Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2026-03-03
ECLI:NL:RBOVE:2026:1141
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,031 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1141 text/xml public 2026-03-06T12:00:17 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-03 11237413 \ CV EXPL 24-1599 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1141 text/html public 2026-03-04T11:48:50 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1141 Rechtbank Overijssel , 03-03-2026 / 11237413 \ CV EXPL 24-1599 BMN heeft bouwmaterialen verkocht en geleverd aan gedaagde. Hiervoor heeft BMN meerdere facturen gestuurd die gedaagde grotendeels niet heeft betaald. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de openstaande facturen moet betalen. Gedaagde moet daarnaast ook de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten aan BMN betalen. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: 11237413 \ CV EXPL 24-1599 Vonnis van 3 maart 2026 in de zaak van BMN BOUWMATERIALEN B.V. , rechtsopvolgster van Building Materials Distribution the Netherlands B.V., handelend onder de naam [eiser], te Nieuwegein, eisende partij, hierna te noemen: BMN, gemachtigde: mr. J.W. Hilhorst, tegen [gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf], te [vestigingsplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. E.R. Butin Bik. 1 De zaak in het kort 1.1. BMN heeft bouwmaterialen verkocht en geleverd aan [gedaagde]. Hiervoor heeft BMN meerdere facturen gestuurd die [gedaagde] grotendeels niet heeft betaald. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de openstaande facturen moet betalen. [gedaagde] moet daarnaast ook de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten aan BMN betalen. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding 25 juli 2024 met bewijsstukken; - de berichten die [gedaagde] op 12 augustus, 3 september, 8 en 21 oktober en 4 november 2024 aan de rechtbank heeft gestuurd; - het bericht van 18 december 2024 van BMN aan de rechtbank, waarmee zij de akte van 8 januari 2025 tevens vermindering van eis met bewijsstukken in deze procedure brengt; - de e-mailberichten van BMN aan de rechtbank van 14 november 2024, 23 december 2024, 13 januari 2025, 2 april 2025, 28 april 2025, 29 april 2025, 21 mei 2025, 20 juni 2025, 1 december 2025; - de e-mailberichten van [gedaagde] aan de rechtbank van 17 en 18 november 2024, 22 december 2024, 2 januari 2025, 21 mei 2025, 19 juni 2025, 21 juli 2025, 15 augustus 2025, 15 december 2025; - de akte van 16 december 2025 tevens vermindering van eis met bewijsstukken van BMN. 2.2. Op verzoek van partijen is er geen mondelinge behandeling bevolen, maar hebben zij schriftelijk doorgeprocedeerd. 2.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2.4. [gedaagde] heeft, hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, op 30 december 2025 geen antwoordakte ingediend. 3 De feiten 3.1. BMN heeft in de periode van april tot en met juli 2022 in opdracht van [gedaagde] diverse bouwmaterialen aan [gedaagde] verkocht en geleverd. BMN heeft hiervoor aan [gedaagde] de volgende facturen van in totaal € 33.412,51 inclusief gestuurd: [nummer 1] 21 april 2022 € 9.323,85 inclusief btw [nummer 2] 22 april 2022 € 4.027,97 inclusief btw [nummer 3] 4 mei 2022 € 2.361,75 inclusief btw [nummer 4] 5 mei 2022 € 194,63 inclusief btw [nummer 5] 16 mei 2022 € 1.412,28 inclusief btw [nummer 6] 19 mei 2022 € 2.893,64 inclusief btw [nummer 7] 24 mei 2022 € 4.785,99 inclusief btw [nummer 8] 25 mei 2022 € 4.864,35 inclusief btw [nummer 9] 30 mei 2022 € 493,45 inclusief btw [nummer 10] 1 juni 2022 € 1.018,90 inclusief btw [nummer 11] 7 juni 2022 € 1.984,71 inclusief btw [nummer 12] 5 juli 2022 € 50,99 inclusief btw 3.2. In artikel 7.1. van de algemene voorwaarden van BMN staat dat de facturen binnen dertig dagen na de factuurdatum betaald moeten worden, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. 3.3. BMN heeft daarnaast aan [gedaagde] vier creditnota’s gestuurd: 9005574419 16 juni 2022 € 35,09 inclusief btw [nummer 1] 3 augustus 2022 € 100,00 inclusief btw [nummer 1] 4 augustus 2022 € 100,00 inclusief btw [nummer 1] 5 augustus 2022 € 100,00 inclusief btw 3.4. Voordat BMN haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven, heeft [gedaagde] € 1.000,00 aan BMN betaald. 3.5. [gedaagde] heeft in totaal € 26.534,92 betaald aan BMN nadat zij haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven maar voordat BMN de dagvaarding heeft uitgebracht. Nadat BMN de dagvaarding heeft uitgebracht, heeft [gedaagde] in totaal € 3.150,00 aan BMN betaald. 4 Het geschil 4.1. BMN vordert – na vermindering van haar eis – dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad , veroordeelt tot betaling van € 11.036,25, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vanaf 21 mei 2024 tot aan de dag van volledige betaling. BMN specificeert haar vordering als volgt: € 32.077,42 aan hoofdsom, € 7.547,98 aan wettelijke handelsrente tot 21 mei 2024 en € 1.095,77 aan buitengerechtelijke incassokosten, verminderd met de deelbetalingen door [gedaagde] van € 26.534,92 nadat BMN haar vordering ter incasso heeft gegeven en € 3.150,00 nadat de dagvaarding is uitgebracht. BMN vordert daarnaast dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van deze procedure. 4.2. [gedaagde] voert verweer. 5 De beoordeling [gedaagde] moet de openstaande facturen, de (verschenen) rente en de buitengerechtelijke incassokosten betalen 5.1. BMN en [gedaagde] hebben een overeenkomst van opdracht gesloten. Het consumentenrecht is niet op deze overeenkomst van toepassing, omdat BMN en [gedaagde] professionele partijen zijn. [gedaagde] erkent dat hij de facturen moet betalen die BMN heeft gestuurd in het kader van de overeenkomst. Verder staat vast dat [gedaagde] € 26.534,92 heeft betaald aan BMN nadat zij haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven en dat [gedaagde] € 3.150,00 aan BMN heeft betaald nadat BMN de dagvaarding heeft uitgebracht. De kantonrechter moet alleen nog beslissen of [gedaagde] naast de hoofdsom ook de (verschenen) wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten. 5.2. BMN heeft een nadere akte ingediend. Zij zegt dat [gedaagde] de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten volledig moet betalen. BMN heeft in de periode van april tot en met juli 2022 diverse bouwmaterialen geleverd aan [gedaagde] die [gedaagde] heeft gebruikt bij het uitvoeren van zijn projecten. Hiervoor heeft BMN facturen gestuurd van in totaal € 33.077,42 inclusief btw, die [gedaagde] binnen dertig dagen na de factuurdatum diende te betalen. [gedaagde] heeft uiteindelijk slechts € 1.000,00 betaald, waardoor er nog een bedrag van € 32.077,42 inclusief btw resteerde. Nadat BMN haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven maar voordat zij de dagvaarding heeft uitgebracht, heeft [gedaagde] in totaal € 26.534,02 betaald. Tot de datum van dagvaarding was [gedaagde] volgens BMN een bedrag van € 7.547,98 aan wettelijke handelsrente verschuldigd. Nadat BMN de dagvaarding heeft uitgebracht, heeft [gedaagde] in totaal € 3.150,00 aan haar betaald. De laatste betaling is van 21 augustus 2025. BMN heeft de deelbetalingen door [gedaagde] op haar vordering in mindering gebracht. BMN voert daarnaast aan dat het incassobureau substantiële werkzaamheden heeft verricht, waardoor een vergoeding gerechtvaardigd is. BMN stelt dat zij op 2 september 2022 aan [gedaagde] een brief heeft gestuurd voor het betalen van de openstaande facturen, rente en buitengerechtelijke incassokosten. BMN heeft de hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten gematigd, waardoor deze gelijk is aan het tarief uit het Besluit buitengerechtelijke incassokosten. 5.3. [gedaagde] heeft zich, hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet meer uitgelaten over de vraag of hij de (verschenen) rente en de buitengerechtelijke incassokosten moet betalen. 5.4.
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2026:1141 text/xml public 2026-03-06T12:00:17 2026-03-04 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2026-03-03 11237413 \ CV EXPL 24-1599 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Almelo Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:1141 text/html public 2026-03-04T11:48:50 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2026:1141 Rechtbank Overijssel , 03-03-2026 / 11237413 \ CV EXPL 24-1599 BMN heeft bouwmaterialen verkocht en geleverd aan gedaagde. Hiervoor heeft BMN meerdere facturen gestuurd die gedaagde grotendeels niet heeft betaald. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de openstaande facturen moet betalen. Gedaagde moet daarnaast ook de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten aan BMN betalen. RECHTBANK OVERIJSSEL Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Almelo Zaaknummer: 11237413 \ CV EXPL 24-1599 Vonnis van 3 maart 2026 in de zaak van BMN BOUWMATERIALEN B.V. , rechtsopvolgster van Building Materials Distribution the Netherlands B.V., handelend onder de naam [eiser], te Nieuwegein, eisende partij, hierna te noemen: BMN, gemachtigde: mr. J.W. Hilhorst, tegen [gedaagde] , handelend onder de naam [bedrijf], te [vestigingsplaats], gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. E.R. Butin Bik. 1 De zaak in het kort 1.1. BMN heeft bouwmaterialen verkocht en geleverd aan [gedaagde]. Hiervoor heeft BMN meerdere facturen gestuurd die [gedaagde] grotendeels niet heeft betaald. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de openstaande facturen moet betalen. [gedaagde] moet daarnaast ook de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten aan BMN betalen. 2 De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding 25 juli 2024 met bewijsstukken;- de berichten die [gedaagde] op 12 augustus, 3 september, 8 en 21 oktober en 4 november 2024 aan de rechtbank heeft gestuurd; - het bericht van 18 december 2024 van BMN aan de rechtbank, waarmee zij de akte van 8 januari 2025 tevens vermindering van eis met bewijsstukken in deze procedure brengt;- de e-mailberichten van BMN aan de rechtbank van 14 november 2024, 23 december 2024, 13 januari 2025, 2 april 2025, 28 april 2025, 29 april 2025, 21 mei 2025, 20 juni 2025, 1 december 2025; - de e-mailberichten van [gedaagde] aan de rechtbank van 17 en 18 november 2024, 22 december 2024, 2 januari 2025, 21 mei 2025, 19 juni 2025, 21 juli 2025, 15 augustus 2025, 15 december 2025; - de akte van 16 december 2025 tevens vermindering van eis met bewijsstukken van BMN. 2.2. Op verzoek van partijen is er geen mondelinge behandeling bevolen, maar hebben zij schriftelijk doorgeprocedeerd. 2.3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2.4. [gedaagde] heeft, hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, op 30 december 2025 geen antwoordakte ingediend. 3 De feiten 3.1. BMN heeft in de periode van april tot en met juli 2022 in opdracht van [gedaagde] diverse bouwmaterialen aan [gedaagde] verkocht en geleverd. BMN heeft hiervoor aan [gedaagde] de volgende facturen van in totaal € 33.412,51 inclusief gestuurd: [nummer 1] 21 april 2022 € 9.323,85 inclusief btw [nummer 2] 22 april 2022 € 4.027,97 inclusief btw [nummer 3] 4 mei 2022 € 2.361,75 inclusief btw [nummer 4] 5 mei 2022 € 194,63 inclusief btw [nummer 5] 16 mei 2022 € 1.412,28 inclusief btw [nummer 6] 19 mei 2022 € 2.893,64 inclusief btw [nummer 7] 24 mei 2022 € 4.785,99 inclusief btw [nummer 8] 25 mei 2022 € 4.864,35 inclusief btw [nummer 9] 30 mei 2022 € 493,45 inclusief btw [nummer 10] 1 juni 2022 € 1.018,90 inclusief btw [nummer 11] 7 juni 2022 € 1.984,71 inclusief btw [nummer 12] 5 juli 2022 € 50,99 inclusief btw 3.2. In artikel 7.1. van de algemene voorwaarden van BMN staat dat de facturen binnen dertig dagen na de factuurdatum betaald moeten worden, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen. 3.3. BMN heeft daarnaast aan [gedaagde] vier creditnota’s gestuurd: 9005574419 16 juni 2022 € 35,09 inclusief btw [nummer 1] 3 augustus 2022 € 100,00 inclusief btw [nummer 1] 4 augustus 2022 € 100,00 inclusief btw [nummer 1] 5 augustus 2022 € 100,00 inclusief btw 3.4. Voordat BMN haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven, heeft [gedaagde] € 1.000,00 aan BMN betaald. 3.5. [gedaagde] heeft in totaal € 26.534,92 betaald aan BMN nadat zij haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven maar voordat BMN de dagvaarding heeft uitgebracht. Nadat BMN de dagvaarding heeft uitgebracht, heeft [gedaagde] in totaal € 3.150,00 aan BMN betaald. 4 Het geschil 4.1. BMN vordert – na vermindering van haar eis – dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad , veroordeelt tot betaling van € 11.036,25, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) vanaf 21 mei 2024 tot aan de dag van volledige betaling. BMN specificeert haar vordering als volgt: € 32.077,42 aan hoofdsom, € 7.547,98 aan wettelijke handelsrente tot 21 mei 2024 en € 1.095,77 aan buitengerechtelijke incassokosten, verminderd met de deelbetalingen door [gedaagde] van € 26.534,92 nadat BMN haar vordering ter incasso heeft gegeven en € 3.150,00 nadat de dagvaarding is uitgebracht. BMN vordert daarnaast dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van deze procedure. 4.2. [gedaagde] voert verweer. 5 De beoordeling [gedaagde] moet de openstaande facturen, de (verschenen) rente en de buitengerechtelijke incassokosten betalen 5.1. BMN en [gedaagde] hebben een overeenkomst van opdracht gesloten. Het consumentenrecht is niet op deze overeenkomst van toepassing, omdat BMN en [gedaagde] professionele partijen zijn. [gedaagde] erkent dat hij de facturen moet betalen die BMN heeft gestuurd in het kader van de overeenkomst. Verder staat vast dat [gedaagde] € 26.534,92 heeft betaald aan BMN nadat zij haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven en dat [gedaagde] € 3.150,00 aan BMN heeft betaald nadat BMN de dagvaarding heeft uitgebracht. De kantonrechter moet alleen nog beslissen of [gedaagde] naast de hoofdsom ook de (verschenen) wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is. De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten. 5.2. BMN heeft een nadere akte ingediend. Zij zegt dat [gedaagde] de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten volledig moet betalen. BMN heeft in de periode van april tot en met juli 2022 diverse bouwmaterialen geleverd aan [gedaagde] die [gedaagde] heeft gebruikt bij het uitvoeren van zijn projecten. Hiervoor heeft BMN facturen gestuurd van in totaal € 33.077,42 inclusief btw, die [gedaagde] binnen dertig dagen na de factuurdatum diende te betalen. [gedaagde] heeft uiteindelijk slechts € 1.000,00 betaald, waardoor er nog een bedrag van € 32.077,42 inclusief btw resteerde. Nadat BMN haar vordering ter incasso uit handen heeft gegeven maar voordat zij de dagvaarding heeft uitgebracht, heeft [gedaagde] in totaal € 26.534,02 betaald. Tot de datum van dagvaarding was [gedaagde] volgens BMN een bedrag van € 7.547,98 aan wettelijke handelsrente verschuldigd. Nadat BMN de dagvaarding heeft uitgebracht, heeft [gedaagde] in totaal € 3.150,00 aan haar betaald. De laatste betaling is van 21 augustus 2025. BMN heeft de deelbetalingen door [gedaagde] op haar vordering in mindering gebracht. BMN voert daarnaast aan dat het incassobureau substantiële werkzaamheden heeft verricht, waardoor een vergoeding gerechtvaardigd is. BMN stelt dat zij op 2 september 2022 aan [gedaagde] een brief heeft gestuurd voor het betalen van de openstaande facturen, rente en buitengerechtelijke incassokosten. BMN heeft de hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten gematigd, waardoor deze gelijk is aan het tarief uit het Besluit buitengerechtelijke incassokosten. 5.3. [gedaagde] heeft zich, hoewel hij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet meer uitgelaten over de vraag of hij de (verschenen) rente en de buitengerechtelijke incassokosten moet betalen. 5.4.