachte] . 3 De voorvragen 3.1 De geldigheid van de dagvaarding De dagvaarding is geldig. 3.2 De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank is bevoegd. 3.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie 3.3.1 Inleiding Nu de conclusies van de verdediging tot (primair) niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM) dan wel (subsidiair) bewijsuitsluiting zijn gestoeld op (deels) dezelfde argumenten, zal de rechtbank deze verweren omwille van de leesbaarheid van dit vonnis gezamenlijk bespreken. Ter inleiding wordt verder het volgende opgemerkt. De Braziliaanse autoriteiten hebben een opsporingsonderzoek verricht genaamd ‘Lava Jato / Carwash’ (hierna: Lava Jato) naar verdenkingen van strafbare feiten onder andere gepleegd door [bedrijf 4] S.A. (hierna: [bedrijf 4] ), een Zuid-Amerikaans conglomeraat van bouwbedrijven, en andere (gelieerde) rechtspersonen en natuurlijke personen. Op 21 december 2016 heeft de Amerikaanse Department of Justice bekend gemaakt dat er een ‘ plea agreement ’ tot stand was gekomen tussen de Verenigde Staten van Amerika en [bedrijf 4] . In deze overeenkomst is – onder meer – beschreven dat [bedrijf 4] schuld bekent aan overtreding van anti-corruptiewetgeving en zich verbindt tot betaling van een boete van ruim $ 3.5 miljard. Op 6 november 2017 hebben medewerkers van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) tijdens een Europol-conferentie een presentatie bijgewoond van een medewerker van de Braziliaanse federale politie over Lava Jato. Op 11 december 2017 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen medewerkers van de Belastingdienst en de FIOD. Besproken is dat naar aanleiding van een signaal uit de zogenoemde ‘ Panama Papers ’ een aangifte inkomstenbelasting van [naam 4] nader beoordeeld was en er in dat kader vragen waren gesteld over een transactie van aandelen in [bedrijf 3] , naar aanleiding waarvan namens [bedrijf 3] een viertal overeenkomsten tussen [bedrijf 3] enerzijds en verschillende entiteiten gelieerd aan [bedrijf 4] anderzijds waren verstrekt. Op 15 mei 2018 heeft de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU) geverbaliseerd dat de [bedrijf 11] in de periode van 16 augustus 2016 tot en met 3 januari 2018 meldingen heeft gedaan van transacties tussen onder meer [bedrijf 2] , [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 3] enerzijds en entiteiten gelieerd aan [bedrijf 4] anderzijds, die hebben plaatsgevonden in de periode van 12 december 2011 tot en met 8 december 2018. ING heeft deze transacties gemeld naar aanleiding van de berichtgeving dat [naam 5] , ‘ultimate beneficial owner’ (hierna: ‘UBO’) van [bedrijf 4] en tot het concern behorende ondernemingen zijn veroordeeld in verband met corruptie en witwassen. Op 6 juni 2018 heeft de stuur- en weegploeg, een overlegorgaan tussen de FIOD, het Functioneel Parket van het OM en de Belastingdienst, besloten tot het starten van het strafrechtelijke onderzoek ‘Maquina’. Op 12, 13 en 14 februari 2019 hebben FIOD-medewerkers gesprekken gevoerd in Brazilië met onder andere een Braziliaanse officier van justitie over strafrechtelijke verdenkingen van de FIOD jegens verdachte en de medeverdachten. Op of omstreeks 17 juni 2019 heeft het OM een rechtshulpverzoek met dagtekening 6 juni 2019 verstuurd aan de bevoegde autoriteiten in Brazilië. De Braziliaanse opsporingsdiensten hebben daarop op 24 en 25 maart 2020, 25 augustus 2020 en 7 oktober 2020 de volgende data verstrekt aan het OM, waarvan Nederlandse vertalingen aan het dossier zijn toegevoegd: - audio-/videobestanden van verklaringen van drie werknemers van [bedrijf 4] ( [naam 3] , [naam 2] en [naam 1] ), afgelegd ten overstaan van de Braziliaanse autoriteiten; - schikkingsovereenkomsten gesloten tussen het Braziliaanse federale openbaar ministerie en voornoemde drie werknemers, bijlagen en samenvattingen van de verhoren van [naam 2] en [naam 1] . Het OM heeft daarnaast op 10 maart 2021 informatie, waaronder e-mailberichten, ontvangen afkomstig van de digitale communicatie- en accountingsystemen van [bedrijf 4] , genaamd [programma] respectievelijk [programma] . Deze data is niet aan het dossier toegevoegd. 3.3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van onherstelbare vormverzuimen zodat (primair) het OM niet-ontvankelijk dient te worden verklaard dan wel (subsidiair) alle, althans (meer subsidiair) bepaalde dossierstukken uit Brazilië dienen te worden uitgesloten van het bewijs. De verdediging heeft ter onderbouwing hiervan – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat het federale hooggerechtshof van Brazilië (‘ Supremo Tribunal Federal ’, hierna: STF) onherroepelijk heeft geoordeeld dat in Lava Jato ernstige, structurele en onherstelbare inbreuken zijn gemaakt op het recht op een eerlijk proces. Het OM heeft uit Lava Jato verkregen ‘besmet’ bewijsmateriaal ten onrechte als uitgangspunt genomen voor het aannemen van een verdenking jegens verdachte, is op basis daarvan strafrechtelijk onderzoek Maquina gestart en heeft zich daardoor tijdens de opsporing laten leiden. De verdediging heeft tot slot aangevoerd dat de uit Brazilië afkomstige verklaringen en schikkingsovereenkomsten van het bewijs moeten worden uitgesloten omdat deze onbetrouwbaar zijn. De onbetrouwbaarheid is enerzijds gelegen in de onjuiste (vertaling van de audio-opnamen van de) verklaringen en anderzijds in de omstandigheden waaronder deze zijn afgelegd, aldus de verdediging. 3.3.3 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich ter zitting – zakelijk weergegeven – op het standpunt gesteld dat alle verweren dienen te worden verworpen en dat het OM ontvankelijk is.
Volledig
de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] B.V., elk zijnde (een) geschrift(en) en/of samenstel van geschriften dat/die bestemd is/zijn om tot bewijs van enig feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt, en/of doen opmaken en/of vervalst en/of doen vervalsen, althans heeft vervalst, immers heeft [bedrijf 2] en/of (een of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar (telkens) valselijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven – - in dit (deze) contract(en) en/of die factu(u)r(en) voornoemd (telkens) werkzaamheden en/of (een) levering(en) en/of (een) dienst(en) vermeld, althans doen of laten vermelden, welke in werkelijkheid niet door [bedrijf 2] is/ zijn uitgevoerd en/of door haar zijn uitbesteed aan derden; en/of - die contract(en) voornoemd voorzien en/of doen voorzien van een onjuiste datum/datering, althans dat/die geschrift(en) geantedateerd, en (vervolgens) voornoemde contract(en) en/of factu(u)r(en) opgenomen en/of laten opnemen en of doen opnemen in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] , zulks (telkens) met het oogmerk om dit/deze geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken en/of door (een) ander(en) te doen gebruiken, hebbende hij, verdachte, feitelijk leiding gegeven aan de vorenstaande verboden gedraging(en); 4. Hij in of omstreeks de periode vanaf 1 oktober 2012 tot en met 31 december 2015 gemeente [vestigingsplaats 1] en/of gemeente Voorschoten en/of gemeente Haarlemmermeer, althans in Nederland, en/of Brazilië en/of elders ter wereld, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten hij, verdachte, en/of [medeverdachte] en/of [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of de (rechts)perso(o)n(en) [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. en/of [medeverdachte bedrijf] B.V. en/of [bedrijf 2] B.V., welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten - het meermaals (mede)plegen van valsheid in geschrift op meerdere tijdstippen. Ten behoeve van de leesbaarheid zullen verdachte en de medeverdachten hierna worden aangeduid als volgt: [bedrijf 2] B.V.: [bedrijf 2] ; [medeverdachte bedrijf] B.V.: [medeverdachte bedrijf] ; [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V.: [bedrijf 3] ; [verdachte] : [verdachte] , en; [medeverdachte] : [medeverdachte] . 3 De voorvragen 3.1 De geldigheid van de dagvaarding De dagvaarding is geldig. 3.2 De bevoegdheid van de rechtbank De rechtbank is bevoegd. 3.3 De ontvankelijkheid van de officier van justitie 3.3.1 Inleiding Nu de conclusies van de verdediging tot (primair) niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie (OM) dan wel (subsidiair) bewijsuitsluiting zijn gestoeld op (deels) dezelfde argumenten, zal de rechtbank deze verweren omwille van de leesbaarheid van dit vonnis gezamenlijk bespreken. Ter inleiding wordt verder het volgende opgemerkt. De Braziliaanse autoriteiten hebben een opsporingsonderzoek verricht genaamd ‘Lava Jato / Carwash’ (hierna: Lava Jato) naar verdenkingen van strafbare feiten onder andere gepleegd door [bedrijf 4] S.A. (hierna: [bedrijf 4] ), een Zuid-Amerikaans conglomeraat van bouwbedrijven, en andere (gelieerde) rechtspersonen en natuurlijke personen. Op 21 december 2016 heeft de Amerikaanse Department of Justice bekend gemaakt dat er een ‘ plea agreement ’ tot stand was gekomen tussen de Verenigde Staten van Amerika en [bedrijf 4] . In deze overeenkomst is – onder meer – beschreven dat [bedrijf 4] schuld bekent aan overtreding van anti-corruptiewetgeving en zich verbindt tot betaling van een boete van ruim $ 3.5 miljard. Op 6 november 2017 hebben medewerkers van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) tijdens een Europol-conferentie een presentatie bijgewoond van een medewerker van de Braziliaanse federale politie over Lava Jato. Op 11 december 2017 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen medewerkers van de Belastingdienst en de FIOD. Besproken is dat naar aanleiding van een signaal uit de zogenoemde ‘ Panama Papers ’ een aangifte inkomstenbelasting van [naam 4] nader beoordeeld was en er in dat kader vragen waren gesteld over een transactie van aandelen in [bedrijf 3] , naar aanleiding waarvan namens [bedrijf 3] een viertal overeenkomsten tussen [bedrijf 3] enerzijds en verschillende entiteiten gelieerd aan [bedrijf 4] anderzijds waren verstrekt. Op 15 mei 2018 heeft de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU) geverbaliseerd dat de [bedrijf 11] in de periode van 16 augustus 2016 tot en met 3 januari 2018 meldingen heeft gedaan van transacties tussen onder meer [bedrijf 2] , [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 3] enerzijds en entiteiten gelieerd aan [bedrijf 4] anderzijds, die hebben plaatsgevonden in de periode van 12 december 2011 tot en met 8 december 2018. ING heeft deze transacties gemeld naar aanleiding van de berichtgeving dat [naam 5] , ‘ultimate beneficial owner’ (hierna: ‘UBO’) van [bedrijf 4] en tot het concern behorende ondernemingen zijn veroordeeld in verband met corruptie en witwassen. Op 6 juni 2018 heeft de stuur- en weegploeg, een overlegorgaan tussen de FIOD, het Functioneel Parket van het OM en de Belastingdienst, besloten tot het starten van het strafrechtelijke onderzoek ‘Maquina’. Op 12, 13 en 14 februari 2019 hebben FIOD-medewerkers gesprekken gevoerd in Brazilië met onder andere een Braziliaanse officier van justitie over strafrechtelijke verdenkingen van de FIOD jegens verdachte en de medeverdachten. Op of omstreeks 17 juni 2019 heeft het OM een rechtshulpverzoek met dagtekening 6 juni 2019 verstuurd aan de bevoegde autoriteiten in Brazilië. De Braziliaanse opsporingsdiensten hebben daarop op 24 en 25 maart 2020, 25 augustus 2020 en 7 oktober 2020 de volgende data verstrekt aan het OM, waarvan Nederlandse vertalingen aan het dossier zijn toegevoegd: - audio-/videobestanden van verklaringen van drie werknemers van [bedrijf 4] ( [naam 3] , [naam 2] en [naam 1] ), afgelegd ten overstaan van de Braziliaanse autoriteiten; - schikkingsovereenkomsten gesloten tussen het Braziliaanse federale openbaar ministerie en voornoemde drie werknemers, bijlagen en samenvattingen van de verhoren van [naam 2] en [naam 1] . Het OM heeft daarnaast op 10 maart 2021 informatie, waaronder e-mailberichten, ontvangen afkomstig van de digitale communicatie- en accountingsystemen van [bedrijf 4] , genaamd [programma] respectievelijk [programma] . Deze data is niet aan het dossier toegevoegd. 3.3.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van onherstelbare vormverzuimen zodat (primair) het OM niet-ontvankelijk dient te worden verklaard dan wel (subsidiair) alle, althans (meer subsidiair) bepaalde dossierstukken uit Brazilië dienen te worden uitgesloten van het bewijs. De verdediging heeft ter onderbouwing hiervan – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat het federale hooggerechtshof van Brazilië (‘ Supremo Tribunal Federal ’, hierna: STF) onherroepelijk heeft geoordeeld dat in Lava Jato ernstige, structurele en onherstelbare inbreuken zijn gemaakt op het recht op een eerlijk proces. Het OM heeft uit Lava Jato verkregen ‘besmet’ bewijsmateriaal ten onrechte als uitgangspunt genomen voor het aannemen van een verdenking jegens verdachte, is op basis daarvan strafrechtelijk onderzoek Maquina gestart en heeft zich daardoor tijdens de opsporing laten leiden. De verdediging heeft tot slot aangevoerd dat de uit Brazilië afkomstige verklaringen en schikkingsovereenkomsten van het bewijs moeten worden uitgesloten omdat deze onbetrouwbaar zijn. De onbetrouwbaarheid is enerzijds gelegen in de onjuiste (vertaling van de audio-opnamen van de) verklaringen en anderzijds in de omstandigheden waaronder deze zijn afgelegd, aldus de verdediging. 3.3.3 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich ter zitting – zakelijk weergegeven – op het standpunt gesteld dat alle verweren dienen te worden verworpen en dat het OM ontvankelijk is.
Volledig
3.3.4 Het oordeel van de rechtbank 3.3.4.1 Het juridisch kader Vormverzuimen zijn onrechtmatigheden in het strafrechtelijk vooronderzoek, zoals schending van daarop betrekking hebbende wettelijke voorschriften en het verrichten van onderzoek waarbij inbreuk gemaakt wordt op de rechten en vrijheden van de verdachte. De rechter kan ingevolge artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) rechtsgevolgen verbinden aan een vormverzuim. De toepassing van artikel 359a Sv is in beginsel beperkt tot vormverzuimen die zijn begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte zelf ter zake van het aan hem tenlastegelegde feit. Onder omstandigheden kan evenwel een rechtsgevolg worden verbonden aan een vormverzuim door een ambtenaar die met opsporing en vervolging is belast, maar dat niet is begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte, of aan een onrechtmatige handeling jegens de verdachte door een andere functionaris of persoon dan zo’n opsporingsambtenaar, indien het betreffende vormverzuim of de betreffende onrechtmatige handeling van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit. De rechtbank houdt daarnaast rekening met het in de literatuur en rechtspraak erkende interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het vertrouwensbeginsel geldt op basis van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) tussen landen die daarbij zijn aangesloten, maar het beginsel kan ook opgeld doen in relatie tot andere landen. In geval van samenwerking tussen Nederland en Brazilië zoals in deze zaak aan de orde, komt dat vertrouwen tot uitdrukking in (rechtshulp)verdragen waarbij beide zijn aangesloten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de grensoverschrijdende misdaad (TOC-verdrag, New York, 15 november 2000) en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie en het Verdrag inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties (Parijs, 17 december 1997). Het uitgangspunt van het vertrouwensbeginsel is dat – voor zover hier relevant – de staat die informatie ontvangt van een vreemde staat, uit mag en moet gaan van de rechtmatige totstandkoming en verstrekking van die informatie. Voor toetsing van de rechtmatigheid van het buitenlandse overheidsoptreden is pas plaats als er (tenminste) sterke aanwijzingen zijn dat overgedragen informatie onrechtmatig is verkregen en dat het gaat om een onregelmatigheid waaraan consequenties behoren te worden verbonden. De strafrechter dient te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM. 3.3.4.2 Vormverzuim(en)? De verdediging heeft ter staving van haar verweren het volgende overgelegd: een Nederlandse vertaling van een document getiteld ‘Protest 43.007 Distrito Federal’, inhoudende een beslissing van rapporteur-raadsheer [naam 7] d.d. 6 september 2023 ten aanzien van een ‘reclamatie’ ingediend door [naam 6] tegen beslissingen van de rechtbank van het 13e Federale Strafrechtgebied van de gerechtelijke subsectie van Curitiba/PR; een Nederlandse vertaling van een document getiteld ‘Verzoekschrift 13.675 Federaal District’, inhoudende een besluit van rapporteur rechter [naam 7] d.d. 2 april 2025 ten aanzien van een ‘verzoek tot uitbreiding’ ingediend door [verdachte] en [medeverdachte] ; een in het Engels opgesteld document getiteld ‘Memorandum - Overview of key decisions issued by the Brazilian Supreme Court in the Operation Car Wash’, van [naam 8] , [naam 9] aan [bedrijf 14] N.V. d.d. 11 februari 2026. Uit voornoemde stukken leidt de rechtbank af dat het STF – de hoogste rechterlijke instantie in Brazilië – onherroepelijk heeft geoordeeld dat – kort en zakelijk gezegd – het door de Braziliaanse opsporingsdiensten verrichte voorbereidende onderzoek Lava Jato niet in overeenstemming met de daarvoor geldende Braziliaanse rechtsregels is verricht. Volgens het STF is onder meer sprake geweest van collusie tussen opsporingsambtenaren en de onderzoeksrechter/voorzitter van de strafkamer van de rechtbank die de strafzaak tegen [naam 6] (van 2003 tot 2011 en van 2023 tot heden president van Brazilië) behandelde, onregelmatigheden in het kader van internationale rechtshulp en schendingen van de bewijsketen. (Mede) als gevolg daarvan zijn verscheidene veroordelingen teruggedraaid en is het bewijs voortkomend uit de [programma] - en [programma] -systemen van [bedrijf 4] ontoelaatbaar verklaard. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat minst genomen sterke aanwijzingen bestaan dat aan Lava Jato vormverzuimen kleven en dus dat de door de Braziliaanse autoriteiten aan de Nederlandse autoriteiten overgedragen informatie onrechtmatig is verkregen. Het OM heeft niets daartegenover gesteld waaruit een aanknopingspunt voor het tegendeel zou kunnen worden afgeleid. 3.3.4.3 Rechtsgevolg: niet-ontvankelijkheid van het OM? De beantwoording van de vraag of een rechtsgevolg aan een vormverzuim moet worden verbonden en, zo ja, welk gevolg, berust in de kern op een afweging van belangen. Daarbij gaat het om de met vervolging en berechting van strafbare feiten gemoeide belangen – waaronder de belangen van waarheidsvinding en bestraffing van daders van strafbare feiten – en de belangen van handhaving van grondrechten en bevordering van een normconform verloop van het voorbereidend onderzoek. Aan de rechtspraak over de verschillende in artikel 359a Sv genoemde rechtsgevolgen ligt als uitgangspunt ten grondslag dat het rechtsgevolg in verhouding moet staan tot de aard en de ernst van het vormverzuim en het door de verdachte als gevolg van het vormverzuim geleden nadeel. Dat betekent tevens dat, waar mogelijk, wordt volstaan met het – vanuit het perspectief van de met vervolging en berechting van strafbare feiten gemoeide belangen bezien – minst verstrekkende rechtsgevolg. Voor niet-ontvankelijkheid van het OM vanwege een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad slechts dan plaats wanneer de met opsporing of vervolging belaste ambtenaren een onherstelbare inbreuk hebben gemaakt op het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Het moet dus gaan om een zodanig ernstig verzuim dat niet kan worden volstaan met bewijsuitsluiting of strafverlaging. De rechtbank ziet zich ten eerste voor de vraag gesteld of de FIOD en het OM een redelijk vermoeden van schuld mochten aannemen. Artikel 27 Sv bepaalt dat, voordat de vervolging is aangevangen, als ‘verdachte’ kan worden aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een ‘redelijk vermoeden van schuld’ aan een strafbaar feit voortvloeit. De vraag of de opsporing zo’n redelijk vermoeden mocht koesteren wordt door de rechter slechts marginaal getoetst. Uit de hiervoor onder ‘3.3.1 Inleiding’ geschetste gang van zaken volgt dat de FIOD al voorafgaand aan het op of omstreeks 6 juni 2019 verzonden rechtshulpverzoek aan Brazilië een redelijk vermoeden van schuld had aangenomen ten aanzien van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . Het aanvangsproces-verbaal met daarin geformuleerd de verdenking dateert van 12 juli 2018. Daaruit volgt dat het vermoeden onder meer is gebaseerd op de door de FIU in mei 2018 verdacht verklaarde transacties tussen enerzijds [bedrijf 3] respectievelijk [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] en anderzijds entiteiten waarvan ING was gebleken dat die gelieerd waren aan [bedrijf 4] . Dat de aanleiding van de ING-meldingen (mede) was gelegen in mediaberichten over veroordelingen van [bedrijf 4] en diens toenmalige UBO [naam 5] maakt dat niet anders, alleen al omdat de uitspraken van het STF niet met zich brengen dat elke grond voor een redelijke verdenking van strafbaar handelen door [bedrijf 4] en gelieerde (rechts)personen met terugwerkende kracht is komen te vervallen.
Volledig
3.3.4 Het oordeel van de rechtbank 3.3.4.1 Het juridisch kader Vormverzuimen zijn onrechtmatigheden in het strafrechtelijk vooronderzoek, zoals schending van daarop betrekking hebbende wettelijke voorschriften en het verrichten van onderzoek waarbij inbreuk gemaakt wordt op de rechten en vrijheden van de verdachte. De rechter kan ingevolge artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) rechtsgevolgen verbinden aan een vormverzuim. De toepassing van artikel 359a Sv is in beginsel beperkt tot vormverzuimen die zijn begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte zelf ter zake van het aan hem tenlastegelegde feit. Onder omstandigheden kan evenwel een rechtsgevolg worden verbonden aan een vormverzuim door een ambtenaar die met opsporing en vervolging is belast, maar dat niet is begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte, of aan een onrechtmatige handeling jegens de verdachte door een andere functionaris of persoon dan zo’n opsporingsambtenaar, indien het betreffende vormverzuim of de betreffende onrechtmatige handeling van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van het tenlastegelegde feit. De rechtbank houdt daarnaast rekening met het in de literatuur en rechtspraak erkende interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het vertrouwensbeginsel geldt op basis van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) tussen landen die daarbij zijn aangesloten, maar het beginsel kan ook opgeld doen in relatie tot andere landen. In geval van samenwerking tussen Nederland en Brazilië zoals in deze zaak aan de orde, komt dat vertrouwen tot uitdrukking in (rechtshulp)verdragen waarbij beide zijn aangesloten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de grensoverschrijdende misdaad (TOC-verdrag, New York, 15 november 2000) en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie en het Verdrag inzake bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties (Parijs, 17 december 1997). Het uitgangspunt van het vertrouwensbeginsel is dat – voor zover hier relevant – de staat die informatie ontvangt van een vreemde staat, uit mag en moet gaan van de rechtmatige totstandkoming en verstrekking van die informatie. Voor toetsing van de rechtmatigheid van het buitenlandse overheidsoptreden is pas plaats als er (tenminste) sterke aanwijzingen zijn dat overgedragen informatie onrechtmatig is verkregen en dat het gaat om een onregelmatigheid waaraan consequenties behoren te worden verbonden. De strafrechter dient te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 lid 1 EVRM. 3.3.4.2 Vormverzuim(en)? De verdediging heeft ter staving van haar verweren het volgende overgelegd: een Nederlandse vertaling van een document getiteld ‘Protest 43.007 Distrito Federal’, inhoudende een beslissing van rapporteur-raadsheer [naam 7] d.d. 6 september 2023 ten aanzien van een ‘reclamatie’ ingediend door [naam 6] tegen beslissingen van de rechtbank van het 13e Federale Strafrechtgebied van de gerechtelijke subsectie van Curitiba/PR; een Nederlandse vertaling van een document getiteld ‘Verzoekschrift 13.675 Federaal District’, inhoudende een besluit van rapporteur rechter [naam 7] d.d. 2 april 2025 ten aanzien van een ‘verzoek tot uitbreiding’ ingediend door [verdachte] en [medeverdachte] ; een in het Engels opgesteld document getiteld ‘Memorandum - Overview of key decisions issued by the Brazilian Supreme Court in the Operation Car Wash’, van [naam 8] , [naam 9] aan [bedrijf 14] N.V. d.d. 11 februari 2026. Uit voornoemde stukken leidt de rechtbank af dat het STF – de hoogste rechterlijke instantie in Brazilië – onherroepelijk heeft geoordeeld dat – kort en zakelijk gezegd – het door de Braziliaanse opsporingsdiensten verrichte voorbereidende onderzoek Lava Jato niet in overeenstemming met de daarvoor geldende Braziliaanse rechtsregels is verricht. Volgens het STF is onder meer sprake geweest van collusie tussen opsporingsambtenaren en de onderzoeksrechter/voorzitter van de strafkamer van de rechtbank die de strafzaak tegen [naam 6] (van 2003 tot 2011 en van 2023 tot heden president van Brazilië) behandelde, onregelmatigheden in het kader van internationale rechtshulp en schendingen van de bewijsketen. (Mede) als gevolg daarvan zijn verscheidene veroordelingen teruggedraaid en is het bewijs voortkomend uit de [programma] - en [programma] -systemen van [bedrijf 4] ontoelaatbaar verklaard. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat minst genomen sterke aanwijzingen bestaan dat aan Lava Jato vormverzuimen kleven en dus dat de door de Braziliaanse autoriteiten aan de Nederlandse autoriteiten overgedragen informatie onrechtmatig is verkregen. Het OM heeft niets daartegenover gesteld waaruit een aanknopingspunt voor het tegendeel zou kunnen worden afgeleid. 3.3.4.3 Rechtsgevolg: niet-ontvankelijkheid van het OM? De beantwoording van de vraag of een rechtsgevolg aan een vormverzuim moet worden verbonden en, zo ja, welk gevolg, berust in de kern op een afweging van belangen. Daarbij gaat het om de met vervolging en berechting van strafbare feiten gemoeide belangen – waaronder de belangen van waarheidsvinding en bestraffing van daders van strafbare feiten – en de belangen van handhaving van grondrechten en bevordering van een normconform verloop van het voorbereidend onderzoek. Aan de rechtspraak over de verschillende in artikel 359a Sv genoemde rechtsgevolgen ligt als uitgangspunt ten grondslag dat het rechtsgevolg in verhouding moet staan tot de aard en de ernst van het vormverzuim en het door de verdachte als gevolg van het vormverzuim geleden nadeel. Dat betekent tevens dat, waar mogelijk, wordt volstaan met het – vanuit het perspectief van de met vervolging en berechting van strafbare feiten gemoeide belangen bezien – minst verstrekkende rechtsgevolg. Voor niet-ontvankelijkheid van het OM vanwege een onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad slechts dan plaats wanneer de met opsporing of vervolging belaste ambtenaren een onherstelbare inbreuk hebben gemaakt op het recht op een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Het moet dus gaan om een zodanig ernstig verzuim dat niet kan worden volstaan met bewijsuitsluiting of strafverlaging. De rechtbank ziet zich ten eerste voor de vraag gesteld of de FIOD en het OM een redelijk vermoeden van schuld mochten aannemen. Artikel 27 Sv bepaalt dat, voordat de vervolging is aangevangen, als ‘verdachte’ kan worden aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een ‘redelijk vermoeden van schuld’ aan een strafbaar feit voortvloeit. De vraag of de opsporing zo’n redelijk vermoeden mocht koesteren wordt door de rechter slechts marginaal getoetst. Uit de hiervoor onder ‘3.3.1 Inleiding’ geschetste gang van zaken volgt dat de FIOD al voorafgaand aan het op of omstreeks 6 juni 2019 verzonden rechtshulpverzoek aan Brazilië een redelijk vermoeden van schuld had aangenomen ten aanzien van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . Het aanvangsproces-verbaal met daarin geformuleerd de verdenking dateert van 12 juli 2018. Daaruit volgt dat het vermoeden onder meer is gebaseerd op de door de FIU in mei 2018 verdacht verklaarde transacties tussen enerzijds [bedrijf 3] respectievelijk [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] en anderzijds entiteiten waarvan ING was gebleken dat die gelieerd waren aan [bedrijf 4] . Dat de aanleiding van de ING-meldingen (mede) was gelegen in mediaberichten over veroordelingen van [bedrijf 4] en diens toenmalige UBO [naam 5] maakt dat niet anders, alleen al omdat de uitspraken van het STF niet met zich brengen dat elke grond voor een redelijke verdenking van strafbaar handelen door [bedrijf 4] en gelieerde (rechts)personen met terugwerkende kracht is komen te vervallen.
Volledig
Om diezelfde reden mochten ook de inhoud van de ‘ plea agreement ’, gesloten tussen [bedrijf 4] en de Amerikaanse Department of Justice, en de bijlage getiteld ‘ Statement of facts ’ een rol spelen bij het aannemen van een redelijk vermoeden van schuld. Daarnaast blijkt uit het gesprek tussen de Belastingdienst en de FIOD van 11 december 2017 dat op dat moment al vragen bestonden over de gang van zaken bij [bedrijf 3] en hebben ook andere factoren bijgedragen aan het vermoeden, zoals de constatering dat kort na elkaar internationale overeenkomsten werden gesloten zonder dat duidelijk werd waarom een Nederlandse onderneming daartussen zat en de betrokkenheid van offshore entiteiten bij die overeenkomsten. De rechtbank is op basis van het voorgaande van oordeel dat de FIOD en het OM op goede gronden een redelijk vermoeden van schuld hebben aangenomen en dus mochten besluiten tot het starten van het strafrechtelijke onderzoek ‘Maquina’ en het inzetten van (bijzondere) opsporingsbevoegdheden. Het dossier noch het verhandelde ter zitting geeft aanleiding om anders te veronderstellen. De stellingen van de verdediging dat – samengevat – de FIOD en het OM (in een informeel stadium) informatie hebben ontvangen van de Braziliaanse autoriteiten en kennis hebben genomen van de via het rechtshulpverzoek ontvangen stukken, zij zich zodoende bij hun onderzoek hebben laten beïnvloeden door Lava Jato en dat alle onderzoeksbevindingen in Maquina ‘besmet’ zijn met de verzuimen in Lava Jato, vinden geen steun in het dossier en worden daarom verworpen. Integendeel; de FIOD heeft op uitgebreide schaal zelf – zonder bemoeienis vanuit Brazilië – onderzoek uitgevoerd, waaronder het verrichten van doorzoekingen, het leggen en uitrechercheren van digitaal beslag en het verhoren van verdachten en getuigen. Enige aanwijzing dat daarbij sprake is geweest van een (zodanige) tunnelvisie dat en/of een aantasting van de integriteit van de opsporing en/of vervolging waardoor het recht op een eerlijk proces niet langer gewaarborgd is, ziet de rechtbank niet. Wel is relevant de vraag in hoeverre stukken verkregen uit Brazilië hun weg hebben gevonden naar het dossier in deze strafzaak. De vraag of en, zo ja, welke van die stukken moeten worden uitgesloten van het bewijs zal in de volgende paragraaf worden beantwoord. Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de onderhavige Nederlandse strafprocedure ‘ as a whole ’ voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. 3.3.4.4 Rechtsgevolg: bewijsuitsluiting? De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of, en zo ja welke, stukken uit het dossier moeten worden uitgesloten van het bewijs. Bewijsuitsluiting kan aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen, maar de rechter is daartoe niet categorisch gehouden. Het belang van de waarheidsvinding moet worden afgewogen tegen de ernst en de gevolgen van het verzuim. De taak van de strafrechter is ertoe beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces. Daarvan kan ook sprake zijn als het bewijs niet meer betrouwbaar is. Zoals hiervoor is overwogen, bestaan voldoende sterke aanwijzingen dat het Braziliaanse opsporingsonderzoek Lava Jato en de daaruit voortgevloeide vervolging van [bedrijf 4] en daaraan gelieerde (rechts)personen niet volgens de daarvoor geldende Braziliaanse rechtsregels is verricht. Er is volgens het STF sprake geweest van structurele aanzienlijke schendingen van rechtsbeginselen. De aard van die schendingen, zoals hiervoor omschreven, is naar het oordeel van de rechtbank zodanig dat geenszins valt uit te sluiten dat deze de gehele procedure van opsporing en vervolging met betrekking tot het onderzoek Lava Jato in Brazilië hebben aangetast. Dientengevolge zou, bij het gebruik van die onderzoeksresultaten voor het bewijs in deze strafzaak, verdachte worden getroffen in een belang dat de overtreden norm juist beoogt te beschermen. Niet staat vast – en door deze rechtbank valt ook niet vast te stellen – dat het bewijsmateriaal ook zou zijn vergaard wanneer het onderzoek wel volgens de regels was verlopen. Voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de resultaten van het Braziliaanse onderzoek niet mogen bijdragen aan het bewijs van de tenlastegelegde feiten in deze strafzaak. Concreet betekent dit dat de stukken die uit hoofde van het rechtshulpverzoek aan Brazilië zijn verkregen en zijn toegevoegd aan het dossier moeten worden uitgesloten van het bewijs. Het betreft de hiervoor omschreven (vertalingen van) de audiobestanden van verklaringen van [naam 3] , [naam 2] en [naam 1] ) en de tussen hen en het Braziliaanse federale openbaar ministerie gesloten schikkingsovereenkomsten, met bijlagen en samenvattingen van de verhoren van [naam 2] en [naam 1] . Tot slot zal de rechtbank bij de beoordeling nagaan of en, zo ja, in hoeverre andere dossierstukken, in het bijzonder ambtshandelingen 15, 16, 17 en 19, verwijzen naar, citaten bevatten van en/of (anderszins) rechtstreeks en uitsluitend zijn beïnvloed door de stukken en informatie die het OM heeft verkregen van de Braziliaanse autoriteiten en in voorkomend geval (delen ervan) buiten beschouwing laten. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van het overige gepresenteerde bewijsmateriaal te twijfelen en zal deze dan ook niet uitsluiten van het bewijs. De al genoemde ‘ plea agreement’ tussen [bedrijf 4] en de Amerikaanse Department of Justice met bijlagen, waaronder de ‘ Statement of facts ’, is niet verstrekt door de Braziliaanse autoriteiten. Het OM is daarover komen te beschikken via de openbare website van de Department of Justice. Gesteld noch gebleken is dat deze stukken (in die mate) zijn beïnvloed door (de onregelmatigheden in) het Braziliaanse opsporingsonderzoek dat deze ook moeten worden bestempeld als zijnde ‘besmet’. De omstandigheid dat [bedrijf 4] voordelen heeft gehad bij de totstandkoming van deze ‘ plea agreement’ , brengt niet zonder meer met zich dat de inhoud en bijlage als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt. Datzelfde geldt voor de door [naam 2] en [naam 1] afgelegde verklaringen bij de rechter-commissaris in dossier Maquina. Het feit dat deze getuigen hebben geschikt met de Braziliaanse justitie vormt op zichzelf geen aanleiding om te twijfelen aan hun verklaringsvrijheid. Ook eventuele discrepanties tussen eerdere en latere verklaringen en kennelijke fouten in de vertaling leiden niet automatisch tot de conclusie dat een verklaring (in zijn geheel) onbetrouwbaar is. 3.4 Schorsing van de vervolging Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De bewijsmotivering 4.1 Inleiding – de verdenking Onderzoek ‘Maquina’ is gericht op de natuurlijke personen [verdachte] en [medeverdachte] en de drie Nederlandse vennootschappen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . De Belastingdienst/FIOD verdenkt deze drie ondernemingen ervan dat zij in een crimineel samenwerkingsverband met (verschillende (rechts)personen gelieerd aan) [bedrijf 4] hebben gefungeerd als doorstroomlichamen van verschillende geldstromen. Dit geld kwam terecht bij verschillende buitenlandse ondernemingen die op papier niet aan [bedrijf 4] waren te relateren, maar wel onder controle stonden van [bedrijf 4] . Hiermee creëerde [bedrijf 4] een geldstroom die zij niet in haar balans opnam en die haar in staat stelde om steekpenningen te betalen aan overheidsfunctionarissen wereldwijd. Om de geldstromen van en naar [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] te legitimeren zijn volgens de Belastingdienst/FIOD op naam van deze drie vennootschappen valse contracten en facturen opgemaakt en verwerkt in de eigen bedrijfsadministratie. Ook wordt [medeverdachte bedrijf] verweten dat zij gebruik heeft gemaakt van valse contracten en een valse factuur door deze toe te zenden aan de ING-Bank.
Volledig
Om diezelfde reden mochten ook de inhoud van de ‘ plea agreement ’, gesloten tussen [bedrijf 4] en de Amerikaanse Department of Justice, en de bijlage getiteld ‘ Statement of facts ’ een rol spelen bij het aannemen van een redelijk vermoeden van schuld. Daarnaast blijkt uit het gesprek tussen de Belastingdienst en de FIOD van 11 december 2017 dat op dat moment al vragen bestonden over de gang van zaken bij [bedrijf 3] en hebben ook andere factoren bijgedragen aan het vermoeden, zoals de constatering dat kort na elkaar internationale overeenkomsten werden gesloten zonder dat duidelijk werd waarom een Nederlandse onderneming daartussen zat en de betrokkenheid van offshore entiteiten bij die overeenkomsten. De rechtbank is op basis van het voorgaande van oordeel dat de FIOD en het OM op goede gronden een redelijk vermoeden van schuld hebben aangenomen en dus mochten besluiten tot het starten van het strafrechtelijke onderzoek ‘Maquina’ en het inzetten van (bijzondere) opsporingsbevoegdheden. Het dossier noch het verhandelde ter zitting geeft aanleiding om anders te veronderstellen. De stellingen van de verdediging dat – samengevat – de FIOD en het OM (in een informeel stadium) informatie hebben ontvangen van de Braziliaanse autoriteiten en kennis hebben genomen van de via het rechtshulpverzoek ontvangen stukken, zij zich zodoende bij hun onderzoek hebben laten beïnvloeden door Lava Jato en dat alle onderzoeksbevindingen in Maquina ‘besmet’ zijn met de verzuimen in Lava Jato, vinden geen steun in het dossier en worden daarom verworpen. Integendeel; de FIOD heeft op uitgebreide schaal zelf – zonder bemoeienis vanuit Brazilië – onderzoek uitgevoerd, waaronder het verrichten van doorzoekingen, het leggen en uitrechercheren van digitaal beslag en het verhoren van verdachten en getuigen. Enige aanwijzing dat daarbij sprake is geweest van een (zodanige) tunnelvisie dat en/of een aantasting van de integriteit van de opsporing en/of vervolging waardoor het recht op een eerlijk proces niet langer gewaarborgd is, ziet de rechtbank niet. Wel is relevant de vraag in hoeverre stukken verkregen uit Brazilië hun weg hebben gevonden naar het dossier in deze strafzaak. De vraag of en, zo ja, welke van die stukken moeten worden uitgesloten van het bewijs zal in de volgende paragraaf worden beantwoord. Het voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de onderhavige Nederlandse strafprocedure ‘ as a whole ’ voldoet aan het door artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. 3.3.4.4 Rechtsgevolg: bewijsuitsluiting? De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of, en zo ja welke, stukken uit het dossier moeten worden uitgesloten van het bewijs. Bewijsuitsluiting kan aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen, maar de rechter is daartoe niet categorisch gehouden. Het belang van de waarheidsvinding moet worden afgewogen tegen de ernst en de gevolgen van het verzuim. De taak van de strafrechter is ertoe beperkt te waarborgen dat de wijze waarop van de resultaten in de strafzaak tegen de verdachte gebruik wordt gemaakt, geen inbreuk maakt op zijn recht op een eerlijk proces. Daarvan kan ook sprake zijn als het bewijs niet meer betrouwbaar is. Zoals hiervoor is overwogen, bestaan voldoende sterke aanwijzingen dat het Braziliaanse opsporingsonderzoek Lava Jato en de daaruit voortgevloeide vervolging van [bedrijf 4] en daaraan gelieerde (rechts)personen niet volgens de daarvoor geldende Braziliaanse rechtsregels is verricht. Er is volgens het STF sprake geweest van structurele aanzienlijke schendingen van rechtsbeginselen. De aard van die schendingen, zoals hiervoor omschreven, is naar het oordeel van de rechtbank zodanig dat geenszins valt uit te sluiten dat deze de gehele procedure van opsporing en vervolging met betrekking tot het onderzoek Lava Jato in Brazilië hebben aangetast. Dientengevolge zou, bij het gebruik van die onderzoeksresultaten voor het bewijs in deze strafzaak, verdachte worden getroffen in een belang dat de overtreden norm juist beoogt te beschermen. Niet staat vast – en door deze rechtbank valt ook niet vast te stellen – dat het bewijsmateriaal ook zou zijn vergaard wanneer het onderzoek wel volgens de regels was verlopen. Voorgaande brengt de rechtbank tot het oordeel dat de resultaten van het Braziliaanse onderzoek niet mogen bijdragen aan het bewijs van de tenlastegelegde feiten in deze strafzaak. Concreet betekent dit dat de stukken die uit hoofde van het rechtshulpverzoek aan Brazilië zijn verkregen en zijn toegevoegd aan het dossier moeten worden uitgesloten van het bewijs. Het betreft de hiervoor omschreven (vertalingen van) de audiobestanden van verklaringen van [naam 3] , [naam 2] en [naam 1] ) en de tussen hen en het Braziliaanse federale openbaar ministerie gesloten schikkingsovereenkomsten, met bijlagen en samenvattingen van de verhoren van [naam 2] en [naam 1] . Tot slot zal de rechtbank bij de beoordeling nagaan of en, zo ja, in hoeverre andere dossierstukken, in het bijzonder ambtshandelingen 15, 16, 17 en 19, verwijzen naar, citaten bevatten van en/of (anderszins) rechtstreeks en uitsluitend zijn beïnvloed door de stukken en informatie die het OM heeft verkregen van de Braziliaanse autoriteiten en in voorkomend geval (delen ervan) buiten beschouwing laten. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de betrouwbaarheid van het overige gepresenteerde bewijsmateriaal te twijfelen en zal deze dan ook niet uitsluiten van het bewijs. De al genoemde ‘ plea agreement’ tussen [bedrijf 4] en de Amerikaanse Department of Justice met bijlagen, waaronder de ‘ Statement of facts ’, is niet verstrekt door de Braziliaanse autoriteiten. Het OM is daarover komen te beschikken via de openbare website van de Department of Justice. Gesteld noch gebleken is dat deze stukken (in die mate) zijn beïnvloed door (de onregelmatigheden in) het Braziliaanse opsporingsonderzoek dat deze ook moeten worden bestempeld als zijnde ‘besmet’. De omstandigheid dat [bedrijf 4] voordelen heeft gehad bij de totstandkoming van deze ‘ plea agreement’ , brengt niet zonder meer met zich dat de inhoud en bijlage als onbetrouwbaar moeten worden aangemerkt. Datzelfde geldt voor de door [naam 2] en [naam 1] afgelegde verklaringen bij de rechter-commissaris in dossier Maquina. Het feit dat deze getuigen hebben geschikt met de Braziliaanse justitie vormt op zichzelf geen aanleiding om te twijfelen aan hun verklaringsvrijheid. Ook eventuele discrepanties tussen eerdere en latere verklaringen en kennelijke fouten in de vertaling leiden niet automatisch tot de conclusie dat een verklaring (in zijn geheel) onbetrouwbaar is. 3.4 Schorsing van de vervolging Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De bewijsmotivering 4.1 Inleiding – de verdenking Onderzoek ‘Maquina’ is gericht op de natuurlijke personen [verdachte] en [medeverdachte] en de drie Nederlandse vennootschappen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . De Belastingdienst/FIOD verdenkt deze drie ondernemingen ervan dat zij in een crimineel samenwerkingsverband met (verschillende (rechts)personen gelieerd aan) [bedrijf 4] hebben gefungeerd als doorstroomlichamen van verschillende geldstromen. Dit geld kwam terecht bij verschillende buitenlandse ondernemingen die op papier niet aan [bedrijf 4] waren te relateren, maar wel onder controle stonden van [bedrijf 4] . Hiermee creëerde [bedrijf 4] een geldstroom die zij niet in haar balans opnam en die haar in staat stelde om steekpenningen te betalen aan overheidsfunctionarissen wereldwijd. Om de geldstromen van en naar [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] te legitimeren zijn volgens de Belastingdienst/FIOD op naam van deze drie vennootschappen valse contracten en facturen opgemaakt en verwerkt in de eigen bedrijfsadministratie. Ook wordt [medeverdachte bedrijf] verweten dat zij gebruik heeft gemaakt van valse contracten en een valse factuur door deze toe te zenden aan de ING-Bank.
Volledig
[verdachte] zou feitelijke leiding hebben gegeven aan het plegen van deze feiten door de drie Nederlandse ondernemingen en hebben deelgenomen aan het criminele samenwerkingsverband dat daarop gericht was. 4.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen verklaard. 4.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnota bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde. Daartoe is het volgende - verkort weergegeven - aangevoerd. Met betrekking tot de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde valsheid in geschrifte heeft de verdediging primair aangevoerd dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de contracten en facturen inhoudelijk in strijd zijn met de werkelijkheid en daarmee vals zijn. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde gebruik maken van valse contracten en een factuur heeft de verdediging bepleit dat niet is bewezen dat deze documenten daadwerkelijk naar de ING-Bank zijn verstuurd. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat niet is bewezen dat [verdachte] opzet heeft gehad op het valselijk opmaken van de ten laste gelegde contracten en facturen. Met betrekking tot de onder 4 ten laste gelegde criminele organisatie heeft de verdediging betoogd dat niet is bewezen dat [verdachte] opzet heeft gehad op deelname aan een organisatie die het plegen van valsheid in geschrifte tot oogmerk had. 4.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal eerst een schets geven van de betrokken (rechts)personen en de activiteiten van de Nederlandse vennootschappen. Vervolgens zal de rechtbank per vennootschap de specifiek ten laste gelegde contracten en facturen bespreken. Hierna zal de rechtbank ingaan op de vraag of de tenlastegelegde valsheid in geschrift bewezen is en daarbij de in dat kader naar voren gebrachte verweren betrekken. Tot slot zal de rechtbank ingaan op het verwijt inzake deelname aan de criminele organisatie. 4.4.1. De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op basis van het dossier en van hetgeen ter terechtzitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast. 4.4.1.1 Betrokken (rechts)personen Zoals hiervoor al is genoemd, ziet onderzoek Maquina op onder andere de vennootschappen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . [bedrijf 3] , dat van 29 januari 2008 tot 4 september 2009 [bedrijf 15] B.V. heette, is opgericht op 29 januari 2008 en ontbonden op 31 december 2015 en was statutair gevestigd te [vestigingsplaats 1] . Haar bedrijfsactiviteiten bestonden volgens de registratie in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel uit ‘Projectontwikkeling’ en ‘Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw’. [bedrijf 2] is opgericht op 12 januari 2012 en ontbonden op 23 oktober 2015 en was statutair gevestigd te [vestigingsplaats 2] . Haar bedrijfsactiviteiten bestonden volgens de registratie in het Handelsregister uit ‘Het verlenen van marketing- en consultancy diensten aan ondernemingen, rechtspersonen, vennootschappen en instellingen’. [medeverdachte bedrijf] is opgericht op 31 januari 2011 en statutair gevestigd te [vestigingsplaats 3] . Haar bedrijfsactiviteiten bestaan volgens de registratie in het Handelsregister – samengevat – uit handelsbemiddeling, advisering op het gebied van management en bedrijfsvoering en optreden als handelsagent en het verzorgen van buitenlandse handelsconsultancy. Gedurende de ten laste gelegde periode (2012-2015) waren de volgende personen alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] (met vermelding van de bestuursperiode). [bedrijf 3] : [verdachte] , van 1 augustus 2009 tot 30 juni 2013; [naam 10] (hierna: [naam 10] ), van 30 juni 2013 tot 31 december 2015, en; [naam 11] , van 30 juni 2013 tot 31 december 2015. [bedrijf 2] : - [naam 12] , middellijk via [bedrijf 16] B.V. van 12 januari 2012 tot 1 juli 2013, en onmiddellijk van 1 juli 2013 tot 23 oktober 2015. [medeverdachte bedrijf] : - [medeverdachte] , vanaf 1 juni 2011. [verdachte] en [medeverdachte] hebben via hun persoonlijke houdstervennootschap (respectievelijk) [bedrijf 17] B.V. (hierna: [bedrijf 17] ) en [bedrijf 18] B.V. een (in)direct aandelenbelang gehad in deze drie vennootschappen. Verschillende personen hebben werkzaamheden uitgevoerd voor de drie vennootschappen. Dit betroffen: [naam 13] (hierna: [naam 13] ), administrateur, in dienst bij [bedrijf 3] ; [naam 14] (hierna: [naam 14] ), accountmanager Legal, in dienst bij [bedrijf 17] , en; [naam 15] (hierna: [naam 15] ), accountmanager, in dienst bij [bedrijf 17] . Deze personen hebben voor alle drie de Nederlandse vennootschappen ondersteunende/administratieve werkzaamheden uitgevoerd. Deze werkzaamheden bestonden uit het versturen en beantwoorden van e-mails, het op verzoek aanpassen van contracten, het opstellen van facturen, het bijhouden van de administratie en het laten ondertekenen van contracten namens [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . Communicatie over contracten en facturen vond veelal plaats via e-mail. Hierbij waren de hiervoor genoemde ondersteunende medewerkers, de verdachten [verdachte] en [medeverdachte] en verschillende aan [bedrijf 4] gelieerde personen betrokken. De aan [bedrijf 4] gelieerde personen maakten in het e-mailverkeer gebruik van de bijnamen ‘ [bijnaam 1] ’, ‘ [bijnaam 2] ’ en ‘ [bijnaam 3] ’. Uit het onderzoek is gebleken dat achter de naam [bijnaam 1] de persoon van [naam 1] (hierna: [naam 1] ) schuil ging. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat achter de naam [bijnaam 2] de persoon van [naam 10] (hierna: [naam 10] ) schuil ging. Wanneer in dit vonnis wordt verwezen naar e-mailverkeer waarin voorgaande personen gebruik maakten van hun bijnaam, zullen voor de leesbaarheid hun echte namen worden weergegeven. Wie de naam ‘ [bijnaam 3] ’ gebruikte is onbekend gebleven. Ook komt uit het dossier naar voren dat per e-mail meermalen contact is geweest met [naam 16] (hierna: [naam 16] ), ten tijde van de tenlastegelegde periodes werkzaam als fiscalist en jurist bij advocatenkantoor [bedrijf 19] , over de contracten die de drie Nederlandse ondernemingen afsloten in het kader van de samenwerking met [bedrijf 4] . [naam 16] was naast adviseur tevens indirect aandeelhouder van de vennootschappen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . 4.4.1.2 Inleiding samenwerking [bedrijf 4] en contracten [verdachte] is omstreeks 2007 via [naam 17] (voluit: [naam 17] , hierna: [naam 17] ) in contact gekomen met [bedrijf 4] . In september 2007 is hij benaderd voor het zoeken van vennootschappen die ‘ substance ’ hadden. Zo schreef [naam 17] op 6 september 2007 aan [verdachte] : ‘ I need to speak with you in ref. to our Brazilian friend. He did not like Natland so he is requiring another counterparty with more substance. We have until tomorrow to send him some other option. ’ Nadat [verdachte] bij een Roemeense onderneming had aangegeven dat hij op zoek was naar een ‘ an engineering company for an in-out transaction ’ en deze samenwerking niet van de grond kwam, stuurde hij op 2 oktober 2008 een e-mail met het onderwerp ‘ FW: Transaction in Venezuela ’ naar de Nederlandse onderneming [bedrijf 20] . In de e-mail schreef [verdachte] : ‘ For one of our clients, [bedrijf 4] , we are looking for a Dutch JV partner for a project in Venezuela mainly because of substance reasons. In my opinion your company would be very suitable .’ Bij deze e-mail stuurde [verdachte] een toelichting op de betreffende transactie door, die hij op 4 oktober 2008 van [naam 17] had ontvangen. In deze toelichting is - zakelijk weergegeven - het volgende vermeld: het gewenste Nederlandse ingenieursbedrijf met lokale aandeelhouder moet ‘lokale inhoud geven aan de structuur’ en personeel ‘uitlenen’ dat de constructie (in Venezuela) kan bezoeken.
Volledig
[verdachte] zou feitelijke leiding hebben gegeven aan het plegen van deze feiten door de drie Nederlandse ondernemingen en hebben deelgenomen aan het criminele samenwerkingsverband dat daarop gericht was. 4.2 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen verklaard. 4.3 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnota bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde. Daartoe is het volgende - verkort weergegeven - aangevoerd. Met betrekking tot de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde valsheid in geschrifte heeft de verdediging primair aangevoerd dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de contracten en facturen inhoudelijk in strijd zijn met de werkelijkheid en daarmee vals zijn. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde gebruik maken van valse contracten en een factuur heeft de verdediging bepleit dat niet is bewezen dat deze documenten daadwerkelijk naar de ING-Bank zijn verstuurd. Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat niet is bewezen dat [verdachte] opzet heeft gehad op het valselijk opmaken van de ten laste gelegde contracten en facturen. Met betrekking tot de onder 4 ten laste gelegde criminele organisatie heeft de verdediging betoogd dat niet is bewezen dat [verdachte] opzet heeft gehad op deelname aan een organisatie die het plegen van valsheid in geschrifte tot oogmerk had. 4.4 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank zal eerst een schets geven van de betrokken (rechts)personen en de activiteiten van de Nederlandse vennootschappen. Vervolgens zal de rechtbank per vennootschap de specifiek ten laste gelegde contracten en facturen bespreken. Hierna zal de rechtbank ingaan op de vraag of de tenlastegelegde valsheid in geschrift bewezen is en daarbij de in dat kader naar voren gebrachte verweren betrekken. Tot slot zal de rechtbank ingaan op het verwijt inzake deelname aan de criminele organisatie. 4.4.1. De redengevende feiten en omstandigheden De rechtbank stelt op basis van het dossier en van hetgeen ter terechtzitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast. 4.4.1.1 Betrokken (rechts)personen Zoals hiervoor al is genoemd, ziet onderzoek Maquina op onder andere de vennootschappen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . [bedrijf 3] , dat van 29 januari 2008 tot 4 september 2009 [bedrijf 15] B.V. heette, is opgericht op 29 januari 2008 en ontbonden op 31 december 2015 en was statutair gevestigd te [vestigingsplaats 1] . Haar bedrijfsactiviteiten bestonden volgens de registratie in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel uit ‘Projectontwikkeling’ en ‘Algemene burgerlijke en utiliteitsbouw’. [bedrijf 2] is opgericht op 12 januari 2012 en ontbonden op 23 oktober 2015 en was statutair gevestigd te [vestigingsplaats 2] . Haar bedrijfsactiviteiten bestonden volgens de registratie in het Handelsregister uit ‘Het verlenen van marketing- en consultancy diensten aan ondernemingen, rechtspersonen, vennootschappen en instellingen’. [medeverdachte bedrijf] is opgericht op 31 januari 2011 en statutair gevestigd te [vestigingsplaats 3] . Haar bedrijfsactiviteiten bestaan volgens de registratie in het Handelsregister – samengevat – uit handelsbemiddeling, advisering op het gebied van management en bedrijfsvoering en optreden als handelsagent en het verzorgen van buitenlandse handelsconsultancy. Gedurende de ten laste gelegde periode (2012-2015) waren de volgende personen alleen/zelfstandig bevoegd bestuurder van [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] (met vermelding van de bestuursperiode). [bedrijf 3] : [verdachte] , van 1 augustus 2009 tot 30 juni 2013; [naam 10] (hierna: [naam 10] ), van 30 juni 2013 tot 31 december 2015, en; [naam 11] , van 30 juni 2013 tot 31 december 2015. [bedrijf 2] : - [naam 12] , middellijk via [bedrijf 16] B.V. van 12 januari 2012 tot 1 juli 2013, en onmiddellijk van 1 juli 2013 tot 23 oktober 2015. [medeverdachte bedrijf] : - [medeverdachte] , vanaf 1 juni 2011. [verdachte] en [medeverdachte] hebben via hun persoonlijke houdstervennootschap (respectievelijk) [bedrijf 17] B.V. (hierna: [bedrijf 17] ) en [bedrijf 18] B.V. een (in)direct aandelenbelang gehad in deze drie vennootschappen. Verschillende personen hebben werkzaamheden uitgevoerd voor de drie vennootschappen. Dit betroffen: [naam 13] (hierna: [naam 13] ), administrateur, in dienst bij [bedrijf 3] ; [naam 14] (hierna: [naam 14] ), accountmanager Legal, in dienst bij [bedrijf 17] , en; [naam 15] (hierna: [naam 15] ), accountmanager, in dienst bij [bedrijf 17] . Deze personen hebben voor alle drie de Nederlandse vennootschappen ondersteunende/administratieve werkzaamheden uitgevoerd. Deze werkzaamheden bestonden uit het versturen en beantwoorden van e-mails, het op verzoek aanpassen van contracten, het opstellen van facturen, het bijhouden van de administratie en het laten ondertekenen van contracten namens [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . Communicatie over contracten en facturen vond veelal plaats via e-mail. Hierbij waren de hiervoor genoemde ondersteunende medewerkers, de verdachten [verdachte] en [medeverdachte] en verschillende aan [bedrijf 4] gelieerde personen betrokken. De aan [bedrijf 4] gelieerde personen maakten in het e-mailverkeer gebruik van de bijnamen ‘ [bijnaam 1] ’, ‘ [bijnaam 2] ’ en ‘ [bijnaam 3] ’. Uit het onderzoek is gebleken dat achter de naam [bijnaam 1] de persoon van [naam 1] (hierna: [naam 1] ) schuil ging. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat achter de naam [bijnaam 2] de persoon van [naam 10] (hierna: [naam 10] ) schuil ging. Wanneer in dit vonnis wordt verwezen naar e-mailverkeer waarin voorgaande personen gebruik maakten van hun bijnaam, zullen voor de leesbaarheid hun echte namen worden weergegeven. Wie de naam ‘ [bijnaam 3] ’ gebruikte is onbekend gebleven. Ook komt uit het dossier naar voren dat per e-mail meermalen contact is geweest met [naam 16] (hierna: [naam 16] ), ten tijde van de tenlastegelegde periodes werkzaam als fiscalist en jurist bij advocatenkantoor [bedrijf 19] , over de contracten die de drie Nederlandse ondernemingen afsloten in het kader van de samenwerking met [bedrijf 4] . [naam 16] was naast adviseur tevens indirect aandeelhouder van de vennootschappen [bedrijf 3] , [bedrijf 2] en [medeverdachte bedrijf] . 4.4.1.2 Inleiding samenwerking [bedrijf 4] en contracten [verdachte] is omstreeks 2007 via [naam 17] (voluit: [naam 17] , hierna: [naam 17] ) in contact gekomen met [bedrijf 4] . In september 2007 is hij benaderd voor het zoeken van vennootschappen die ‘ substance ’ hadden. Zo schreef [naam 17] op 6 september 2007 aan [verdachte] : ‘ I need to speak with you in ref. to our Brazilian friend. He did not like Natland so he is requiring another counterparty with more substance. We have until tomorrow to send him some other option. ’ Nadat [verdachte] bij een Roemeense onderneming had aangegeven dat hij op zoek was naar een ‘ an engineering company for an in-out transaction ’ en deze samenwerking niet van de grond kwam, stuurde hij op 2 oktober 2008 een e-mail met het onderwerp ‘ FW: Transaction in Venezuela ’ naar de Nederlandse onderneming [bedrijf 20] . In de e-mail schreef [verdachte] : ‘ For one of our clients, [bedrijf 4] , we are looking for a Dutch JV partner for a project in Venezuela mainly because of substance reasons. In my opinion your company would be very suitable .’ Bij deze e-mail stuurde [verdachte] een toelichting op de betreffende transactie door, die hij op 4 oktober 2008 van [naam 17] had ontvangen. In deze toelichting is - zakelijk weergegeven - het volgende vermeld: het gewenste Nederlandse ingenieursbedrijf met lokale aandeelhouder moet ‘lokale inhoud geven aan de structuur’ en personeel ‘uitlenen’ dat de constructie (in Venezuela) kan bezoeken.
Volledig
Er hoeven geen ingenieursdiensten geleverd te worden; er moet zowel ‘lokale substance’ zijn als overzees in verband met fiscale regelgeving in Nederland; ‘The New Dutch Co’ zal elke dienst uitbesteden aan een ‘Intellectual Property Co’ en hoeft geen activiteiten te leveren anders dan het ondertekenen van een engineeringscontract en subcontract, en; de lokale BV ontvangt een vergoeding voor deelname aan de structuur. Nadat [bedrijf 20] het voorstel van [verdachte] had afgewezen, mailde [verdachte] aan [naam 17] ‘ Might be good to discuss it with [naam 18] /Brazilians. WE should do it differently ’. [naam 17] mailde op 19 februari 2009 aan [verdachte] dat er groen licht was. Als bijlage stuurde [naam 17] een PowerPoint-presentatie met een weergave van de transactiestroom (‘ flow of the transaction’ ), de betrokken partijen en de benodigde overeenkomsten. Ook schreef [naam 17] : ‘ Please let me know a.s.a.p. if the prospect companies (the one related to your father and the one related to GT- [naam 16] ) accepts to participate in the business (...) . De rechtbank leidt uit ‘GT- [naam 16] ’ af dat bedoeld is de hiervoor genoemde [naam 16] van [bedrijf 19] . Uiteindelijk is de tot dat moment inactieve onderneming [bedrijf 3] – voorheen genaamd [bedrijf 29] B.V. – geselecteerd als Nederlandse schakel in de beoogde contractenstructuur. Later zijn ook [medeverdachte bedrijf] en het specifiek voor de samenwerking met [bedrijf 4] opgerichte bedrijf [bedrijf 2] als zodanig ingezet. Op 17 september 2009 ontving [verdachte] mailverkeer van [naam 16] die met [naam 2] , van 2000 tot en met 2015 werkzaam als extern advocaat voor [bedrijf 4] (hierna: [naam 2] ), en (in CC) [naam 17] had gemaild over instructies vanuit [bedrijf 4] . In deze e-mail schreef [naam 2] : ‘ I propose the following as concerns our correspondence on the [bedrijf 3] and its relationship with [bedrijf 3] B.V.: All instructions will be given to the directors in writing, by me ( [e-mailadres] ) or by my partner [naam 19] (... All correspondence by me/ [naam 19] , [naam 16] and [naam 20] will be sent with copy to the others, so that all of us can be aware of everything ’. De meeste van de in het dossier opgenomen contracten, waarvan er een aantal op de tenlastelegging zijn weergegeven, betreffen zogenoemde ABC-contracten althans AB-BC-contracten. Deze houden telkens op hoofdlijnen het volgende in. Het AB-contract is gesloten tussen [bedrijf 4] (partij A, opdrachtgever) en één van de Nederlandse vennootschappen (partij B, opdrachtnemer) en ziet op de uitvoering van (engineerings)werkzaamheden (waarmee hierna ook diensten en leveringen worden bedoeld) voor bouwprojecten door de opdrachtnemer. Middels het BC-contract geeft de Nederlandse vennootschap (partij B, in dit verband als opdrachtgever) opdracht voor de uitvoering van – nagenoeg – diezelfde werkzaamheden aan een opdrachtnemer (partij C, opdrachtnemer). Deze C-partijen (hierna: Offshore-entiteiten) betroffen telkens entiteiten die feitelijk onder controle/zeggenschap van [bedrijf 4] stonden, zonder dat dat voor derden direct zichtbaar was. De Nederlandse vennootschappen respectievelijk de Offshore-entiteiten hebben werkzaamheden gefactureerd aan [bedrijf 4] respectievelijk de Offshore-entiteiten. [bedrijf 4] heeft de aan haar gerichte facturen uit hoofde van het AB-contract betaald op de bankrekeningen van de Nederlandse vennootschappen. Het door [bedrijf 4] betaalde geldbedrag werd op grond van het BC-contract en de bijbehorende factuur door de Nederlandse vennootschap betaald aan de Offshore-entiteit, na aftrek van een marge van telkens meestal om en nabij 4,5%. Met betrekking tot de contracten van [medeverdachte bedrijf] ligt het iets anders. [medeverdachte bedrijf] sloot namelijk telkens eerst een contract met een Offshore-entiteit, partij C, in welk verband [medeverdachte bedrijf] volgens het contract zou optreden als (handels)agent voor haar opdrachtgever partij C, handelend in eigen naam. Hierna sloot [medeverdachte bedrijf] een contract af met een entiteit die deel uitmaakte van het concern van [bedrijf 4] , partij A, in welk verband [medeverdachte bedrijf] zich verbond tot het zoeken van apparatuur voor partij A. Er was dus in het geval van [medeverdachte bedrijf] sprake van een structuur van principaal en agent, waarbij telkens CB-/BA-contracten werden gesloten in plaats van (de hiervoor beschreven) AB-/BC-contracten. [verdachte] heeft verklaard dat hij [medeverdachte bedrijf] en [medeverdachte] heeft betrokken bij een overeenkomst met betrekking tot de levering van staal waarbij bovenstaande structuur van de principaal en de agent is gehanteerd. 4.4.1.3 De contracten en facturen per vennootschap 4.4.1.3.1 [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. Naast de in paragraaf 4.4.1.1. weergegeven feiten heeft voor [bedrijf 3] tevens het volgende te gelden. De volgende mensen hebben op de loonlijst van [bedrijf 3] gestaan: [naam 21] : van 1 september 2009 tot en met 30 november 2015; [verdachte] : van 1 september 2009 tot en met 31 december 2015; [naam 22] : van 1 september 2009 tot en met 30 november 2015; [naam 10] : van 1 mei 2013 tot en met 31 december 2015, en; [naam 13] : 1 september 2013 tot en met 13 december 2013. Op de vraag of [bedrijf 3] ook aan bouwwerkzaamheden deed, heeft [naam 13] verklaard: ‘ [bedrijf 3] deed geen bouwwerkzaamheden, voor zover ik weet. Het was volgens mij puur advisering. Maar goed, dat is hetzelfde voor [bedrijf 2] bijvoorbeeld en Advanced Consulting . ’ Verder heeft [naam 13] op de vraag welke activiteiten [bedrijf 3] verrichte in de periode dat hij daar werkzaam was het volgende verklaard: ‘ Ik weet het niet. Dat moet u in de contracten lezen. lk weet niet wat [bedrijf 3] deed. lk heb ook nooit iemand in dienst gehad die de contracten nakeek en naar de contracten handelde. Als voorbeeld: als er in het contract staat dat er adviezen worden gegeven, dan heb ik nooit iemand in dienst gehad die die adviezen daadwerkelijk gaf. Behalve [naam 10] dan. Hij keek contracten na, maar wat hij verder uitspookte, geen idee. Er waren geen andere werknemers in dienst die iets in het bedrijf deden. lk hoor u vragen of in wezen een brievenbusfirma was en dat zou je inderdaad kunnen zeggen .’ Uit het overzicht aandeelhouders van [bedrijf 3] volgt dat [bedrijf 21] B.V. tussen 2012 en 2015 40% procent van de aandelen van [bedrijf 3] hield. Uit het onderzoek is gebleken dat dit de persoonlijke holding is of was van [naam 21] (hierna: [naam 21] ). Gevraagd naar (zijn betrokkenheid bij) [bedrijf 3] , heeft [naam 21] verklaard dat hij door [verdachte] was gevraagd om als bouwkundige de bouw van een brug in Venezuela te controleren. Uiteindelijk heeft [naam 21] dit niet hoeven doen. Ook weet hij niet of de brug daadwerkelijk is gebouwd. Daarnaast heeft [naam 21] bevestigd dat hij voor € 150.000,- aan dividend en ongeveer € 1.000,- per maand aan salaris heeft ontvangen van [bedrijf 3] . In een e-mailwisseling van 12 en 13 april 2010 waarin een eerste transactie tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 4] wordt besproken, schreef [naam 17] onder andere het volgende aan [naam 1] : ‘ When we set up [bedrijf 3] we used an already existing company which name was [bedrijf 15] . [bedrijf 15] was incorporated on 29/01/08 and changes it's name to [bedrijf 3] on 04/09/09 when the new shareholders appear ( [bedrijf 22] and [naam 21] ). My suggestion is to strongly consider starting any transaction/letter/comunication with [bedrijf 3] after the 04/09/09’ . [naam 1] reageerde als volgt: ‘ Please notice that no letter or communication with [bedrijf 3] occurs before 4/0/09. No worries .’, waarop [naam 17] reageerde met: ‘ Please just a little notice about the company's name. It is [bedrijf 3] with [letter 1] not with [letter 2] ’. Ook stuurde [naam 17] via e-mail briefpapier en het logo van [bedrijf 3] in diverse formaten toe. De ten laste gelegde en hierna te bespreken contracten en facturen zijn opgenomen en verwerkt in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] . [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [bedrijf 3] is opgericht op verzoek van [bedrijf 4] en ook uitsluitend werkzaam was voor [bedrijf 4] .
Volledig
Er hoeven geen ingenieursdiensten geleverd te worden; er moet zowel ‘lokale substance’ zijn als overzees in verband met fiscale regelgeving in Nederland; ‘The New Dutch Co’ zal elke dienst uitbesteden aan een ‘Intellectual Property Co’ en hoeft geen activiteiten te leveren anders dan het ondertekenen van een engineeringscontract en subcontract, en; de lokale BV ontvangt een vergoeding voor deelname aan de structuur. Nadat [bedrijf 20] het voorstel van [verdachte] had afgewezen, mailde [verdachte] aan [naam 17] ‘ Might be good to discuss it with [naam 18] /Brazilians. WE should do it differently ’. [naam 17] mailde op 19 februari 2009 aan [verdachte] dat er groen licht was. Als bijlage stuurde [naam 17] een PowerPoint-presentatie met een weergave van de transactiestroom (‘ flow of the transaction’ ), de betrokken partijen en de benodigde overeenkomsten. Ook schreef [naam 17] : ‘ Please let me know a.s.a.p. if the prospect companies (the one related to your father and the one related to GT- [naam 16] ) accepts to participate in the business (...) . De rechtbank leidt uit ‘GT- [naam 16] ’ af dat bedoeld is de hiervoor genoemde [naam 16] van [bedrijf 19] . Uiteindelijk is de tot dat moment inactieve onderneming [bedrijf 3] – voorheen genaamd [bedrijf 29] B.V. – geselecteerd als Nederlandse schakel in de beoogde contractenstructuur. Later zijn ook [medeverdachte bedrijf] en het specifiek voor de samenwerking met [bedrijf 4] opgerichte bedrijf [bedrijf 2] als zodanig ingezet. Op 17 september 2009 ontving [verdachte] mailverkeer van [naam 16] die met [naam 2] , van 2000 tot en met 2015 werkzaam als extern advocaat voor [bedrijf 4] (hierna: [naam 2] ), en (in CC) [naam 17] had gemaild over instructies vanuit [bedrijf 4] . In deze e-mail schreef [naam 2] : ‘ I propose the following as concerns our correspondence on the [bedrijf 3] and its relationship with [bedrijf 3] B.V.: All instructions will be given to the directors in writing, by me ( [e-mailadres] ) or by my partner [naam 19] (... All correspondence by me/ [naam 19] , [naam 16] and [naam 20] will be sent with copy to the others, so that all of us can be aware of everything ’. De meeste van de in het dossier opgenomen contracten, waarvan er een aantal op de tenlastelegging zijn weergegeven, betreffen zogenoemde ABC-contracten althans AB-BC-contracten. Deze houden telkens op hoofdlijnen het volgende in. Het AB-contract is gesloten tussen [bedrijf 4] (partij A, opdrachtgever) en één van de Nederlandse vennootschappen (partij B, opdrachtnemer) en ziet op de uitvoering van (engineerings)werkzaamheden (waarmee hierna ook diensten en leveringen worden bedoeld) voor bouwprojecten door de opdrachtnemer. Middels het BC-contract geeft de Nederlandse vennootschap (partij B, in dit verband als opdrachtgever) opdracht voor de uitvoering van – nagenoeg – diezelfde werkzaamheden aan een opdrachtnemer (partij C, opdrachtnemer). Deze C-partijen (hierna: Offshore-entiteiten) betroffen telkens entiteiten die feitelijk onder controle/zeggenschap van [bedrijf 4] stonden, zonder dat dat voor derden direct zichtbaar was. De Nederlandse vennootschappen respectievelijk de Offshore-entiteiten hebben werkzaamheden gefactureerd aan [bedrijf 4] respectievelijk de Offshore-entiteiten. [bedrijf 4] heeft de aan haar gerichte facturen uit hoofde van het AB-contract betaald op de bankrekeningen van de Nederlandse vennootschappen. Het door [bedrijf 4] betaalde geldbedrag werd op grond van het BC-contract en de bijbehorende factuur door de Nederlandse vennootschap betaald aan de Offshore-entiteit, na aftrek van een marge van telkens meestal om en nabij 4,5%. Met betrekking tot de contracten van [medeverdachte bedrijf] ligt het iets anders. [medeverdachte bedrijf] sloot namelijk telkens eerst een contract met een Offshore-entiteit, partij C, in welk verband [medeverdachte bedrijf] volgens het contract zou optreden als (handels)agent voor haar opdrachtgever partij C, handelend in eigen naam. Hierna sloot [medeverdachte bedrijf] een contract af met een entiteit die deel uitmaakte van het concern van [bedrijf 4] , partij A, in welk verband [medeverdachte bedrijf] zich verbond tot het zoeken van apparatuur voor partij A. Er was dus in het geval van [medeverdachte bedrijf] sprake van een structuur van principaal en agent, waarbij telkens CB-/BA-contracten werden gesloten in plaats van (de hiervoor beschreven) AB-/BC-contracten. [verdachte] heeft verklaard dat hij [medeverdachte bedrijf] en [medeverdachte] heeft betrokken bij een overeenkomst met betrekking tot de levering van staal waarbij bovenstaande structuur van de principaal en de agent is gehanteerd. 4.4.1.3 De contracten en facturen per vennootschap 4.4.1.3.1 [bedrijf 3] [bedrijf 1] B.V. Naast de in paragraaf 4.4.1.1. weergegeven feiten heeft voor [bedrijf 3] tevens het volgende te gelden. De volgende mensen hebben op de loonlijst van [bedrijf 3] gestaan: [naam 21] : van 1 september 2009 tot en met 30 november 2015; [verdachte] : van 1 september 2009 tot en met 31 december 2015; [naam 22] : van 1 september 2009 tot en met 30 november 2015; [naam 10] : van 1 mei 2013 tot en met 31 december 2015, en; [naam 13] : 1 september 2013 tot en met 13 december 2013. Op de vraag of [bedrijf 3] ook aan bouwwerkzaamheden deed, heeft [naam 13] verklaard: ‘ [bedrijf 3] deed geen bouwwerkzaamheden, voor zover ik weet. Het was volgens mij puur advisering. Maar goed, dat is hetzelfde voor [bedrijf 2] bijvoorbeeld en Advanced Consulting . ’ Verder heeft [naam 13] op de vraag welke activiteiten [bedrijf 3] verrichte in de periode dat hij daar werkzaam was het volgende verklaard: ‘ Ik weet het niet. Dat moet u in de contracten lezen. lk weet niet wat [bedrijf 3] deed. lk heb ook nooit iemand in dienst gehad die de contracten nakeek en naar de contracten handelde. Als voorbeeld: als er in het contract staat dat er adviezen worden gegeven, dan heb ik nooit iemand in dienst gehad die die adviezen daadwerkelijk gaf. Behalve [naam 10] dan. Hij keek contracten na, maar wat hij verder uitspookte, geen idee. Er waren geen andere werknemers in dienst die iets in het bedrijf deden. lk hoor u vragen of in wezen een brievenbusfirma was en dat zou je inderdaad kunnen zeggen .’ Uit het overzicht aandeelhouders van [bedrijf 3] volgt dat [bedrijf 21] B.V. tussen 2012 en 2015 40% procent van de aandelen van [bedrijf 3] hield. Uit het onderzoek is gebleken dat dit de persoonlijke holding is of was van [naam 21] (hierna: [naam 21] ). Gevraagd naar (zijn betrokkenheid bij) [bedrijf 3] , heeft [naam 21] verklaard dat hij door [verdachte] was gevraagd om als bouwkundige de bouw van een brug in Venezuela te controleren. Uiteindelijk heeft [naam 21] dit niet hoeven doen. Ook weet hij niet of de brug daadwerkelijk is gebouwd. Daarnaast heeft [naam 21] bevestigd dat hij voor € 150.000,- aan dividend en ongeveer € 1.000,- per maand aan salaris heeft ontvangen van [bedrijf 3] . In een e-mailwisseling van 12 en 13 april 2010 waarin een eerste transactie tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 4] wordt besproken, schreef [naam 17] onder andere het volgende aan [naam 1] : ‘ When we set up [bedrijf 3] we used an already existing company which name was [bedrijf 15] . [bedrijf 15] was incorporated on 29/01/08 and changes it's name to [bedrijf 3] on 04/09/09 when the new shareholders appear ( [bedrijf 22] and [naam 21] ). My suggestion is to strongly consider starting any transaction/letter/comunication with [bedrijf 3] after the 04/09/09’ . [naam 1] reageerde als volgt: ‘ Please notice that no letter or communication with [bedrijf 3] occurs before 4/0/09. No worries .’, waarop [naam 17] reageerde met: ‘ Please just a little notice about the company's name. It is [bedrijf 3] with [letter 1] not with [letter 2] ’. Ook stuurde [naam 17] via e-mail briefpapier en het logo van [bedrijf 3] in diverse formaten toe. De ten laste gelegde en hierna te bespreken contracten en facturen zijn opgenomen en verwerkt in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 3] . [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [bedrijf 3] is opgericht op verzoek van [bedrijf 4] en ook uitsluitend werkzaam was voor [bedrijf 4] .
Volledig
De behaalde marge voor [bedrijf 3] bedroeg 4,5 procent. 4.4.1.3.1.1 [bedrijf 3] : contracten en factuur 2012 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur: een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 13 november 2012 met contractnummer [contractnummer 1] ; een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 17 december 2012, en; een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] d.d. 25 november 2013 met kenmerk [factuurnummer 1] . AB-contract [bedrijf 7] [bedrijf 5] x [bedrijf 3] 2012 [naam 14] heeft namens [bedrijf 3] in een e-mail van 17 juni 2014 aan [naam 16] een contract gestuurd betreffende een ‘ engineering services agreement’ tussen [bedrijf 4] S.A. - Sucursal [bedrijf 5] (hierna [bedrijf 7] [bedrijf 5] ) en [bedrijf 3] . Het contract is gedateerd 13 november 2012 en genummerd No. [contractnummer 1] . Het contract ziet op ‘ the [bedrijf 23] , located at the [locatie] of [bedrijf 5] ’. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Angolees recht van toepassing verklaard. In het contract is over [bedrijf 3] het volgende vermeld: ‘ is a company specialized amongst others in the fields of engineering, design, technology and contract management, and is duly capacitated to meet the demands of [bedrijf 4] ’. [bedrijf 3] is voor de volgende te verrichten werkzaamheden gecontracteerd: ‘ 1. The scope of this Agreement is to establish the terms and conditions, according to which [bedrijf 3] shall provide specialized engineering services to identify and implement new engineering solutions ('Solutions') to enable the Integration of the different subject matters of the Main Contract and the execution of the Project in better economic and technical conditions ('Services'), such Services consisting of the following, namely: a. strategic macro planning of the activities that will be developed; b. studies and methodologies that provide solutions that lead to Project cost savings; and c. studies and methodologies that provide solutions that guarantee the agreed deadlines and contractual milestones .’ Verder is in het contract opgenomen dat [bedrijf 4] als tegenprestatie een geldbedrag van $ 2.050.000,- zal betalen aan [bedrijf 3] , nadat [bedrijf 4] de betaling heeft gecertificeerd in een zogenoemde ‘ Acceptance Letter ’. Een dergelijke brief of enige correspondentie hierover is niet aangetroffen. BC-contract [bedrijf 3] x [bedrijf 6] 2012 In de fysiek in beslag genomen stukken is een ‘ engineering services agreement ’ aangetroffen. Het contract is gesloten tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. (hierna: [bedrijf 6] ). Het contract is gedateerd 17 december 2012. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract staat dat [bedrijf 3] een contactsom van $ 1.757.000,- zal betalen aan [bedrijf 6] . In ruil daarvoor zal [bedrijf 6] werkzaamheden verrichten, te weten exact dezelfde werkzaamheden als hiervoor onder A tot en met C genoemd, aangevuld met: ‘d) analysis the final issued designs, to compare them with the basic designs and submit solutions that may help reduce costs and construction time, maintaining the quality of the work; e) technical advice for implementation of the [locatie] , in [plaats] ’ [bedrijf 3] : correspondentie contracten 2012 E-mailverkeer over deze contracten rondom de contractdata (13 november 2012 en 17 december 2012) is niet aangetroffen. [naam 14] heeft namens [bedrijf 3] in een e-mail van 14 november 2013 door [verdachte] getekende versies van beide hiervoor genoemde contracten gestuurd naar [naam 1] , en in kopie naar [naam 10] en ‘ [bijnaam 3] ’. In de e-mail vroeg [naam 14] waar zij de originele contracten naartoe mocht sturen om te laten ondertekenen. In een e-mail van 15 november 2013 heeft [naam 1] gereageerd dat het AB-contract naar een contactpersoon van [bedrijf 7] [bedrijf 5] mocht worden gestuurd en het BC-contract naar hemzelf. [naam 10] heeft op 4 november 2013 de definitieve versie van het BC-contract (gedateerd 17 december 2012) naar [naam 14] gemaild. In de bijlage van deze e-mail zat een Word-versie van het BC-contract. In deze versie van het contract staat een contractsom van $ 1.958.000,- vermeld. Volgens de bestandseigenschappen is het Word-document gemaakt en laatst gewijzigd op 4 november 2013. [naam 1] heeft op 26 november 2013 een Word-versie van het BC-contract naar [bedrijf 3] gemaild. In de e-mail schreef [naam 1] dat de contractsom was gewijzigd van $ 1.958.000,- naar $ 1.757.000,- en dat eerder - verwijzend naar de e-mail verzonden door [naam 1] op 4 november 2013 - het contract met de verkeerde contactsom naar hem was verzonden. Een dag later stuurde [naam 14] namens [bedrijf 3] een scan van het getekende BC-contract van 17 december 2012 naar [naam 1] . In de e-mail is vermeld dat de contractsom $ 1.757.000,- bedroeg. Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document dat [naam 1] op 26 november 2013 naar [naam 14] / [bedrijf 3] heeft gestuurd, is het document op 5 november 2013 voor het laatst gewijzigd. [bedrijf 3] : factuur en geldstromen 2012 Op 5 december 2013 heeft [bedrijf 3] op haar ING-rekening [rekeningnummer 1] een geldbedrag ontvangen van $ 1.839.875,-. In de omschrijving staat ‘ invoice [factuurnummer 9] ’. Bij het fysieke bankafschrift van de ontvangen $ 1.839.875,- is een factuur getiteld ‘ in v oice [factuurnummer 9] ’ gevoegd, gedateerd 25 november 2013. In de factuur wordt verwezen naar de overeengekomen contactsom van $ 2.050.000,-; de factuursom is na aftrek van verschillende belastingen gesteld op $ 1.839.875,-. Ook wordt in de factuur verwezen naar het contract van 13 november 2012. Op dezelfde dag - 5 december 2013 - heeft [bedrijf 3] aan [bedrijf 6] een bedrag van $ 3.600.000,- overgemaakt, onder meer gegrond op een factuur ( invoice [factuurnummer 10] / [bedrijf 3] / [factuurnummer 10] ) ter hoogte van $ 1.757.000,-. Het verschil tussen het ontvangen en het op de factuur vermelde bedrag ($ 82.975,-) is gelijk aan 4,5% van $ 1.839.875,-. 4.4.1.3.1.2 [bedrijf 3] : contracten 2013 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten: een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 22 januari 2013 met contractnummer [contractnummer 2] , en; een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 4 februari 2013. AB-contract [bedrijf 7] [bedrijf 5] x [bedrijf 3] 2013 In de hiervoor genoemde e-mail van 17 juni 2014 afkomstig van [naam 14] aan [naam 16] is ook een AB-contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] (hierna [bedrijf 7] [bedrijf 5] ) en [bedrijf 3] bijgevoegd, gedateerd 22 januari 2013 en genummerd [contractnummer 7] . Het betreft een ‘ engineering services agreement ’ ten aanzien van hetzelfde project in [bedrijf 5] , namelijk de ‘ [bedrijf 23] ’. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Angolees recht van toepassing verklaard. Op grond van het contract zal [bedrijf 4] een geldbedrag van $ 2.150.000,- aan [bedrijf 3] betalen. In ruil daarvoor zal [bedrijf 3] de volgende werkzaamheden verrichten: ‘ 1. The scope of this Agreement is to establish the terms and conditions, according to which UKAM shall provide specialized engineering services to identify and implement engineering solutions (‘Solutions’) to enable the structural safety guarantee of the Left Abutment (Shoulder) of the [bedrijf 23] . (‘Services’), such Services consisting of the following, namely: a. a) Performance of new technical studies and structural calculations for the new concept of the project design; and b) review of the civil work's method statements, planning and scheduling metodology .’ BC-contract [bedrijf 3] x [bedrijf 6] 2013 Daarnaast is een ‘ engineering services agreement ’ gedateerd 4 februari 2013 tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] aangetroffen. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard.
Volledig
De behaalde marge voor [bedrijf 3] bedroeg 4,5 procent. 4.4.1.3.1.1 [bedrijf 3] : contracten en factuur 2012 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur: een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 13 november 2012 met contractnummer [contractnummer 1] ; een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 17 december 2012, en; een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] d.d. 25 november 2013 met kenmerk [factuurnummer 1] . AB-contract [bedrijf 7] [bedrijf 5] x [bedrijf 3] 2012 [naam 14] heeft namens [bedrijf 3] in een e-mail van 17 juni 2014 aan [naam 16] een contract gestuurd betreffende een ‘ engineering services agreement’ tussen [bedrijf 4] S.A. - Sucursal [bedrijf 5] (hierna [bedrijf 7] [bedrijf 5] ) en [bedrijf 3] . Het contract is gedateerd 13 november 2012 en genummerd No. [contractnummer 1] . Het contract ziet op ‘ the [bedrijf 23] , located at the [locatie] of [bedrijf 5] ’. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Angolees recht van toepassing verklaard. In het contract is over [bedrijf 3] het volgende vermeld: ‘ is a company specialized amongst others in the fields of engineering, design, technology and contract management, and is duly capacitated to meet the demands of [bedrijf 4] ’. [bedrijf 3] is voor de volgende te verrichten werkzaamheden gecontracteerd: ‘ 1. The scope of this Agreement is to establish the terms and conditions, according to which [bedrijf 3] shall provide specialized engineering services to identify and implement new engineering solutions ('Solutions') to enable the Integration of the different subject matters of the Main Contract and the execution of the Project in better economic and technical conditions ('Services'), such Services consisting of the following, namely: a. strategic macro planning of the activities that will be developed; b. studies and methodologies that provide solutions that lead to Project cost savings; and c. studies and methodologies that provide solutions that guarantee the agreed deadlines and contractual milestones .’ Verder is in het contract opgenomen dat [bedrijf 4] als tegenprestatie een geldbedrag van $ 2.050.000,- zal betalen aan [bedrijf 3] , nadat [bedrijf 4] de betaling heeft gecertificeerd in een zogenoemde ‘ Acceptance Letter ’. Een dergelijke brief of enige correspondentie hierover is niet aangetroffen. BC-contract [bedrijf 3] x [bedrijf 6] 2012 In de fysiek in beslag genomen stukken is een ‘ engineering services agreement ’ aangetroffen. Het contract is gesloten tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. (hierna: [bedrijf 6] ). Het contract is gedateerd 17 december 2012. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract staat dat [bedrijf 3] een contactsom van $ 1.757.000,- zal betalen aan [bedrijf 6] . In ruil daarvoor zal [bedrijf 6] werkzaamheden verrichten, te weten exact dezelfde werkzaamheden als hiervoor onder A tot en met C genoemd, aangevuld met: ‘d) analysis the final issued designs, to compare them with the basic designs and submit solutions that may help reduce costs and construction time, maintaining the quality of the work; e) technical advice for implementation of the [locatie] , in [plaats] ’ [bedrijf 3] : correspondentie contracten 2012 E-mailverkeer over deze contracten rondom de contractdata (13 november 2012 en 17 december 2012) is niet aangetroffen. [naam 14] heeft namens [bedrijf 3] in een e-mail van 14 november 2013 door [verdachte] getekende versies van beide hiervoor genoemde contracten gestuurd naar [naam 1] , en in kopie naar [naam 10] en ‘ [bijnaam 3] ’. In de e-mail vroeg [naam 14] waar zij de originele contracten naartoe mocht sturen om te laten ondertekenen. In een e-mail van 15 november 2013 heeft [naam 1] gereageerd dat het AB-contract naar een contactpersoon van [bedrijf 7] [bedrijf 5] mocht worden gestuurd en het BC-contract naar hemzelf. [naam 10] heeft op 4 november 2013 de definitieve versie van het BC-contract (gedateerd 17 december 2012) naar [naam 14] gemaild. In de bijlage van deze e-mail zat een Word-versie van het BC-contract. In deze versie van het contract staat een contractsom van $ 1.958.000,- vermeld. Volgens de bestandseigenschappen is het Word-document gemaakt en laatst gewijzigd op 4 november 2013. [naam 1] heeft op 26 november 2013 een Word-versie van het BC-contract naar [bedrijf 3] gemaild. In de e-mail schreef [naam 1] dat de contractsom was gewijzigd van $ 1.958.000,- naar $ 1.757.000,- en dat eerder - verwijzend naar de e-mail verzonden door [naam 1] op 4 november 2013 - het contract met de verkeerde contactsom naar hem was verzonden. Een dag later stuurde [naam 14] namens [bedrijf 3] een scan van het getekende BC-contract van 17 december 2012 naar [naam 1] . In de e-mail is vermeld dat de contractsom $ 1.757.000,- bedroeg. Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document dat [naam 1] op 26 november 2013 naar [naam 14] / [bedrijf 3] heeft gestuurd, is het document op 5 november 2013 voor het laatst gewijzigd. [bedrijf 3] : factuur en geldstromen 2012 Op 5 december 2013 heeft [bedrijf 3] op haar ING-rekening [rekeningnummer 1] een geldbedrag ontvangen van $ 1.839.875,-. In de omschrijving staat ‘ invoice [factuurnummer 9] ’. Bij het fysieke bankafschrift van de ontvangen $ 1.839.875,- is een factuur getiteld ‘ in v oice [factuurnummer 9] ’ gevoegd, gedateerd 25 november 2013. In de factuur wordt verwezen naar de overeengekomen contactsom van $ 2.050.000,-; de factuursom is na aftrek van verschillende belastingen gesteld op $ 1.839.875,-. Ook wordt in de factuur verwezen naar het contract van 13 november 2012. Op dezelfde dag - 5 december 2013 - heeft [bedrijf 3] aan [bedrijf 6] een bedrag van $ 3.600.000,- overgemaakt, onder meer gegrond op een factuur ( invoice [factuurnummer 10] / [bedrijf 3] / [factuurnummer 10] ) ter hoogte van $ 1.757.000,-. Het verschil tussen het ontvangen en het op de factuur vermelde bedrag ($ 82.975,-) is gelijk aan 4,5% van $ 1.839.875,-. 4.4.1.3.1.2 [bedrijf 3] : contracten 2013 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten: een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] en [bedrijf 3] d.d. 22 januari 2013 met contractnummer [contractnummer 2] , en; een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 4 februari 2013. AB-contract [bedrijf 7] [bedrijf 5] x [bedrijf 3] 2013 In de hiervoor genoemde e-mail van 17 juni 2014 afkomstig van [naam 14] aan [naam 16] is ook een AB-contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 5] (hierna [bedrijf 7] [bedrijf 5] ) en [bedrijf 3] bijgevoegd, gedateerd 22 januari 2013 en genummerd [contractnummer 7] . Het betreft een ‘ engineering services agreement ’ ten aanzien van hetzelfde project in [bedrijf 5] , namelijk de ‘ [bedrijf 23] ’. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Angolees recht van toepassing verklaard. Op grond van het contract zal [bedrijf 4] een geldbedrag van $ 2.150.000,- aan [bedrijf 3] betalen. In ruil daarvoor zal [bedrijf 3] de volgende werkzaamheden verrichten: ‘ 1. The scope of this Agreement is to establish the terms and conditions, according to which UKAM shall provide specialized engineering services to identify and implement engineering solutions (‘Solutions’) to enable the structural safety guarantee of the Left Abutment (Shoulder) of the [bedrijf 23] . (‘Services’), such Services consisting of the following, namely: a. a) Performance of new technical studies and structural calculations for the new concept of the project design; and b) review of the civil work's method statements, planning and scheduling metodology .’ BC-contract [bedrijf 3] x [bedrijf 6] 2013 Daarnaast is een ‘ engineering services agreement ’ gedateerd 4 februari 2013 tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 6] aangetroffen. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [verdachte] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard.
Volledig
[bedrijf 6] wordt door [bedrijf 3] ingehuurd voor het uitvoeren van ‘ services in the fields of engineering, design, technology and contract management in connection with large overseas construction contracts ’. [bedrijf 3] betaalt daarvoor een vergoeding van $ 2.053.000,- aan [bedrijf 6] , die op haar beurt de volgende werkzaamheden zal verrichten: ‘ 2.1. [bedrijf 6] agrees to render specialized engineering services to [bedrijf 3] to support the latter in Identifying engineering solutions aiming at the structural safety guarantee of the Left Abutment of the Dam of the [bedrijf 23] Central 2, located in the [locatie] of [bedrijf 5] in better economic and technical conditions (‘Services’), consisting of the following: a. a) performance of new technical studies and structural calculations for the new concept of the project design; and b) review of the civil work's method statements, planning and scheduling methodology .’ [bedrijf 3] : correspondentie contracten 2013 [naam 10] heeft op 4 november 2013 de definitieve versie van het BC-contract (gedateerd 4 februari 2013) naar [naam 14] gemaild. In de bijlage van deze e-mail is een Word-versie van het BC-contract opgenomen. In deze versie van het contract staat een contractsom van $ 2.053.000,- vermeld. Volgens de bestandseigenschappen is het Word-document gemaakt en voor het laatst gewijzigd op 4 november 2013. [naam 1] heeft op 26 november 2013 een Word-versie van het BC-contract naar [bedrijf 3] gemaild. In de e-mail schreef [naam 1] dat de in het contract aangegeven contractsom van $ 2.053.000,- verkeerd was en dat hij nu een Word-versie van het contract stuurde met een contractsom van $ 1.843.000,-. Een dag later heeft [naam 14] namens [bedrijf 3] een door [verdachte] getekende versie van het BC-contract van 4 februari 2013 gemaild naar [naam 1] . Hierbij heeft [naam 14] expliciet aangegeven dat het bijgevoegde contract een contractsom heeft van $ 1.843.000,-. [bedrijf 3] : facturen en geldstromen 2013 Op 5 december 2013 heeft [bedrijf 3] op haar ING-rekening een geldbedrag van $ 1.929.625,- ontvangen van [bedrijf 7] [bedrijf 5] . Bij de omschrijving staat ‘ invoice [factuurnummer 11] ’ . Bij het fysieke bankafschrift van de ontvangen $ 1.929.625,-. is ‘ invoice [factuurnummer 11] ’ gevoegd. Hierin wordt verwezen naar de overeengekomen $ 2.150.000,-. De factuursom is na aftrek van verschillende belastingen gesteld op $ 1.929.625,-. Ook wordt in de factuur verwezen naar het AB-contract gedateerd 22 januari 2012. Dit komt niet overeen met de datum vermeld in het AB-contract (22 januari 2013). Op dezelfde dag - 5 december 2013 - heeft [bedrijf 3] aan [bedrijf 6] een bedrag van $ 3.600.000,- overgemaakt, onder meer gegrond op een factuur ( invoice [factuurnummer 12] / [bedrijf 3] / [factuurnummer 12] ) ter hoogte van $ 1.843.000,-. Het verschil tussen het ontvangen en het op de factuur vermelde bedrag ($ 86.625,-) is gelijk aan 4,49% van $ 1.929.625,-. 4.4.1.3.1.3 [bedrijf 3] contracten en factuur 2014 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur: een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] en [bedrijf 3] d.d. 21 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 3] ; een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] Inc d.d. 28 februari 2014, en; een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 23 november 2014 met kenmerk [factuurnummer 2] . AB-contract [bedrijf 7] x [bedrijf 3] 2014 In de fysiek in beslag genomen stukken is een brief van [bedrijf 3] aan [bedrijf 7] van 19 januari 2015 aangetroffen. Bij deze brief is een ‘ services agreement — SPM ’ gevoegd, gesloten tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 3] , gedateerd 21 februari 2014 en genummerd [contractnummer 3] . Het contract ziet op herstel en verbreding van de ‘ Pan-American Road, [bedrijf 7] Section ’ en ‘ the optimization of the engineering design for the Project comprising Design Studies, Construction, Financing and Maintenance of Works for the Rehabilitation and Widening of the Pan-American Road, [bedrijf 7] Section (The Project) ’. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [naam 10] . Op de overeenkomst is het recht van [bedrijf 7] van toepassing verklaard. In het contract staat beschreven dat [bedrijf 3] een vergoeding ontvangt op basis van - zakelijk weergegeven - een voorcalculatie gevolgd door een nacalculatie. In ruil daarvoor zal [bedrijf 3] de volgende werkzaamheden verrichten: ‘ 1.1 The Services to be provided by [bedrijf 3] are as follows: a. Technical review of all Project contractual documents, in order to formulate alternatives for design and construction engineering, and for materials and equipment supply for the Project, as compared with other projects with similar features; b. identification and assessment of engineering, construction and environmental damage risks, including the recommendations for alternative construction methods and/or appropriate mitigating measures; c. support in the revision of the basic engineering design, on the geometric design, drainage design, pavement design, bridges design, in order to reduce costs, without prejudice to the compliance with the contractual requirements; d. Review of the Works construction contract conditions, highlighting points that may contribute to mitigate contractual, associative and engineering risks .’ BC-contract [bedrijf 3] x [bedrijf 8] 2014 Vanaf het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] (contact@ [bedrijf 3] ) is op 7 juni 2015 een contract verstuurd naar [naam 1] . Dit betreft een ‘ services agreement ’ gedateerd 28 februari 2014 en gesloten tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] . Het contract is namens [bedrijf 3] getekend door [naam 10] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract wordt verwezen naar het AB-contract van 21 februari 2014 dat [bedrijf 7] heeft gesloten met [bedrijf 3] . De werkzaamheden beschreven in het AB- contract zijn gelijkluidend aan de werkzaamheden vermeld in het BC-contract met [bedrijf 8] . In het contract staat beschreven dat [bedrijf 3] een vergoeding betaalt op basis van - zakelijk weergegeven - een voorcalculatie gevolgd door een nacalculatie. [bedrijf 3] : correspondentie contracten 2014 [naam 10] heeft op 4 december 2014 aan het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] gemaild dat in het AB-contract nog een aanpassing is gedaan van een specifieke clausule, namelijk het verwijderen van clausule 2.2 waarin een maandelijkse betaling was opgenomen. In de bijlage van de e-mail is een Word-versie van het contract gevoegd, waarin de clausule niet is opgenomen. ‘ [bijnaam 3] ’ – een persoon gelieerd aan [bedrijf 4] – heeft op 8 april 2015 gemaild naar het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] . Deze e-mail is op 14 april 2015 via het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] doorgestuurd naar [naam 14] , [naam 15] en [naam 13] . In deze e-mail wordt door ‘ [bijnaam 3] ’ medegedeeld dat de betaling op grond van het AB-contract heeft plaatsgevonden aan [bedrijf 3] . Er wordt gevraagd de ontvangst van deze betaling te bevestigen en [bedrijf 4] te informeren wanneer de betaling aan [bedrijf 8] is gedaan. Daarnaast worden met deze e-mail de volgende bijlagen meegestuurd: ‘ [bestandsnaam 1] ,’ en; ‘ [bestandsnaam 2] ’. In de eerste bijlage is een factuur te zien van [bedrijf 4] aan [bedrijf 3] voor een bedrag van $ 6.442.730,64. De tweede bijlage betreft een factuur van [bedrijf 8] aan [bedrijf 3] voor een bedrag van $ 6.152.800,-. [bedrijf 3] : Factuur en geldstromen 2014 Op een afschrift van de ING-rekening van [bedrijf 3] staat vermeld dat [bedrijf 3] op 9 april 2015 een geldbedrag van $ 6.442.730,63 heeft ontvangen van [bedrijf 7] . Bij de omschrijving staat ‘ invoice [factuurnummer 13] ’ , gedateerd 23 november 2014. Bij het geprinte bankafschrift van de ontvangen $ 6.442.730,63 is een factuur getiteld ‘ invoice [factuurnummer 13] ’ gevoegd, gedateerd 23 november 2014. Hierin wordt verwezen naar het AB-contract van 21 februari 2014 en de overeengekomen $ 6.442.730,63. Op een ander bankafschrift van [bedrijf 3] staat dat [bedrijf 3] op 14 april 2015 een geldbedrag van $ 6.152.800,- heeft overgemaakt aan [bedrijf 8] .
Volledig
[bedrijf 6] wordt door [bedrijf 3] ingehuurd voor het uitvoeren van ‘ services in the fields of engineering, design, technology and contract management in connection with large overseas construction contracts ’. [bedrijf 3] betaalt daarvoor een vergoeding van $ 2.053.000,- aan [bedrijf 6] , die op haar beurt de volgende werkzaamheden zal verrichten: ‘ 2.1. [bedrijf 6] agrees to render specialized engineering services to [bedrijf 3] to support the latter in Identifying engineering solutions aiming at the structural safety guarantee of the Left Abutment of the Dam of the [bedrijf 23] Central 2, located in the [locatie] of [bedrijf 5] in better economic and technical conditions (‘Services’), consisting of the following: a. a) performance of new technical studies and structural calculations for the new concept of the project design; and b) review of the civil work's method statements, planning and scheduling methodology .’ [bedrijf 3] : correspondentie contracten 2013 [naam 10] heeft op 4 november 2013 de definitieve versie van het BC-contract (gedateerd 4 februari 2013) naar [naam 14] gemaild. In de bijlage van deze e-mail is een Word-versie van het BC-contract opgenomen. In deze versie van het contract staat een contractsom van $ 2.053.000,- vermeld. Volgens de bestandseigenschappen is het Word-document gemaakt en voor het laatst gewijzigd op 4 november 2013. [naam 1] heeft op 26 november 2013 een Word-versie van het BC-contract naar [bedrijf 3] gemaild. In de e-mail schreef [naam 1] dat de in het contract aangegeven contractsom van $ 2.053.000,- verkeerd was en dat hij nu een Word-versie van het contract stuurde met een contractsom van $ 1.843.000,-. Een dag later heeft [naam 14] namens [bedrijf 3] een door [verdachte] getekende versie van het BC-contract van 4 februari 2013 gemaild naar [naam 1] . Hierbij heeft [naam 14] expliciet aangegeven dat het bijgevoegde contract een contractsom heeft van $ 1.843.000,-. [bedrijf 3] : facturen en geldstromen 2013 Op 5 december 2013 heeft [bedrijf 3] op haar ING-rekening een geldbedrag van $ 1.929.625,- ontvangen van [bedrijf 7] [bedrijf 5] . Bij de omschrijving staat ‘ invoice [factuurnummer 11] ’ . Bij het fysieke bankafschrift van de ontvangen $ 1.929.625,-. is ‘ invoice [factuurnummer 11] ’ gevoegd. Hierin wordt verwezen naar de overeengekomen $ 2.150.000,-. De factuursom is na aftrek van verschillende belastingen gesteld op $ 1.929.625,-. Ook wordt in de factuur verwezen naar het AB-contract gedateerd 22 januari 2012. Dit komt niet overeen met de datum vermeld in het AB-contract (22 januari 2013). Op dezelfde dag - 5 december 2013 - heeft [bedrijf 3] aan [bedrijf 6] een bedrag van $ 3.600.000,- overgemaakt, onder meer gegrond op een factuur ( invoice [factuurnummer 12] / [bedrijf 3] / [factuurnummer 12] ) ter hoogte van $ 1.843.000,-. Het verschil tussen het ontvangen en het op de factuur vermelde bedrag ($ 86.625,-) is gelijk aan 4,49% van $ 1.929.625,-. 4.4.1.3.1.3 [bedrijf 3] contracten en factuur 2014 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur: een contract tussen [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] en [bedrijf 3] d.d. 21 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 3] ; een contract tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] Inc d.d. 28 februari 2014, en; een factuur van [bedrijf 3] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 23 november 2014 met kenmerk [factuurnummer 2] . AB-contract [bedrijf 7] x [bedrijf 3] 2014 In de fysiek in beslag genomen stukken is een brief van [bedrijf 3] aan [bedrijf 7] van 19 januari 2015 aangetroffen. Bij deze brief is een ‘ services agreement — SPM ’ gevoegd, gesloten tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 3] , gedateerd 21 februari 2014 en genummerd [contractnummer 3] . Het contract ziet op herstel en verbreding van de ‘ Pan-American Road, [bedrijf 7] Section ’ en ‘ the optimization of the engineering design for the Project comprising Design Studies, Construction, Financing and Maintenance of Works for the Rehabilitation and Widening of the Pan-American Road, [bedrijf 7] Section (The Project) ’. Het contract is namens [bedrijf 3] ondertekend door [naam 10] . Op de overeenkomst is het recht van [bedrijf 7] van toepassing verklaard. In het contract staat beschreven dat [bedrijf 3] een vergoeding ontvangt op basis van - zakelijk weergegeven - een voorcalculatie gevolgd door een nacalculatie. In ruil daarvoor zal [bedrijf 3] de volgende werkzaamheden verrichten: ‘ 1.1 The Services to be provided by [bedrijf 3] are as follows: a. Technical review of all Project contractual documents, in order to formulate alternatives for design and construction engineering, and for materials and equipment supply for the Project, as compared with other projects with similar features; b. identification and assessment of engineering, construction and environmental damage risks, including the recommendations for alternative construction methods and/or appropriate mitigating measures; c. support in the revision of the basic engineering design, on the geometric design, drainage design, pavement design, bridges design, in order to reduce costs, without prejudice to the compliance with the contractual requirements; d. Review of the Works construction contract conditions, highlighting points that may contribute to mitigate contractual, associative and engineering risks .’ BC-contract [bedrijf 3] x [bedrijf 8] 2014 Vanaf het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] (contact@ [bedrijf 3] ) is op 7 juni 2015 een contract verstuurd naar [naam 1] . Dit betreft een ‘ services agreement ’ gedateerd 28 februari 2014 en gesloten tussen [bedrijf 3] en [bedrijf 8] . Het contract is namens [bedrijf 3] getekend door [naam 10] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract wordt verwezen naar het AB-contract van 21 februari 2014 dat [bedrijf 7] heeft gesloten met [bedrijf 3] . De werkzaamheden beschreven in het AB- contract zijn gelijkluidend aan de werkzaamheden vermeld in het BC-contract met [bedrijf 8] . In het contract staat beschreven dat [bedrijf 3] een vergoeding betaalt op basis van - zakelijk weergegeven - een voorcalculatie gevolgd door een nacalculatie. [bedrijf 3] : correspondentie contracten 2014 [naam 10] heeft op 4 december 2014 aan het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] gemaild dat in het AB-contract nog een aanpassing is gedaan van een specifieke clausule, namelijk het verwijderen van clausule 2.2 waarin een maandelijkse betaling was opgenomen. In de bijlage van de e-mail is een Word-versie van het contract gevoegd, waarin de clausule niet is opgenomen. ‘ [bijnaam 3] ’ – een persoon gelieerd aan [bedrijf 4] – heeft op 8 april 2015 gemaild naar het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] . Deze e-mail is op 14 april 2015 via het algemene e-mailadres van [bedrijf 3] doorgestuurd naar [naam 14] , [naam 15] en [naam 13] . In deze e-mail wordt door ‘ [bijnaam 3] ’ medegedeeld dat de betaling op grond van het AB-contract heeft plaatsgevonden aan [bedrijf 3] . Er wordt gevraagd de ontvangst van deze betaling te bevestigen en [bedrijf 4] te informeren wanneer de betaling aan [bedrijf 8] is gedaan. Daarnaast worden met deze e-mail de volgende bijlagen meegestuurd: ‘ [bestandsnaam 1] ,’ en; ‘ [bestandsnaam 2] ’. In de eerste bijlage is een factuur te zien van [bedrijf 4] aan [bedrijf 3] voor een bedrag van $ 6.442.730,64. De tweede bijlage betreft een factuur van [bedrijf 8] aan [bedrijf 3] voor een bedrag van $ 6.152.800,-. [bedrijf 3] : Factuur en geldstromen 2014 Op een afschrift van de ING-rekening van [bedrijf 3] staat vermeld dat [bedrijf 3] op 9 april 2015 een geldbedrag van $ 6.442.730,63 heeft ontvangen van [bedrijf 7] . Bij de omschrijving staat ‘ invoice [factuurnummer 13] ’ , gedateerd 23 november 2014. Bij het geprinte bankafschrift van de ontvangen $ 6.442.730,63 is een factuur getiteld ‘ invoice [factuurnummer 13] ’ gevoegd, gedateerd 23 november 2014. Hierin wordt verwezen naar het AB-contract van 21 februari 2014 en de overeengekomen $ 6.442.730,63. Op een ander bankafschrift van [bedrijf 3] staat dat [bedrijf 3] op 14 april 2015 een geldbedrag van $ 6.152.800,- heeft overgemaakt aan [bedrijf 8] .
Volledig
Hierbij wordt verwezen naar ‘ invoice [factuurnummer 14] ’ . Het verschil tussen het ontvangen en het betaalde bedrag ($ 289.930,26) is gelijk aan 4,5% van $ 6.442.730,63. 4.4.1.3.2 [bedrijf 2] B.V. [naam 23] , ten tijde van de ten laste gelegde feiten directeur van [bedrijf 2] , heeft verklaard dat [verdachte] hem heeft gevraagd om directeur van [bedrijf 2] te worden. Verder heeft hij verklaard dat zijn werkzaamheden concreet bestonden uit het ondertekenen van de door [verdachte] aangeboden stukken en dat hij deze stukken niet las. Ook heeft [naam 23] verklaard dat hij nooit namens [bedrijf 2] heeft onderhandeld of contact heeft gehad over de contracten die [bedrijf 2] met derden sloot. Volgens [naam 23] was [verdachte] de grote baas van [bedrijf 2] en stuurde hij de dagelijkse werkzaamheden aan. [verdachte] of iemand van [bedrijf 17] (de persoonlijke holding van [verdachte] ) waren volgens [naam 23] verantwoordelijk voor het betalingsverkeer van [bedrijf 2] , aldus [naam 23] . Op de in beslag genomen verzamelloonstaten van [bedrijf 2] staan de volgende personen: [naam 23] : van 1 september 2013 tot en met 31 december 2015, en; [naam 13] : van 1 september 2013 tot en met 31 december 2015. De hierna te bespreken contracten en facturen zijn opgenomen en verwerkt in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] . [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [bedrijf 2] eenzelfde soort onderneming was als [bedrijf 3] . [bedrijf 4] was de enige opdrachtgever van [bedrijf 2] , dezelfde personen waren betrokken bij [bedrijf 2] en [bedrijf 3] en de aansturing van de vennootschap was gelijk aan die van [bedrijf 3] , aldus [verdachte] . 4.4.1.3.2.1 [bedrijf 2] : contracten en factuur 2012 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur: een contract tussen [bedrijf 9] LTD en [bedrijf 2] d.d. 20 februari 2012; een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 5 maart 2012, en; een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 6 december 2012 met kenmerk [factuurnummer 5] . AB-contract [bedrijf 9] x [bedrijf 2] 2012 [naam 14] heeft op 3 december 2012 naar [naam 23] een bijlage gemaild. De bijlage bevat een Word-document betreffende het AB-contract (een Consultancy Services Agreement ) tussen [bedrijf 4] [bedrijf 9] Ltd (hierna: [bedrijf 9] ) en [bedrijf 2] gedateerd 20 februari 2012. In de e-mail vraagt [naam 14] aan [naam 23] of hij het contract kan ondertekenen en een gescande kopie terug te sturen. Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document is deze gemaakt op 3 december 2012. In de fysiek in beslag genomen stukken zijn twee getekende exemplaren aangetroffen van het AB-contract gedateerd 20 februari 2012. De inhoud van de twee exemplaren is identiek, op een afgedrukte barcode (M1202051) en een verschil in gezette parafen na. Hierna is het exemplaar zonder barcode als uitgangspunt genomen. In het contract staat dat [bedrijf 4] S.A. (hierna: [bedrijf 7] ) bezig is met het bouwen van vier ethanol-/suikerfabrieken en bijbehorende infrastructuur in Venezuela voor [bedrijf 25] S.A. De te verrichten werkzaamheden door [bedrijf 2] zijn: ‘ a) Technical studies evaluation for each Project, with a view to identify more efficient and economical alternatives for the construction processes; b) Drafting of the technical aspects of the Offers and dimensioning the relevant quantities; c) Identification and evaluation of the engineering, environmental and other risks, aswell as of the mitigating factors referring to each Offer; d) Mapping out of the negotiation conditions and support to the negotiations with the Customer; e) Preparation and maintenance of a data flow of strategic market information; f) Identification of hedge mechanisms for obligations relating to possible delays in payments and in the schedule of the works under the awarded Contracts; and g) Support to CONTRACTOR in formulating requests for clarifications and for alternative solutions of technical, contractual and other issues.’ Als compensatie voor de door [bedrijf 2] te verlenen diensten ontvangt [bedrijf 2] 1% van de contractsom die met [bedrijf 25] S.A zal worden overeengekomen. Ook is in het contract opgenomen dat [bedrijf 2] de door haar aangenomen diensten alleen mag uitbesteden aan een derde na schriftelijke goedkeuring van [bedrijf 9] . Op de overeenkomst is het recht van Engeland en Wales van toepassing verklaard. BC-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 6] 2012 In de fysiek in beslag genomen stukken is een getekend contract aangetroffen tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] . Het betreft een ‘ commercial and engineering consultancy services agreement’ en is gedateerd 5 maart 2012. Namens [bedrijf 2] is het contract getekend door [naam 23] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract staat dat [bedrijf 6] wordt ingehuurd voor het verlenen van ‘engineering services, including amongst others in connection with bid technical and commercial qualification, procurement of the required supplies and other activitiesrelated to international construction projects’. De verder te verrichten werkzaamheden waarvoor [bedrijf 6] wordt ingehuurd worden uitgebreid omschreven in het contract. De diensten die [bedrijf 2] zou leveren aan [bedrijf 9] op grond van het AB-contract (hiervoor beschreven) zijn in vergelijkbare bewoordingen integraal overgenomen als diensten die [bedrijf 6] aan [bedrijf 2] zou moeten leveren onder het BC-contract. Daarnaast zijn twee extra diensten toegevoegd (onder ‘D’ en ‘G’). Als compensatie voor de door [bedrijf 6] te verlenen diensten zal [bedrijf 2] aan bedrag (‘ succes fee ’) betalen dat gelijk is aan 0,955% van de contractsom die [bedrijf 2] is overeengekomen met [bedrijf 9] . Verder is vermeld dat de compensatie afhankelijk is van de vraag of [bedrijf 2] haar compensatie daadwerkelijk zal ontvangen van [bedrijf 9] . Zodra [bedrijf 2] de fee heeft ontvangen, zal zij [bedrijf 6] hierover informeren zodat [bedrijf 6] een factuur kan opmaken en naar [bedrijf 2] kan sturen. De uitbetaling dient vervolgens binnen tien werkdagen volgend op de datum van de factuur te geschieden. Correspondentie over een dergelijke melding door [bedrijf 2] en een daaropvolgende factuur van [bedrijf 6] is niet aangetroffen. De hiervoor genoemde schriftelijke toestemming vanuit [bedrijf 9] richting [bedrijf 2] voor het uitbesteden van de overeengekomen diensten is evenmin aangetroffen en in het verlengde daarvan is ook geen correspondentie aangetroffen waarin [bedrijf 2] met [bedrijf 9] heeft overlegd of het uitbesteden van de diensten mogelijk was. [bedrijf 2] : factuur en correspondentie AB-contract 2012 [naam 1] heeft bij e-mail van 4 december 2012 aan [naam 15] , [naam 14] , [naam 13] en [verdachte] gevraagd of een factuur (invoice) kan worden verstrekt met een waarde van $ 5.723.500,- . [naam 15] heeft namens [bedrijf 2] op 6 december 2012 een factuur naar [naam 23] gemaild en hierbij gevraagd of [naam 23] de factuur kan tekenen en een gescande kopie terug kan sturen. De factuur is van [bedrijf 2] en gericht aan [bedrijf 9] . De factuur vermeldt dat een ‘ succes fee of 1% ’ in rekening wordt gebracht, refererend aan het contract van 20 februari 2012. De succes fee bedraagt $ 5.723.500,-. De factuurdatum is 6 december 2012 en het factuurnummer is ‘INVOICE N° [factuurnummer 15] ’. Volgens de Word-bestandseigenschappen is de factuur op 6 december 2012 gemaakt door ‘a.somai’ en op diezelfde datum voor het laatst gewijzigd door [naam 15] . Op het transactieoverzicht van de USD-rekening [rekeningnummer 2] van [bedrijf 2] staat dat [bedrijf 2] op 13 december 2012 een geldbedrag van $ 5.723.500,- heeft ontvangen. Er is geen correspondentie aangetroffen tussen [bedrijf 9] en [bedrijf 2] over de onderbouwing van de ‘ 1% succes fee ’ en de wijze waarop [bedrijf 9] het bijbehorende geldbedrag heeft berekend. [bedrijf 2] : factuur en correspondentie BC-contract 2012 In een e-mail van 14 december 2012 aan [naam 15] , [naam 14] , [naam 13] en [verdachte] schreef [naam 1] dat de bijlagen het subcontract en de factuur met betrekking tot het project in Venezuela bevatten.
Volledig
Hierbij wordt verwezen naar ‘ invoice [factuurnummer 14] ’ . Het verschil tussen het ontvangen en het betaalde bedrag ($ 289.930,26) is gelijk aan 4,5% van $ 6.442.730,63. 4.4.1.3.2 [bedrijf 2] B.V. [naam 23] , ten tijde van de ten laste gelegde feiten directeur van [bedrijf 2] , heeft verklaard dat [verdachte] hem heeft gevraagd om directeur van [bedrijf 2] te worden. Verder heeft hij verklaard dat zijn werkzaamheden concreet bestonden uit het ondertekenen van de door [verdachte] aangeboden stukken en dat hij deze stukken niet las. Ook heeft [naam 23] verklaard dat hij nooit namens [bedrijf 2] heeft onderhandeld of contact heeft gehad over de contracten die [bedrijf 2] met derden sloot. Volgens [naam 23] was [verdachte] de grote baas van [bedrijf 2] en stuurde hij de dagelijkse werkzaamheden aan. [verdachte] of iemand van [bedrijf 17] (de persoonlijke holding van [verdachte] ) waren volgens [naam 23] verantwoordelijk voor het betalingsverkeer van [bedrijf 2] , aldus [naam 23] . Op de in beslag genomen verzamelloonstaten van [bedrijf 2] staan de volgende personen: [naam 23] : van 1 september 2013 tot en met 31 december 2015, en; [naam 13] : van 1 september 2013 tot en met 31 december 2015. De hierna te bespreken contracten en facturen zijn opgenomen en verwerkt in de bedrijfsadministratie van [bedrijf 2] . [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [bedrijf 2] eenzelfde soort onderneming was als [bedrijf 3] . [bedrijf 4] was de enige opdrachtgever van [bedrijf 2] , dezelfde personen waren betrokken bij [bedrijf 2] en [bedrijf 3] en de aansturing van de vennootschap was gelijk aan die van [bedrijf 3] , aldus [verdachte] . 4.4.1.3.2.1 [bedrijf 2] : contracten en factuur 2012 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur: een contract tussen [bedrijf 9] LTD en [bedrijf 2] d.d. 20 februari 2012; een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] S.A. d.d. 5 maart 2012, en; een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 6 december 2012 met kenmerk [factuurnummer 5] . AB-contract [bedrijf 9] x [bedrijf 2] 2012 [naam 14] heeft op 3 december 2012 naar [naam 23] een bijlage gemaild. De bijlage bevat een Word-document betreffende het AB-contract (een Consultancy Services Agreement ) tussen [bedrijf 4] [bedrijf 9] Ltd (hierna: [bedrijf 9] ) en [bedrijf 2] gedateerd 20 februari 2012. In de e-mail vraagt [naam 14] aan [naam 23] of hij het contract kan ondertekenen en een gescande kopie terug te sturen. Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document is deze gemaakt op 3 december 2012. In de fysiek in beslag genomen stukken zijn twee getekende exemplaren aangetroffen van het AB-contract gedateerd 20 februari 2012. De inhoud van de twee exemplaren is identiek, op een afgedrukte barcode (M1202051) en een verschil in gezette parafen na. Hierna is het exemplaar zonder barcode als uitgangspunt genomen. In het contract staat dat [bedrijf 4] S.A. (hierna: [bedrijf 7] ) bezig is met het bouwen van vier ethanol-/suikerfabrieken en bijbehorende infrastructuur in Venezuela voor [bedrijf 25] S.A. De te verrichten werkzaamheden door [bedrijf 2] zijn: ‘ a) Technical studies evaluation for each Project, with a view to identify more efficient and economical alternatives for the construction processes; b) Drafting of the technical aspects of the Offers and dimensioning the relevant quantities; c) Identification and evaluation of the engineering, environmental and other risks, aswell as of the mitigating factors referring to each Offer; d) Mapping out of the negotiation conditions and support to the negotiations with the Customer; e) Preparation and maintenance of a data flow of strategic market information; f) Identification of hedge mechanisms for obligations relating to possible delays in payments and in the schedule of the works under the awarded Contracts; and g) Support to CONTRACTOR in formulating requests for clarifications and for alternative solutions of technical, contractual and other issues.’ Als compensatie voor de door [bedrijf 2] te verlenen diensten ontvangt [bedrijf 2] 1% van de contractsom die met [bedrijf 25] S.A zal worden overeengekomen. Ook is in het contract opgenomen dat [bedrijf 2] de door haar aangenomen diensten alleen mag uitbesteden aan een derde na schriftelijke goedkeuring van [bedrijf 9] . Op de overeenkomst is het recht van Engeland en Wales van toepassing verklaard. BC-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 6] 2012 In de fysiek in beslag genomen stukken is een getekend contract aangetroffen tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] . Het betreft een ‘ commercial and engineering consultancy services agreement’ en is gedateerd 5 maart 2012. Namens [bedrijf 2] is het contract getekend door [naam 23] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract staat dat [bedrijf 6] wordt ingehuurd voor het verlenen van ‘engineering services, including amongst others in connection with bid technical and commercial qualification, procurement of the required supplies and other activitiesrelated to international construction projects’. De verder te verrichten werkzaamheden waarvoor [bedrijf 6] wordt ingehuurd worden uitgebreid omschreven in het contract. De diensten die [bedrijf 2] zou leveren aan [bedrijf 9] op grond van het AB-contract (hiervoor beschreven) zijn in vergelijkbare bewoordingen integraal overgenomen als diensten die [bedrijf 6] aan [bedrijf 2] zou moeten leveren onder het BC-contract. Daarnaast zijn twee extra diensten toegevoegd (onder ‘D’ en ‘G’). Als compensatie voor de door [bedrijf 6] te verlenen diensten zal [bedrijf 2] aan bedrag (‘ succes fee ’) betalen dat gelijk is aan 0,955% van de contractsom die [bedrijf 2] is overeengekomen met [bedrijf 9] . Verder is vermeld dat de compensatie afhankelijk is van de vraag of [bedrijf 2] haar compensatie daadwerkelijk zal ontvangen van [bedrijf 9] . Zodra [bedrijf 2] de fee heeft ontvangen, zal zij [bedrijf 6] hierover informeren zodat [bedrijf 6] een factuur kan opmaken en naar [bedrijf 2] kan sturen. De uitbetaling dient vervolgens binnen tien werkdagen volgend op de datum van de factuur te geschieden. Correspondentie over een dergelijke melding door [bedrijf 2] en een daaropvolgende factuur van [bedrijf 6] is niet aangetroffen. De hiervoor genoemde schriftelijke toestemming vanuit [bedrijf 9] richting [bedrijf 2] voor het uitbesteden van de overeengekomen diensten is evenmin aangetroffen en in het verlengde daarvan is ook geen correspondentie aangetroffen waarin [bedrijf 2] met [bedrijf 9] heeft overlegd of het uitbesteden van de diensten mogelijk was. [bedrijf 2] : factuur en correspondentie AB-contract 2012 [naam 1] heeft bij e-mail van 4 december 2012 aan [naam 15] , [naam 14] , [naam 13] en [verdachte] gevraagd of een factuur (invoice) kan worden verstrekt met een waarde van $ 5.723.500,- . [naam 15] heeft namens [bedrijf 2] op 6 december 2012 een factuur naar [naam 23] gemaild en hierbij gevraagd of [naam 23] de factuur kan tekenen en een gescande kopie terug kan sturen. De factuur is van [bedrijf 2] en gericht aan [bedrijf 9] . De factuur vermeldt dat een ‘ succes fee of 1% ’ in rekening wordt gebracht, refererend aan het contract van 20 februari 2012. De succes fee bedraagt $ 5.723.500,-. De factuurdatum is 6 december 2012 en het factuurnummer is ‘INVOICE N° [factuurnummer 15] ’. Volgens de Word-bestandseigenschappen is de factuur op 6 december 2012 gemaakt door ‘a.somai’ en op diezelfde datum voor het laatst gewijzigd door [naam 15] . Op het transactieoverzicht van de USD-rekening [rekeningnummer 2] van [bedrijf 2] staat dat [bedrijf 2] op 13 december 2012 een geldbedrag van $ 5.723.500,- heeft ontvangen. Er is geen correspondentie aangetroffen tussen [bedrijf 9] en [bedrijf 2] over de onderbouwing van de ‘ 1% succes fee ’ en de wijze waarop [bedrijf 9] het bijbehorende geldbedrag heeft berekend. [bedrijf 2] : factuur en correspondentie BC-contract 2012 In een e-mail van 14 december 2012 aan [naam 15] , [naam 14] , [naam 13] en [verdachte] schreef [naam 1] dat de bijlagen het subcontract en de factuur met betrekking tot het project in Venezuela bevatten.
Volledig
Daarnaast verzocht [naam 1] om hem te informeren wanneer de betaling had plaatsgevonden. Met de e-mail zijn de volgende bijlagen verstuurd: ‘ [bestandsnaam 3] ’, en; ‘ [bestandsnaam 4] .’ Zowel het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] als de genoemde factuur (invoice) betreffen Word-documenten die volgens de bestandseigenschappen zijn gemaakt op 14 december 2012. Op 16 december 2012 stuurde [verdachte] de e-mail van [naam 1] van 14 december 2012 door aan [naam 16] met de vraag: ‘Ok?’. In de daaropvolgende reactie van [naam 16] heeft hij in een eerste e-mail gewezen op enkele ‘tupo’s’ (de rechtbank begrijpt: ‘typo’s’, oftewel typefouten). In een direct daaropvolgende e-mail heeft [naam 16] gevraagd: ‘Overigens: wie of wat is [bedrijf 2] BV ?’. Hierna heeft [naam 14] op verzoek van [verdachte] het KvK-uittreksel van [bedrijf 2] naar [naam 16] gestuurd. [naam 15] heeft namens [bedrijf 2] op 21 december 2012 gereageerd op de hiervoor besproken e-mail van [naam 1] van 14 december 2012. Hierin schrijft [naam 15] dat de betaling is verricht. Als bijlage stuurt [naam 15] een betalingsoverzicht van de ING-Bank met betrekking tot een bedrag van $ 5.465.942,50. Het bedrag is op 21 december 2012 overgemaakt door [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] met factuurnummer ‘2012/ [bedrijf 2] /001’. Op het transactieoverzicht van de USD-rekening [rekeningnummer 2] van [bedrijf 2] staat dat [bedrijf 2] op 21 december 2012 een geldbedrag van $ 5.465.942,50 heeft overgemaakt aan [bedrijf 6] . Het verschil tussen het ontvangen en het betaalde bedrag ($ 257.557,50) is gelijk aan 4,5% van $ 5.723.500,-. 4.4.1.3.2.2 [bedrijf 2] : contracten 2013 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en facturen: een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 18 juni 2013 met contractnummer [contractnummer 5] ; een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. d.d. 1 juli 2013; een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 6] , en; een factuur van [bedrijf 12] S.A. aan [bedrijf 2] d.d. 27 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 7] . AB-contract [bedrijf 7] en [bedrijf 2] 2013 ‘ [bijnaam 3] ’ heeft op 29 augustus 2013 aan [naam 14] en [naam 1] een bijlage gemaild met daarin een document getiteld ‘ [bestandsnaam 5] ’. Het contract is gesloten tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] met als contractdatum 18 juni 2013. Namens [bedrijf 2] is het contract getekend door [naam 23] . Namens [bedrijf 7] is niet getekend. Op de overeenkomst is Panamees recht van toepassing verklaard. Bij de fysiek in beslag genomen stukken is een ook namens [bedrijf 7] getekende versie aangetroffen, echter met enkele tekstuele verschillen en een afwijkende lay-out. Over de verschillen in de contracten is geen correspondentie tussen partijen aangetroffen. De volledig getekende versie wordt hierna als uitgangspunt genomen. Het subcontract ziet – zakelijk gezegd – op consultancy, diensten en technische ondersteuning tussen de aannemer [bedrijf 7] en de onderaannemer [bedrijf 2] . [bedrijf 7] is een contract aangegaan om, kortweg, het masterplan voor de reorganisatie van [bedrijf 7] -Stad te ontwikkelen. [bedrijf 2] is volgens het contract een bedrijf dat adviseurs levert die zijn gespecialiseerd in constructies en dat wordt ingehuurd om diensten te verlenen betreffende het technische toezicht op de bouwkundige werken van ‘ The Road Interconnection Maritime Viaduct ’. [bedrijf 2] zal volgens het contract de volgende werkzaamheden uitvoeren: ‘1. For carrying out the works that constitute the Object of this Subcontract, the SUBCONTRACTOR agrees to provide consulting services and technical advice related to the construction of the longitudinal girders, beams and slab sleepers for the WORKS, including review of all technical documentation related to planning services, construction methods, formwork, concrete and other consulting services necessary to ensure that the execution of the work of such structures meet the applicable international technical standards and technical specifications provided by the MOP35, in order to achieve full compliance with the MAIN CONTRACT.’ In het contract staat verder dat de contractsom $ 2.000.000,- is en zal worden betaald via een vast maandelijks bedrag van $ 250.000,-. De betaling zal plaatsvinden binnen dertig dagen nadat een factuur door de onderaannemer ( [bedrijf 2] ) is gepresenteerd. BC-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 12] 2013 In de hiervoor beschreven e-mail van 29 augustus 2013 van ‘ [bijnaam 3] ’ is in de bijlage ook een ‘ engineering technical services agreement ’ aangetroffen. Dit contract is gesloten tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. (hierna: [bedrijf 12] ) en gedateerd 1 juli 2013. Het contract is namens [bedrijf 2] getekend door [naam 23] . In het contract wordt verwezen naar het tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] gesloten contract van 18 juni 2013. Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. Verder is vermeld dat [bedrijf 2] [bedrijf 12] wil inhuren vanwege: ‘engineering services, including without limitation in connection with the review of drawings and other technical documents, as well as in supporting the preparation of offers for contracts and the development and execution thereof, all within the scope of international construction projects.’ De omschrijving van de diensten is vrijwel gelijk aan de beschrijving in het hiervoor besproken contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013. Verder staat in het contract dat de vergoeding een totaalbedrag van $ 1.846.600,- bedraagt, te betalen in acht maandelijkse termijnen van $ 230.825,-. [bedrijf 2] : correspondentie contracten 2013 [naam 1] heeft op 22 augustus 2013 een Word-versie van het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] gemaild naar het algemene e-mailadres van [bedrijf 2] . Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document is dit gemaakt op 19 augustus 2013 en het laatst gewijzigd op 20 augustus 2013. Voorgaande e-mail heeft [naam 15] op 22 augustus 2013 doorgestuurd naar [naam 23] met het verzoek het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] te tekenen en hiervan een gescande kopie via de mail terug te sturen. In de al eerder besproken e-mail van 29 augustus 2013 van ‘ [bijnaam 3] ’ - waarbij de hiervoor besproken AB- en BC-contracten en de hierna te bespreken facturen zijn verstuurd - heeft ‘ [bijnaam 3] ’ het volgende geschreven: ‘Since you have collected the amount of USD 250,000.00 according to the attached main contract ( [bedrijf 7] x [bedrijf 2] ), invoice and swfit, we kindly remind you that the invoice [bedrijf 12] x [bedrijf 2] above mentioned and also attached, should be paid at your earliest convenience (See sub-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 12] attached) Please, send us a copy of the payment bank Instruction.’ [bedrijf 2] : geldstromen 2013 Op het transactieoverzicht van de USD-rekening [rekeningnummer 2] van [bedrijf 2] met betrekking tot het jaar 2013 is te zien dat op 29 augustus 2013 een bedrag van $ 250.000,- is ontvangen, afkomstig van [bedrijf 7] op grond van factuur met het nummer 2013 004. In de hiervoor beschreven e-mail van 29 augustus 2013 heeft ‘ [bijnaam 3] ’ deze factuur als bijlage meegezonden. De factuur is gedateerd 15 augustus 2013 en vermeldt het volgende: ‘ We hereby charge you, according to services rendered under our subcontract [contractnummer 5] dated June 18, 2013, for Technical Monitoring related to the Medium and Superstructure of the Maritime Viaduct of Cinta Costera Ill Project referred Measurement Bulletin 01- Month June 2013 ’. De ‘ Measurement Bulletin 01- Month June 2013 ’ waaraan in de factuur wordt gerefereerd, is noch in de digitale noch in de fysiek in beslag genomen stukken aangetroffen. Op het transactieoverzicht van de USD-rekening van [bedrijf 2] over het jaar 2013 is tevens te zien dat op 30 augustus 2013 een betaling van [bedrijf 2] aan [bedrijf 12] plaatsvindt voor een bedrag van $ 230.825,- met als omschrijving [factuurnummer 7] .
Volledig
Daarnaast verzocht [naam 1] om hem te informeren wanneer de betaling had plaatsgevonden. Met de e-mail zijn de volgende bijlagen verstuurd: ‘ [bestandsnaam 3] ’, en; ‘ [bestandsnaam 4] .’ Zowel het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 6] als de genoemde factuur (invoice) betreffen Word-documenten die volgens de bestandseigenschappen zijn gemaakt op 14 december 2012. Op 16 december 2012 stuurde [verdachte] de e-mail van [naam 1] van 14 december 2012 door aan [naam 16] met de vraag: ‘Ok?’. In de daaropvolgende reactie van [naam 16] heeft hij in een eerste e-mail gewezen op enkele ‘tupo’s’ (de rechtbank begrijpt: ‘typo’s’, oftewel typefouten). In een direct daaropvolgende e-mail heeft [naam 16] gevraagd: ‘Overigens: wie of wat is [bedrijf 2] BV ?’. Hierna heeft [naam 14] op verzoek van [verdachte] het KvK-uittreksel van [bedrijf 2] naar [naam 16] gestuurd. [naam 15] heeft namens [bedrijf 2] op 21 december 2012 gereageerd op de hiervoor besproken e-mail van [naam 1] van 14 december 2012. Hierin schrijft [naam 15] dat de betaling is verricht. Als bijlage stuurt [naam 15] een betalingsoverzicht van de ING-Bank met betrekking tot een bedrag van $ 5.465.942,50. Het bedrag is op 21 december 2012 overgemaakt door [bedrijf 2] aan [bedrijf 6] met factuurnummer ‘2012/ [bedrijf 2] /001’. Op het transactieoverzicht van de USD-rekening [rekeningnummer 2] van [bedrijf 2] staat dat [bedrijf 2] op 21 december 2012 een geldbedrag van $ 5.465.942,50 heeft overgemaakt aan [bedrijf 6] . Het verschil tussen het ontvangen en het betaalde bedrag ($ 257.557,50) is gelijk aan 4,5% van $ 5.723.500,-. 4.4.1.3.2.2 [bedrijf 2] : contracten 2013 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en facturen: een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 18 juni 2013 met contractnummer [contractnummer 5] ; een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. d.d. 1 juli 2013; een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 6] , en; een factuur van [bedrijf 12] S.A. aan [bedrijf 2] d.d. 27 augustus 2013 met kenmerk [factuurnummer 7] . AB-contract [bedrijf 7] en [bedrijf 2] 2013 ‘ [bijnaam 3] ’ heeft op 29 augustus 2013 aan [naam 14] en [naam 1] een bijlage gemaild met daarin een document getiteld ‘ [bestandsnaam 5] ’. Het contract is gesloten tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] met als contractdatum 18 juni 2013. Namens [bedrijf 2] is het contract getekend door [naam 23] . Namens [bedrijf 7] is niet getekend. Op de overeenkomst is Panamees recht van toepassing verklaard. Bij de fysiek in beslag genomen stukken is een ook namens [bedrijf 7] getekende versie aangetroffen, echter met enkele tekstuele verschillen en een afwijkende lay-out. Over de verschillen in de contracten is geen correspondentie tussen partijen aangetroffen. De volledig getekende versie wordt hierna als uitgangspunt genomen. Het subcontract ziet – zakelijk gezegd – op consultancy, diensten en technische ondersteuning tussen de aannemer [bedrijf 7] en de onderaannemer [bedrijf 2] . [bedrijf 7] is een contract aangegaan om, kortweg, het masterplan voor de reorganisatie van [bedrijf 7] -Stad te ontwikkelen. [bedrijf 2] is volgens het contract een bedrijf dat adviseurs levert die zijn gespecialiseerd in constructies en dat wordt ingehuurd om diensten te verlenen betreffende het technische toezicht op de bouwkundige werken van ‘ The Road Interconnection Maritime Viaduct ’. [bedrijf 2] zal volgens het contract de volgende werkzaamheden uitvoeren: ‘1. For carrying out the works that constitute the Object of this Subcontract, the SUBCONTRACTOR agrees to provide consulting services and technical advice related to the construction of the longitudinal girders, beams and slab sleepers for the WORKS, including review of all technical documentation related to planning services, construction methods, formwork, concrete and other consulting services necessary to ensure that the execution of the work of such structures meet the applicable international technical standards and technical specifications provided by the MOP35, in order to achieve full compliance with the MAIN CONTRACT.’ In het contract staat verder dat de contractsom $ 2.000.000,- is en zal worden betaald via een vast maandelijks bedrag van $ 250.000,-. De betaling zal plaatsvinden binnen dertig dagen nadat een factuur door de onderaannemer ( [bedrijf 2] ) is gepresenteerd. BC-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 12] 2013 In de hiervoor beschreven e-mail van 29 augustus 2013 van ‘ [bijnaam 3] ’ is in de bijlage ook een ‘ engineering technical services agreement ’ aangetroffen. Dit contract is gesloten tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] S.A. (hierna: [bedrijf 12] ) en gedateerd 1 juli 2013. Het contract is namens [bedrijf 2] getekend door [naam 23] . In het contract wordt verwezen naar het tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] gesloten contract van 18 juni 2013. Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. Verder is vermeld dat [bedrijf 2] [bedrijf 12] wil inhuren vanwege: ‘engineering services, including without limitation in connection with the review of drawings and other technical documents, as well as in supporting the preparation of offers for contracts and the development and execution thereof, all within the scope of international construction projects.’ De omschrijving van de diensten is vrijwel gelijk aan de beschrijving in het hiervoor besproken contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] van 18 juni 2013. Verder staat in het contract dat de vergoeding een totaalbedrag van $ 1.846.600,- bedraagt, te betalen in acht maandelijkse termijnen van $ 230.825,-. [bedrijf 2] : correspondentie contracten 2013 [naam 1] heeft op 22 augustus 2013 een Word-versie van het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] gemaild naar het algemene e-mailadres van [bedrijf 2] . Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document is dit gemaakt op 19 augustus 2013 en het laatst gewijzigd op 20 augustus 2013. Voorgaande e-mail heeft [naam 15] op 22 augustus 2013 doorgestuurd naar [naam 23] met het verzoek het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 12] te tekenen en hiervan een gescande kopie via de mail terug te sturen. In de al eerder besproken e-mail van 29 augustus 2013 van ‘ [bijnaam 3] ’ - waarbij de hiervoor besproken AB- en BC-contracten en de hierna te bespreken facturen zijn verstuurd - heeft ‘ [bijnaam 3] ’ het volgende geschreven: ‘Since you have collected the amount of USD 250,000.00 according to the attached main contract ( [bedrijf 7] x [bedrijf 2] ), invoice and swfit, we kindly remind you that the invoice [bedrijf 12] x [bedrijf 2] above mentioned and also attached, should be paid at your earliest convenience (See sub-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 12] attached) Please, send us a copy of the payment bank Instruction.’ [bedrijf 2] : geldstromen 2013 Op het transactieoverzicht van de USD-rekening [rekeningnummer 2] van [bedrijf 2] met betrekking tot het jaar 2013 is te zien dat op 29 augustus 2013 een bedrag van $ 250.000,- is ontvangen, afkomstig van [bedrijf 7] op grond van factuur met het nummer 2013 004. In de hiervoor beschreven e-mail van 29 augustus 2013 heeft ‘ [bijnaam 3] ’ deze factuur als bijlage meegezonden. De factuur is gedateerd 15 augustus 2013 en vermeldt het volgende: ‘ We hereby charge you, according to services rendered under our subcontract [contractnummer 5] dated June 18, 2013, for Technical Monitoring related to the Medium and Superstructure of the Maritime Viaduct of Cinta Costera Ill Project referred Measurement Bulletin 01- Month June 2013 ’. De ‘ Measurement Bulletin 01- Month June 2013 ’ waaraan in de factuur wordt gerefereerd, is noch in de digitale noch in de fysiek in beslag genomen stukken aangetroffen. Op het transactieoverzicht van de USD-rekening van [bedrijf 2] over het jaar 2013 is tevens te zien dat op 30 augustus 2013 een betaling van [bedrijf 2] aan [bedrijf 12] plaatsvindt voor een bedrag van $ 230.825,- met als omschrijving [factuurnummer 7] .
Volledig
In de hiervoor beschreven e-mail van 29 augustus 2013 afkomstig van ‘ [bijnaam 3] ’ is een factuur met de omschrijving [factuurnummer 7] aangetroffen, gedateerd 27 augustus 2013. Op de factuur wordt verwezen naar het contract van 1 juli 2013. Over heel 2013 heeft [bedrijf 2] op verschillende data vijf termijnbedragen van $ 250.000,- ontvangen van [bedrijf 7] op grond van het AB-contract. Daarmee samenhangend hebben in 2013 vijf betalingen van $ 230.825,- per keer door [bedrijf 2] aan [bedrijf 12] plaatsgevonden op grond van het BC-contract. In totaal heeft [bedrijf 2] in 2013 $ 1.250.000,- ontvangen en $ 1.154.125,- betaald. Het verschil dat [bedrijf 2] heeft overgehouden bedraagt $ 95.875,-, gelijk aan 7,67 % van $ 1.250.000,-. Er is ook een contract aangetroffen tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 26] . Op grond van dit contract heeft [bedrijf 2] vijf termijnbetalingen van elk $ 8.300,- verricht voor door [bedrijf 26] geleverde diensten, neerkomend op een totaal van $ 41.500,-. Na aftrek van dit bedrag komt het bij [bedrijf 2] achtergebleven bedrag op $ 54.375,-. Dit is 4,35 % van $ 1.250.000,-. 4.4.1.3.2.3 [bedrijf 2] : contracten 2014 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en facturen: een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 17 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 6] ; een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] S.A. d.d. 24 februari 2014; een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 april 2014 met kenmerk [factuurnummer 16] , en; een factuur van [bedrijf 13] S.A aan [bedrijf 2] d.d. 6 mei 2014 met kenmerk [factuurnummer 8] . AB contract [bedrijf 7] x [bedrijf 2] 2014 In de fysiek in beslag genomen stukken is het contract ‘ [contractnummer 6] ’ aangetroffen. Het contract is gesloten tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] . In de aanhef van het contract wordt verwezen naar het hiervoor besproken AB-contract van 18 augustus 2012. Dit contract is door een aanvullend contract (Addendum nr.1) gewijzigd en is integraal onderdeel geworden van het eerdere AB-contract. Het aanvullende contract heeft als contractdatum 17 februari 2014 en is volgens het contract in tweevoud opgemaakt in [bedrijf 7] -Stad. Namens [bedrijf 2] is het contract ondertekend door [naam 23] . Het doel van het aanvullende contract is als volgt omschreven: ‘ • To include additional services not covered by the object of the Subcontract. • To extend the term of the Subcontract. • To increase the value of the Subcontract. • To modify the form of measurement and payment .’ Daarnaast zijn verschillende teksten van het oorspronkelijke contract aangepast. Zo luiden de beschreven werkzaamheden nu als volgt: ‘ To provide the following services: ■ Technical follow-up of the construction related to the works of the mesa and superstructure of the Maritime Viaduct for the Road Interconnection. ■ Post Construction technical follow-up of the structures of the Marine Viaduct for the Road Interconnection .’ De termijn voor het verrichten van de werkzaamheden is aangepast naar 44 maanden na ondertekening van het contract. Ook de totale waarde van het contract is aangepast van $ 2.500.000,- naar $ 8.130.588,23. De maandelijks te betalen vergoeding is aangepast en in plaats van de eerder overeengekomen $ 250.000,- is het een maandelijks te betalen bedrag $ 2.000.000,- geworden. Daaraan is toegevoegd dat de betalingen vanwege de ‘ technical follow-up ’ (hiervoor beschreven) zullen bestaan uit een vastgestelde prijs van € 555.000,- te betalen per kwartaal. De waarde van Addendum nr.1 wordt hiermee in het contract vastgesteld op € 6.600.000,-. Betaling zal plaatsvinden binnen dertig dagen nadat door [bedrijf 2] een factuur is opgemaakt en nadat een ‘ measurement ’ is verricht die ook is goedgekeurd. BC-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 13] SA [naam 1] heeft op 19 mei 2014 in een bijlage een Word-document gemaild met daarin een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] SA (hierna: [bedrijf 13] ). Het contract is getiteld ‘ engineering services agreement ’. Het contract is niet gedateerd. Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document is het gemaakt op 6 mei 2014 door ‘ [naam 24] ’ en ook op die datum het laatst gewijzigd door ‘ [alias 1] ’. In de fysiek in beslag genomen stukken is een door beide partijen getekende versie van de ‘ engineering services agreement ’ tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] aangetroffen. Als contractdatum is 24 februari 2014 vermeld. Namens [bedrijf 2] is het contract getekend door [naam 23] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract wordt gerefereerd aan het door [bedrijf 2] op 17 februari 2014 aangegane Addendum nr.1 met [bedrijf 7] . In het contract staat dat [bedrijf 2] [bedrijf 13] wil inhuren vanwege diens expertise in het verlenen van: ‘(...) specialized engineering services, including, without limitation, in connection with the preparation of as built drawings and other technical documents, as well as to the provision of services related to post construction monitoring of the structures already built and technical support for the bridge maintenance works ’ De te verrichten werkzaamheden door [bedrijf 13] , zijn als volgt: ‘ 2.1. [bedrijf 13] agrees to provide to [bedrijf 2] specialized technical services related to the technical monitoring of the infrastructure and superstructure Works of the Coastal Belt Maritime Bridge and post construction technical monitoring of the structures built including reports providing technical support to the maintenance works of the Main Contractor .’ De werkzaamheden die [bedrijf 2] vier dagen eerder was overeengekomen in het AB-contract met [bedrijf 7] zijn overgenomen in het BC-contract met [bedrijf 13] . [bedrijf 2] dient op grond van het contract een totaalbedrag van € 6.153.600,-, te betalen in twaalf driemaandelijkse termijnen van € 512.800,-. [bedrijf 2] : correspondentie contracten 2014 Van het AB-contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] is een gedeeltelijke, door [naam 23] getekende versie aangetroffen in een e-mail van 14 april 2014. Deze e-mail is gericht aan [naam 1] en verstuurd door [naam 14] namens [bedrijf 2] . In de e-mail vroeg [naam 14] waar het contract naar toe moest worden gestuurd voor het laten ondertekenen door de wederpartij. In de hiervoor aangehaalde e-mail van 19 mei 2014 verzonden door [naam 1] is het BC-contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] van 24 februari 2014 als bijlage meegezonden. [naam 1] schreef in de e-mail dat hij ook de betalingsbevestiging voor de betaling van € 555.000,- van [bedrijf 7] aan [bedrijf 2] en de eerste factuur van [bedrijf 13] aan [bedrijf 2] had meegezonden. Zowel de betalingsbevestiging als de factuur zijn als bijlagen verstuurd in dezelfde e-mail. Ook schreef [naam 1] : ‘ Please, let us know when payment is done ’. [naam 15] heeft namens [bedrijf 2] op 28 juli 2014 een getekende versie van het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] gemaild naar [naam 10] . [naam 15] schreef hierbij: As requested, please find herewith kindly attached the executed Engineering Services Agreement between [bedrijf 2] and [bedrijf 13] dated 24.02.2014 .’ Dit contract komt overeen met de versie die bij de fysiek in beslag genomen stukken is aangetroffen, gelet op de parafen en handtekeningen die op het contract staan. [bedrijf 2] : facturen en geldstromen 2014 Op het transactieoverzicht van de USD rekening [rekeningnummer 3] van [bedrijf 2] , de in fysiek in beslag genomen ING-afschriften van diezelfde USD rekening en een transactieoverzicht van de EUR rekening [rekeningnummer 4] van [bedrijf 2] is te zien dat [bedrijf 2] in 2014 vier termijnenbedragen van elk € 550.000,- heeft ontvangen. [bedrijf 2] heeft aan [bedrijf 13] vier betalingen van € 512.800,- per keer verricht. Achter afschrift nummer 15 van de ING-bank op naam van [bedrijf 2] is een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 7] aangetroffen gedateerd 15 april 2014 voor een bedrag van € 550.000,-. Het bedrag is door [bedrijf 2] ontvangen op 23 april 2014.
Volledig
In de hiervoor beschreven e-mail van 29 augustus 2013 afkomstig van ‘ [bijnaam 3] ’ is een factuur met de omschrijving [factuurnummer 7] aangetroffen, gedateerd 27 augustus 2013. Op de factuur wordt verwezen naar het contract van 1 juli 2013. Over heel 2013 heeft [bedrijf 2] op verschillende data vijf termijnbedragen van $ 250.000,- ontvangen van [bedrijf 7] op grond van het AB-contract. Daarmee samenhangend hebben in 2013 vijf betalingen van $ 230.825,- per keer door [bedrijf 2] aan [bedrijf 12] plaatsgevonden op grond van het BC-contract. In totaal heeft [bedrijf 2] in 2013 $ 1.250.000,- ontvangen en $ 1.154.125,- betaald. Het verschil dat [bedrijf 2] heeft overgehouden bedraagt $ 95.875,-, gelijk aan 7,67 % van $ 1.250.000,-. Er is ook een contract aangetroffen tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 26] . Op grond van dit contract heeft [bedrijf 2] vijf termijnbetalingen van elk $ 8.300,- verricht voor door [bedrijf 26] geleverde diensten, neerkomend op een totaal van $ 41.500,-. Na aftrek van dit bedrag komt het bij [bedrijf 2] achtergebleven bedrag op $ 54.375,-. Dit is 4,35 % van $ 1.250.000,-. 4.4.1.3.2.3 [bedrijf 2] : contracten 2014 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en facturen: een contract tussen [bedrijf 4] S.A. en [bedrijf 2] d.d. 17 februari 2014 met contractnummer [contractnummer 6] ; een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] S.A. d.d. 24 februari 2014; een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 4] S.A. [bedrijf 7] d.d. 15 april 2014 met kenmerk [factuurnummer 16] , en; een factuur van [bedrijf 13] S.A aan [bedrijf 2] d.d. 6 mei 2014 met kenmerk [factuurnummer 8] . AB contract [bedrijf 7] x [bedrijf 2] 2014 In de fysiek in beslag genomen stukken is het contract ‘ [contractnummer 6] ’ aangetroffen. Het contract is gesloten tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] . In de aanhef van het contract wordt verwezen naar het hiervoor besproken AB-contract van 18 augustus 2012. Dit contract is door een aanvullend contract (Addendum nr.1) gewijzigd en is integraal onderdeel geworden van het eerdere AB-contract. Het aanvullende contract heeft als contractdatum 17 februari 2014 en is volgens het contract in tweevoud opgemaakt in [bedrijf 7] -Stad. Namens [bedrijf 2] is het contract ondertekend door [naam 23] . Het doel van het aanvullende contract is als volgt omschreven: ‘ • To include additional services not covered by the object of the Subcontract. • To extend the term of the Subcontract. • To increase the value of the Subcontract. • To modify the form of measurement and payment .’ Daarnaast zijn verschillende teksten van het oorspronkelijke contract aangepast. Zo luiden de beschreven werkzaamheden nu als volgt: ‘ To provide the following services: ■ Technical follow-up of the construction related to the works of the mesa and superstructure of the Maritime Viaduct for the Road Interconnection. ■ Post Construction technical follow-up of the structures of the Marine Viaduct for the Road Interconnection .’ De termijn voor het verrichten van de werkzaamheden is aangepast naar 44 maanden na ondertekening van het contract. Ook de totale waarde van het contract is aangepast van $ 2.500.000,- naar $ 8.130.588,23. De maandelijks te betalen vergoeding is aangepast en in plaats van de eerder overeengekomen $ 250.000,- is het een maandelijks te betalen bedrag $ 2.000.000,- geworden. Daaraan is toegevoegd dat de betalingen vanwege de ‘ technical follow-up ’ (hiervoor beschreven) zullen bestaan uit een vastgestelde prijs van € 555.000,- te betalen per kwartaal. De waarde van Addendum nr.1 wordt hiermee in het contract vastgesteld op € 6.600.000,-. Betaling zal plaatsvinden binnen dertig dagen nadat door [bedrijf 2] een factuur is opgemaakt en nadat een ‘ measurement ’ is verricht die ook is goedgekeurd. BC-contract [bedrijf 2] x [bedrijf 13] SA [naam 1] heeft op 19 mei 2014 in een bijlage een Word-document gemaild met daarin een contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] SA (hierna: [bedrijf 13] ). Het contract is getiteld ‘ engineering services agreement ’. Het contract is niet gedateerd. Volgens de bestandseigenschappen van het Word-document is het gemaakt op 6 mei 2014 door ‘ [naam 24] ’ en ook op die datum het laatst gewijzigd door ‘ [alias 1] ’. In de fysiek in beslag genomen stukken is een door beide partijen getekende versie van de ‘ engineering services agreement ’ tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] aangetroffen. Als contractdatum is 24 februari 2014 vermeld. Namens [bedrijf 2] is het contract getekend door [naam 23] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In het contract wordt gerefereerd aan het door [bedrijf 2] op 17 februari 2014 aangegane Addendum nr.1 met [bedrijf 7] . In het contract staat dat [bedrijf 2] [bedrijf 13] wil inhuren vanwege diens expertise in het verlenen van: ‘(...) specialized engineering services, including, without limitation, in connection with the preparation of as built drawings and other technical documents, as well as to the provision of services related to post construction monitoring of the structures already built and technical support for the bridge maintenance works ’ De te verrichten werkzaamheden door [bedrijf 13] , zijn als volgt: ‘ 2.1. [bedrijf 13] agrees to provide to [bedrijf 2] specialized technical services related to the technical monitoring of the infrastructure and superstructure Works of the Coastal Belt Maritime Bridge and post construction technical monitoring of the structures built including reports providing technical support to the maintenance works of the Main Contractor .’ De werkzaamheden die [bedrijf 2] vier dagen eerder was overeengekomen in het AB-contract met [bedrijf 7] zijn overgenomen in het BC-contract met [bedrijf 13] . [bedrijf 2] dient op grond van het contract een totaalbedrag van € 6.153.600,-, te betalen in twaalf driemaandelijkse termijnen van € 512.800,-. [bedrijf 2] : correspondentie contracten 2014 Van het AB-contract tussen [bedrijf 7] en [bedrijf 2] is een gedeeltelijke, door [naam 23] getekende versie aangetroffen in een e-mail van 14 april 2014. Deze e-mail is gericht aan [naam 1] en verstuurd door [naam 14] namens [bedrijf 2] . In de e-mail vroeg [naam 14] waar het contract naar toe moest worden gestuurd voor het laten ondertekenen door de wederpartij. In de hiervoor aangehaalde e-mail van 19 mei 2014 verzonden door [naam 1] is het BC-contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] van 24 februari 2014 als bijlage meegezonden. [naam 1] schreef in de e-mail dat hij ook de betalingsbevestiging voor de betaling van € 555.000,- van [bedrijf 7] aan [bedrijf 2] en de eerste factuur van [bedrijf 13] aan [bedrijf 2] had meegezonden. Zowel de betalingsbevestiging als de factuur zijn als bijlagen verstuurd in dezelfde e-mail. Ook schreef [naam 1] : ‘ Please, let us know when payment is done ’. [naam 15] heeft namens [bedrijf 2] op 28 juli 2014 een getekende versie van het contract tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 13] gemaild naar [naam 10] . [naam 15] schreef hierbij: As requested, please find herewith kindly attached the executed Engineering Services Agreement between [bedrijf 2] and [bedrijf 13] dated 24.02.2014 .’ Dit contract komt overeen met de versie die bij de fysiek in beslag genomen stukken is aangetroffen, gelet op de parafen en handtekeningen die op het contract staan. [bedrijf 2] : facturen en geldstromen 2014 Op het transactieoverzicht van de USD rekening [rekeningnummer 3] van [bedrijf 2] , de in fysiek in beslag genomen ING-afschriften van diezelfde USD rekening en een transactieoverzicht van de EUR rekening [rekeningnummer 4] van [bedrijf 2] is te zien dat [bedrijf 2] in 2014 vier termijnenbedragen van elk € 550.000,- heeft ontvangen. [bedrijf 2] heeft aan [bedrijf 13] vier betalingen van € 512.800,- per keer verricht. Achter afschrift nummer 15 van de ING-bank op naam van [bedrijf 2] is een factuur van [bedrijf 2] aan [bedrijf 7] aangetroffen gedateerd 15 april 2014 voor een bedrag van € 550.000,-. Het bedrag is door [bedrijf 2] ontvangen op 23 april 2014.
Volledig
Achter ING-afschrift nummer 18 van een bankrekening op naam van [bedrijf 2] is een factuur van [bedrijf 13] aan [bedrijf 2] aangetroffen gedateerd 6 mei 2014 voor een bedrag van € 512.800,-. Het bedrag is door [bedrijf 2] betaald op 21 mei 2025. Het verschil tussen de door [bedrijf 4] aan [bedrijf 2] betaalde bedragen en de door [bedrijf 2] aan [bedrijf 13] betaalde bedragen over het jaar 2014 bedraagt in totaal € 168.800,-. Na aftrek van de betalingen aan [bedrijf 26] , voor een totaalbedrag van $ 91.300,-, komt het uiteindelijke bedrag dat [bedrijf 2] heeft overgehouden op $ 77.500,-. 4.4.1.3.3 [medeverdachte bedrijf] B.V. 4.4.1.3.3.1 [medeverdachte bedrijf] : contracten en factuur 2012 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur: een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] Inc. d.d. 14 juni 2012; een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 9] LTD d.d. 5 juli 2012, en; een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 16 december 2013 met kenmerk [factuurnummer 3] . BC-contract [bedrijf 8] x [medeverdachte bedrijf] 2012 In de fysiek in beslag genomen stukken is een agentovereenkomst aangetroffen tussen [medeverdachte bedrijf] als ‘ agen t’ en [bedrijf 8] als ‘ principal ’. Het contract is gedateerd 14 juni 2012 en namens [medeverdachte bedrijf] ondertekend door [medeverdachte] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. Het contract vermeldt dat [medeverdachte bedrijf] ten behoeve en voor risico van [bedrijf 8] doch handelende uit eigen naam een overeenkomst zal aangaan met [bedrijf 9] voor de aankoop van apparatuur, wat als volgt is omschreven: ‘ 1.Acting for the account and risk of The Principal as aforesaid, The Agent will enter into the aforementioned agreement with [bedrijf 9] in order to observe the list of suppliers and equipment required by [bedrijf 9] , to support in the identification of manufacturers and suppliers of the equipment as well as to verify, among others, commercial conditions and financing schemes, to plan the logistics on the mobilization of the equipment, as well as any other services detailed in the agreement .’ Als vergoeding zal [medeverdachte bedrijf] een commissie van 4% in rekening brengen, gebaseerd op het geldbedrag dat wordt gefactureerd aan [bedrijf 9] . Deze commissie zal vervolgens in mindering gebracht worden op het geldbedrag dat in rekening wordt gebracht door [bedrijf 8] . Het contract was aangehecht aan een geprinte e-mail van 31 januari 2014, verzonden door [naam 1] aan [medeverdachte bedrijf] en ‘ [bijnaam 3] ’. Naast het contract was ook een factuur (invoice [factuurnummer 17] ) van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] voor een bedrag van $ 9.511.707,06 gehecht aan de geprinte e-mail. BA-contract [bedrijf 9] X [medeverdachte bedrijf] 2012 In de fysiek in beslag genomen stukken is een contract tussen [bedrijf 9] en [medeverdachte bedrijf] aangetroffen. Het contract is gedateerd 5 juli 2012. Het contract is namens [medeverdachte bedrijf] getekend door [medeverdachte] . Op de overeenkomst is het recht van Engeland en Wales van toepassing verklaard. De uit hoofde van het contract te verlenen diensten door [medeverdachte bedrijf] bestaan – zakelijk gezegd – uit de internationale inkoop van de apparatuur neergelegd in een nader omschreven lijst volgens de specificaties die zijn opgesteld door [bedrijf 9] . Die diensten omvatten onder meer het identificeren van bepaalde aanbieders van de gezochte apparatuur met bijbehorende leverings- en commerciële voorwaarden en [bedrijf 9] ondersteunen bij onderhandelingen met producten of aanbieders van de apparatuur. Als vergoeding krijgt [medeverdachte bedrijf] van 4% van de aanschafwaarde van de apparatuur en materialen. [medeverdachte bedrijf] : correspondentie contracten 2012 ‘ [bijnaam 3] ’ heeft op 28 januari 2014 een e-mail verzonden naar een algemeen e-mailadres van [medeverdachte bedrijf] en in kopie aan [naam 1] en [naam 10] . In de e-mail schreef ‘ [bijnaam 3] ’ dat een kopie van de Swift-betalingsbevestiging is bijgevoegd met betrekking tot de betaling van een bedrag van $ 9.511.707,06 van [bedrijf 9] aan [medeverdachte bedrijf] op grond van de ‘ equipment procurement agreement ’. Verder verzocht ‘ [bijnaam 3] ’ [medeverdachte bedrijf] om - nadat [medeverdachte bedrijf] het geldbedrag heeft ontvangen - de betaling te regelen voor een bedrag van $ 9.131.238,77 met betrekking tot de tevens bijgesloten factuur (invoice) ‘ [bedrijf 8] x [medeverdachte bedrijf] [factuurnummer 18] ’ op grond van het subcontract. Tot slot verzocht ‘ [bijnaam 3] ’ in de mail om een kopie van de Swift-betalingsbevestiging nadat de betaling zou zijn verricht. Met de e-mail zijn de volgende bijlagen verstuurd: ‘ [bestandsnaam 6] met Invoice date 10-12-2013’, en ; ‘ [bestandsnaam 7] .’ Dit betreffen de factuur van [bedri
Volledig
Achter ING-afschrift nummer 18 van een bankrekening op naam van [bedrijf 2] is een factuur van [bedrijf 13] aan [bedrijf 2] aangetroffen gedateerd 6 mei 2014 voor een bedrag van € 512.800,-. Het bedrag is door [bedrijf 2] betaald op 21 mei 2025. Het verschil tussen de door [bedrijf 4] aan [bedrijf 2] betaalde bedragen en de door [bedrijf 2] aan [bedrijf 13] betaalde bedragen over het jaar 2014 bedraagt in totaal € 168.800,-. Na aftrek van de betalingen aan [bedrijf 26] , voor een totaalbedrag van $ 91.300,-, komt het uiteindelijke bedrag dat [bedrijf 2] heeft overgehouden op $ 77.500,-. 4.4.1.3.3 [medeverdachte bedrijf] B.V. 4.4.1.3.3.1 [medeverdachte bedrijf] : contracten en factuur 2012 De rechtbank bespreekt hierna de volgende ten laste gelegde contracten en factuur: een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 8] Inc. d.d. 14 juni 2012; een contract tussen [medeverdachte bedrijf] en [bedrijf 9] LTD d.d. 5 juli 2012, en; een factuur van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] LTD d.d. 16 december 2013 met kenmerk [factuurnummer 3] . BC-contract [bedrijf 8] x [medeverdachte bedrijf] 2012 In de fysiek in beslag genomen stukken is een agentovereenkomst aangetroffen tussen [medeverdachte bedrijf] als ‘ agen t’ en [bedrijf 8] als ‘ principal ’. Het contract is gedateerd 14 juni 2012 en namens [medeverdachte bedrijf] ondertekend door [medeverdachte] . Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. Het contract vermeldt dat [medeverdachte bedrijf] ten behoeve en voor risico van [bedrijf 8] doch handelende uit eigen naam een overeenkomst zal aangaan met [bedrijf 9] voor de aankoop van apparatuur, wat als volgt is omschreven: ‘ 1.Acting for the account and risk of The Principal as aforesaid, The Agent will enter into the aforementioned agreement with [bedrijf 9] in order to observe the list of suppliers and equipment required by [bedrijf 9] , to support in the identification of manufacturers and suppliers of the equipment as well as to verify, among others, commercial conditions and financing schemes, to plan the logistics on the mobilization of the equipment, as well as any other services detailed in the agreement .’ Als vergoeding zal [medeverdachte bedrijf] een commissie van 4% in rekening brengen, gebaseerd op het geldbedrag dat wordt gefactureerd aan [bedrijf 9] . Deze commissie zal vervolgens in mindering gebracht worden op het geldbedrag dat in rekening wordt gebracht door [bedrijf 8] . Het contract was aangehecht aan een geprinte e-mail van 31 januari 2014, verzonden door [naam 1] aan [medeverdachte bedrijf] en ‘ [bijnaam 3] ’. Naast het contract was ook een factuur (invoice [factuurnummer 17] ) van [medeverdachte bedrijf] aan [bedrijf 9] voor een bedrag van $ 9.511.707,06 gehecht aan de geprinte e-mail. BA-contract [bedrijf 9] X [medeverdachte bedrijf] 2012 In de fysiek in beslag genomen stukken is een contract tussen [bedrijf 9] en [medeverdachte bedrijf] aangetroffen. Het contract is gedateerd 5 juli 2012. Het contract is namens [medeverdachte bedrijf] getekend door [medeverdachte] . Op de overeenkomst is het recht van Engeland en Wales van toepassing verklaard. De uit hoofde van het contract te verlenen diensten door [medeverdachte bedrijf] bestaan – zakelijk gezegd – uit de internationale inkoop van de apparatuur neergelegd in een nader omschreven lijst volgens de specificaties die zijn opgesteld door [bedrijf 9] . Die diensten omvatten onder meer het identificeren van bepaalde aanbieders van de gezochte apparatuur met bijbehorende leverings- en commerciële voorwaarden en [bedrijf 9] ondersteunen bij onderhandelingen met producten of aanbieders van de apparatuur. Als vergoeding krijgt [medeverdachte bedrijf] van 4% van de aanschafwaarde van de apparatuur en materialen. [medeverdachte bedrijf] : correspondentie contracten 2012 ‘ [bijnaam 3] ’ heeft op 28 januari 2014 een e-mail verzonden naar een algemeen e-mailadres van [medeverdachte bedrijf] en in kopie aan [naam 1] en [naam 10] . In de e-mail schreef ‘ [bijnaam 3] ’ dat een kopie van de Swift-betalingsbevestiging is bijgevoegd met betrekking tot de betaling van een bedrag van $ 9.511.707,06 van [bedrijf 9] aan [medeverdachte bedrijf] op grond van de ‘ equipment procurement agreement ’. Verder verzocht ‘ [bijnaam 3] ’ [medeverdachte bedrijf] om - nadat [medeverdachte bedrijf] het geldbedrag heeft ontvangen - de betaling te regelen voor een bedrag van $ 9.131.238,77 met betrekking tot de tevens bijgesloten factuur (invoice) ‘ [bedrijf 8] x [medeverdachte bedrijf] [factuurnummer 18] ’ op grond van het subcontract. Tot slot verzocht ‘ [bijnaam 3] ’ in de mail om een kopie van de Swift-betalingsbevestiging nadat de betaling zou zijn verricht. Met de e-mail zijn de volgende bijlagen verstuurd: ‘ [bestandsnaam 6] met Invoice date 10-12-2013’, en ; ‘ [bestandsnaam 7] .’ Dit betreffen de factuur van [bedri