Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-03-16
ECLI:NL:RBOVE:2026:1791
Civiel recht; Insolventierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,127 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1791 text/xml public 2026-04-07T12:22:19 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-16 NL:TZ:2504195:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1791 text/html public 2026-04-07T12:21:30 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1791 Rechtbank Overijssel , 16-03-2026 / NL:TZ:2504195:R-RK Toewijzing verzoek Wsnp, afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum. RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Almelo Rekestnummer: NL:TZ:2504195:R-RK Vonnis van maandag 16 maart 2026 op het verzoek van [eiser] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1], verzoeker, hierna te noemen [eiser], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [eiser] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht. De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 1 De procedure 1.1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoek met bijlagen; - de zitting van maandag 2 maart 2026, waarbij aanwezig waren: - [eiser]; - de heer [naam 1], ambulant begeleider; - mevrouw [naam 2] namens Beschermingsbewind Twente B.V. 1.2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek 2.1. [eiser] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [eiser] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. 3 De beoordeling 3.1. Dit is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. [eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [eiser] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. 3.3. [eiser] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op een eerdere datum dan de datum waarop deze wordt uitgesproken. Het is de rechtbank echter niet duidelijk welke datum dat zou moeten zijn (vermoedelijk 1 juli 2025) en waarom een eerdere ingangsdatum moet worden bepaald. In het verzoek is daar slechts summier iets over opgenomen en de beschermingsbewindvoerder kon het verzoek ter zitting niet onderbouwen. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af wegens het ontbreken van een onderbouwing. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [eiser], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1]; 4.2. stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf maandag 16 maart 2026; 4.3. wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af ; 4.4. benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers; 4.5. benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2]; 4.6. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [eiser] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.7. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.8. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1791 text/xml public 2026-04-07T12:22:19 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-16 NL:TZ:2504195:R-RK Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1791 text/html public 2026-04-07T12:21:30 2026-04-07 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1791 Rechtbank Overijssel , 16-03-2026 / NL:TZ:2504195:R-RK Toewijzing verzoek Wsnp, afwijzing verzoek eerdere ingangsdatum. RECHTBANK Overijssel Team Insolventie Zittingsplaats Almelo Rekestnummer: NL:TZ:2504195:R-RK Vonnis van maandag 16 maart 2026 op het verzoek van [eiser] , geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1], verzoeker, hierna te noemen [eiser], tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Samenvatting [eiser] heeft verzocht om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling en heeft daarbij om een eerdere ingangsdatum verzocht. De rechtbank wijst het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling toe en wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af. 1 De procedure 1.1. De procedure bestaat uit: - het schuldsaneringsverzoek met bijlagen; - de zitting van maandag 2 maart 2026, waarbij aanwezig waren: - [eiser]; - de heer [naam 1], ambulant begeleider; - mevrouw [naam 2] namens Beschermingsbewind Twente B.V. 1.2. De uitspraak is bepaald op vandaag. 2 Het verzoek 2.1. [eiser] verzoekt om te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling waarbij hij ook verzoekt om de ingangsdatum van de termijn van de schuldsanering op een eerdere datum te bepalen. Volgens [eiser] heeft hij een schuldenlast die hij niet zelf kan aflossen. 3 De beoordeling 3.1. Dit is een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3, eerste lid, van de Insolventieverordening (EU 2015/848)). 3.2. De rechtbank wijst het verzoek toe. [eiser] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Ook heeft [eiser] voldoende aannemelijk gemaakt dat hij de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. 3.3. [eiser] verzoekt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling te bepalen op een eerdere datum dan de datum waarop deze wordt uitgesproken. Het is de rechtbank echter niet duidelijk welke datum dat zou moeten zijn (vermoedelijk 1 juli 2025) en waarom een eerdere ingangsdatum moet worden bepaald. In het verzoek is daar slechts summier iets over opgenomen en de beschermingsbewindvoerder kon het verzoek ter zitting niet onderbouwen. De rechtbank wijst het verzoek dan ook af wegens het ontbreken van een onderbouwing. 4 De beslissing De rechtbank: 4.1. spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van: [eiser], geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats], wonende te [adres 1]; 4.2. stelt de termijn van deze schuldsaneringsregeling vast op achttien maanden, te rekenen vanaf maandag 16 maart 2026; 4.3. wijst het verzoek tot het bepalen van een eerdere ingangsdatum af ; 4.4. benoemt tot rechter-commissaris mr. A.E. Zweers; 4.5. benoemt tot bewindvoerder [bewindvoerder], [adres 2]; 4.6. geeft de bewindvoerder de opdracht om de post van [eiser] in te zien totdat de schuldsaneringsregeling eindigt, maar in elk geval niet langer dan dertien maanden; 4.7. bepaalt dat de bewindvoerder een voorschot op de vergoeding mag opnemen volgens het besluit vergoeding bewindvoerder schuldsanering. Dit kan alleen zolang de schuldsaneringsregeling loopt en voor zover de boedel toereikend is; 4.8. stelt vast dat door deze uitspraak alle gelegde beslagen komen te vervallen. Gewezen door mr. K.J. Haarhuis, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 maart 2026, in tegenwoordigheid van de griffier. Hoger beroep Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.