Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-07-15
ECLI:NL:RBOVE:2025:4721
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,136 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 11716155 \ CV EXPL 25-936
Vonnis van 15 juli 2025
in de zaak van
de stichting ALMELOSE WONINGSTICHTING "BETER WONEN",gevestigd en kantoorhoudende te Almelo,
eisende partij, verder te noemen de verhuurder,
gemachtigde: Deurwaarderskantoor Wigger Van het Laar,
tegen
[gedaagde]
,wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, verder te noemen de huurder,
verschenen in persoon.
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 14 mei 2025;
- de conclusie van antwoord van 27 mei 2025;
1.2.
De mondelinge behandeling is gehouden op 24 juni 2025. Namens de verhuurder is verschenen [naam 1] en [naam 2], vergezeld van [naam 3], werkzaam bij Wigger van het Laar gerechtsdeurwaarders. De huurder is eveneens verschenen. Van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling aan de orde is gekomen heeft de griffier aantekeningen gemaakt.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.
Feiten
2.1.
De huurder huurt van verhuurder het woonhuis gelegen aan [adres] tegen een huurprijs van op dit moment € 677,57 per maand, bij vooruitbetaling te voldoen.
2.2.
Vast staat dat er een achterstand bestaat in de huurbetalingen die op het moment van de mondelinge behandeling € 2.172,61 bedroeg, berekend tot en met juni 2025.
Geschil
3.1.
De verhuurder vordert kort gezegd ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en ontruiming van het gehuurde, alsmede betaling van de huurachterstand met nevenvorderingen.
3.2.
Aan deze vordering legt de verhuurder ten grondslag dat de huurder haar betalingsverplichting voortvloeiend uit de tussen partijen bestaande huurovereenkomst niet is nagekomen.
3.3.
De huurder heeft de huurachterstand niet betwist. De huurder is het echter niet eens met de gevorderde ontbinding en ontruiming. Door persoonlijke en financiële problemen is zij niet in staat (geweest) om haar huur(achterstand) te betalen. De huurder heeft inmiddels hulp van de gemeente.
Beoordeling
De huurachterstand
4.1.
De huurder heeft naar voren gebracht dat zij nog € 400,00 heeft overgemaakt om de huurachterstand in te lopen. Zij heeft van deze betaling echter geen betalingsbewijs overgelegd terwijl de verhuurder de ontvangst van dat bedrag heeft betwist. Met deze gestelde betaling zal dan ook geen rekening worden gehouden.
4.2.
Omdat de huurder voor het overige niet heeft betwist dat zij de huurachterstand van € 2.172,62, berekend tot en met juni 2025, moet betalen, zal dit deel van de vordering worden toegewezen.
De bijkomende kosten.
4.3.
De gevorderde wettelijke rente zal, als onweersproken, worden toegewezen zoals hierna vermeld, omdat de huurder niet op tijd heeft betaald.
4.4.
De verhuurder heeft een bedrag van € 271,35 inclusief BTW aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. De verhuurder heeft aan de huurder een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
Wat betekent dit voor de huurder
4.5.
De huurder moet aan de verhuurder betalen een bedrag van € 2.485,01 (bestaande uit € 2.172,61 aan huurachterstand tot en met juni 2025 plus € 41,05 aan wettelijke rente berekend tot 14 mei 2025 plus € 271,35 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.172,61 vanaf 14 mei 2025 tot de dag van volledige betaling.
De ontbinding en ontruiming
4.6.
Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst (HR ECLI:NL:HR:2018:1810). Bij de beantwoording van de vraag of ontbinding van deze huurovereenkomst gerechtvaardigd is kunnen alle omstandigheden van het geval van belang zijn.
4.7.
De kantonrechter is van oordeel dat de betalingsachterstand van de verhuurder zodanig groot is, dat deze de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt.
4.8.
De verhuurder en de huurder hebben een in het vonnis op te nemen regeling getroffen, inhoudende dat de huurder binnen een maand na betekening van het vonnis duidelijkheid moet verschaffen over een betalingsregeling om de huurachterstand te betalen. Daarnaast moet de huurder ook de lopende huur op tijd betalen. De verhuurder en de huurder hebben ingestemd met voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming onder de hieronder vermelde voorwaarden. De kantonrechter zal de regeling hierna opnemen in het dictum. De kantonrechter wijst de huurder erop dat overtreding van de genoemde voorwaarden door haar automatisch met zich brengt dat de huurovereenkomst alsnog is ontbonden en zij de woning alsnog zal moeten ontruimen als de verhuurder dat verlangt (en het vonnis ten uitvoer legt). De termijn voor ontruiming zal op 14 dagen worden gesteld.
4.9.
De verhuurder vordert betaling van de achterstallige huurpenningen tot de datum van de ontruiming. Nu op dit punt geen verweer is gevoerd, zal de vordering als zodanig worden toegewezen.
De proceskosten.
4.10.
De huurder zal als de verliezende partij in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de verhuurder worden begroot op:
- dagvaarding € 145,45
- griffierecht € 385,00
- salaris gemachtigde € 408,00 (2 punt x tarief € 204,00)
- nakosten € 102,00
Totaal € 1.040,45.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de huurder om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de verhuurder een bedrag van € 2.485,01 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.172,61 vanaf 14 mei 2025 tot de dag van volledige betaling.
5.2.
veroordeelt de huurder in de proceskosten tot op heden aan de kant van de verhuurder begroot op € 1.040,45;
5.3.
ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot de woning aan [adres] en veroordeelt de huurder om binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen en te verlaten met alle personen en zaken die zich vanwege haar daar bevinden en het gehuurde onder overgave van de sleutels ter beschikking van de verhuurder te stellen, indien en zodra binnen één jaar na heden aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- De huurder verschaft niet binnen één maand na betekening van het vonnis duidelijkheid over een betalingsregeling om de huurachterstand te betalen;
- De huurder betaalt niet of niet tijdig (uiterlijk de 1e van iedere maand) de maandelijkse huur aan de verhuurder.
5.4.
veroordeelt de huurder tot betaling van een bedrag gelijk aan de geldende huurprijs als vergoeding voor voortgezet gebruik voor iedere maand of gedeelte daarvan dat de huurder de woning vanaf de eventuele ontbinding in gebruik heeft tot en met de dag van ontruiming;
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A. Smedes en in het openbaar uitgesproken op
15 juli 2025.