Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-04-07
ECLI:NL:RBOVE:2026:1846
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,001 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1846 text/xml public 2026-04-10T12:00:21 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-07 AK_26_997 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1846 text/html public 2026-04-08T14:08:14 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1846 Rechtbank Overijssel , 07-04-2026 / AK_26_997 vovo. APV. ontheffingsbesluit sluitingstijding i.v.m. pilot. Overlast omwonenden. College had omwonenden beter moeten betrekken, maar kan hersteld worden in bezwaar. Overige bezwaargronden geen redelijke kans van slagen. Belang college weegt zwaarder. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 26/997 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , uit [woonplaats] , hierna: [eisers] (gemachtigde: [eiser 1] ), en de burgemeester van Dinkelland , hierna: de burgemeester, (gemachtigden: mr. S.J.M. Kuipers en mr. L.G. Bossink-Gortemaker). Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: [derde belanghebbende 1] uit [vestigingsplaats 1] en [derde belanghebbende 2] uit [vestigingsplaats 2] . 1 Samenvatting 1.1. De burgemeester heeft op 12 maart 2026 aan [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] ontheffing verleend voor het verruimen van de sluitingstijden van 02:00 naar 03:00 uur voor de vrijdag- en zaterdagnacht. De ontheffing is verleend in het kader van een pilot, en geldt vanaf 15 maart 2026 tot en met 15 juni 2026. [eisers] wonen tussen beide cafés en zijn het niet eens met deze tijdelijke verruiming. Zij hebben om die reden bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af, omdat de bezwaren geen redelijke kans van slagen hebben en de belangenafweging mede in dat licht geen aanleiding vormt voor het treffen van een voorlopige voorziening. 2 Inleiding: feiten en procesverloop 2.1. Met de besluiten van 12 maart 2026 heeft de burgemeester besloten om aan [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] op grond van artikel 2.29, vierde lid van de Algemene plaatselijke verordening een ontheffing te verlenen voor het tijdelijk verruimen van de sluitingstijden, voor de periode van 15 maart 2026 tot en met 15 juni 2026. 2.2. Specifiek wordt de ontheffing verleend voor de sluitingstijden op zaterdag en zondag (de nacht van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag). De sluitingstijden worden verruimd van 02:00 naar 03:00 uur. 2.3. Reden voor deze tijdelijke ontheffing betreft een pilot. Daarmee wil de burgemeester een goed beeld krijgen van de gevolgen van de verruiming van de sluitingstijden om te kunnen beoordelen of er de mogelijkheid is om de sluitingstijden in de Algemene plaatselijke verordening aan te passen dan wel het sluitingstijdenbeleid te actualiseren. In de pilot wil de burgemeester – kort weergegeven – onderzoeken of er voldoende ruimte kan worden geboden voor de jeugd om uit te gaan, of de ondernemers hun verantwoordelijkheid beter gaan nemen en tegelijkertijd in kan worden gezet op het terugdringen van overlast. Met een latere sluitingstijd wordt het lokale uitgaansaanbod meer ruimte geboden en kan mogelijk de overlast verminderen, doordat er sprake is van een meer geleidelijke uitstroom. Bij het opstarten van de pilot heeft de burgemeester zich gebaseerd op signalen vanuit inwoners en ondernemers over overlast en het gebruik van deze aanpak in andere gemeenten in Twente. De pilot is feitelijk gestart in het weekend van 21 en 22 maart 2026. 2.4. [eisers] wonen tussen beide cafés aan de looproute, aan de [locatie]. Zij zijn het niet eens met de verleende ontheffingen. Zij vrezen en ervaren meer overlast en voelen zich – kort gezegd – niet gehoord. Zij willen dat de pilot stopt. Tegen de ontheffingen hebben zij op 18 maart 2026 bezwaar gemaakt. Omdat de termijn die is gegeven bij de verleende ontheffingenbesluiten mogelijk verloopt voordat op hun bezwaar is beslist, hebben zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. 2.5. De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 2.6. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens [eisers] : [eiser 1] (via Teams), en de gemachtigden van de burgemeester. Namens [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] is niemand verschenen. 