Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-09-10
ECLI:NL:RBOVE:2025:5529
Civiel recht
Eerste aanleg - meervoudig
9,002 tokens
Inleiding
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/303656 / HA ZA 23-385
Vonnis van 10 september 2025
in de zaak van
WONINGSTICHTING VECHTHORST,
te Nieuwleusen,
eisende partij,
hierna te noemen: Vechthorst,
advocaat: mr. M. van Nee,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. R.C.A.J. Beks.
1De zaak in het kort
1.1.
Na afloop van de mondelinge behandeling van 10 oktober 2024 hebben Vechthorst en [gedaagde] zich bij akte uitgelaten over het door de rechtbank aangekondigd deskundigenonderzoek. Hierna heeft de rechtbank bij tussenvonnis het voornemen geuit één deskundige te benoemen en voorgesteld dat Vechthorst en [gedaagde] in gezamenlijk overleg een deskundige aandragen. Vechthorst en [gedaagde] hebben zich hierover wederom bij akte uitgelaten. In dit vonnis zal mr. ing. [naam 1] als deskundige worden benoemd en zullen de vragen worden voorgelegd zoals eerder door de rechtbank geformuleerd.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 9 juli 2025;
de akte uitlating na tussenvonnis van [gedaagde];
de akte uitlating na tussenvonnis van Vechthorst.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
3.1.
Vechthorst en [gedaagde] hebben zich na de mondelinge behandeling van 10 oktober 2024 bij akte uitgelaten over het door de rechtbank aangekondigde deskundigenonderzoek. Aan de hand van wat zij in hun aktes naar voren hebben gebracht, heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 9 juli 2025 (hierna: ‘het tussenvonnis’) overwogen dat zij voornemens is één deskundige te benoemen om vragen te beantwoorden over de oorzaak van de in de appartementencomplexen van Vechthorst gemeten formaldehydeconcentratie en of dit verband houdt met de isolatiewerkzaamheden van [gedaagde].
3.2.
In hun aktes hebben Vechthorst en [gedaagde] verschillende deskundigen voorgedragen. In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat deze niet voldoende onafhankelijk zijn dan wel hebben aangegeven niet over de juiste expertise te beschikken. Omdat de rechtbank geen andere deskundige heeft kunnen vinden om het onderzoek uit te voeren, heeft zij Vechthorst en [gedaagde] in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het vervolg van deze zaak, waarbij de rechtbank heeft voorgesteld dat Vechthorst en [gedaagde] (in onderling overleg) een deskundige aandragen. Verder heeft de rechtbank overwogen dat het deskundigenonderzoek aan de hand van de beschikbare metingen en de volgende rapportages – en door de deskundige desgewenst ook op locatie – kan plaatsvinden:
- Rapport SGS Intron B.V., "Na-isolatie met UF-schuim, Formaldehydeproblematiek
Woonstichting VechtHorst", d.d. 6 december 2022 van ir. [naam 2], [naam 3] en dr. [naam 4];
Rapport TechnoConsult B.V., "[gedaagde]/VechtHorst", d.d. 11 maart 2023 van ir. [naam 5];
Rapport [bedrijf] B.V., “Proefmonitoring [adres 1]”, d.d. 30 maart 2023 van ir. [naam 6] en ing. [naam 7];
Rapport SGS Intron B.V., "Formaldehydeproblematiek [adres 1] en [adres 2] - Woonstichting Vechthorst", d.d. 10 juli 2023 van [naam 3] en ing. [naam 8];
Rapport SGS Intron B.V., "Na-isolatie met UF-schuim - Nader onderzoek in relatie met van toepassing zijnde regelgeving", d.d. 31 juli 2023 van [naam 3] en ing. [naam 8];
Rapport SKG-IKOB, "Expertiserapport”, d.d. 10 januari 2024 van [naam 9];
Rapport SHR, "Formaldehyde emissie isolatieschuim en bakstenen", van 4 maart 2024 van ir. [naam 10] en [naam 11];
Rapport SGS Intron B.V., "Advies over formaldehyde in binnenlucht woningen VechtHorst",d.d. 28 augustus 2024 van [naam 3];
Rapport SGS Intron B.V., "Formaldehyde in woningen [adres 1] en [adres 2]", d.d. 28 augustus 2024 van [naam 3] en ir. [naam 12];
Rapport TechnoConsult, “[gedaagde]/Vechthorst, reactie op producties 63 en 64”, van 5 november 2024 van ir. [naam 5].
