Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-11-19
ECLI:NL:RBOVE:2025:6737
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,480 tokens
Inleiding
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/333838 / HA ZA 25-177
Vonnis in incident van 19 november 2025
in de zaak van
TUBRO FILTER- EN LUCHTTECHNIEK B.V.,
te Enschede,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in de vrijwaringszaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: Tubro,
advocaat: mr. R.H.J. Wildenburg,
tegen
GEMEENTE LOCHEM,
te Lochem,
verwerende partij in de vrijwaringszaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: de gemeente,
advocaat: mr. M.F. Benningen.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van Tubro;
- de incidentele conclusie tot oproeping in (onder)vrijwaring met producties van de gemeente;
- de conclusie van antwoord in het incident van Tubro.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Geschil
In de hoofdzaak
2.1.
In de hoofdzaak is, kort samengevat, Tubro gedagvaard door verzekeraar a.s.r. schadeverzekering N.V. (verder a.s.r.) en Stichting de Beemd (verder De Beemd). De kern van de zaak is dat aan een werknemer van De Beemd op 9 januari 2018 een dodelijk arbeidsongeval is overkomen door een koolstofmonoxidevergiftiging in een ruimte waar een pelletketel stond. A.s.r. heeft de overlijdensschade van de nabestaanden van de werknemer afgewikkeld, maar vindt dat Tubro aansprakelijk is voor die schade. De Beemd stelt ook dat zij schade heeft geleden door het handelen van Tubro. In de hoofdzaak vorderen a.s.r. en De Beemd een veroordeling van Tubro tot het betalen van schadevergoeding.
In de vrijwaringszaak
2.2.
Tubro is van mening dat als zij wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan a.s.r. en/of De Beemd, zij daarvan door de gemeente (volledig) gevrijwaard moet worden. De gemeente was, als koper en eigenaar van de pelletketel, volgens Tubro verantwoordelijk voor onder andere het treffen van passende veiligheidsmaatregelen en het goed instrueren en informeren van de gebruikers van de palletketel. Tubro heeft met toestemming van de rechtbank de gemeente in vrijwaring gedagvaard.
In het ondervrijwaringsincident
2.3.
In dit incident verzoekt de gemeente aan de rechtbank om haar toestemming te verlenen om De Beemd in ondervrijwaring op te roepen en verder te procederen, kosten rechtens.
2.4.
De gemeente heeft ter onderbouwing van haar verzoek gesteld dat, kort samengevat, als zij in de vrijwaringszaak door de rechtbank wordt veroordeeld tot betaling van de schade van Tubro, zij verhaal kan nemen op De Beemd. Dit op grond van een tussen De Beemd en de gemeente op 10 december 2015 gesloten exploitatieovereenkomst en huurovereenkomst. De gemeente heeft deze overeenkomsten als productie in het incident ingebracht. De gemeente verwijst daarbij naar artikel 2.3 van de exploitatieovereenkomst tussen de gemeente en De Beemd waarin, kort gezegd, staat dat De Beemd de gemeente zal vrijwaren van alle aanspraken die eventuele derden tegen de gemeente kunnen doen gelden als gevolg van onder andere de exploitatie door De Beemd. Ook verwijst de gemeente naar artikel 4.2 van de huurovereenkomst waarin, kort gezegd, staat dat De Beemd verzekeringen zal afsluiten die nodig zijn om de gemeente te vrijwaren van aansprakelijkheden tot schade richting de gemeente of derden.
2.5.
Tubro heeft kenbaar gemaakt zich niet te verzetten tegen het verzoek van de gemeente om De Beemd in ondervrijwaring te mogen oproepen en refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.
Beoordeling
3.1.
De incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring is tijdig en vóór alle weren genomen. Op grond van artikel 210 lid 1 Rv kan de gedaagde partij een derde partij in vrijwaring oproepen indien hij meent daartoe gronden te hebben. Voldoende is dat voldoende gemotiveerd en concreet wordt gesteld dat tussen de gedaagde partij in de hoofdzaak en de derde partij een rechtsverhouding bestaat op grond waarvan de derde partij verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gedaagde partij in de hoofdzaak te dragen.
3.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemeente voldoende gesteld om te rechtvaardigen dat haar wordt toegestaan om De Beemd in vrijwaring op te roepen. De vordering zal dan ook worden toegewezen.
3.3.
De gemeente zal worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De kosten aan de zijde van Tubro zullen worden begroot op nihil, omdat Tubro zich niet heeft verweerd in het incident.
Dictum
De rechtbank
in het ondervrijwaringsincident
4.1.
staat de gemeente toe om De Beemd in vrijwaring te doen dagvaarden tegen de civiele terechtzitting van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, team kanton en handelsrecht op 7 januari 2026, teneinde op de eis in vrijwaring te antwoorden;
4.2.
veroordeelt de gemeente tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van Tubro tot op heden begroot op nihil;
in de vrijwaringszaak
4.3.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 7 januari 2026, teneinde de gemeente in staat te stellen te concluderen voor antwoord;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Neumann en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.