Rechtspraak Rechtbank Overijssel 2026-03-24

ECLI:NL:RBOVE:2026:1681

Strafrecht; Materieel strafrecht Eerste aanleg - meervoudig 4,043 tokens

Volledig

=

=

= wederrechtelijk verkregen voordeel € 77.311,85 de rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 77.311,85. 3.3 verdelingswijze op basis van de bewijsmiddelen in het vonnis acht de rechtbank aannemelijk dat de veroordeelde en zijn mededader beiden voordeel hebben genoten. nu de veroordeelden niets over de onderlinge verdeling hebben verklaard en het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt voor een andere toerekening, zal de rechtbank het voordeel pondspondsgewijze aan de veroordeelden toerekenen. voor de door de officier gevorderde hoofdelijke aansprakelijkheid ziet de rechtbank geen wettelijk aanknopingspunt. dit betekent dat van het totale wederrechtelijke voordeel van € 77.311,85 het wederrechtelijke voordeel dat de veroordeelde heeft verkregen, wordt geschat op € 38.655,93 3.4 de vaststelling van de betalingsverplichting de rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 38.655,93. 3.5 duur gijzeling.

=