Rechtspraak
Rechtbank Overijssel
2024-09-13
ECLI:NL:RBOVE:2024:4780
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
838 tokens
Inleiding
RECHTBANK OVERIJSSEL
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 24/3391
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
mr. [verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker
en
de rechtbank Overijssel.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
Beoordeling
2. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. De voorzieningenrechter kan uitspaak doen zonder partijen uit te nodigen voor een zitting, indien hij kennelijk onbevoegd is of het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. De voorzieningenrechter maakt van deze bevoegdheid gebruik.
4. Op 2 september 2024 heeft verzoeker bij de rechtbank Noord-Nederland een verzoek om voorlopige voorziening ingediend tegen de geplande (hoor)zitting op
19 september 2024 bij de rechtbank Overijssel. De rechtbank Noord-Nederland heeft dit verzoek aan de rechtbank Overijssel doorgezonden.
5. Bij brief van 3 september 2024 heeft de rechtbank verzoeker meegedeeld dat het niet mogelijk is een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen tegen een reeds geplande zitting. De rechtbank heeft verzoeker verzocht om per omgaande mee te delen of hij het verzoek desondanks wenst te handhaven. Bij e-mailbericht van 9 september 2024 heeft verzoeker aan de rechtbank meegedeeld het verzoek om voorlopige voorziening te willen handhaven.
6. De voorzieningenrechter overweegt dat tegen procesbeslissingen van de rechtbank geen zelfstandige rechtsmiddelen kunnen worden ingediend. Tegen een procesbeslissing van de rechtbank - zoals hier de afwijzing van een aanhoudingsverzoek - kan pas in hoger beroep worden gekomen tegelijk met een eventueel hoger beroep tegen de einduitspraak.
7. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter niet bevoegd om te beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Hoekstra, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van C. Kuiper, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
Griffier
De griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen
Voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zie artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
Zie artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht