Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-01-22
ECLI:NL:RBOVE:2025:343
Civiel recht
Eerste aanleg - meervoudig
819 tokens
Dictum
RECHTBANK OVERIJSSEL
Wrakingskamer
Zittingsplaats Almelo
zaaknummer: C/08/326660 / KG RK 24/529
Dictum
in de zaak van
[verzoeker]
,
hierna te noemen: [verzoeker],
wonende te [woonplaats],
verzoeker tot wraking.
Procesverloop
1.1.
Op 23 december 2024 heeft verzoeker het verzoek tot wraking gedaan van mr. A.M.S. Kuipers (hierna: de rechter), rechter in deze rechtbank en in die hoedanigheid belast met de behandeling van de zaak die is geregistreerd onder 11193613 CV EXPL 24-2265.
Beoordeling
2.1.
De wrakingskamer zal het wrakingsverzoek van verzoeker kennelijk ongegrond verklaren en overweegt hierover als volgt.
2.2.
De wrakingskamer moet de vraag beantwoorden of de rechter partijdig is of dat zij die indruk bij verzoeker heeft gewekt. Die indruk gaat niet alleen maar over het persoonlijke gevoel van verzoeker, maar moet ‘geobjectiveerd’ zijn. Dat wil zeggen dat een willekeurige andere persoon in de plaats van verzoeker op grond van bepaalde feiten en omstandigheden óók moet hebben gedacht dat de rechter partijdig is. Het uitgangspunt is dat de rechter vanwege haar aanstelling als rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn. Dat kan anders zijn als sprake is van een uitzonderlijke omstandigheid, waaruit kan worden afgeleid dat zij vooringenomen is.
2.3.
[verzoeker] stelt zich op het standpunt dat hij ongelijk wordt behandeld, omdat hij zich bekend moet maken door zijn naam en handtekening onderaan de schriftelijke stukken te zetten en de gemachtigde van de tegenpartij volgens hem niet. De wrakingskamer is van oordeel dat de stelling van [verzoeker] niet opgaat, omdat uit het dossier volgt dat de rechter nog niet heeft geoordeeld over het standpunt van [verzoeker]. Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden en de rechter heeft ook nog geen vonnis gewezen. Om die reden kan er geen sprake zijn van partijdigheid of de indruk hiervan.
2.4.
Ten aanzien van het standpunt van [verzoeker] dat de beslissing van de rechter om geen mondelinge behandeling te laten plaatsvinden vraagtekens bij hem oproept, overweegt de wrakingskamer als volgt.
2.5.
Dictum
2.6.
Het wrakingsverzoek bevat verder ook geen feiten of omstandigheden die erop wijzen dat de rechter vooringenomen is.
2.7.
Een mondelinge behandeling blijft achterwege, omdat sprake is van een kennelijk ongegrond wrakingsverzoek zoals genoemd in artikel 5 lid 2 onder a van het
wrakingsprotocol van de rechtbank Overijssel.
Dictum
De wrakingskamer
3.1.
verklaart het verzoek kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door de mrs. U. van Houten, B.W.M. Hendriks, J.N. Bartels, in tegenwoordigheid van de griffier, en in openbaar uitgesproken op 22 januari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Hoge Raad 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413.