Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-03-10
ECLI:NL:RBOVE:2026:1262
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,024 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1262 text/xml public 2026-03-13T12:00:27 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-10 12084436 \ CV EXPL 26-213 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Enschede Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1262 text/html public 2026-03-10T13:51:20 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1262 Rechtbank Overijssel , 10-03-2026 / 12084436 \ CV EXPL 26-213 Vordering ontbinding huurovereenkomst, ontruiming en betaling huurachterstand. Vorderingen worden toegewezen. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 12084436 \ CV EXPL 26-213 Vonnis van 10 maart 2026 in de zaak van R.K. WONINGSTICHTING ONS HUIS , te Enschede, eisende partij, hierna te noemen: Ons Huis, gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis, tegen [gedaagde] , te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de mondelinge behandeling van 10 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Ons Huis verhuurt met ingang van 21 januari 2021 aan [gedaagde] de woning aan het adres In de [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 665,63 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. [gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Ons Huis heeft [gedaagde] meerdere keren aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. 2.3. Ons Huis heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet gereageerd. Ons Huis heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering. 3 Het geschil 3.1. Ons Huis vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 1.996,89 aan huurachterstand en € 4.769,80 aan (restant) herstelkosten met nevenvorderingen. 3.2. Ons Huis legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen en door zonder toestemming van Ons Huis het gehuurde ingrijpend te verbouwen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Ons Huis de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [gedaagde] erkent de huurachterstand, maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. [gedaagde] voert aan dat hij vanwege zijn persoonlijke en financiële omstandigheden niet in staat is de achterstallige huurpenningen te voldoen. [gedaagde] heeft geen inkomsten en wacht op een uitkering. Zodra de uitkering is toegekend kan hij weer de lopende huur betalen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). 4.2. De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. 4.3. [gedaagde] heeft niet weersproken dat er een huurachterstand is die tot en met januari 2026 berekend is op een bedrag van € 1.996,89. Tevens heeft [gedaagde] de gevorderde (restant)herstelkosten aan het gehuurde van € 4.769,80 niet weersproken. De kantonrechter zal de gevorderde betaling van de hoofdsom van € 6.766,69 dan ook toewijzen. 4.4. In artikel 13 van de algemene voorwaarden is het volgende opgenomen: “13.1 Indien één der partijen in verzuim is met de nakoming van enige verplichting, welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op hem rust en daardoor door de andere partij gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van die ene partij. 13.2 De ingevolge dit artikel door de ene partij aan de andere partij te betalen buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd op het moment dat de ene partij zijn vordering op de ander uit handen geeft en bedragen tenminste 15% van de uit handen gegeven vordering, met een minimum van € 40,00 vermeerderd met het geldend BTW-percentage.” 4.5. De kantonrechter is, los van de vraag of Ons Huis er in deze procedure een beroep op doet, verplicht om ambtshalve te toetsen of dit beding een eerlijk beding is. De stelling dat zij de vordering van buitengerechtelijke incassokosten enkel heeft gebaseerd op de wet doet daar onvoldoende aan af. Een en ander volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van 8 december 2022 . 4.6. De kantonrechter overweegt het volgende. Het incassobeding suggereert dat vanaf het moment van uit handen geven direct incassokosten verschuldigd zijn. Op grond van de wet is een consument pas incassokosten verschuldigd als hij een veertiendagenbrief heeft ontvangen die aan alle in artikel 6:96 lid 6 BW genoemde eisen voldoet. Daarnaast moet de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden genoemd. Deze eisen zijn echter niet opgenomen in artikel 13 van de algemene voorwaarden. Daardoor wijkt dit beding ten nadele van consumenten aanzienlijk af van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en moet het worden vernietigd. Ons Huis heeft dus geen recht op de incassokosten. 4.7. [gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en de herstelkosten en daarom zal de gevorderde wettelijke rente van € 1.037,55 worden toegewezen. 4.8. [gedaagde] heeft tot het moment van dagvaarden € 200,00 aan de gemachtigde van Ons Huis betaald. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen tot betaling van een bedrag van € 7.604,24 aan Ons Huis (€ 6.766,69 aan hoofdsom + € 1.037,55 aan rente - € 200,00 aan betalingen). 4.9. Het is partijen niet gelukt om tijdens de procedure een betalingsregeling af te spreken. Als [gedaagde] weer inkomsten heeft en toch nog een betalingsregeling wil afspreken, moet [gedaagde] contact opnemen met de gemachtigde Ons Huis. De gemachtigde van Ons Huis zal dan bekijken of en welke mogelijkheden er dan nog zijn voor een regeling. 4.10. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Ons Huis heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.11. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. 4.12. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand drie maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1262 text/xml public 2026-03-13T12:00:27 2026-03-10 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-10 12084436 \ CV EXPL 26-213 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Enschede Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1262 text/html public 2026-03-10T13:51:20 2026-03-13 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1262 Rechtbank Overijssel , 10-03-2026 / 12084436 \ CV EXPL 26-213 Vordering ontbinding huurovereenkomst, ontruiming en betaling huurachterstand. Vorderingen worden toegewezen. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Enschede Zaaknummer: 12084436 \ CV EXPL 26-213 Vonnis van 10 maart 2026 in de zaak van R.K. WONINGSTICHTING ONS HUIS , te Enschede, eisende partij, hierna te noemen: Ons Huis, gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis, tegen [gedaagde] , te [woonplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], procederend in persoon. 1 De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding - de conclusie van antwoord - de mondelinge behandeling van 10 februari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2 De feiten 2.1. Ons Huis verhuurt met ingang van 21 januari 2021 aan [gedaagde] de woning aan het adres In de [adres] (hierna: het gehuurde). De huur bedraagt € 665,63 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. 2.2. [gedaagde] heeft (een deel van) de huur niet betaald. Ons Huis heeft [gedaagde] meerdere keren aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen. 2.3. Ons Huis heeft [gedaagde] schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet gereageerd. Ons Huis heeft [gedaagde] daarna bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering. 3 Het geschil 3.1. Ons Huis vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 1.996,89 aan huurachterstand en € 4.769,80 aan (restant) herstelkosten met nevenvorderingen. 3.2. Ons Huis legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen en door zonder toestemming van Ons Huis het gehuurde ingrijpend te verbouwen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Ons Huis de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. 3.3. [gedaagde] erkent de huurachterstand, maar is het niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. [gedaagde] voert aan dat hij vanwege zijn persoonlijke en financiële omstandigheden niet in staat is de achterstallige huurpenningen te voldoen. [gedaagde] heeft geen inkomsten en wacht op een uitkering. Zodra de uitkering is toegekend kan hij weer de lopende huur betalen. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling 4.1. De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). 4.2. De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. 4.3. [gedaagde] heeft niet weersproken dat er een huurachterstand is die tot en met januari 2026 berekend is op een bedrag van € 1.996,89. Tevens heeft [gedaagde] de gevorderde (restant)herstelkosten aan het gehuurde van € 4.769,80 niet weersproken. De kantonrechter zal de gevorderde betaling van de hoofdsom van € 6.766,69 dan ook toewijzen. 4.4. In artikel 13 van de algemene voorwaarden is het volgende opgenomen: “13.1 Indien één der partijen in verzuim is met de nakoming van enige verplichting, welke ingevolge de wet en/of de huurovereenkomst op hem rust en daardoor door de andere partij gerechtelijke en/of buitengerechtelijke maatregelen moeten worden genomen, zijn alle daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van die ene partij. 13.2 De ingevolge dit artikel door de ene partij aan de andere partij te betalen buitengerechtelijke incassokosten zijn verschuldigd op het moment dat de ene partij zijn vordering op de ander uit handen geeft en bedragen tenminste 15% van de uit handen gegeven vordering, met een minimum van € 40,00 vermeerderd met het geldend BTW-percentage.” 4.5. De kantonrechter is, los van de vraag of Ons Huis er in deze procedure een beroep op doet, verplicht om ambtshalve te toetsen of dit beding een eerlijk beding is. De stelling dat zij de vordering van buitengerechtelijke incassokosten enkel heeft gebaseerd op de wet doet daar onvoldoende aan af. Een en ander volgt uit het arrest van het Hof van Justitie van 8 december 2022 . 4.6. De kantonrechter overweegt het volgende. Het incassobeding suggereert dat vanaf het moment van uit handen geven direct incassokosten verschuldigd zijn. Op grond van de wet is een consument pas incassokosten verschuldigd als hij een veertiendagenbrief heeft ontvangen die aan alle in artikel 6:96 lid 6 BW genoemde eisen voldoet. Daarnaast moet de hoogte van de buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten worden genoemd. Deze eisen zijn echter niet opgenomen in artikel 13 van de algemene voorwaarden. Daardoor wijkt dit beding ten nadele van consumenten aanzienlijk af van de wettelijke regeling over de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en moet het worden vernietigd. Ons Huis heeft dus geen recht op de incassokosten. 4.7. [gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en de herstelkosten en daarom zal de gevorderde wettelijke rente van € 1.037,55 worden toegewezen. 4.8. [gedaagde] heeft tot het moment van dagvaarden € 200,00 aan de gemachtigde van Ons Huis betaald. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen tot betaling van een bedrag van € 7.604,24 aan Ons Huis (€ 6.766,69 aan hoofdsom + € 1.037,55 aan rente - € 200,00 aan betalingen). 4.9. Het is partijen niet gelukt om tijdens de procedure een betalingsregeling af te spreken. Als [gedaagde] weer inkomsten heeft en toch nog een betalingsregeling wil afspreken, moet [gedaagde] contact opnemen met de gemachtigde Ons Huis. De gemachtigde van Ons Huis zal dan bekijken of en welke mogelijkheden er dan nog zijn voor een regeling. 4.10. De kantonrechter heeft vastgesteld dat Ons Huis heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. 4.11. Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen. 4.12. Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand drie maanden. De huurachterstand is daarom ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.