Het verzoek van [gedaagde]
3.3.
In haar akte na tussenvonnis heeft [gedaagde] de rechtbank verzocht om, in aanvulling op de lijst met metingen en rapportages die aan de deskundige zullen worden voorgelegd, Vechthorst op te dragen de gehele geschiedenis aan meetwaarden tot aan de benoeming van de deskundige in het geding te brengen. [gedaagde] verwijst in dat kader naar de spreekaantekeningen van Vechthorst waarin Vechthorst heeft aangegeven dat de concentratie formaldehyde volgens metingen van mei 2024 nog steeds zou worden overschreden en de hoogste concentratie in de portieken zou zijn gemeten.
3.4.
Volgens Vechthorst moet het verzoek van [gedaagde] worden afgewezen omdat zij niet zelfstandig meetwaarden kan toevoegen aan de al door de deskundigen opgestelde rapportages.
3.5.
Met Vechthorst is de rechtbank van oordeel dat het aan de deskundige is om te bepalen welke gegevens eventueel nog nodig zijn voor het beantwoorden van de vragen. Het verzoek van [gedaagde] zal daarom worden afgewezen.
De medewerking aan het deskundigenonderzoek
3.6.
Vechthorst heeft nog aangevoerd dat zij alle medewerking zal verlenen indien de te benoemen deskundige meent dat aanvullende meetwaarden verstrekt moeten worden of nieuwe metingen uitgevoerd moeten worden. De rechtbank wijst er in dat kader op dat Vechthorst daartoe ook gehouden is. Zowel Vechthorst als [gedaagde] hebben immers de wettelijke verplichting om medewerking te verlenen aan het deskundigenonderzoek. Deze en andere verplichtingen zal de rechtbank uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van de verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
De benoeming van de deskundige
3.7.
[gedaagde] heeft in haar akte na tussenvonnis (nogmaals) [naam 13] als deskundige voorgesteld. Zoals in het tussenvonnis overwogen, acht de rechtbank [naam 13] vanwege haar eerdere samenwerking met [gedaagde] onvoldoende onafhankelijk. Dat daaraan zoals [gedaagde] stelt, geen samenwerkingsverband ten grondslag ligt en [gedaagde] en [naam 13] geen vaste leveranciers van elkaar zijn, doet daaraan niet af. De vraag of [naam 13] zich zelf voldoende onafhankelijk acht, hoeft de rechtbank haar dan ook niet te stellen.
3.8.
Vechthorst heeft een drietal deskundigen voorgesteld. Het contact dat de rechtbank met deze deskundigen heeft gezocht, heeft ertoe geleid dat de heer mr. ing. [naam 1] heeft aangegeven over de noodzakelijke kennis te beschikken, vrij te staan in deze zaak en bereid te zijn om tot deskundige te worden benoemd. De rechtbank zal hem dan ook in dit vonnis tot deskundige benoemen.
De vragen voor de deskundige
3.9.
Vechthorst en [gedaagde] hebben in hun aktes na tussenvonnis aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de door de rechtbank in het tussenvonnis geformuleerde vragen voor de deskundige. Dat betekent dat deze vragen, zoals ook hierna onder de beslissing vermeld, aan de deskundige ter beantwoording zullen worden voorgelegd.
De kosten van en opmerkingen bij het deskundigenonderzoek
3.10.
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 42.229,00 (inclusief btw). In het tussenvonnis is al aangekondigd en toegelicht dat Vechthorst als eisende partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen.
3.11.
De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich uiterlijk op woensdag 1 oktober 2025 uit te laten over de hoogte van het te deponeren voorschot. Voor het geval partijen van deze gelegenheid geen gebruik maken dan wel aangeven geen bezwaar te hebben tegen de hoogte van het voorschot, zal de rechtbank de hoogte van het voorschot reeds nu voor alsdan bepalen op het begrote bedrag van € 42.229,00 (inclusief btw). Indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing.
3.12.
Als een van de partijen op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan ook direct een afschrift daarvan aan de wederpartij verstrekken.
De aansprakelijkheidsvoorwaarden van de deskundige
3.13.
De deskundige heeft de rechtbank meegedeeld dat hij de benoeming aanvaardt onder de algemene voorwaarden volgens De Nieuwe Regeling 2011 (versie: Eerste herziening, juli 2013), te raadplegen via https://cauberghuygen.nl/algemene-voorwaarden. Met betrekking tot de aansprakelijkheidsbeperking heeft de deskundige een verklaring toegestuurd ter ondertekening door Vechthorst en [gedaagde].
Dictum
de rechtbank
de vragen
4.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende
vragen:
Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van de gemeten concentratie formaldehyde in de appartementencomplexen: de isolatiewerkzaamheden van [gedaagde] of het al in de appartementencomplexen aanwezige dakbeschot en ander (plaat)materiaal?
Hoe waarschijnlijk acht u dat door het isoleren van de appartementencomplexen met Aminotherm de luchtdichtheid is toegenomen met als gevolg dat de formaldehyde uit het al in de appartementencomplexen aanwezige (plaat)materiaal zich in de binnenruimtes heeft opgehoopt?
3. Is het volgens u mogelijk om door technische/bouwkundige aanpassingen aan de appartementencomplexen de concentratie formaldehyde in de appartementencomplexen tot een aanvaardbaar niveau terug te dringen? Zo ja, welke aanpassingen zijn daarvoor nodig?
4. Als uw antwoord op vraag 3 bevestigend luidt, wat is uw (grove) inschatting van de kosten die daarmee gepaard gaan?
5. Zijn er nog andere punten/opmerkingen die u vanuit uw deskundigheid van belang acht in het kader van deze procedure?
6. Kunt u uw antwoorden op de hiervoor gestelde vragen van een toelichting voorzien?
de benoeming
4.2.
benoemt tot deskundige:
De heer mr. ing. [naam 1]
postadres: [adres 3]
telefoonnummer: [telefoonnummer 1] / [telefoonnummer 2]
e-mailadres: [e-mailadres]
4.3.
bepaalt dat de griffie een kopie van dit tussenvonnis aan de deskundige zal toezenden;
het voorschot en de algemene voorwaarden
4.4.
stelt partijen in de gelegenheid binnen twee weken na datum van dit vonnis, dat wil zeggen uiterlijk op woensdag 1 oktober 2025, schriftelijk bij de griffie van deze rechtbank bezwaar te maken tegen het begrote voorschot van € 42.229,00 (inclusief btw);
4.5.
bepaalt dat:
als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, het voorschot reeds nu voor alsdan wordt vastgesteld op € 42.229,00 (inclusief btw) en dat Vechthorst dit bedrag moet voldoen binnen twee weken nadat zij van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota heeft ontvangen,
als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, het voorschot zal worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing;
4.6.
bepaalt dat de griffier een specificatie van het voorschot met de bijlage (de verklaring ter aanvaarding van de aansprakelijkheidsvoorwaarden volgens De Nieuwe Regeling 2011, versie eerste herziening, juli 2013) van de deskundige bij de kopie van dit tussenvonnis aan partijen meezendt;
4.7.
stelt partijen in de gelegenheid binnen twee weken na datum van dit vonnis, dat wil zeggen uiterlijk op woensdag 1 oktober 2025, schriftelijk bij de griffie van deze rechtbank bezwaar te maken tegen de toepasselijkheid van de aansprakelijkheidsvoorwaarden:
als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, bepaalt de rechtbank dat partijen uiterlijk woensdag 15 oktober 2025 hun handtekening voor akkoord onder de verklaring ter aanvaarding van de aansprakelijkheidsvoorwaarden van de deskundige moeten plaatsen en de ondertekende verklaring aan de deskundige moeten retourneren onder kopieverlening daarvan aan de griffier,
als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt en de deskundige er met partijen niet uitkomt, zal de rechtbank de deskundig en partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de voorgestelde voorwaarden en de bezwaren en vervolgens een afzonderlijke rechterlijke beslissing nemen.
4.8.
draagt de griffie op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
het onderzoek
4.9.
bepaalt dat Vechthorst het procesdossier in afschrift aan de deskundige zal toesturen;
4.10.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
4.11.
wijst de deskundige erop dat:
de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffie omtrent betaling van het voorschot,
de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffie, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen, als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd;
4.12.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten;
het schriftelijke rapport
4.13.
draagt de deskundige op om uiterlijk vijf maanden na het schriftelijk bericht van de griffie over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van deze rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie;
4.14.
wijst de deskundige erop dat:
uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;
4.15.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren;
overige bepalingen
4.16.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 18 maart 2026;
4.17.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel
Inleiding
RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/303656 / HA ZA 23-385
Vonnis van 10 september 2025
in de zaak van
WONINGSTICHTING VECHTHORST,
te Nieuwleusen,
eisende partij,
hierna te noemen: Vechthorst,
advocaat: mr. M. van Nee,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [vestigingsplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. R.C.A.J. Beks.
1De zaak in het kort
1.1.
Na afloop van de mondelinge behandeling van 10 oktober 2024 hebben Vechthorst en [gedaagde] zich bij akte uitgelaten over het door de rechtbank aangekondigd deskundigenonderzoek. Hierna heeft de rechtbank bij tussenvonnis het voornemen geuit één deskundige te benoemen en voorgesteld dat Vechthorst en [gedaagde] in gezamenlijk overleg een deskundige aandragen. Vechthorst en [gedaagde] hebben zich hierover wederom bij akte uitgelaten. In dit vonnis zal mr. ing. [naam 1] als deskundige worden benoemd en zullen de vragen worden voorgelegd zoals eerder door de rechtbank geformuleerd.
Procesverloop
2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenvonnis van 9 juli 2025;
de akte uitlating na tussenvonnis van [gedaagde];
de akte uitlating na tussenvonnis van Vechthorst.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Beoordeling
3.1.
Vechthorst en [gedaagde] hebben zich na de mondelinge behandeling van 10 oktober 2024 bij akte uitgelaten over het door de rechtbank aangekondigde deskundigenonderzoek. Aan de hand van wat zij in hun aktes naar voren hebben gebracht, heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 9 juli 2025 (hierna: ‘het tussenvonnis’) overwogen dat zij voornemens is één deskundige te benoemen om vragen te beantwoorden over de oorzaak van de in de appartementencomplexen van Vechthorst gemeten formaldehydeconcentratie en of dit verband houdt met de isolatiewerkzaamheden van [gedaagde].
3.2.
In hun aktes hebben Vechthorst en [gedaagde] verschillende deskundigen voorgedragen. In het tussenvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat deze niet voldoende onafhankelijk zijn dan wel hebben aangegeven niet over de juiste expertise te beschikken. Omdat de rechtbank geen andere deskundige heeft kunnen vinden om het onderzoek uit te voeren, heeft zij Vechthorst en [gedaagde] in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het vervolg van deze zaak, waarbij de rechtbank heeft voorgesteld dat Vechthorst en [gedaagde] (in onderling overleg) een deskundige aandragen. Verder heeft de rechtbank overwogen dat het deskundigenonderzoek aan de hand van de beschikbare metingen en de volgende rapportages – en door de deskundige desgewenst ook op locatie – kan plaatsvinden:
- Rapport SGS Intron B.V., "Na-isolatie met UF-schuim, Formaldehydeproblematiek
Woonstichting VechtHorst", d.d. 6 december 2022 van ir. [naam 2], [naam 3] en dr. [naam 4];
Rapport TechnoConsult B.V., "[gedaagde]/VechtHorst", d.d. 11 maart 2023 van ir. [naam 5];
Rapport [bedrijf] B.V., “Proefmonitoring [adres 1]”, d.d. 30 maart 2023 van ir. [naam 6] en ing. [naam 7];
Rapport SGS Intron B.V., "Formaldehydeproblematiek [adres 1] en [adres 2] - Woonstichting Vechthorst", d.d. 10 juli 2023 van [naam 3] en ing. [naam 8];
Rapport SGS Intron B.V., "Na-isolatie met UF-schuim - Nader onderzoek in relatie met van toepassing zijnde regelgeving", d.d. 31 juli 2023 van [naam 3] en ing. [naam 8];
Rapport SKG-IKOB, "Expertiserapport”, d.d. 10 januari 2024 van [naam 9];
Rapport SHR, "Formaldehyde emissie isolatieschuim en bakstenen", van 4 maart 2024 van ir. [naam 10] en [naam 11];
Rapport SGS Intron B.V., "Advies over formaldehyde in binnenlucht woningen VechtHorst",d.d. 28 augustus 2024 van [naam 3];
Rapport SGS Intron B.V., "Formaldehyde in woningen [adres 1] en [adres 2]", d.d. 28 augustus 2024 van [naam 3] en ir. [naam 12];
Rapport TechnoConsult, “[gedaagde]/Vechthorst, reactie op producties 63 en 64”, van 5 november 2024 van ir. [naam 5].
Het verzoek van [gedaagde]
3.3.
In haar akte na tussenvonnis heeft [gedaagde] de rechtbank verzocht om, in aanvulling op de lijst met metingen en rapportages die aan de deskundige zullen worden voorgelegd, Vechthorst op te dragen de gehele geschiedenis aan meetwaarden tot aan de benoeming van de deskundige in het geding te brengen. [gedaagde] verwijst in dat kader naar de spreekaantekeningen van Vechthorst waarin Vechthorst heeft aangegeven dat de concentratie formaldehyde volgens metingen van mei 2024 nog steeds zou worden overschreden en de hoogste concentratie in de portieken zou zijn gemeten.
3.4.
Volgens Vechthorst moet het verzoek van [gedaagde] worden afgewezen omdat zij niet zelfstandig meetwaarden kan toevoegen aan de al door de deskundigen opgestelde rapportages.
3.5.
Met Vechthorst is de rechtbank van oordeel dat het aan de deskundige is om te bepalen welke gegevens eventueel nog nodig zijn voor het beantwoorden van de vragen. Het verzoek van [gedaagde] zal daarom worden afgewezen.
De medewerking aan het deskundigenonderzoek
3.6.
Vechthorst heeft nog aangevoerd dat zij alle medewerking zal verlenen indien de te benoemen deskundige meent dat aanvullende meetwaarden verstrekt moeten worden of nieuwe metingen uitgevoerd moeten worden. De rechtbank wijst er in dat kader op dat Vechthorst daartoe ook gehouden is. Zowel Vechthorst als [gedaagde] hebben immers de wettelijke verplichting om medewerking te verlenen aan het deskundigenonderzoek. Deze en andere verplichtingen zal de rechtbank uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van de verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
De benoeming van de deskundige
3.7.
[gedaagde] heeft in haar akte na tussenvonnis (nogmaals) [naam 13] als deskundige voorgesteld. Zoals in het tussenvonnis overwogen, acht de rechtbank [naam 13] vanwege haar eerdere samenwerking met [gedaagde] onvoldoende onafhankelijk. Dat daaraan zoals [gedaagde] stelt, geen samenwerkingsverband ten grondslag ligt en [gedaagde] en [naam 13] geen vaste leveranciers van elkaar zijn, doet daaraan niet af. De vraag of [naam 13] zich zelf voldoende onafhankelijk acht, hoeft de rechtbank haar dan ook niet te stellen.
3.8.
Vechthorst heeft een drietal deskundigen voorgesteld. Het contact dat de rechtbank met deze deskundigen heeft gezocht, heeft ertoe geleid dat de heer mr. ing. [naam 1] heeft aangegeven over de noodzakelijke kennis te beschikken, vrij te staan in deze zaak en bereid te zijn om tot deskundige te worden benoemd. De rechtbank zal hem dan ook in dit vonnis tot deskundige benoemen.
De vragen voor de deskundige
3.9.
Vechthorst en [gedaagde] hebben in hun aktes na tussenvonnis aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de door de rechtbank in het tussenvonnis geformuleerde vragen voor de deskundige. Dat betekent dat deze vragen, zoals ook hierna onder de beslissing vermeld, aan de deskundige ter beantwoording zullen worden voorgelegd.
De kosten van en opmerkingen bij het deskundigenonderzoek
3.10.
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 42.229,00 (inclusief btw). In het tussenvonnis is al aangekondigd en toegelicht dat Vechthorst als eisende partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet betalen.
3.11.
De rechtbank zal partijen in de gelegenheid stellen zich uiterlijk op woensdag 1 oktober 2025 uit te laten over de hoogte van het te deponeren voorschot. Voor het geval partijen van deze gelegenheid geen gebruik maken dan wel aangeven geen bezwaar te hebben tegen de hoogte van het voorschot, zal de rechtbank de hoogte van het voorschot reeds nu voor alsdan bepalen op het begrote bedrag van € 42.229,00 (inclusief btw). Indien wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal het voorschot worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing.
3.12.
Als een van de partijen op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan ook direct een afschrift daarvan aan de wederpartij verstrekken.
De aansprakelijkheidsvoorwaarden van de deskundige
3.13.
De deskundige heeft de rechtbank meegedeeld dat hij de benoeming aanvaardt onder de algemene voorwaarden volgens De Nieuwe Regeling 2011 (versie: Eerste herziening, juli 2013), te raadplegen via https://cauberghuygen.nl/algemene-voorwaarden. Met betrekking tot de aansprakelijkheidsbeperking heeft de deskundige een verklaring toegestuurd ter ondertekening door Vechthorst en [gedaagde].
Dictum
de rechtbank
de vragen
4.1.
beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende
vragen:
Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van de gemeten concentratie formaldehyde in de appartementencomplexen: de isolatiewerkzaamheden van [gedaagde] of het al in de appartementencomplexen aanwezige dakbeschot en ander (plaat)materiaal?
Hoe waarschijnlijk acht u dat door het isoleren van de appartementencomplexen met Aminotherm de luchtdichtheid is toegenomen met als gevolg dat de formaldehyde uit het al in de appartementencomplexen aanwezige (plaat)materiaal zich in de binnenruimtes heeft opgehoopt?
3. Is het volgens u mogelijk om door technische/bouwkundige aanpassingen aan de appartementencomplexen de concentratie formaldehyde in de appartementencomplexen tot een aanvaardbaar niveau terug te dringen? Zo ja, welke aanpassingen zijn daarvoor nodig?
4. Als uw antwoord op vraag 3 bevestigend luidt, wat is uw (grove) inschatting van de kosten die daarmee gepaard gaan?
5. Zijn er nog andere punten/opmerkingen die u vanuit uw deskundigheid van belang acht in het kader van deze procedure?
6. Kunt u uw antwoorden op de hiervoor gestelde vragen van een toelichting voorzien?
de benoeming
4.2.
benoemt tot deskundige:
De heer mr. ing. [naam 1]
postadres: [adres 3]
telefoonnummer: [telefoonnummer 1] / [telefoonnummer 2]
e-mailadres: [e-mailadres]
4.3.
bepaalt dat de griffie een kopie van dit tussenvonnis aan de deskundige zal toezenden;
het voorschot en de algemene voorwaarden
4.4.
stelt partijen in de gelegenheid binnen twee weken na datum van dit vonnis, dat wil zeggen uiterlijk op woensdag 1 oktober 2025, schriftelijk bij de griffie van deze rechtbank bezwaar te maken tegen het begrote voorschot van € 42.229,00 (inclusief btw);
4.5.
bepaalt dat:
als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, het voorschot reeds nu voor alsdan wordt vastgesteld op € 42.229,00 (inclusief btw) en dat Vechthorst dit bedrag moet voldoen binnen twee weken nadat zij van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota heeft ontvangen,
als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, het voorschot zal worden vastgesteld bij afzonderlijke rechterlijke beslissing;
4.6.
bepaalt dat de griffier een specificatie van het voorschot met de bijlage (de verklaring ter aanvaarding van de aansprakelijkheidsvoorwaarden volgens De Nieuwe Regeling 2011, versie eerste herziening, juli 2013) van de deskundige bij de kopie van dit tussenvonnis aan partijen meezendt;
4.7.
stelt partijen in de gelegenheid binnen twee weken na datum van dit vonnis, dat wil zeggen uiterlijk op woensdag 1 oktober 2025, schriftelijk bij de griffie van deze rechtbank bezwaar te maken tegen de toepasselijkheid van de aansprakelijkheidsvoorwaarden:
als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, bepaalt de rechtbank dat partijen uiterlijk woensdag 15 oktober 2025 hun handtekening voor akkoord onder de verklaring ter aanvaarding van de aansprakelijkheidsvoorwaarden van de deskundige moeten plaatsen en de ondertekende verklaring aan de deskundige moeten retourneren onder kopieverlening daarvan aan de griffier,
als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt en de deskundige er met partijen niet uitkomt, zal de rechtbank de deskundig en partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de voorgestelde voorwaarden en de bezwaren en vervolgens een afzonderlijke rechterlijke beslissing nemen.
4.8.
draagt de griffie op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
het onderzoek
4.9.
bepaalt dat Vechthorst het procesdossier in afschrift aan de deskundige zal toesturen;
4.10.
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;
4.11.
wijst de deskundige erop dat:
de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffie omtrent betaling van het voorschot,
de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffie, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid moet bieden dit onderzoek bij te wonen, als slechts één partij (althans niet alle partijen) bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
als partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd;
4.12.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten;
het schriftelijke rapport
4.13.
draagt de deskundige op om uiterlijk vijf maanden na het schriftelijk bericht van de griffie over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van deze rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie;
4.14.
wijst de deskundige erop dat:
uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;
4.15.
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren;
overige bepalingen
4.16.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van woensdag 18 maart 2026;
4.17.
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel