Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-04-14
ECLI:NL:RBOVE:2026:2039
RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Almelo Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 25/1392 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiseres], uit [woonplaats], eiseres en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap , Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), gemachtigde: [gemachtigde]. Inleiding 1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen haar studieschuld en het maandelijkse termijnbedrag. Met het besluit van 8 november 2024 heeft DUO het maandelijkse termijnbedrag voor het jaar 2025 op basis van het inkomen van eiseres en haar partner vastgesteld op € 129,94 per maand. 1.1. Eiseres heeft op 19 december 2024 een bezwaarschrift ingediend tegen de studieschuld. Ook heeft zij op diezelfde dag een bezwaarschrift ingediend tegen de hoogte van het vastgestelde maandbedrag. 1.2. Het laatste bezwaarschrift heeft DUO opgevat als een verzoek om het peiljaar te verleggen. Met het besluit van 3 april 2025 is het maandelijkse termijnbedrag per januari 2025 vastgesteld op € 71,10. 1.3. Met de beslissing op bezwaar van 31 maart 2025 heeft DUO het bezwaar tegen de studieschuld niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dat besluit heeft eiseres beroep ingesteld. DUO heeft op het beroep van eiseres gereageerd met een verweerschrift. 1.4. De rechtbank heeft het beroep op 21 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van DUO. Ook de partner van eiseres was aanwezig. 1.5. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting geschorst, omdat met partijen is afgesproken dat eiseres haar nieuwe informatie naar de gemachtigde van DUO stuurt én naar de rechtbank. 1.6. Eiseres heeft op 1 september 2025 de betreffende informatie opgestuurd met een e-mailbericht aan de gemachtigde van DUO, die bij de zitting op 21 augustus 2025 aanwezig was. 1.7. DUO heeft op 1 oktober 2025 verzocht om uitstel, omdat het opvragen van nadere informatie uit het archief langer duurde dan verwacht. De rechtbank heeft dit uitstelverzoek toegewezen. 1.8. Op 14 oktober 2025 heeft DUO schriftelijk gereageerd. Eiseres is in de gelegenheid gesteld om daarop te reageren. Eiseres heeft op 28 oktober 2025 gereageerd en daarbij ook verzocht om een nadere zitting. 1.9. De rechtbank heeft op 18 december 2025 aan partijen te kennen gegeven dat een andere rechter de beroepszaak verder zal behandelen, omdat de behandelend rechter ziek is geworden en langdurig afwezig zal zijn. 1.10. De rechtbank heeft het beroep op 9 maart 2026 nogmaals op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van DUO. Ook de echtgenote van eiseres was aanwezig. Standpunt van DUO 2. Volgens DUO is het bezwaarschrift van 19 december 2024 tegen de studieschuld niet-ontvankelijk, omdat het besluit van 8 november 2024 niet over die studieschuld gaat. Dat besluit gaat over de hoogte van het maandelijkse termijnbedrag. 2.1. In het verweerschrift en tijdens de zittingen is toegelicht dat de besluiten over de studieschuld al in 2008 en 2010 zijn genomen en dat daar geen bezwaar tegen is gemaakt. Daarbij heeft DUO aangegeven dat zij begrijpen dat eiseres vanwege haar persoonlijke omstandigheden destijds niet binnen de bezwaartermijn van zes weken bezwaar kon maken, maar dat dat niet wegneemt dat zij binnen vijf jaar na het besluit van 12 februari 2010 om herstel had kunnen verzoeken. Volgens DUO is niet gebleken dat sprake was van bijzondere omstandigheden waardoor dat niet mogelijk was. Standpunten eiseres 3. Eiseres stelt – samengevat weergegeven - dat er geen studieschuld kan zijn ontstaan omdat zij van 2006 tot en met 2008 een opleiding heeft gevolgd en daarvoor een diploma heeft behaald. Ter onderbouwing van haar standpunten heeft eiseres een kopie van haar diploma, cijferlijst en schoolverklaring overgelegd. 3.1. Volgens eiseres is de studieschuld in eerste instantie ontstaan door nalatigheid van DUO en heeft zij zelf telkens naar eer en geweten gehandeld. Destijds is zij naar het kantoor van DUO in Enschede gegaan om alles te bespreken. Zij g