Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-10-16
ECLI:NL:RBOVE:2025:6117
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
632 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 81.287502.20
Datum vonnis: 16 oktober 2025
Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige economische kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van:
[verdachte] B.V.,
gevestigd aan de [vestigingsplaats].
1De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 5.656.713,--.
Procesverloop
De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 22, 23 en 25 september 2025 en 16 oktober 2025. De vertegenwoordiger van de verdachte, de heer [naam], bijgestaan door mr. J.F. Rense, advocaat in Amsterdam, is op die terechtzittingen verschenen en op de vordering gehoord.
Op de terechtzitting van 23 september 2025 heeft de officier van justitie de vordering gehandhaafd.
De raadsvrouw heeft, zakelijk weergegeven en onder meer, aangevoerd dat de verdachte bestrijdt dat zij de tenlastegelegde feiten heeft begaan, en dat zonder veroordeling voor een strafbaar feit elke grond voor ontneming ontbreekt.
Beoordeling
Nu verdachte bij vonnis van 16 oktober 2025 integraal is vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten waarop de ontnemingsvordering van de officier van justitie is gegrond en het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit ingevolge artikel 36e, eerste en tweede lid, Sr in weg staat aan de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vordering tot ontneming van voordeel verkregen door middel van of uit de baten van ten laste gelegde en andere feiten, dient het Openbaar Ministerie in de vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Berlo, voorzitter, mr. H. Stam en mr. R.P. van Campen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Vedder, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2025.