Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-10-14
ECLI:NL:RBOVE:2025:6048
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,254 tokens
Inleiding
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: C/08/337848 / KG ZA 25-209
Vonnis in kort geding van 14 oktober 2025
in de zaak van
[eiseres]
,
te [woonplaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. A.S.M. Oude Breuil,
tegen
[gedaagde]
,
te [woonplaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
verschenen in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 september 2025 met producties,- de mondelinge behandeling van 7 oktober 2025, waar mevrouw [eiseres] is verschenen, bijgestaan door mr. Oude Breuil. Ook de heer [gedaagde] is verschenen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De samenvatting
Partijen zijn gehuwd geweest. De echtscheiding is uitgesproken bij beschikking van [datum] 2024. De rechtbank heeft bepaald dat [eiseres] met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking in de registers van de burgerlijke stand huurster zal zijn van de huurwoning aan de [adres] . De beschikking is op 11 april 2025 ingeschreven. [gedaagde] heeft de woning niet verlaten. [eiseres] vordert dat [gedaagde] de woning moet verlaten en dat hij zich uit moet schrijven van het adres. De voorzieningenrechter wijst deze vorderingen toe. [gedaagde] moet ook de proceskosten betalen. De motivering van deze beslissing volgt hierna.
Feiten
3.1.
Partijen zijn gehuwd geweest. Bij beschikking van deze rechtbank van
[datum] 2024 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Voor zover van belang staat in de beschikking:
‘(…)4.2. bepaalt dat de vrouw met ingang van de datum van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woning aan de [adres] ;(…)’.
3.2.
Op 11 april 2025 is de echtscheidingsbeschikking ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
3.3.
Bij brief van 2 mei 2025 heeft de advocaat van [eiseres] [gedaagde] verzocht de woning voor 15 juni 2025 te verlaten en te ontruimen.
3.4.
[gedaagde] verblijft nog steeds in de woning.
Geschil
4.1.
[eiseres] vordert -samengevat- om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. [gedaagde] te veroordelen om de woning aan de [adres] binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te verlaten en met afgifte van sleutels de woning ter vrije beschikking van [eiseres] te stellen en vervolgens te verlaten en niet meer te betreden, op straffe van een dwangsom;
2. [gedaagde] te veroordelen om zich binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis in het bevolkingsrechter te doen uitschrijven van het adres [adres] , op straffe van een dwangsom;
3. [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
4. een zodanige beslissing te nemen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren.
4.2.
[eiseres] legt -samengevat weergegeven- aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verblijft. In de beschikking van [datum] 2024 is namelijk bepaald dat [eiseres] met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, huurster zal zijn van de woning aan de [adres] . De beschikking is ingeschreven en [gedaagde] verblijft nog steeds in de woning.
4.3.
[gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat hij de woning moet verlaten. Tot op heden is dat niet gelukt, omdat het moeilijk is andere woonruimte te vinden.
Beoordeling
Spoedeisend belang
5.1. Gelet op de aard van de vorderingen heeft [eiseres] daarbij voldoende spoedeisend belang.
Vordering tot ontruiming van de woning
5.2.
[eiseres] vordert ontruiming van [gedaagde] uit de woning. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een ingrijpende en meestal onomkeerbare maatregel is. Een ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening kan slechts worden uitgesproken, indien het voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter (wanneer zijn oordeel wordt gevraagd) [gedaagde] tot ontruiming zal veroordelen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dat het geval is en hij motiveert dat als volgt.
5.3.
Deze rechtbank heeft in de beschikking van [datum] 2024 bepaald dat met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand het woonrecht is toegekend aan [eiseres] . Vast staat dat de beschikking op 11 april 2025 is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Dat betekent dat [gedaagde] per 11 april 2025 de woning had moeten verlaten. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling ook erkend dat hij de woning moet verlaten. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [gedaagde] zonder recht of titel in de woning verblijft en de woning moet verlaten. Dat [gedaagde] nog geen vervangende woonruimte heeft gevonden, leidt niet tot een ander oordeel. De vordering tot ontruiming van de woning wordt dan ook toegewezen.
5.4.
De in dit kader gevorderde dwangsom wordt daarentegen afgewezen. [eiseres] heeft namelijk niet onderbouwd op grond waarvan een extra prikkel om tot ontruiming over te gaan in de vorm van een door [gedaagde] te verbeuren dwangsom nodig is. Met toewijzing van de vordering tot ontruiming heeft [eiseres] een titel om via de weg van reële executie [gedaagde] tot ontruiming te bewegen.
Vordering tot uitschrijving van het adres
5.5. [eiseres] vordert dat [gedaagde] zich moet uitschrijven in het bevolkingsregister op het adres van de woning. [gedaagde] heeft hiertegen geen afzonderlijk verweer gevoerd. De voorzieningenrechter wijst ook dit deel van de vordering toe. De in dit kader gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.
Proceskosten
5.6. [eiseres] vordert veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten. In de omstandigheid dat [gedaagde] voldoende de tijd heeft gekregen en heeft gehad om de woning te verlaten, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om, in afwijking van de in familiezaken gebruikelijke compensatie van kosten, [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
5.7.
De voorzieningenrechter veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, inclusief nakosten. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
-griffierecht € 331,00
-kosten dagvaarding 148,04-salaris advocaat 715,00-nakosten 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal 1.372,04
5.8.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Dictum
De voorzieningenrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde] om de woning aan de [adres] binnen veertien (14) dagen na betekening van dit vonnis volledig en behoorlijk te verlaten, en met afgifte van sleutels van de woning, deze woning aan [eiseres] ter vrije beschikking te stellen en de woning vervolgens niet meer te betreden;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] om zich binnen veertien (14) dagen na betekening van dit vonnis in het bevolkingsregister uit te schrijven op het adres [adres] , op straffe van een dwangsom van € 150,00 voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke blijft hieraan te voldoen, tot een maximum van € 1.500,00 is bereikt;
6.3.
veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiseres] begroot op € 1.372,04 te betalen binnen veertien dagen na de betekening van dit vonnis, en indien niet binnen veertien dagen wordt betaald, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.372,04 vanaf de vijftiende dag na dit vonnis en over het bedrag van € 92,00 plus de kosten van betekening vanaf de vijftiende dag na de betekening;
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Verhoeven en in het openbaar uitgesproken op 14 oktober 2025.