3 Beoordeling door de voorzieningenrechter 3.1. De voorzieningenrechter zal het verzoek afwijzen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Het beoordelingskader 3.2. Als tegen een besluit voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 3.3. De voorzieningenrechter bekijkt of het nodig is om de besluiten van de burgemeester te schorsen in afwachting van de beslissing op het bezwaar. De voorzieningenrechter beoordeelt daarbij eerst of sprake is van onverwijlde spoed. Vervolgens geeft de voorzieningenrechter een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van de besluiten en daarmee van de kans van slagen van het bezwaarschrift, en weegt hij de belangen van partijen bij een schorsing. Daarbij geldt dat hoe zekerder de voorzieningenrechter is over de rechtmatigheid van de besluiten, hoe minder ruimte er is om gewicht toe te kennen aan de belangen van [eisers] bij het schorsen daarvan. Spoedeisend belang 3.4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eisers] een spoedeisend belang hebben bij een beoordeling door de voorzieningenrechter. Op zitting heeft de burgemeester aangegeven dat hij verwacht dat niet op het bezwaar zal worden beslist voordat de termijn die in de ontheffingsbesluiten is genoemd is afgelopen. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven. Voorlopige rechtmatigheidsbeoordeling 3.5. De voorzieningenrechter heeft de burgemeester op zitting gevraagd hoe deze pilot en de daaraan gekoppelde ontheffingsbesluiten tot stand zijn gekomen. Door de burgemeester is toegelicht dat er in het verleden sprake is geweest van overlast en dat hij mede op basis daarvan, de sluitingstijden en het beleid dat daarop ziet kritisch tegen het licht wil houden. Bij de start van de pilot is in dat kader het eigen meldingssysteem geraadpleegd en is uitvraag gedaan bij het team toezicht en handhaving en bij de politie, waaruit geen overtredingen naar voren zijn gekomen. Daarna is er door de burgemeester voor gekozen om enkel de horecaondernemers te betrekken bij de opstart van de pilot. Het idee daarvan is geweest om de ondernemers de rol te geven om met omwonenden in contact te treden over de pilot, met de achterliggende gedachte dat daarmee ook een goede communicatielijn kan ontstaan tussen ondernemers en omwonenden ten aanzien van de overlast. Vervolgens heeft er tussen de burgemeester en de horecaondernemers op 6 maart 2026 een gesprek plaatsgevonden over de pilot en (de afweging bij) de ontheffingsbesluiten, waarna de ontheffingsbesluiten zijn verleend en de pilot is gestart. Over het monitoren en de evaluatie van de pilot heeft de burgemeester toegelicht dat ook dit in samenspraak zal gaan met enkel de ondernemers, team toezicht en handhaving en de politie. Wel kunnen omwonenden bij overlast melding maken bij de ondernemers of via de gebruikelijke wijze bij de gemeente, welke meldingen dan zullen worden meegenomen door de burgemeester bij zijn verdere beoordeling van de pilot en de ontheffingsbesluiten. 3.6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester de ontheffingsbesluiten onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1846 text/xml public 2026-04-10T12:00:21 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-04-07 AK_26_997 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1846 text/html public 2026-04-08T14:08:14 2026-04-10 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1846 Rechtbank Overijssel , 07-04-2026 / AK_26_997 vovo. APV. ontheffingsbesluit sluitingstijding i.v.m. pilot. Overlast omwonenden. College had omwonenden beter moeten betrekken, maar kan hersteld worden in bezwaar. Overige bezwaargronden geen redelijke kans van slagen. Belang college weegt zwaarder. RECHTBANK OVERIJSSEL Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht zaaknummer: ZWO 26/997 uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , uit [woonplaats] , hierna: [eisers] (gemachtigde: [eiser 1] ), en de burgemeester van Dinkelland , hierna: de burgemeester, (gemachtigden: mr. S.J.M. Kuipers en mr. L.G. Bossink-Gortemaker). Als derde-partijen nemen aan de zaak deel: [derde belanghebbende 1] uit [vestigingsplaats 1] en [derde belanghebbende 2] uit [vestigingsplaats 2] . 1 Samenvatting 1.1. De burgemeester heeft op 12 maart 2026 aan [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] ontheffing verleend voor het verruimen van de sluitingstijden van 02:00 naar 03:00 uur voor de vrijdag- en zaterdagnacht. De ontheffing is verleend in het kader van een pilot, en geldt vanaf 15 maart 2026 tot en met 15 juni 2026. [eisers] wonen tussen beide cafés en zijn het niet eens met deze tijdelijke verruiming. Zij hebben om die reden bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. 1.2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af, omdat de bezwaren geen redelijke kans van slagen hebben en de belangenafweging mede in dat licht geen aanleiding vormt voor het treffen van een voorlopige voorziening. 2 Inleiding: feiten en procesverloop 2.1. Met de besluiten van 12 maart 2026 heeft de burgemeester besloten om aan [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] op grond van artikel 2.29, vierde lid van de Algemene plaatselijke verordening een ontheffing te verlenen voor het tijdelijk verruimen van de sluitingstijden, voor de periode van 15 maart 2026 tot en met 15 juni 2026. 2.2. Specifiek wordt de ontheffing verleend voor de sluitingstijden op zaterdag en zondag (de nacht van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag). De sluitingstijden worden verruimd van 02:00 naar 03:00 uur. 2.3. Reden voor deze tijdelijke ontheffing betreft een pilot. Daarmee wil de burgemeester een goed beeld krijgen van de gevolgen van de verruiming van de sluitingstijden om te kunnen beoordelen of er de mogelijkheid is om de sluitingstijden in de Algemene plaatselijke verordening aan te passen dan wel het sluitingstijdenbeleid te actualiseren. In de pilot wil de burgemeester – kort weergegeven – onderzoeken of er voldoende ruimte kan worden geboden voor de jeugd om uit te gaan, of de ondernemers hun verantwoordelijkheid beter gaan nemen en tegelijkertijd in kan worden gezet op het terugdringen van overlast. Met een latere sluitingstijd wordt het lokale uitgaansaanbod meer ruimte geboden en kan mogelijk de overlast verminderen, doordat er sprake is van een meer geleidelijke uitstroom. Bij het opstarten van de pilot heeft de burgemeester zich gebaseerd op signalen vanuit inwoners en ondernemers over overlast en het gebruik van deze aanpak in andere gemeenten in Twente. De pilot is feitelijk gestart in het weekend van 21 en 22 maart 2026. 2.4. [eisers] wonen tussen beide cafés aan de looproute, aan de [locatie]. Zij zijn het niet eens met de verleende ontheffingen. Zij vrezen en ervaren meer overlast en voelen zich – kort gezegd – niet gehoord. Zij willen dat de pilot stopt. Tegen de ontheffingen hebben zij op 18 maart 2026 bezwaar gemaakt. Omdat de termijn die is gegeven bij de verleende ontheffingenbesluiten mogelijk verloopt voordat op hun bezwaar is beslist, hebben zij de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. 2.5. De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. 2.6. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens [eisers] : [eiser 1] (via Teams), en de gemachtigden van de burgemeester. Namens [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] is niemand verschenen. 3 Beoordeling door de voorzieningenrechter 3.1. De voorzieningenrechter zal het verzoek afwijzen. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Het beoordelingskader 3.2. Als tegen een besluit voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 3.3. De voorzieningenrechter bekijkt of het nodig is om de besluiten van de burgemeester te schorsen in afwachting van de beslissing op het bezwaar. De voorzieningenrechter beoordeelt daarbij eerst of sprake is van onverwijlde spoed. Vervolgens geeft de voorzieningenrechter een voorlopig oordeel over de rechtmatigheid van de besluiten en daarmee van de kans van slagen van het bezwaarschrift, en weegt hij de belangen van partijen bij een schorsing. Daarbij geldt dat hoe zekerder de voorzieningenrechter is over de rechtmatigheid van de besluiten, hoe minder ruimte er is om gewicht toe te kennen aan de belangen van [eisers] bij het schorsen daarvan. Spoedeisend belang 3.4. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eisers] een spoedeisend belang hebben bij een beoordeling door de voorzieningenrechter. Op zitting heeft de burgemeester aangegeven dat hij verwacht dat niet op het bezwaar zal worden beslist voordat de termijn die in de ontheffingsbesluiten is genoemd is afgelopen. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven. Voorlopige rechtmatigheidsbeoordeling 3.5. De voorzieningenrechter heeft de burgemeester op zitting gevraagd hoe deze pilot en de daaraan gekoppelde ontheffingsbesluiten tot stand zijn gekomen. Door de burgemeester is toegelicht dat er in het verleden sprake is geweest van overlast en dat hij mede op basis daarvan, de sluitingstijden en het beleid dat daarop ziet kritisch tegen het licht wil houden. Bij de start van de pilot is in dat kader het eigen meldingssysteem geraadpleegd en is uitvraag gedaan bij het team toezicht en handhaving en bij de politie, waaruit geen overtredingen naar voren zijn gekomen. Daarna is er door de burgemeester voor gekozen om enkel de horecaondernemers te betrekken bij de opstart van de pilot. Het idee daarvan is geweest om de ondernemers de rol te geven om met omwonenden in contact te treden over de pilot, met de achterliggende gedachte dat daarmee ook een goede communicatielijn kan ontstaan tussen ondernemers en omwonenden ten aanzien van de overlast. Vervolgens heeft er tussen de burgemeester en de horecaondernemers op 6 maart 2026 een gesprek plaatsgevonden over de pilot en (de afweging bij) de ontheffingsbesluiten, waarna de ontheffingsbesluiten zijn verleend en de pilot is gestart. Over het monitoren en de evaluatie van de pilot heeft de burgemeester toegelicht dat ook dit in samenspraak zal gaan met enkel de ondernemers, team toezicht en handhaving en de politie. Wel kunnen omwonenden bij overlast melding maken bij de ondernemers of via de gebruikelijke wijze bij de gemeente, welke meldingen dan zullen worden meegenomen door de burgemeester bij zijn verdere beoordeling van de pilot en de ontheffingsbesluiten. 3.6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester de ontheffingsbesluiten onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid.