Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-12-19
ECLI:NL:RBOVE:2025:7715
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
6,010 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-051295-23 (P)
Datum vonnis: 19 december 2025
Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] (Azerbeidzjan),
wonende aan de [woonplaats].
1De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 93.500,00.
Procesverloop
De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 2 oktober 2025 en
5 december 2025. De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig met de behandeling van de strafzaak plaatsgevonden.
De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord.
2.1
Het standpunt van de officier van justitie
Op de terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd in die zin, dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op een bedrag van € 206.190,00 en dat de rechtbank de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 206.190,00.
2.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich, zakelijk weergegeven en overeenkomstig een op schrift gestelde pleitnota, op het volgende standpunt gesteld. De verdediging gaat uit van tussenhandel per kilo. Volgens veroordeelde verdiende hij maximaal € 500,00 aan een doorverkochte kilo cocaïne. De raadsman gaat uit van een bedrag van 7 x € 500,00. Daarop kunnen de kosten voor de aanschaf van een SKY-ECC toestel (minimaal € 729,00) in mindering worden gebracht. De abonnementskosten waren € 600,00 per kwartaal. Op basis van de tenlastegelegde periode van 9 maanden gaat het volgens de verdediging om een bedrag van € 1.800,00.
Beoordeling
3.1
Veroordeling
De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 19 december 2025, voor zover van belang, veroordeeld voor de strafbare feiten:
feit 1
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2 en feit 3
het misdrijf: medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken, een ander trachten te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen, inlichtingen te verschaffen,
en
zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen,
en
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
3.2
Beoordeling
De rechtbank acht op basis van de voor de bewezenverklaring in de strafzaak gebruikte
bewijsmiddelen en het voor de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen
voordeel opgemaakt rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 19 juni 2023 dat veroordeelde financieel voordeel heeft genoten uit de door hem gepleegde strafbare feiten.
De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt vast.
Berekening
De rechtbank gaat er op basis van de bewezenverklaring van uit dat verdachte in 2020 tenminste 6 kilo en in 2021 tenminste 8 cocaïne heeft verhandeld. Uit het dossier volgt dat er in 2021, een hoeveelheid van 350 gram cocaïne uit een partij van 7 kilo ontbreekt. De rechtbank gaat voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel daarom uit van 7650 gram.
2020
6000 x € 51,00 (straatprijs 2020) = € 306.00,00
Minus 6 x € 34.000,00 (maximale inkoopprijs op basis van chatgesprekken) = € 204.000,00
€ 306.000,00 - € 204.000,00 = € 102.000,00
2021
7650 x € 44,60 (straatprijs 2021) = € 341.190,--
minus € 203.000,00 (inkoop 6650 gram) minus 1 x € 34.000,00 (maximale inkoopprijs op basis van chatgesprekken) = € 237.000,00
€ 341.190,00 - € 237.000,00 = € 104.190,00
Totaal € 102.000,00 + € 104.190,00 = € 206.190,00
Kosten
Volgens de raadsman kunnen de kosten voor de aanschaf van een SKY-ECC toestel (minimaal € 729,00) in mindering worden gebracht. Veroordeelde heeft ter zitting verklaart dat hij dat toestel heeft gekregen in de shisha lounge. Gelet op de verklaring van de veroordeelde worden de kosten van het toestel niet in mindering gebracht.
Conclusie
De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 206.190,00.
3.3
De vaststelling van de betalingsverplichting
De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € € 206.190,00.
4De wettelijke voorschriften
De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank:
stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 206.190,00;
legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 206.190,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
Buiten staat
Mr. B.T.C. Jordaans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e, tweede lid, Wetboek van Strafrecht (Sr) van 19 juni 2023.
Prijzen Drugs & (Pre-) Precursoren 2020 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).
Het proces-verbaal van bevindingen nr. 19 van 7 februari 2023 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).
Prijzen Drugs & (Pre-) Precursoren 2021 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).
Het proces-verbaal van bevindingen nr. 19 van 7 februari 2023 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-051295-23 (P)
Datum vonnis: 19 december 2025
Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] (Azerbeidzjan),
wonende aan de [woonplaats].
1De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 93.500,00.
Procesverloop
De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 2 oktober 2025 en
5 december 2025. De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig met de behandeling van de strafzaak plaatsgevonden.
De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord.
2.1
Het standpunt van de officier van justitie
Op de terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd in die zin, dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op een bedrag van € 206.190,00 en dat de rechtbank de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 206.190,00.
2.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich, zakelijk weergegeven en overeenkomstig een op schrift gestelde pleitnota, op het volgende standpunt gesteld. De verdediging gaat uit van tussenhandel per kilo. Volgens veroordeelde verdiende hij maximaal € 500,00 aan een doorverkochte kilo cocaïne. De raadsman gaat uit van een bedrag van 7 x € 500,00. Daarop kunnen de kosten voor de aanschaf van een SKY-ECC toestel (minimaal € 729,00) in mindering worden gebracht. De abonnementskosten waren € 600,00 per kwartaal. Op basis van de tenlastegelegde periode van 9 maanden gaat het volgens de verdediging om een bedrag van € 1.800,00.
Beoordeling
3.1
Veroordeling
De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 19 december 2025, voor zover van belang, veroordeeld voor de strafbare feiten:
feit 1
het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2 en feit 3
het misdrijf: medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken, een ander trachten te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen, inlichtingen te verschaffen,
en
zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen,
en
voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
3.2
Beoordeling
De rechtbank acht op basis van de voor de bewezenverklaring in de strafzaak gebruikte
bewijsmiddelen en het voor de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen
voordeel opgemaakt rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 19 juni 2023 dat veroordeelde financieel voordeel heeft genoten uit de door hem gepleegde strafbare feiten.
De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt vast.
Berekening
De rechtbank gaat er op basis van de bewezenverklaring van uit dat verdachte in 2020 tenminste 6 kilo en in 2021 tenminste 8 cocaïne heeft verhandeld. Uit het dossier volgt dat er in 2021, een hoeveelheid van 350 gram cocaïne uit een partij van 7 kilo ontbreekt. De rechtbank gaat voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel daarom uit van 7650 gram.
2020
6000 x € 51,00 (straatprijs 2020) = € 306.00,00
Minus 6 x € 34.000,00 (maximale inkoopprijs op basis van chatgesprekken) = € 204.000,00
€ 306.000,00 - € 204.000,00 = € 102.000,00
2021
7650 x € 44,60 (straatprijs 2021) = € 341.190,--
minus € 203.000,00 (inkoop 6650 gram) minus 1 x € 34.000,00 (maximale inkoopprijs op basis van chatgesprekken) = € 237.000,00
€ 341.190,00 - € 237.000,00 = € 104.190,00
Totaal € 102.000,00 + € 104.190,00 = € 206.190,00
Kosten
Volgens de raadsman kunnen de kosten voor de aanschaf van een SKY-ECC toestel (minimaal € 729,00) in mindering worden gebracht. Veroordeelde heeft ter zitting verklaart dat hij dat toestel heeft gekregen in de shisha lounge. Gelet op de verklaring van de veroordeelde worden de kosten van het toestel niet in mindering gebracht.
Conclusie
De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 206.190,00.
3.3
De vaststelling van de betalingsverplichting
De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € € 206.190,00.
4De wettelijke voorschriften
De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Wetboek van Strafrecht.
Dictum
De rechtbank:
stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 206.190,00;
legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 206.190,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;
bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.
Buiten staat
Mr. B.T.C. Jordaans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e, tweede lid, Wetboek van Strafrecht (Sr) van 19 juni 2023.
Prijzen Drugs & (Pre-) Precursoren 2020 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).
Het proces-verbaal van bevindingen nr. 19 van 7 februari 2023 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).
Prijzen Drugs & (Pre-) Precursoren 2021 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).
Het proces-verbaal van bevindingen nr. 19 van 7 februari 2023 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).
Volledig
ECLI:NL:RBOVE:2025:7715 text/xml public 2026-01-16T11:38:31 2026-01-15 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Overijssel 2025-12-19 08.051295.23 (ontneming) Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Almelo Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2025:7715 text/html public 2026-01-16T11:37:53 2026-01-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBOVE:2025:7715 Rechtbank Overijssel , 19-12-2025 / 08.051295.23 (ontneming) Ontneming. De rechtbank legt aan veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 206.190,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank acht op basis van de wettige bewijsmiddelen aannemelijk dat veroordeelde voordeel heeft genoten vanwege handel in cocaïne. RECHTBANK OVERIJSSEL Team Strafrecht Zittingsplaats Almelo Parketnummer: 08-051295-23 (P) Datum vonnis: 19 december 2025 Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde: [veroordeelde] , geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] (Azerbeidzjan), wonende aan de [woonplaats]. 1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 93.500,00. 2 De procedure De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 2 oktober 2025 en 5 december 2025. De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig met de behandeling van de strafzaak plaatsgevonden. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Michels, advocaat te Oldenzaal, is op die terechtzitting verschenen en op de vordering gehoord. 2.1 Het standpunt van de officier van justitie Op de terechtzitting heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd in die zin, dat het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden vastgesteld op een bedrag van € 206.190,00 en dat de rechtbank de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 206.190,00. 2.2. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich, zakelijk weergegeven en overeenkomstig een op schrift gestelde pleitnota, op het volgende standpunt gesteld. De verdediging gaat uit van tussenhandel per kilo. Volgens veroordeelde verdiende hij maximaal € 500,00 aan een doorverkochte kilo cocaïne. De raadsman gaat uit van een bedrag van 7 x € 500,00. Daarop kunnen de kosten voor de aanschaf van een SKY-ECC toestel (minimaal € 729,00) in mindering worden gebracht. De abonnementskosten waren € 600,00 per kwartaal. Op basis van de tenlastegelegde periode van 9 maanden gaat het volgens de verdediging om een bedrag van € 1.800,00. 3 De beoordeling van de vordering 3.1 Veroordeling De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 19 december 2025, voor zover van belang, veroordeeld voor de strafbare feiten: feit 1 het misdrijf: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod en medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; feit 2 en feit 3 het misdrijf: medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken, een ander trachten te bewegen om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen, inlichtingen te verschaffen, en zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. 3.2 De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel De rechtbank acht op basis van de voor de bewezenverklaring in de strafzaak gebruikte bewijsmiddelen en het voor de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel opgemaakt rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 19 juni 2023 dat veroordeelde financieel voordeel heeft genoten uit de door hem gepleegde strafbare feiten. De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel als volgt vast. Berekening De rechtbank gaat er op basis van de bewezenverklaring van uit dat verdachte in 2020 tenminste 6 kilo en in 2021 tenminste 8 cocaïne heeft verhandeld. Uit het dossier volgt dat er in 2021, een hoeveelheid van 350 gram cocaïne uit een partij van 7 kilo ontbreekt. De rechtbank gaat voor de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel daarom uit van 7650 gram. 2020 6000 x € 51,00 (straatprijs 2020 ) = € 306.00,00 Minus 6 x € 34.000,00 (maximale inkoopprijs op basis van chatgesprekken ) = € 204.000,00 € 306.000,00 - € 204.000,00 = € 102.000,00 2021 7650 x € 44,60 (straatprijs 2021 ) = € 341.190,-- minus € 203.000,00 (inkoop 6650 gram) minus 1 x € 34.000,00 (maximale inkoopprijs op basis van chatgesprekken ) = € 237.000,00 € 341.190,00 - € 237.000,00 = € 104.190,00 Totaal € 102.000,00 + € 104.190,00 = € 206.190,00 Kosten Volgens de raadsman kunnen de kosten voor de aanschaf van een SKY-ECC toestel (minimaal € 729,00) in mindering worden gebracht. Veroordeelde heeft ter zitting verklaart dat hij dat toestel heeft gekregen in de shisha lounge. Gelet op de verklaring van de veroordeelde worden de kosten van het toestel niet in mindering gebracht. Conclusie De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 206.190,00. 3.3 De vaststelling van de betalingsverplichting De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € € 206.190,00. 4 De wettelijke voorschriften De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e Wetboek van Strafrecht. 5 De beslissing De rechtbank: stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 206.190,00 ; legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 206.190,00 aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel; bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 1080 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. M.A.H. Heijink en mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.H. Bomans-Weekhout, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025. Buiten staat Mr. B.T.C. Jordaans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel op grond van artikel 36e, tweede lid, Wetboek van Strafrecht (Sr) van 19 juni 2023. Prijzen Drugs & (Pre-) Precursoren 2020 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel). Het proces-verbaal van bevindingen nr. 19 van 7 februari 2023 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel). Prijzen Drugs & (Pre-) Precursoren 2021 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel). Het proces-verbaal van bevindingen nr. 19 van 7 februari 2023 (bijlage rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel).