Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2025-04-08
ECLI:NL:RBOVE:2025:2139
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,805 tokens
Inleiding
RECHTBANK
OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11458603 \ CV EXPL 24-2557
Vonnis van 8 april 2025
in de zaak van
[partij A] handelend onder de naam ‘[bedrijf]’
gevestigd te [vestigingsplaats],
eisende partij in de hoofdzaak,
gedaagde partij in het incident,
hierna te noemen: [partij A],
gemachtigde: mr. J. de Wrede,
tegen
AAA INDUSTRIAL MACHINE EXPORT B.V.,
gevestigd te Almelo, kantoorhoudende te Amsterdam,
gedaagde partij in de hoofdzaak,
eisende partij in het incident,
hierna te noemen: AAA Industrial,
gemachtigde: mr. I.M.C.A. Reinders Folmer.
1De zaak in het kort
1.1.
[partij A] stelt als boekhouder werkzaamheden te hebben verricht voor AAA Industrial. [partij A] vordert veroordeling van AAA Industrial tot betaling van een onbetaald gebleven factuur.
1.2.
AAA Industrial concludeert in incident primair tot niet-ontvankelijkheid van de dagvaarding, en vordert subsidiair de hoofdzaak aan te houden totdat de dagvaarding is verstrekt en zij de gelegenheid heeft gehad om een conclusie van antwoord in de dienen.
1.3.
Aan de dagvaarding kleeft een gebrek, nu niet is opgenomen hoe de dagvaarding op het kantooradres van AAA Industrial is achtergelaten. Hoewel AAA Industrial door dit gebrek niet onredelijk wordt benadeeld, is de kantonrechter van oordeel dat een correcte en controleerbare betekening een dusdanig wezenlijk onderdeel is van dagvaarden dat [partij A] in de gelegenheid wordt gesteld om een herstelexploot uit te brengen. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd.
Procesverloop
2.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
de dagvaarding van 17 december 2024;
een incidentele conclusie aan de zijde van AAA Industrial van 3 maart 2025;
een conclusie van antwoord in incident aan de zijde van [partij A] van 4 maart 2025;
een reactie op de conclusie van antwoord in incident aan de zijde van AAA Industrial van 4 maart 2025;
een reactie aan de zijde van [partij A] van 5 maart 2025.
2.2.
Vervolgens is vonnis bepaald in incident.
Geschil
3.1.
[partij A] stelt als boekhouder werkzaamheden te hebben verricht voor AAA Industrial. [partij A] vordert onder meer veroordeling van AAA Industrial tot betaling van een onbetaald gebleven factuur.
3.2.
AAA Industrial vordert:
primair: de dagvaarding niet ontvankelijk te verklaren;
subsidiair: de hoofdzaak aan te houden totdat de dagvaarding is verstrekt en zij de gelegenheid heeft gehad om een conclusie van antwoord in te dienen;
meer subsidiair: iedere andere voorziening te treffen die de kantonrechter geraden acht ter waarborging van een eerlijk proces;
[partij A] te veroordelen in de kosten van dit incident.
3.3.
AAA Industrial voert aan dat zij de dagvaarding niet heeft ontvangen. Zij stelt dat aan het verkeerde adres is gedagvaard. Zij heeft bovendien herhaaldelijk bij [partij A] en diens gemachtigde verzocht om toezending van de dagvaarding, maar hierop is geen (afdoende) reactie ontvangen.
3.4.
[partij A] betwist dat AAA Industrial de dagvaarding niet heeft ontvangen. De dagvaarding is – volgens de deurwaarder – in een gesloten envelop op het kantooradres van AAA Industrial achtergelaten. [partij A] heeft bovendien pas op 27 februari 2025 voor het eerst bij de gemachtigde van [partij A] om een dagvaarding gevraagd. De betekende dagvaarding is vervolgens bij e-mail van 4 maart 2025 naar de advocaat van AAA Industrial gestuurd.
Beoordeling
4.1.
Op grond van artikel 45 lid 1 juncto artikel 47 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering moet de deurwaarder onder meer de wijze vermelden waarop de dagvaarding is achtergelaten. Volgens een medewerker van de deurwaarder blijkt uit het systeem dat een afschrift in een gesloten envelop is achtergelaten op het kantooradres van AAA Industrial. Dit is echter niet aangetekend op de betekende dagvaarding. Het adres waarop is gedagvaard volgt uit de Kamer van Koophandel.
4.2.
Voor de vraag of het niet vermelden van de wijze waarop de dagvaarding is achtergelaten tot nietigheid van de dagvaarding leidt, is van belang of het aannemelijk is dat AAA Industrial door dit gebrek onredelijk in haar belangen is geschaad. Daarvan is in dit geval geen sprake, zodat de dagvaarding niet nietig is. Ook als de dagvaarding niet door AAA Industrial in een gesloten envelop zou zijn ontvangen (al dan niet op het juiste adres), staat vast dat zij de dagvaarding per e-mail van 4 maart 2025 heeft ontvangen. Evenwel dient dit gebrek in betekening wel door [partij A] op haar kosten te worden hersteld door het uitbrengen van een herstelexploot, nu niet kan worden vastgesteld of de dagvaarding correct aan AAA Industrial is betekend. Na het uitbrengen van dit herstelexploot zal AAA Industrial in de gelegenheid worden gesteld om inhoudelijk te reageren op de inhoud daarvan.
4.3.
De primaire vordering wordt dan ook afgewezen. AAA Industrial zal na het uitbrengen van het herstelexploot in de hoofdzaak vier weken de tijd krijgen om bij conclusie van antwoord te reageren op de dagvaarding. Dit is de gebruikelijke handelwijze in dagvaardingsprocedures, waardoor AAA Industrial haar subsidiaire vordering niet had hoeven instellen.
Proceskosten
4.4.
In de omstandigheid dat er een gebrek kleeft aan de betekening van de dagvaarding, maar ook de vorderingen van AAA Industrial worden afgewezen ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten in het incident te compenseren.
Dictum
De kantonrechter
in het incident
5.1.
wijst de vorderingen van AAA Industrial af;
5.2.
compenseert de proceskosten;
in de hoofdzaak
5.3.
bepaalt dat de zaak weer zal worden uitgeroepen ter rolle van dinsdag 22 april 2025;
5.4.
beveelt [partij A] om die datum bij exploot aan AAA Industrial aan te laten zeggen en AAA Industrial op te roepen dan te verschijnen, met herstel van in rechtsoverweging 4.2. genoemd gebrek, zulks op kosten van [partij A];
5.5.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr.drs. A.M. van Diggele en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2025. (JK)