Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-11-17
ECLI:NL:RBOVE:2025:6651
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,408 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/2836
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2], uit [woonplaats], verzoekers
(gemachtigde: mr. D.J. Meijer),
en
het college van burgemeester en wethouders van Ommen
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Enexis B.V. uit 's-Hertogenbosch.
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de omgevingsvergunning die aan Enexis is verleend voor het kappen van 9 bomen in verband met de uitbreiding van het hoogspanningsstation aan de Kievitsstraat 1 in Ommen.
1.1
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Volgens hen is de omgevingsvergunning in strijd met het Bomenbeleidsplan en is sprake van een zorgvuldigheidsgebrek omdat de omgevingsvergunning tegenstrijdige informatie bevat over het moment waarop gekapt mag gaan worden. [verzoeker 1] en [verzoeker 2] willen in deze procedure een voorlopige voorziening in de vorm van schorsing van de omgevingsvergunning om te voorkomen dat al gebruikt wordt gemaakt van de vergunning voordat op het bezwaar is beslist.
Procesverloop
2.1
Enexis heeft op 18 oktober 2025 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het kappen van 9 bomen in verband met de uitbreiding van het hoogspanningsstation aan de Kievietsstraat 1 in Ommen.
2.2
Met het bestreden besluit van 2 september 2025 heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning aan Enexis verleend.
2.3
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.4
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [verzoeker 1] en [verzoeker 2], hun gemachtigde en namens het college [gemachtigde] en [naam]. Enexis heeft zich ter zitting niet laten vertegenwoordigen.
Beoordeling
2.5
De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Dat betekent dat sprake moet zijn van een situatie waarin – in dit geval – de beslissing op bezwaar niet kan worden afgewacht, omdat het onmogelijk zal zijn om eventuele gevolgen van het besluit te herstellen.
2.6
Het college heeft aan de omgevingsvergunning het volgende voorschrift verbonden.
“U mag de boom of bomen pas kappen nadat alle toestemmingen die nodig zijn om het project mogelijk te maken, onherroepelijk zijn. Dit betekent dat alle omgevingsvergunningen, meldingen en andere besluiten zijn aangevraagd en afgerond met een positief resultaat. Ook mogen hiertegen geen bezwaar - of beroepsprocedures meer mogelijk zijn. Het project moet financieel ook rond zijn. Het project kan met zekerheid afgerond en uitgevoerd worden.”
Ter zitting heeft de gemachtigde van het college bevestigd dat ook het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Wonen Ommen, herziening Kievietstraat 1 Ommen’ dat de uitbreiding van het hoogspanningsstation mogelijk maakt, valt onder benodigde toestemmingen als bedoeld in het voorschrift, zodat het bestemmingsplan onherroepelijk dient te zijn voordat tot kap mag worden overgegaan. Dat is nog niet het geval.
Tegen het besluit tot vaststelling van de bestemmingsplanwijziging is omstreeks 19 januari 2025 beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Een datum voor behandeling van het beroep is nog niet bekend gemaakt. Mede gelet op de doorlooptijden bij de Afdeling, kan ervan uitgegaan worden dat een beslissing op het beroep niet op korte termijn valt te verwachten, zodat voorlopig niet mag worden gekapt.
2.7
Verder heeft de gemachtigde van het college bevestigd dat er een bezwaarschriftencommissie is ingesteld die het bezwaarschrift op 14 januari 2026 in een hoorzitting gaat behandelen. Gelet op de voor de beslissing op bezwaar geldende beslistermijnen zal naar redelijke verwachting niet (op het beroep tegen het bestemmingsplan zijn beslist en) tot kap van de bomen worden overgaan voordat het college op het bezwaar zal hebben beslist. Dat betekent dat het niet nodig is om de vergunning te schorsen totdat op het bezwaar van [verzoeker 1] en [verzoeker 2] is beslist.
3. De conclusie is dat er geen spoedeisend belang is bij de gevraagde voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C. Rozeboom, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Landstra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.