Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-09-09
ECLI:NL:RBOVE:2025:5509
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,373 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 11796418 \ CV EXPL 25-1207
Vonnis van 9 september 2025
in de zaak van
de stichting STICHTING MIJANDE WONEN,gevestigd en kantoorhoudende te Vriezenveen,
eisende partij, hierna te noemen verhuurder,
gemachtigde: Groothuis Ligtermoet & Nijhuis,
tegen
[gedaagde]
,wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen huurder,
verschenen in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 juni 2025;
- de conclusie van antwoord van 22 juli 2025;
- de akte specificatie vordering van verhuurder van 26 augustus 2025;
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 26 augustus 2025. Namens verhuurder is verschenen mevrouw [naam 1], medewerker huurincasso, vergezeld van [naam 2], werkzaam bij Groothuis Ligtermoet & Nijhuis Gerechtsdeurwaarders & Incasso. Huurder is eveneens verschenen. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
Huurder huurt van verhuurder het woonhuis gelegen aan [adres]
tegen een huurprijs van op dit moment € 733,92 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2.
Vast staat dat er een achterstand bestaat in de huurbetalingen.
Geschil
3.1.
Verhuurder vordert kort gezegd ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Aan deze vordering legt verhuurder ten grondslag dat huurder zijn betalingsverplichting voortvloeiend uit de tussen partijen bestaande huurovereenkomst niet is nagekomen.
3.3.
Huurder heeft de achterstand niet betwist. Huurder is het echter niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. Door financiële problemen is hij niet in staat (geweest) om zijn (huur)achterstand te betalen. Huurder woont samen met zijn vriendin en zoontje van 11 maanden.
Beoordeling
ambtshalve toetsing van toepasselijke algemene voorwaarden
4.1.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde hoofdsom, de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
de huurachterstand en bijkomende kosten
4.2.
Tijdens de mondelinge behandeling is komen vast te staan dat er nog twee maanden aan huurachterstand van in totaal € 1.467,84 openstaat. Omdat huurder erkent dat hij de huurachterstand van € 1.467,84 moet betalen, zal dit deel van de vordering worden toegewezen. Omdat huurder niet op tijd heeft betaald, moet hij ook de bijkomende kosten (de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten) betalen.
de ontbinding en ontruiming
4.3.
Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling een betalingsregeling getroffen voor een totaalbedrag van € 2.276,86 (dit betreft de huurachterstand tot en met augustus 2025, de bijkomende kosten en de proceskosten (zie r.o. 4.5.). Huurder zal vanaf september 2025 de lopende huur weer op tijd betalen aan verhuurder en daarnaast zal huurder om bovengenoemd bedrag af te lossen wekelijks een bedrag van € 35,00 betalen aan de gemachtigde van verhuurder.
4.4.
Aangezien er sprake is van een huurachterstand van twee maanden, partijen een betalingsregeling zijn overeengekomen en verhuurder daarnaast vertrouwen in huurder wil uitspreken, heeft verhuurder tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat zij afziet van de gevorderde ontbinding en ontruiming en de daarbij behorende nevenvorderingen. Daarover hoeft de kantonrechter dan ook geen beslissing te nemen.
de proceskosten
4.5.
Huurder zal als de verliezende partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, aan de zijde van verhuurder conform de afgesproken betalingsregeling (zie r.o. 4.3.) begroot op een bedrag van € 734,45 (€ 145,45 aan explootkosten, € 385,00 aan griffierecht, en € 238,00 aan salaris gemachtigde).
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt huurder om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan verhuurder een bedrag van € 1.542,41;
5.2.
veroordeelt huurder om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan verhuurder de proceskosten van € 734,45;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2025. (ak)