Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-03-30
ECLI:NL:RBOVE:2026:1834
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,128 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1834 text/xml public 2026-04-07T15:20:17 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-30 NL:TZ:2600386:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1834 text/html public 2026-04-07T15:19:50 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1834 Rechtbank Overijssel , 30-03-2026 / NL:TZ:2600386:R-RK Toewijzing verzoek Wsnp en eerdere ingangsdatum. RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Zwolle Rekestnummer: NL:TZ:2600386:R-RK Vonnis van maandag 30 maart 2026 op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1], verzoeker, hierna te noemen [verzoeker], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht. De rechtbank wijst de verzoeken toe. 1 De procedure 1.1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van maandag 23 maart 2026, waarbij aanwezig waren: - [verzoeker]; - mevrouw [partner], partner van [verzoeker]; - mevrouw [naam], namens [bedrijf], (beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener). 1.2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek 2.1. [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. 3 De beoordeling 3.1. Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken. 3.3. [verzoeker] is op 22 februari 2022 gehuwd in (beperkte) gemeenschap van goederen met [partner]. Samen met hun twee minderjarige dochters wonen zij in een huurwoning in [woonplaats]. [partner] heeft eveneens een verzoek gedaan om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Op dit verzoek zal bij apart vonnis worden beslist. 3.4. [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 29 juli 2025. De rechtbank dient te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht en de afdrachtplicht heeft voldaan. [verzoeker] ontvangt een Wajong-uitkering, zodat er geen inspanningsplicht in de zin van het verwerven en behouden van betaalde arbeid meer op hem rust. Op basis van de overgelegde berekening van het vrij te laten bedrag, de inkomensspecificaties en specificaties van huur en toeslagen concludeert de rechtbank dat er geen sprake van enige afdrachtcapaciteit is nu het inkomen lager is dan het vastgestelde vrij te laten bedrag. Op grond van vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling worden bepaald op 29 juli 2025. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1]; 4.2. stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 29 juli 2025; 4.3. benoemt tot rechter-commissaris mr. K.J. Haarhuis; 4.4. benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2]; 4.5. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.6. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.7. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1834 text/xml public 2026-04-07T15:20:17 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-30 NL:TZ:2600386:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1834 text/html public 2026-04-07T15:19:50 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1834 Rechtbank Overijssel , 30-03-2026 / NL:TZ:2600386:R-RK Toewijzing verzoek Wsnp en eerdere ingangsdatum. RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Zwolle Rekestnummer: NL:TZ:2600386:R-RK Vonnis van maandag 30 maart 2026 op het verzoek van [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1], verzoeker, hierna te noemen [verzoeker], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [verzoeker] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht. De rechtbank wijst de verzoeken toe. 1 De procedure 1.1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen; - de zitting van maandag 23 maart 2026, waarbij aanwezig waren: - [verzoeker]; - mevrouw [partner], partner van [verzoeker]; - mevrouw [naam], namens [bedrijf], (beschermingsbewindvoerder en schuldhulpverlener). 1.2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek 2.1. [verzoeker] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [verzoeker] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. 3 De beoordeling 3.1. Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen. [verzoeker] heeft voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 van de Faillissementswet. Van een grond voor afwijzing van het verzoek is niet gebleken. 3.3. [verzoeker] is op 22 februari 2022 gehuwd in (beperkte) gemeenschap van goederen met [partner]. Samen met hun twee minderjarige dochters wonen zij in een huurwoning in [woonplaats]. [partner] heeft eveneens een verzoek gedaan om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Op dit verzoek zal bij apart vonnis worden beslist. 3.4. [verzoeker] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op 29 juli 2025. De rechtbank dient te beoordelen of [verzoeker] tijdens het minnelijk traject aan de inspanningsplicht en de afdrachtplicht heeft voldaan. [verzoeker] ontvangt een Wajong-uitkering, zodat er geen inspanningsplicht in de zin van het verwerven en behouden van betaalde arbeid meer op hem rust. Op basis van de overgelegde berekening van het vrij te laten bedrag, de inkomensspecificaties en specificaties van huur en toeslagen concludeert de rechtbank dat er geen sprake van enige afdrachtcapaciteit is nu het inkomen lager is dan het vastgestelde vrij te laten bedrag. Op grond van vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling worden bepaald op 29 juli 2025. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1]; 4.2. stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op de achttien maanden, te rekenen vanaf 29 juli 2025; 4.3. benoemt tot rechter-commissaris mr. K.J. Haarhuis; 4.4. benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2]; 4.5. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [verzoeker] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.6. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.7. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.